2012.01.08

De kracht van de leraar

Auteur: Heleen Schoots-Wilke, Wim van Vroonhoven e.a.
Titel: De kracht van de leerkracht
'De 7 principes voor een rijke leeromgeving'
Uitgeverij: KPC Groep
Plaats: 's-Hertogenbosch
Jaar: 2011
Pagina's: 96
ISBN-13: n.v.t.
Prijs: € 18,- 

de kracht van de leraar - de 7 principes voor een rijke leeromgevingEerder besprak ik op deze boekenblog de brochure 7 principes voor een rijke leeromgeving. Mijn besluit van deze bespreking luidde als volgt:

Dit boekje is een aanrader omdat het leren vanuit verschillende perspectieven behandelt. Alle principes hebben een wetenschappelijke achtergrond, maar de nadruk ligt vooral op de praktische toepasbaarheid. Zo wordt voortdurend de link gelegd naar de gekende leer- en gedragsstoornissen en wordt de theorie onmiddellijk omgezet in concrete tips die zonder omweg in de klaspraktijk kunnen worden toegepast.

De achterliggende boodschap van het boekje is zeer positief: door een rijke leeromgeving te creëren gaat de leerkracht uit van een positieve visie op het kunnen van de leerling met leer- of gedragsproblemen. De negatieve effecten van het probleem van de leerling staan niet langer centraal. De leerkracht medieert het leren in een veilige omgeving en vertrekt vanuit positieve aanknopingspunten.

De rol van deze mediërende leerkracht was echter niet uitgewerkt. Het boek De kracht van de leraar brengt hier verandering in. Het komt terug op de 7 principes zoals die in de brochure werden uitgewerkt, maar benadert ze nu vanuit het perspectief van de leraar. Deze principes zijn:

  • Leren is ‘state-managing’;
  • Elk stel hersenen is uniek en betekenisgericht;
  • Leren is een sociale bezigheid;
  • Maak bij het leren gebruik van zoveel mogelijk zintuigen en intelligenties;
  • Het gaat om het patroon en de samenhang;
  • Om te leren zijn tijd en ruimte nodig;
  • Leren wordt geremd door angst en gestimuleerd door uitdaging.

Elk principe is goed voor een afzonderlijk hoofdstuk. Elk hoofdstuk begint met een inleiding waarin het principe beknopt en helder wordt toegelicht. Daarna leggen de auteurs duidelijk uit waarop het principe is gebaseerd. Deze theoretische achtergrond mag je helemaal niet afschrikken. De schrijvers verstaan de kunst om de theorie op een eenvoudige en juiste manier aan te brengen. Het belangrijkste deel van elk hoofdstuk is natuurlijk het stuk waar men de vertaling van het principe maakt naar de rol van de leerkracht. Deze vertaling bevat concrete tips waarmee de leerkracht onmiddellijk aan de slag kan. Tot slot eindigt elk hoofdstuk met een duidelijke referentielijst én/of een zeer uitgebreide bibliografie. Dit maakt het tot een echt naslagwerk.

Het boek is een geschreven getuige van het principe van het handelingsgericht werken dat zegt dat de leerkracht er toe doet. Daarenboven is het gebaseerd op gegevens van recent wetenschappelijk onderzoek wat het helemaal geschikt maakt voor een handelingsgericht traject.

Wat dit boek tot een unieke ervaring maakt, is de bereidheid van de auteurs om in dialoog te treden met hun lezers over de inhoud ervan. Eén van de auteurs, Heleen Schoots, vroeg mij expliciet om daarvoor het volgende
e-mailadres door te geven: heleenschoots@gmail.com. Stuur gerust eventuele vragen naar haar door.

afdrukken

13:56 Gepost door Lieven Coppens in KPC-groep | Permalink | Tags: leerkrachten, leeromgeving, leerstijl, meervoudige intelligentie | |

2011.05.22

Toolkit Zorgoverleg

Auteur: Ine Spee, Ben Brinkman & Riet Fiddelaers-Jaspers
Titel: Toolkit Zorgoverleg
Uitgeverij: KPC Groep
Plaats: 's-Hertogenbosch
Jaar: 2005
Pagina's: 176 + Cd-rom
ISBN-13: n.v.t.
Prijs: € 30,- 

Toolkit Zorgoverleg - Instrumentarium voor de leerlingbegeleider/zorgcoördinatorHet begrip zorgoverleg is in Vlaanderen een vlag die vele ladingen dekt. Dit is niet echt verwonderlijk, aangezien het zorgoverleg ontstaan is vanuit de door de basis aangevoelde noden. Tegelijk zien we een tendens waarbij men ook binnen het onderwijs wil (moet) werken met een kwaliteitshandboek. Systematische processen zoals handelingsgericht samenwerken, handelingsgerichte diagnostiek, consultatieve leerlingbegeleiding… en uitgewerkte protocollen en procedures krijgen hun plaats in het onderwijs. De voorstellen uit de Integrale Jeugdhulp maken het er bovendien niet eenvoudiger op. Hierdoor laat zich meer en meer de noodzaak voelen om ook het zorgoverleg meer systematiek te geven. Enkel dan kunnen deze processen, protocollen en procedures op een kwaliteitsvolle manier verlopen.

De Toolkit Zorgoverleg van de Nederlandse KPC-groep kan hierin een ondersteunende rol spelen, mits men deze op een creatieve manier vertaalt naar de Vlaamse situatie. Hier te lande hebben we immers andere (overkoepelende) structuren. Deze die er zijn (zoals de lokale overlegplatforms), zijn niet altijd even sterk in alle regio’s verankerd. Wie echter de moeite doet om de begripsverklaringen uit de Toolkit Zorgoverleg grondig door te nemen, zal zeker veel gelijkenissen ontdekken tussen de Nederlandse en Vlaamse situatie. Oorspronkelijk geschreven naar het voortgezet (secundair) onderwijs toe, is veel ervan ook toe te passen binnen de context van het basisonderwijs. De Toolkit Zorgoverleg beoogt immers het bevorderen van de afstemming tussen de interne en externe leerlingbegeleiding.

Om deze afstemming te bevorderen, biedt de map heel wat concrete instrumenten. Deze vind je allemaal in het bestandformaat Microsoft Word op de bijhorende cd-rom. Je kunt ze dus naar wens aanpassen. Deze instrumenten hebben te maken met:

  • de te volgen diagnostische procedure;
  • samenwerkingsovereenkomsten tussen de interne en externe leerlingbegeleiding;
  • werkwijzen en methodieken;
  • vastgestelde procedures in verband met het respecteren van de privacy en het doorverwijzen;
  • de rol van de ouders;
  • de aanmelding in het zorgteam;
  • het bewaken van de afspraken.

Kortom, een zeer inspirerende map voor mensen die op beleidsniveau werken aan systematische zorg in het onderwijs.

afdrukken

18:39 Gepost door Lieven Coppens in KPC-groep | Permalink | Tags: leerlingbegeleiding, methodiek, zorg, zorgbeleid, zorgoverleg | |

2011.02.12

Faalangst op school

Auteur: Ard Nieuwenbroek, Jan Ruigrok & Jos de Vries
Titel: Faalangst op school
Uitgeverij: KPC Groep/Educatieve Partners Nederland
Plaats: 's-Hertogenbosch/Houten
Jaar: 2008
Pagina's: 96
ISBN-13: 978-90-402-0054-0
Prijs: € 29,25

faalangst op schoolAlles wat je altijd al wilde weten over faalangst. Dit zou een geschikte ondertitel geweest zijn voor dit boek van Ard Nieuwenbroek, Jan Ruigrok en Jos de Vries. Na het lezen van dit boek heeft ook de absolute leek een duidelijke kijk op het fenomeen faalangst. En dat is precies wat de auteurs met dit Basisboek beogen. Verwacht dus geen complexe wetenschappelijke verhandeling. Neen. Als lezer krijg je meteen boter bij de vis. Er is geen inleiding, geen voorwoord, geen uitleiding of uitgesponnen nawoord. Enkel zeven hoofdstukken doelgerichte en praktische informatie maken de dienst uit. Een absolute aanrader voor wie zich op korte termijn wil vertrouwd maken met het fenomeen faalangst.

Wat is faalangst? Het eerste hoofdstuk geeft een duidelijk antwoord op deze vraag. Je leert drie essentiële kenmerken en de verschillende soorten faalangst (cognitieve, sociale en motorische faalangst) en de mogelijke mengvormen kennen.

Het tweede hoofdstuk gaat dieper in op één van deze kenmerken, namelijk dat faalangst een vorm van angst is. Een zeer belangrijke boodschap die de auteurs meegeven is dat positieve faalangst niet bestaat. Wel maken ze onderscheid tussen actieve en passieve faalangst. In dit hoofdstuk onderzoeken ze het verband tussen angst en faalangst om vandaar uit te komen op een vierde kenmerk van faalangst, namelijk dat het gaat over een vorm van angst als toestand. Een toestand die zich manifesteert in een breed gamma aan kenmerken. Kenmerken die allemaal hun oorsprong vinden in verschillende (gecombineerde) oorzaken.

In het derde hoofdstuk kijken de auteurs naar de invloeden van school, gezin en cultuur die mee verantwoordelijk kunnen zijn voor faalangst. Het belang van structuur en duidelijkheid op school, de loyaliteit van het kind naar de ouders toe en de waarden in de cultuur zetten de auteurs hier sterk in de verf. Vooral de paragrafen over de vijf onuitvoerbare opdrachten en de paradoxale opdrachten zijn hier zeer verduidelijkend.

In het vierde hoofdstuk onderzoeken de auteurs hoe een faalangstige leerling over zichzelf denkt en over anderen die voor hem belangrijk zijn. Dit is immers een belangrijke voorwaarde voor het behalen van succes. Ze gaan na waar deze leerling zijn motivatie vandaan haalt en hoe die motivatie hem beïnvloedt. Tot slot benaderen ze faalangst vanuit verschillende invalshoeken. Op die manier slagen ze er in om het portret te schetsen van zowel de succesgemotiveerde als de mislukkinggemotiveerde leerling.

Faalangst kun je maar aanpakken na een zorgvuldige diagnose. Hoe deze zorgvuldige diagnose eruit ziet, beschrijven de auteurs uitgebreid in het vijfde hoofdstuk. Hierbij is er zowel plaats voor observatie als voor tests. Heel belangrijk in dit hoofdstuk is de nadruk die gelegd wordt op een integrale aanpak. Faalangstbegeleiding is een taak voor het volledige schoolteam en niet voor enkele uitgelezen en gedelegeerde deskundigen.

De hoofdstukken zes en zeven zijn helemaal gewijd aan de aanpak van faalangst. Terwijl het zesde hoofdstuk heel diep ingaat op de individuele faalangstbegeleiding, staat hoofdstuk zeven in het teken van de aanpak van faalangst in de klas.

Een ver-rijkend boek!

afdrukken

17:20 Gepost door Lieven Coppens in Educatieve Partners Nederland, KPC-groep | Permalink | Tags: angst, faalangst, motivatie | |

2010.09.04

Draaiboek Peerbuddy's binnen het vo

Auteur: Ruud van Herp, Eveline Miltenburg, Heleen Schoots-Wilke & Maria Voets
Titel: Draaiboek Peerbuddy's binnen het vo
Uitgeverij: KPC Groep
Plaats: 's-Hertogenbosch
Jaar: 2009
Pagina's: 64 + DVD
ISBN-13: n.v.t.
Prijs: € 12,- 

draaiboek peerbuddy's binnen het voDe overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs is voor leerlingen met een autismespectrumstoornis vaak niet vanzelfsprekend: ze krijgen verschillende leerkrachten, moeten geregeld van lokaal wisselen, moeten voor groepswerk binnen en buiten de school met medeleerlingen samenwerken, moeten het leren van hun lessen en huiswerk georganiseerd krijgen. Door hen te koppelen aan een medeleerling zonder stoornis, een peerbuddy, kunnen veel van deze problemen vroegtijdig gesignaleerd en ondervangen worden. Het is wel belangrijk dat deze peerbuddy niet onvoorbereid aan zijn taak begint en gedurende de begeleiding verder ondersteund en gevolgd wordt.

KPC-groep heeft in 2008 en 2009 een dergelijk peerbuddy-systeem uitgewerkt en getoetst aan de praktijk. De peerbuddy’s kregen eerst een training in het omgaan met een medeleerling met een stoornis in het autismespectrum en stonden gedurende de begeleiding onder supervisie. Deze begeleiding bestond uit:

  • het omgaan met roosterwijzigingen;
  • het ondersteunen tijdens de pauzes;
  • het bieden van hulp:
    • bij contacten met leerkrachten;
    • bij planning en organisatie van het huiswerk;
    • bij het werken in het open leercentrum;
    • in de contacten met de medeleerlingen;
    • bij het bespreken van problemen;
    • bij het omgaan met gevoelens;
    • bij de deelname aan bijzondere activiteiten op school.

De scholen die deelnamen aan dit project kregen een draaiboek voor de opleiding en de begeleiding van de peerbuddy’s ter beschikking. De definitieve versie van dit draaiboek is nu beschikbaar.

Dit draaiboek beschrijft de vijf stappen die moeten gezet worden. In de eerste stap schetst het welke de voorwaarden zijn die moeten vervuld worden om het werken met peerbuddy’s op school te doen slagen. Dit zijn voorwaarden op het niveau van zowel de directie, de zorgcoördinator als de leerkrachten. In de tweede stap zoekt men de peerbuddy’s en bereidt men hen voor op hun opdracht. In de derde stap zoekt men uit welke leerlingen met een autismespectrumstoornis met de hulp van een peerbuddy gebaat zijn. In de vierde stap worden de buddy’s en de leerlingen met een stoornis in het autismespectrum aan elkaar gekoppeld en start de eigenlijke begeleiding. Aan het einde van de begeleiding volgt dan in de vijfde stap de evaluatie.

In dit draaiboek zitten naast het te doorlopen tijdpad alle instrumenten die men nodig heeft om het werken met peerbuddy’s tot een goed einde te brengen en nog eens een afzonderlijk draaiboek voor de training van de peerbuddy’s.

Bij het draaiboek hoort een DVD. Daarop worden de vijf stappen concreet toegelicht aan de hand van enkele filmfragmenten.

Een sterke aanrader voor iedereen die het systeem van peerbuddy’s op een systematische en onderbouwde manier in het secundair onderwijs wil introduceren!

afdrukken

22:31 Gepost door Lieven Coppens in KPC-groep | Permalink | Tags: ass, autisme, autismespectrum, begeleiding, buddy, draaiboek, methodiek, peerbuddy | |

2007.09.20

7 principes voor een rijke leeromgeving

Auteur: Frans Ottenhof, Heleen Schoots en Albert Cox
Titel: 7 principes voor een rijke leeromgeving
Uitgeverij: KPC Groep
Plaats: 's-Hertogenbosch
Jaar: 2006
Pagina's: 28
ISBN-13: n.v.t.
Prijs: € 12,50 (voor pakket van 10 exemplaren)

7 principes voor een rijke leeromgevingVRAAG: Hoe kan je in het voortgezet onderwijs rekening houden met de specifieke noden van leerlingen met leer- en gedragsproblemen zoals ADHD, dyslexie, PDD-NOS en andere?
ANTWOORD: Concentreer je niet langer op de verschillen tussen al deze leerlingen, maar richt je op die kenmerken die ze gemeen hebben.

De bovenstaande vraag met het bijbehorende antwoord zijn het centrale thema van het boekje dat uitgegeven wordt door de Nederlandse KPC-groep. Door je te richten op de gemeenschappelijke kenmerken van deze leerlingen kan je een rijke leeromgeving uitbouwen. Hierdoor hebben ze minder extra begeleiding buiten de klas nodig en moeten er minder uitzonderingen gemaakt worden. Om deze rijke leeromgeving te scheppen kan je je baseren op de 7 principes die in het boekje worden uitgelegd. Deze principes moeten helpen om het leren te mediëren via de motivatie en de concentratie. Het komt hier op neer:

  • Om te leren moet je in de juiste stemming zijn. help de leerling dan ook om in die juiste stemming te komen.
  • Iedereen heeft een persoonlijke leerstijl. Structureer jouw onderricht zodanig dat elke leerstijl aangesproken wordt.
  • Leren gebeurt in een sociale context. Stimuleer iedereen tot een individuele denktijd en laat de leerlingen daarna hun ideeën met elkaar delen.
  • Houd rekening met de verschillende talenten van de leerlingen en spreek hen daarop aan.
  • Breng structuur aan in de leerstof en zorg ervoor dat de leerlingen de samenhang tussen de verschillende losse feiten zien.
  • Zorg voor voldoende tijd om de leerstof te onthouden, te begrijpen en toe te passen.
  • Geef de leerlingen voldoende uitdaging, maar vermijd dat de stress te hoog wordt.

Deze principes zijn afgeleid uit verschillende theorieën uit de leer- en gedragspsychologie. Aan bod komen zowel de ideeën over de meervoudige intelligentie van Howard Gardner als uit de neurofysiologie en de cognitieve neurologie.

Dit boekje is een aanrader omdat het leren vanuit verschillende perspectieven behandelt. Alle principes hebben een wetenschappelijke achtergrond, maar de nadruk ligt vooral op de praktische toepasbaarheid. Zo wordt voortdurend de link gelegd naar de gekende leer- en gedragsstoornissen en wordt de theorie onmiddellijk omgezet in concrete tips die zonder omweg in de klaspraktijk kunnen worden toegepast.

De achterliggende boodschap van het boekje is zeer positief: door een rijke leeromgeving te creëren gaat de leerkracht uit van een positieve visie op het kunnen van de leerling met leer- of gedragsproblemen. De negatieve effecten van het probleem van de leerling staan niet langer centraal. De leerkracht medieert het leren in een veilige omgeving en vertrekt vanuit positieve aanknopingspunten.

Een bijkomend pluspunt is de vlotte schrijfstijl van het boekje en de toegankelijke manier waarop de gebruikte wetenschappelijke achtergronden worden overgebracht.

afdrukken

02:32 Gepost door Lieven Coppens in KPC-groep | Permalink | Tags: leerkrachten, leeromgeving, leerstijl, meervoudige intelligentie | |