2016.02.21

The Leader in Me

Auteur: Stephen R. Covey
Sean Covey, Muriel Summers & David K. Hatch
Titel: The Leader in Me
Hoe 7 gewoonten zorgen voor (persoonlijk) leiderschap bij leerlingen
Uitgeverij: Business Contact
Plaats: Amsterdam|Antwerpen
Jaar: 2015
Pagina's: 256
ISBN-13: 978-90-470-0838-5
Prijs: € 24,99

the leader in me - hoe 7 gewoonten zorgen voor (persoonlijk) leiderschap bij leerlingenDe intussen overleden Stephen Covey heeft in zijn professionele loopbaan een aantal principes (eigenschappen) van persoonlijke en organisatorische effectiviteit ontwikkeld en deze actief en wereldwijd doorgegeven. Aanvankelijk als professor aan zijn studenten, na verloop van tijd aan talloze medewerkers van bedrijven en overheidsinstellingen.  De bedoeling bleef steeds dezelfde: mensen boven zichzelf laten uitstijgen en de kwaliteit van hun leven verbeteren. Uiteindelijk verliet hij de universiteit om de FranklinCovey-organisatie te helpen opbouwen, een advies- en trainingsorganisatie van wereldformaat (voor meer informatie kunnen je terecht op www.franklincovey.com). Toen men in een basisschool in de Verenigde Staten met goed gevolg de eigenschappen van Covey begon te onderwijzen, en dit zich uitbreidde naar andere scholen, schreef Stephen Covey de eerste editie van dit boek. Tijdens het schrijven van de tweede editie, waarin de ervaringen met deze andere scholen ook verwerkt werden, overleed hij. Zijn zoon en twee andere personen besloten het manuscript af te werken. Het is de verdienste van het Nederlandse CPS (www.cps.nl), dat samenwerkt met de FranklinCovey-organisatie, dat dit werk onder de aandacht van de Vlaamse en Nederlandse scholen wordt gebracht.

Het uitgangspunt van dit boek is dat de scholen van vandaag zich voor een nieuwe realiteit geplaatst zien. Een realiteit waarin drie uitdagingen centraal staan. Deze zijn:

  • De kennisverwerving van de leerlingen die veel verder gaat dan het kunnen ophoesten van feiten maar ook vaardigheden vraagt zoals analyseren, probleemoplossing, kritisch en creatief denken;
  • De schoolcultuur die een antwoord moet bieden op fenomenen zoals demotivatie, ordeproblemen, lage betrokkenheid bij leerkrachten het ontbreken van een gemeenschappelijke visie en dergelijke meer;
  • De steeds dringender oproep om persoonlijke en interpersoonlijke vaardigheden op school te onderwijzen. Deze worden ook wel levensvaardigheden genoemd (vb. arbeidsvaardigheden, loopbaanvaardigheden, studievaardigheden, socio-emotionele leervaardigheden.

Het boek The Leader in Me geeft op deze drie uitdagingen een goed antwoord, omdat het een ander dan het klassiek kader biedt om deze uitdagingen aan te gaan. Dit kader moet je zien als een proces dat moet doorlopen worden, niet als een pasklaar programma. Dit proces bepaalt dan ook de indeling van het boek die zich centreert rond drie hoofdthema’s:

  • De complete school: The Leader in Me doet beroep op de talenten van alle schoolmedewerkers en alle leerlingen en optimaliseert de participatie van de ouders en de gemeenschap;
  • De complete persoon: The Leader in Me wil de hele persoon ontwikkelen, wil dat elke persoon een sterk karakter en unieke talenten heeft, los van het al dan niet bezitten van vaardigheden zoals lezen, schrijven of rekenen);
  • Heel veel verbeeldingskracht: The Leader in Me wil een onderliggende filosofie zijn die veel aspecten van een school beïnvloedt. Medewerkers en leerkrachten mogen hun eigen talenten en verbeeldingskracht gebruiken om allerlei leerplannen, programma’s, activiteiten, bijeenkomsten en evenementen te bedenken zolang deze maar aansluiten bij de principes en de gemeenschappelijke taal.

Deze hoofdthema’s zijn dan ook doorheen alle hoofdstukken van het boek duidelijk herkenbaar. De aandachtige lezer zal al snel opmerken dat het boek uit vier grote delen bestaat. In het eerste deel (hoofdstukken 1 en 2) schetst de context waarbinnen The Leader in Me begon en waarom dat zo was. Het tweede deel bestaat uit de hoofdstukken 3 tot en met 5 en gaat dieper in op de manier waarop The Leader in Me de scholen helpt om de drie nieuwe uitdagingen het hoofd te bieden en hoe leerkrachten het zien als een betere manier om hun huidige taken met succes uit te voeren. In de hoofdstukken 6, 7 en 8, het derde deel, laat men zien hoe scholen ouders en leden van de gemeenschap inschakelen om het effect van The Leader in Me te versterken, te verlengen en te verbreden en hoe de ervaringen van het basisonderwijs concreet kunnen vertaald worden naar het secundair onderwijs. Hoofdstuk 9 is dan op zijn beurt het vierde deel dat voorbeelden geeft van een goede praktijk om The Leader in Me te lanceren en in stand te houden. Hoofdstuk 10 vormt dan het besluit op dit boek waarin nog eens kort wordt samengevat waarom The Leader in Me essentieel is in de huidige realiteit.

The Leader in Me is een verfrissend en zeer inspirerend boek dat veel verder gaat dan het verengende en uniform makende competentiedenken dat de laatste jaren in het onderwijs binnengedrongen is. Het lijkt me wel belangrijk dat men ook het basisboek van Stephen R. Covey, De 7 eigenschappen van effectief leiderschap leest om de basisfilosofie achter The Leader in Me ten volle te begrijpen.

afdrukken

15:11 Gepost door Lieven Coppens in Business contact, CPS, FranklinCovey | Permalink | Tags: covey, effectieve leerkracht, effectieve school, leiderschap, levensvaardigheden, persoonlijk leiderschap | |

2016.02.14

Spraaktaal Kids

Auteur: Jet Isarin
Titel: Spraaktaal Kids
Mijn denk-, doe- en praatmap
Uitgeverij: Kentalis|Pica
Plaats: Sint-Michielsgestel|Huizen
Jaar: 2015
Pagina's: 3 ringmappen
ISBN-13: 978-94-91806-64-3
Prijs: € 135

spraaktaal kids - mijn denk-, doe- en praatmapToen Jet Isarin in 2014 met haar boek Spraaktaal, gids voor jongeren met een taalstoornis de Gehandicaptenzorgprijs van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland won, besloot ze met deze prijs het programma Spraaktaal Kids uit te werken. Ook dit programma werd voor uitgave voorgelegd aan professionals en uitgetest bij kinderen. Aan deze uitgave, die uit drie ringmappen bestaat, geef ik met plezier het predicaat ‘meesterlijk’ mee. Waarom dit programma zo anders (en toch hetzelfde) is als dat van de jongeren? Ik laat Jet zelf aan het woord:

Spraaktaal Kids is heel anders dan Spraaktaal voor jongeren. Spraaktaal begon en eindigde met TOS; wat het is, hoe het voelt, welke gevolgen het kan hebben en hoe je ermee kunt omgaan. Dat is waar de jongeren behoefte aan hadden, dat is wat ze wilden. Geen poespas, maar recht op het doel af: informatie, psycho-educatie, herkenning en erkenning.

Kinderen van vier – of zes of tien – zitten niet te wachten op zo’n boek. Voordat je met de kinderen gaat praten over TOS, een stoornis die maakt dat kinderen moeite hebben met taal en communicatie, wil je met ze praten over wie ze zijn, wat ze kunnen, willen, voelen, vinden. Eerst wil je ze taal aanreiken voor het denken en praten over zichzelf, hun lijf, de kleine en wat grotere wereld waarin ze leven, over tijd, verandering, overeenkomsten en verschillen, talenten en verlangens. Eerst wil je de communicatie verbeteren doe door wederzijds onbegrip wordt belemmerd of is vastgelopen. Voordat een kind kan – en wil! – praten en denken over wat het heeft, moet het weten wie het is en wie er om hem of haar geven. Zelfkennis gaat noodzakelijk vooraf aan kennis over de beperking die je hebt, want zelfkennis is zoveel meer dan kennis over dat ene moeilijke stukje van jou. Zelfkennis gaat over wie je bent in jouw kleine en grotere wereld. Het is kennis die kinderen niet in hun eentje kunnen ontwikkelen. Ze hebben er de communicatie met anderen voor nodig.

Daarmee heb je zowel het doel als het opzet van het volledige programma gehad. Omdat er bij kinderen van de basisschool heel wat onderlinge verschillen zijn, is het programma opgesplitst naar drie leeftijdscategorieën:

  • tot 7 jaar;
  • 7 tot 10 jaar;
  • 10 tot 14 jaar;

Voor elke leeftijdscategorie komen dezelfde thema’s aan bod:

  • Ik (Denken en praten over wie het kind is betekent werken aan het vergoten van de zelfkennis en het zelfvertrouwen);
  • Mijn lijf (Denken en praten over het eigen lichaam betekent ook: praten over verandering, groei en grenzen);
  • Ik in mijn wereld (Denken en praten over de anderen die in het leven van het kind belangrijk zijn, geeft het kind zicht op de relaties die het heeft met anderen en op de verschillen tussen die relaties);
  • Mijn tijd (Denken en praten over tijd geeft het kind greep op de structuur van de dagen en de weken en creëert ruimte voor het nadenken over wat moet, wat mag en waarover er te onderhandelen valt);
  • Taal (Denken en praten over taal geeft inzicht in het moeilijke en makkelijke, leuke en minder leuke kanten van taal);
  • Spraaktaal (Denken en praten over spraak, taal en taalontwikkelingsstoornissen helpt kinderen en de volwassenen met wie zij leven zicht te krijgen op dat wat moeilijk is en dat wat kan helpen om ermee om te gaan. Kind en volwassene merken samen dat een communicatieprobleem altijd een gezamenlijk probleem is);
  • Als ik later groot ben (Denken en praten over de toekomst geeft taal aan dromen, wensen en verlangens en aan de weg van nu en straks. Op weg naar de toekomst is er groei, ontwikkeling en leren);
  • Ik in het kort (Samenvatting in beeld en met weinig woorden over wie het kind is).

In het kort komt het dus hierop neer: je kunt pas echt aan psycho-educatie doen als je het kind daar eerst de juiste taal voor aangeleerd hebt.

Ieder map bestaat dus uit dezelfde delen die de leerling samen met een volwassene (ouder, leerkracht, therapeut, …) doorwerkt. Aan de hand van voor de leeftijd van het kind aangepaste opdrachten en vragen worden er zowel inzichten als woordenschat bijgebracht. Tegelijkertijd wordt er gereflecteerd in functie van de belevingswereld van het kind. Dat doorheen de verschillende leeftijdscategorieën de inhoud van iedere module complexer wordt, zal niemand verwonderen. Belangrijk om weten blijft dat men, doordat men samen praat om tot een taal te komen, tegelijk ook werkt aan het sociaal-emotionele welzijn van het kind.

In de handleiding voor de volwassen begeleider staat heel duidelijk uitgeschreven hoe hij kan (moet) faciliteren en hoe hij zich kan (moet) oriënteren op de specifieke problematiek van het kind dat hij wil begeleiden.

In de marge van deze bespreking wil ik toch kwijt dat dit programma voor mij heeft aangetoond waarom de psycho-educatie bij andere problemen vaak mislukt: namelijk door het gebrek aan een gemeenschappelijke taal en het te eng focussen op de problematiek alleen.

Een pracht van een programma!

afdrukken

2016.02.07

Spraaktaal

Auteur: Jet Isarin
Titel: Spraaktaal
Gids voor jongeren met een taalstoornis
Uitgeverij: Kentalis|Acco
Plaats: Sint-Michielsgestel|Leuven & Den Haag
Jaar: 2013
Pagina's: 176
ISBN-13: 978-90-334-9181-8
Prijs: € 30,25

.spraaktaal - gids voor jongeren met een taalstoornisEen uitzonderlijk goed psycho-educatief naslagwerk voor jongeren met een taalstoornis, hun ouders en de hun omringende beroepsmensen, dat is wel het minste dat ik over het boek Spraaktaal van Jet Isarin kan neerpennen. Ik kan nog wel een paar andere predicaten bedenken, maar dit lijkt mij veruit het beste. Dergelijke laagdrempelige werken die het informatieve en psycho-educatieve daarenboven zo goed – bijna perfect – integreren, zijn een zeldzaamheid. De ondertitel is heel terecht: het boek is een gids geworden. Maar dan wel een gids in de ruimste zin van het woord: die van wegbereider, begeleider, toelichter, soelaasbieder en mediërende. Zonder betutteling wel te verstaan. Kortom, dit boek heeft een diepe indruk op mij gemaakt.

Dat Jet Isarin vertrouwd is met de leefwereld met de jongeren waarvoor ze schrijft, merk je aan alles in dit boek: ze spreekt de jongeren persoonlijk aan in een zeer toegankelijke taal, de lay-out oogt jong en is duidelijk en aantrekkelijk. De opdrachten op de verschillende werkbladen doorheen het boek doen alles bij de jongere zeer concreet binnen-komen. Ook goed om weten is dat de tekst van het boek voor publicatie voorgelegd is aan jongeren met een taalstoornis, ouders en beroepsmensen wiens commentaren in het boek verwerkt zijn. Voor alle duidelijkheid: de auteur bedoelt met taalstoornis ernstige spraak- en taalmoeilijkheden of ontwikkelingsdysfasie.

Voor mij valt dit boek uiteen in twee delen. Het eerste deel, dat bestaat uit de hoofdstukken 1 tot en met 4, gaat dieper in op de aard en het ontstaan van een taalstoornis en bekijkt heel grondig en met heel veel concrete voorbeelden op welke manier deze taalstoornis zich laat zien tijdens de kindertijd en de puberteit. Aan de hand van verschillende werk-bladen reflecteren de jongeren over hun eigen situatie en gaan ze op zoek naar persoonlijke antwoorden op de gestelde vragen. Hierdoor krijgen ze inzicht in de eigen problematiek. In het tweede deel van het boek gaat men op zoek naar de impact van de taalstoornis op het eigen leven. Hierin staan drie thema’s centraal: vrienden, lotgenoten en bondgenoten, het voortgezet onderwijs en het vinden van werk. De problemen worden niet uit de weg gegaan maar wel op een constructieve en persoonlijke manier aangebracht.

Doorheen het boek loopt er een rode draad van verschillende jongeren die hun persoonlijke verhaal brengen. Zij maken op essentiële plaatsen in het boek de voorgestelde inhoud zeer herkenbaar.

Het boek eindigt met een verklarende woordenlijst en een overzicht van handige websites.

Het hoeft waarschijnlijk geen betoog dat dit boek niet alleen voor de jongere met een taalstoornis, maar ook voor ouders, leerkrachten en andere beroepsmensen die met deze problematiek te maken krijgen verplichte literatuur is.

afdrukken

2016.01.31

Gelukkige kinderen in een gelukkige klas

Auteur: Charlotte Visch
Titel: Gelukkige kinderen in een gelukkige klas
Van leerkracht naar Happy Coach voor een warm schoolklimaat
Website: 248media
Plaats: Steenwijk
Jaar: 2013
Pagina's: 243
ISBN-13: 978-90-79603-24-4
Prijs: € 21,95

gelukkige kinderen in een gelukkige klas - van leerkracht naar happy coach voor een warm schoolklimaatEen opmerkelijk boek. Dat is wel het minste wat ik van dit werk van Charlotte Visch kan zeggen. Waarom? Omdat het op de een of andere manier een perfecte balans presenteert tussen theorie – of zeg ik beter filosofie – en praktijk. Een filosofie van respect voor, vertrouwen in en beroep doen op de eigen kracht van kinderen om hen te emanciperen door hen te laten reflecteren en de regie – en dus ook de verantwoordelijkheid – te geven over het eigen handelen. Dit binnen een positieve, stimulerende maar soms ook positief confronterende (want niet-veroordelende) context. Het geheel is gebaseerd op vier belangrijke pijlers:

  • De goede sfeer in de klas;
  • De bezielde leerkracht;
  • De stimulerende ouder;
  • De interacties in de klas.

Deze vier pijlers komen een voor een aan bod in de hoofdstukken een tot en met vier. Aan elke pijler wordt er een bepaalde doelgroep gekoppeld waarvoor men telkens op zoek gaat naar de actuele situatie, de ervaringen en behoeften van de doelgroep, de mogelijke verbeter- en leerpunten en de uit dit alles volgende uitdaging. Concreet ziet dit er zo uit:

Pijler Doelgroep Uitdaging
De goede sfeer in de klas Kinderen Visie op pesten, plagen en ruziemaken
De bezielde leerkracht Leerkrachten Integratief lesgeven met de leerling als uitgangspunt
De stimulerende ouder Ouders De lerende kracht van ouders
De interacties in de klas Kinderen en leerkrachten Vertrouwen op de kinderen

In elk van deze hoofdstukken neemt de auteur de lezer mee in haar manier van denken en werken. Centraal daarbij staat steeds een concrete schoolsituatie die ze stap voor stap uitwerkt zodat iedereen haar manier van mediëren en begeleiden kan leren kennen. Dit alles laat zich hier in deze bespreking maar moeilijk samenvatten.

In het vijfde hoofdstuk zet Charlotte Visch de nodige wegwijzers uit voor de leerkracht die haar aanpak in de eigen klas wil invoeren. In het laatste hoofdstuk geeft ze uitleg over de pedagogische ideeën van de Poolse Janusz Korczak die mee aan de grondslag liggen van haar manier om kinderen te coachen.

Een verfrissend leerboek voor die leerkrachten die respect voor hun leerlingen hoog in hun vaandel voeren.

afdrukken

17:45 Gepost door Lieven Coppens in 248media | Permalink | Tags: begeleiding, coachen, klassenklimaat, mediatie, zelfregulering | |

2016.01.24

Handboek technisch lezen in de basisschool

Auteur: Karin van de Mortel & Aafke Bouwman
Titel: Handboek technisch lezen in de basisschool
Instructie en didactiek in de doorgaande lijn
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2015
Pagina's: 396
ISBN-13: 978-90-6508-661-7
Prijs: € 69,-

handboek technisch lezen in de basisschool - instructie en didactiek in de doorgaande lijnSommige dingen, zoals goede en effectieve instructie geven en een goede didactiek bezitten, moet je als leerkracht gewoon onder de knie hebben. Helaas zijn deze vaardigheden door het competentiedenken dat de laatste jaren in de lerarenopleidingen manifest aanwezig is, stevig in de verdrukking geraakt. Getuige daarvan de didactische en instructionele onbekwaamheid van heel wat kandidaat-leerkrachten op het moment dat ze effectief voor de klas staan. Een handboek zoals dit van Karin van de Mortel en Aafke Bouwman is dan ook een fantastisch antwoord op dit fenomeen.

De auteurs vertrekken vanuit een doorgaande lijn voor het technisch lezen die geldt voor het gewoon en – mutatis mutandis – speciaal basisonderwijs. Deze doorgaande lijn begint in het kleuteronderwijs (groep 1|2de kleuterklas) en loopt zonder cesuur door tot het einde van de lagere school (groep 8|6de leerjaar). Deze doorgaande lijn kwam trouwens al eerder op deze blog ter sprake:

Het ultieme doel van dit boek is om van iedere leerling een vloeiende lezer te maken die kan lezen om te leren. Met vloeiend lezen bedoelen de auteurs het vlotte, nauwkeurige en met expressie lezen.

In het eerste hoofdstuk zetten de auteurs hun visie op leesvaardigheid uiteen. Deze bevat een drievoudige gelaagdheid:

  • Vlot lezen;
  • Vloeiend lezen;
  • Verdiepend lezen.

Elk niveau wordt uitgebreid besproken en toegelicht. De uiteenzetting over het verband met de Nederlandse referentie-niveaus is voor Vlaanderen toch relevant omdat ze voor de Vlaamse leerkrachten en scholen heel inspirerend kan zijn. Tot slot van dit eerste hoofdstuk wordt het tijdspad van deze doorgaande lijn heel duidelijk in kaart gebracht.

Het tweede hoofdstuk staat in het teken van het effectief leesonderwijs. Het schetst er zeer concreet de zes essentiële kenmerken van. Het derde hoofdstuk dat aangeeft hoe men het technisch lezen in het speciaal (buitengewoon) basisonderwijs kan aanpakken, sluit hier heel dicht op aan. De hoofdstukken vier tot en met zeven schetsen hoe het technisch lezen in groep 1 en 2 (2de en 3de kleuterklas), groep 3 (1ste leerjaar), groep 4 en 5 (2de en 3de leerjaar) en groep 6, 7 en 8 (4de, 5de en 6de leerjaar) zowel op het vlak van instructie als van didactiek moet aangepakt worden. Daarbij besteden ze ruim aandacht aan de kleuters en leerlingen voor wie het allemaal niet zo vlot loopt.

Het achtste hoofdstuk bespreekt de vaardigheden die de doorgaande lijn voor technisch lezen verwacht van de leerkracht. Onderwerpen die aan bod komen zijn:

  • Het belang van de leraar;
  • Pedagogische ondersteuning en motivatie;
  • Instructie, begeleide oefening en feedback;
  • Organisatie en klassenmanagement;
  • Planning;
  • Leesplezier en leesbevordering.

Het negende hoofdstuk sluit dit boek af en staat helemaal in het teken van het leesbeleid van de school.

Dit is een boek dat je moet gelezen hebben. Het biedt zowel een preventieve, curatieve als proactieve kijk op het technisch leesonderwijs zonder de band met het begrijpend lezen te verwaarlozen. De zorg voor de zwakke lezers is prominent aanwezig. Daarenboven reiken de auteurs heel wat extra informatie en instrumenten aan in de talrijke bijlagen bij het boek.

Een naslagwerk met karakter!

naslagwerk met karakter afdrukken