2011.10.08
Handboek taalbeleid basisonderwijs
| Auteur: | Van den Branden Kris |
| Titel: | Handboek taalbeleid basisonderwijs |
| Uitgeverij: | Acco |
| Plaats: | Leuven/Den Haag |
| Jaar: | 2010 |
| Pagina's: | 298 |
| ISBN-13: | 978-90-334-7928-1 |
| Prijs: | € 30,- |
Op school een coherent taalbeleid voeren is geen nattevingerwerk. De centrale vraag hierbij is hoe je de taalontwikkeling van alle kleuters en leerlingen kunt stimuleren. En hoe je de verschillende snelheden die deze kinderen er op na houden, kunt beantwoorden met een gepast aanbod. Dat het niet kan lukken met een amalgaam van informele afspraken en verwachtingen, is iedereen wel duidelijk. Een goed taalbeleid ligt vast in een formeel taalbeleidsplan dat rekening houdt met de onderwijsbehoeften van de leerlingen en de ondersteuningsbehoeften van de leerkrachten. Alle leden van het schoolteam moeten dit plan immers willen en kunnen uitvoeren.
In het voorwoord betoogt Kris Van den Branden dat taalbeleid doelgericht, taalgericht, structureel, strategisch, schoolspecifiek en coherent is en ontstaat in samenwerking en dialoog met zoveel mogelijk leden van het schoolteam. Hij slaagt er bovendien in dit allemaal samen te vatten in één definitie (blz.11):
Taalbeleid is de structurele en strategische poging van een schoolteam om de onderwijspraktijk aan te passen aan de taalleerbehoeften van de leerlingen met het oog op het bevorderen van hun algehele ontwikkeling en het verbeteren van hun onderwijsresultaten.
Alle begrippen die hij hierin gebruikt, legt hij haarfijn uit. Al gauw is het de lezer dan ook duidelijk dat deze definitie een meerlagig en cyclisch model in zich verbergt. Meerlagig omdat het verder gaat dan het niveau van de individuele leerling, cyclisch omdat het gaat over een zichzelf evaluerend en zichzelf verbeterend model.
In het eerste deel van het boek komen de bouwstenen van een taalbeleid aan bod. Je leert dat de doelen op leerlingniveau (lees: de ontwikkelingsdoelen en eindtermen) de richtingaanwijzers voor de leerkracht zijn en blijven om in te kunnen spelen op de wel heel veel verschillende taalnoden van alle leerlingen. Je leert hoe je niet alleen aan de taalontwikkeling van de leerlingen in de lagere school kunt werken, maar ook dat het werken aan de taalontwikkeling van peuters en kleuters het beste gebeurt in een krachtige taalleeromgeving. Kris Van den Branden legt op een praktische manier uit hoe je dat doet. Op het moment dat je dit alles hebt doorgenomen, kom je al terecht in het vijfde hoofdstuk. Hier geeft de auteur duidelijke richtlijnen om de steeds moeilijker wordende instructietaal in vakken zoals wereldoriëntatie, wiskunde en muzische vorming toch toegankelijk te houden. Concreet krijgt de lezer hier een antwoord op de vraag hoe hij bewust kan omgaan met de moeilijkheid van de schooltaal in alle leergebieden en hoe hij de taalontwikkeling van de leerlingen in alle activiteiten kan bevorderen. In het zesde hoofdstuk gaat de auteur in op de vraag naar het wat, waarom en hoe van het evalueren van de taalontwikkeling.
Alvorens dit eerste deel af te sluiten, gaat Kris Van den Branden nog in op twee specifieke thema’s: het omgaan met meertaligheid en het betrekken van de ouders en de buurt bij het taalbeleid van de school. Dit zijn twee visiehoofdstukken die zich hier maar zeer moeilijk laten samenvatten. Lezen dus.
Het tweede deel staat in het teken van de processen die een taalbeleid draaiende houden. In het negende hoofdstuk legt de auteur uit hoe je als school een beginsituatieanalyse maakt op het niveau van de individuele leerling, de klas en de school. Deze analyse heb je nodig om het taalbeleidsplan, zoals beschreven in het tiende hoofdstuk van dit boek, te kunnen schrijven. In het elfde en laatste hoofdstuk leer je dan hoe je dit taalbeleidsplan uitvoert en evalueert.
Handboek taalbeleid basisonderwijs is een boek dat je best tweemaal leest. Laat voldoende tijd tussen de eerste en de tweede lezing en laat elke keer de inhoud onbevooroordeeld op jou inwerken. Alleen op deze manier smaak je de volledige rijkdom van dit werk. Je snapt dan ook waarom dit boek geen ondertitel kreeg. Deze zou de lezer zeker misleiden.
09:00 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Email dit
| Tags: basisonderwijs, kleuteronderwijs, lager onderwijs, taal, taalbeleid, taalontwikkeling, taalstimulering |
|
2010.06.21
Dyslexie. Een antwoord op 101 vragen
| Auteur: | Martine Ceyssens |
| Titel: | Dyslexie. Een antwoord op 101 vragen. |
| Uitgeverij: | Lannoo |
| Plaats: | Tielt |
| Jaar: | 2009 |
| Pagina's: | 120 |
| ISBN-13: | 978-90-209-8449-1 |
| Prijs: | € 9,95 |
Wil je als ouder snel weten wat dyslexie is en wat je er kunt aan doen? Neem dan dit boekje van Martine Ceyssens ter hand. In haar antwoorden op de "101" vragen vind je alle informatie die je nodig hebt. Deze is ingedeeld in vijf thema's:
- Wat is dyslexie?
- De eerste signalen.
- De diagnose.
- De therapie.
- Samen aan de slag: je kind helpen, thuis en op school.
Als ouder krijg je met dit boekje een ruime kijk op het leerprobleem van jouw kind. Je leert met welke problemen het te maken kan krijgen en waarom dat zo is. Vanuit tal van concrete voorbeelden en situaties besef je als ouder al heel snel hoe groot de impact van dyslexie is. Je leert ook anders kijken naar jouw kind. Daarvoor staat onder andere het deeltje over de eerste signalen van dyslexie garant. Ouders zullen hierdoor bij hun kind ongetwijfeld dingen herkennen waar ze voordien niet echt bij stilstonden. De deeltjes over de diagnose en behandeling van dyslexie schetsen wat je in Nederland en Vlaanderen (niet) kunt verwachten. Dit alles in een bondige en heldere stijl.
Samen aan de slag: je kind helpen, thuis en op school is waarschijnlijk het hoofdstuk dat ouders meteen willen lezen. Omdat het een overzicht geeft van maatregelen die echt werken bij dyslexie. Martine Ceyssens heeft twee lijstjes gemaakt. Een lijstje met vijftien maatregelen voor het basisonderwijs en een met veertien maatregelen voor het secundair onderwijs. Het boek eindigt met een aantal tips en aanbevelingen voor mensen die nog meer informatie willen.
Als school is het handig een dergelijk boekje achter de hand te hebben voor ouders die meer willen weten over dyslexie. Zeer warm aanbevolen!
22:12 Gepost door Lieven Coppens in Lannoo | Permalink | Email dit
| Tags: lezen, spelling, taal, ouders, secundair onderwijs, behandeling, zorg, compenseren, basisonderwijs, stimuleren, remedieren, dispenseren, diagnostiek |
|
2010.05.08
De Dyslexie Survivalgids
| Auteur: | Annemie De Bondt in samenwerking met Luc Descamps |
| Titel: | De Dyslexie Survivalgids |
| Uitgeverij: | Abimo/Schoolsupport |
| Plaats: | Sint-Niklaas/Zuidhorn |
| Jaar: | 2009 |
| Pagina's: | 80 |
| ISBN-13: | 978-90-593-2516-6 |
| Prijs: | € 10,95 |
Een van de dingen die uitgeverij Abimo sterk maakt, is haar kunst en kundigheid om mensen die inhoud willen brengen voor kinderen te koppelen aan een jeugdschrijver. Op deze manier brengt ze wetenschappelijk juiste informatie op een prettige en zeer toegankelijke manier in het bereik van jeugdige lezers. De Dyslexie Survivalgids is daar een mooi voorbeeld van. Alleen al daardoor is dit boekje, ondanks een aantal bedenkingen die ik hierna formuleer, een aanrader.
In de inleiding leggen de auteurs uit hoe het kind dit boekje kan gebruiken. Om dan meteen in het eerste hoofdstuk haarfijn en duidelijk uit te leggen wat dyslexie is. Thema's zoals, het voorkomen, de verklaring van dyslexie, de rol van de erfelijkheid en de kenmerken van dyslexie op verschillende leeftijden passeren de revue. De gegeven informatie is wetenschappelijk correct onderbouwd.
Het tweede hoofdstuk beschrijft de mogelijke emotionele gevolgen van dyslexie. Dit is geen theoretische lijst maar een zeer concrete beschrijving van aspecten zoals het zich anders voelen, demotivatie, het verlies van zelfvertrouwen en faalangst. Een sterk hoofdstuk!
In het derde hoofdstuk schetsen de auteurs een deeltje van het hulpverleningsproces. Ik schrijf bewust "een deeltje", omdat de rol die het CLB in het verwijzingsproces speelt, helemaal niet aan bod komt. In de praktijk is het in de goede traditie van zorgoverleg tussen school en CLB op de basisschool zo dat het team pas na uitgebreid overleg en verantwoorde diagnostiek door het CLB besluit tot doorverwijzing naar een logopedist. In het licht van de diagnostische protocollen voor de CLB's die de afgelopen tijd zijn ontwikkeld en binnenkort in werking treden, wekt dit hoofdstukje een verkeerde en te oppervlakkige indruk: school en CLB verwijzen kinderen nooit na het afnemen van "een onderzoekje". Daarenboven doet het ook afbreuk aan de deskundigheid van de leerkrachten en de remediërende kracht van de basisscholen. Als een kind met dyslexie beter leert lezen en schrijven is het niet dankzij de logopedist, maar mede door het toedoen van de logopedist.
Het vierde hoofdstuk "School" probeert het kind te overtuigen om open te zijn over zijn dyslexie. Het legt heel kort uit wat sticordimaatregelen zijn en welke vorm ze kunnen aannemen. Het geeft een mooi overzicht van concrete maatregelen. Ook de praktische "Tips voor jezelf" zijn zeer goed. In dit hoofdstuk komen ook de softwarepakketten Sprint en Kurzweil heel summier aan bod. Helaas is de beschrijving van deze softwarepakketten niet gelijkwaardig. Je bespeurt doorheen de beschrijving de voorkeur van de logopediste. Dit had objectiever gekund. Daarenboven doet de beschrijving onrecht aan beide pakketten.
Het vijfde hoofdstuk over bekende personen met dyslexie is stilaan een klassieker in dergelijke boekjes. Het toont de kinderen met dyslexie meer dan terecht aan dat zij ook veel kunnen bereiken.
De auteurs vullen het vijfde hoofdstuk aan met het verhaal van een kind en het verhaal van een ouder. Ook hierin negeren de auteurs de rol van het CLB volkomen. In de praktijk is het zelden zo dat een leerkracht een kind rechtstreeks naar de logopedist verwijst.
In het achtste hoofdstuk geven de auteurs een lijst met nuttige websites. Ook hier ontbreekt elke verwijzing naar de deskundigheid van het CLB in verband met dyslexie. Dit is uitermate jammer, zeker omdat in dit lijstje enkel de website van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten voorkomt. Bij een eventuele herdruk van dit boekje is het wenselijk dat de auteurs het hulpverleningsproces juister en onpartijdiger in beeld brengen. Dan kan dit een boekje zijn met een heel grote meerwaarde.
22:19 Gepost door Lieven Coppens in Abimo, Schoolsupport | Permalink | Email dit
| Tags: lezen, spelling, taal, dyslexie, zorg, compenseren, basisonderwijs, stimuleren, remedieren, dispenseren, leerprobleem, leesprobleem, spellingprobleem |
|
2010.04.03
Elke leerling een competente lezer!
| Auteur: | Kees Vernooy |
| Titel: | Elke leerling een competente lezer! Effectief omgaan met verschillen in het leesonderwijs. Wat werkt? |
| Website: | CPS |
| Plaats: | Amersfoort |
| Jaar: | 2005 (2e druk) |
| Pagina's: | 132 |
| ISBN-13: | 978-90-6508-550-4 |
| Prijs: | € 28,90 |
Goed kunnen lezen is de basis voor een succesvolle schoolloopbaan. Ook voor het goed functioneren in onze maatschappij. Daarom heeft de basisschool de opdracht en de verantwoordelijkheid om van iedere leerling een competente lezer te maken. Wat momenteel aan het einde van het basisonderwijs niet voor iedere leerling het geval is. Kees Vernooy stelt dat dit komt omdat leerkrachten in hun leesonderwijs nog onvoldoende kennis hebben over het omgaan met verschillen tussen leerlingen. Met zijn boek wil hij hen deze kennis aanreiken.
In het eerste hoofdstuk van zijn boek geeft hij de stand van zaken mee in verband met het omgaan met verschillen in het leesonderwijs. Hij benadrukt dat dit een complex fenomeen is dat men niet mag onderschatten. Het heeft veel te maken met:
- doelgericht leesonderwijs
- leerplannen van goede kwaliteit
- een goede methodelijn
- kwalitatief goede instructie voor alle leerlingen
- voldoende instructie- en leertijd
- meer intensieve instructie
In het tweede hoofdstuk beschrijft Kees Vernooy hoe die leesverschillen ontstaan. Hij blijft expliciet stilstaan bij twee factoren buiten het kind, namelijk de rol van het gezin en de rol van de school. Omdat men die kan beïnvloeden. Belangrijk in dit deel is de vaststelling dat de leesontwikkeling niet afhankelijk is van factoren als etniciteit, milieu, cultuur of schoolgrootte, maar vooral van de relatie en de communicatie tussen leerkracht en leerlingen. Hierbij is leesinstructie met behulp van goede programma's en methoden essentieel.
In het derde hoofdstuk staat Kees Vernooy stil bij de dingen die niet werken bij het omgaan met verschillen in het leesonderwijs. Hij geeft mogelijke oorzaken aan en ontkracht enkele hardnekkige mythen over lezen in het algemeen en het omgaan met verschillen in het bijzonder.
De ruggengraat van dit boek is echter het vierde hoofdstuk. Hierin bespreekt Kees Vernooy uitgebreid de factoren die wel een rol spelen bij het omgaan met verschillen in het leesonderwijs. Bij elke factor geeft hij bovendien aan wat het wetenschappelijk onderzoek erover te zeggen heeft. Deze factoren zijn:
- doelgericht leesonderwijs met hoge, realistische verwachtingen
- een goede taal- en methodelijn
- een goede kijk op (mogelijke) probleemlezers
- de rol van de leesinstructie
- voldoende ingeroosterde leestijd
- convergente differentiatie
- effectieve groeperingvormen
- actief leren
- het vroegtijdig signaleren van problemen
- het goed en systematisch volgen van de leesontwikkeling
- de rol van de computer
- het zelfstandige werken en leren
- het regelmatig aanpassen van de leeromgeving van de leerlingen
- de relatie tussen school en ouders
- het aanbieden van een rijke leesomgeving
- een pedagogisch klimaat waarin het omgaan met verschillen is opgenomen
- de systematische evaluatie van het leesonderwijs
Om effectief om te gaan met verschillen in het (lees)onderwijs, moet er aan een aantal voorwaarden voldaan zijn. In het vijfde hoofdstuk krijgen deze stuk voor stuk de nodige aandacht. Zeker lezen dus.
Tot slot formuleert Kees Vernooy in het zesde hoofdstuk zes adviezen. Deze vormen de kerncomponenten die een rol spelen bij het omgaan met verschillen in het leesonderwijs.
Het is nog te voorzichtig uitgedrukt als we Kees Vernooy voorstellen als dé expert voor het lezen in Nederland en Vlaanderen. Hij heeft het al jaren geleden tot zijn persoonlijke missie gemaakt om alle leerlingen in het basisonderwijs tot competente lezers te maken. Hierbij steunt hij steevast op zijn enorme kennis van het internationale wetenschappelijk onderzoek in verband met het leren lezen.
We kunnen dit boek, net zoals zijn andere boeken en artikelen, alleen maar warm aanbevelen!
De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.
22:53 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit
| Tags: lezen, taal, dyslexie, zorg, basisonderwijs, leesprobleem |
|
2010.03.14
Relatie met de ouders, goed voor elkaar
| Auteur: | Duco Creemers & Thijs Radersma |
| Titel: | Relatie met de ouders, goed voor elkaar Programma om de kwaliteit van de relatie met de ouders 'goed voor elkaar' te krijgen en te houden |
| Uitgeverij: | Schoolsupport/Abimo |
| Plaats: | Zuidhorn/Sint-Niklaas |
| Jaar: | 2008 |
| Pagina's: | 104 + Cd-rom |
| ISBN-13: | 978-90-8664-055-3 |
| Prijs: | € 149,- |
Het is belangrijk voor een school dat ze een goede relatie heeft met alle ouders. Dat spreekt niet altijd vanzelf. Met Relatie met de ouders, goed voor elkaar haalt de school een instrument in huis om de kwaliteit van deze relatie te bewaken en te verbeteren.
Dit programma is een instrument. Verwacht dus geen theoretische uiteenzetting over kwaliteitszorg. Het is de bedoeling dat je er als school meteen mee aan de slag kunt gaan. De auteurs hebben alle acties die de school kan ondernemen, verdeeld in vijf rubrieken:
- Ouders informeren over de school;
- Ouders informeren over hun kind;
- Ouders betrekken bij de school;
- Formele contacten plannen tussen ouders en school;
- De verwachtingen en ideeën van ouders kennen. Deze rubriek is zeer sterk uitgewerkt. Omdat de scholen in Nederland verplicht zijn om van de ouders om de vier jaar een enquête af te nemen.
Als school bereik je dit alles niet zomaar. Daarvoor moet je binnen het schoolteam duidelijke afspraken maken. Deze afspraken kan je in dit kwaliteitsinstrument vastleggen. Na afloop hiervan krijgen alle betrokkenen een persoonlijke takenlijst. Bij elke taak is er ruimte voorzien om de stand van zaken weer te geven. Je kunt zelfs een bepaalde taak tot prioriteit maken en daaraan de nodige acties verbinden. De taken die goed zijn uitgevoerd, zijn meteen een goede indicator voor de kwaliteit van het geheel.
In de map bij de Cd-rom die het eigenlijke kwaliteitsinstrument bevat, vind je heel wat nuttige informatie om het programma vlot en goed te gebruiken. Handige stappenplannen nemen de gebruiker mee in de wereld van dit kwaliteitsinstrument.
Omdat je als school niet alles tegelijk kunt realiseren, is het goed om te werken met een ontwikkelingsplan. In de map bij de Cd-rom zit daarvoor een katern met suggesties. Deze zijn in dezelfde rubrieken als hierboven onderverdeeld.
De laatste katern van de map bevat concrete voorbeelden bij de verschillende stappenplannen en suggesties voor de ontwikkelingsplannen. Een aantal van deze voorbeelden vind je in Word-formaat op de Cd-rom en zijn volledig aanpasbaar. Een greep uit het aanbod:
- Een gespreksformulier met handleiding en aandachtspunten voor een huisbezoek;
- Een intakeformulier voor een nieuwe leerling met een uitgebreide beschrijving van de procedure;
- Een formulier om een oudercontact inhoudelijk goed voor te bereiden;
- Een inhoudelijke beschrijving met suggesties voor een evolutiegesprek over een leerling;
- Een overzicht van werkvormen voor een ouderavond.
Geschreven vanuit de Nederlandse context, is dit kwaliteitsinstrument in Vlaanderen ook heel goed bruikbaar. Het brengt structuur en systematiek in het bewaken van de relatie tussen ouders en school. Een thema dat ook hier zeer actueel is.
22:45 Gepost door Lieven Coppens in Abimo, Schoolsupport | Permalink | Email dit
| Tags: ouders, lager onderwijs, kleuteronderwijs, basisonderwijs, methodiek, ouderbetrokkenheid, ouderparticipatie, kwaliteitszorg |
|











