2016.09.25

Gedragsproblemen in de klas in het basisonderwijs

Auteur: Anton Horeweg
Titel: Gedragsproblemen in de klas in het basisonderwijs
Een praktisch handboek
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Houten
Jaar: 2015
Pagina's: 318
ISBN-13: 978-94-014-3218-4
Prijs: € 29,99

gedragsproblemen in de klas in het basisonderwijs - een praktisch handboekEen laagdrempelig en praktisch boek over gedragsproblemen voor leerkrachten. Zo kunnen we het boek van Anton Horeweg het beste omschrijven. Voeg daaraan toe dat Kees van Overveld, de Nederlands specialist in verband met gedragsproblemen (Zie Groepsplan gedrag en Groepsplan gedrag in het Voortgezet Onderwijs) er zich toe leende om het voorwoord te schrijven en je weet dat het hier gaat om een boek dat de moeite meer dan waard is.

Het boek begint met een algemeen hoofdstuk. Hierin wordt er eerst en vooral een onderscheid gemaakt tussen een gedragsprobleem en gedragsstoornis. Vanuit de visie dat een gedragsprobleem een interactieprobleem is tussen het kind en zijn omgeving wordt er ook stilgestaan bij de rol van de leerkracht en andere preventieve maatregelen. Tot slot beschrijft de auteur wat je kunt doen als er dan toch gedragsproblemen voorkomen.

In de volgende hoofdstukken komt er telkens een specifiek probleemgebied aan bod. Elk probleemgebied wordt verkend vanuit dezelfde gemeenschappelijke vragen telkens aangevuld met andere probleem specifieke informatie. Zo ontstaat er een goed onderbouwd en praktisch beeld van het probleem in kwestie. De probleemgebieden die aan bod komen zijn de volgende:

  • Adhd;
  • Add;
  • Autismespectrumstoornissen;
  • Disruptieve stoornissen;
  • Hechtingsproblemen;
  • Probleemgedrag met een speciale oorzaak;
  • Angststoornissen en depressie bij kinderen;
  • Faalangst;
  • Syndroom van Gilles de la Tourette;
  • Dcd;
  • Nld;
  • Hoogbegaafdheid en probleemgedrag;
  • Agressie;
  • Pestgedrag;
  • Executieve functies.

Het is daarbij telkens weer heel interessant om te lezen welke impact dit probleem heeft op het leren van de leerling en wat je als leerkracht concreet in jouw klas kunt doen.

Inhoudelijk heel sterk onderbouwd (zie de uitgebreide literatuurlijst die in het boek is opgenomen), komt dit boek heel ruim tegemoet aan de leerkracht met een grote behoefte aan praktische en direct toepasbare informatie.

afdrukken

2016.09.04

Wijzer in Onderwijsbehoeften

Auteur: Nicole Gabriël & Selma Huitema
Titel: Wijzer in Onderwijsbehoeften
Effectieve gesprekken met leerlingen in het basisonderwijs
Uitgeverij: Pica|Zien in de klas
Plaats: Huizen|Maarssen
Jaar: 2016
Pagina's: Handleiding (64 pag.) met 24 kaarten in doos
ISBN-13: 978-94-91806-69-8
Prijs: € 21,95

wijzer in onderwijsbehoeften - effectieve gesprekken met leerlingen in het basisonderwijsZowel in Vlaanderen als Nederland is het adagio van het handelingsgericht werken, de onderwijsbehoeften van de leerling staan centraal, algemeen gekend. In Vlaanderen werd dit door de komst van het M-decreet nog eens extra benadrukt. Uit mijn eigen beroepservaring weet ik dat het voor veel onderwijsmensen niet altijd evident is om de standaardlijst met onderwijsbehoeften los te laten en bij en met het individuele kind op zoek te gaan naar de specifieke onderwijsbehoeften. Nu Nicole Gabriël en Selma Huitema hun eigen methodiek in deze publicatie ter beschikking stellen van iedereen, is hier geen enkel excuus meer voor.

De auteurs bieden de leerkracht die met een leerling een gesprek over zijn specifieke onderwijsbehoeften wil aangaan een praktische methodiek aan. Hierbij is het de bedoeling dat de leerkracht het gesprek goed voorbereid door eerst voor de leerling in kwestie een lastige situatie te kiezen met het gedrag dat hij wil veranderen en dat gedrag te beschrijven in termen van concreet en zichtbaar gedrag zodat de leerling alles heel goed begrijpt. Daarna kiest hij een van de 24 kaarten waarbinnen de lastige situatie valt of waar deze het beste bij aansluit. De set kaarten bevat 4 openingsvragen, 11 vragen over werkhouding, 8 kaarten in verband met gedrag en een routekaart die van het Internet moet worden gehaald.

De handleiding beschrijft duidelijk hoe er gewerkt moet worden. In essentie komt het erop neer dat men uitgaande van de moeilijke situatie met de leerling op zoek gaat naar hoe het anders kan (moet) en wat de leerling daar zelf denkt voor nodig te hebben. Dit alles gebeurt in een positieve groeisfeer.

In de handleiding vindt de leerkracht per kaart vier heldere rubrieken:

  • Een beschrijving van het gedrag;
  • De vragen die hij kan stellen;
  • Een lijst met mogelijke onderwijsbehoeften;
  • Tips voor de mogelijke aanpak.

Soms is er sprake van extra materialen. Deze kunnen gratis van het Internet gehaald worden via de volgende internet-verwijzing: http://www.zienindeklas.nl/producten.

Meer dan de moeite waard!

afdrukken

17:24 Gepost door Lieven Coppens in Pica, Zien in de klas | Permalink | Tags: basisonderwijs, handelingsgericht werken, methodiek, onderwijsbehoeften, oplossingsgericht werken | |

2015.03.29

Differentiëren is te leren - Basisonderwijs

Auteur: Aafke Bouwman
in samenwerking met: Geraldine Brouwers, Leanne Jansen & Els Loman
Titel: Differentiëren is te leren
Omgaan met verschillen in het basisonderwijs - Praktische handreiking voor leerkrachten
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2013
Pagina's: 178
ISBN-13: 978-90-6508-656-3
Prijs: € 29,90

differentiëren is te leren - omgaan met verschillen in het basisonderwijs - praktische handreiking voor leerkrachtenM-decreet in Vlaanderen, Passend Onderwijs in Nederland… een ding hebben ze alvast gemeen: de absolute voorwaarde tot differentiëren in de klas. Waar differentiatie lange tijd de status had van onderwijsmethodiek, is deze nu opgewaardeerd naar het niveau van leerkrachtattitude. Zowel in het basis- als secundair/voortgezet onderwijs. Van leerkrachten wordt verwacht dat ze het differentiëren voortaan in- en uitademen. En deze verwachting zorgt er voor dat dit boek met recht en reden een noodzakelijke verrijking van elke leerkracht kan genoemd worden. Want ook al ben je er van overtuigd dat je al voldoende differentieert, dan nog kun je van dit boek veel leren.

Het boek van Aafke Bouwman geeft een mooie integratie van theorie en praktijk en is er een geworden met heel veel hoogtepunten. Eén ervan is alvast het tweede hoofdstuk, waarin toch minder gekende vormen van differentiatie een duidelijke en concrete invulling krijgen:

  • Interne en externe differentiatie;
  • Convergente en divergente differentiatie.

Een ander hoogtepunt in ongetwijfeld het vijfde hoofdstuk, waar de auteur twee specifieke differentiatievormen concreet toelicht:

  • Het Interactieve Gedifferentieerde Directe Instructiemodel (IGDI+);
  • Het Gradually Release of Responsibility Instruction Model (GRRIM) voor het leren van complexe vaardig-heden.

Wie nu de indruk heeft dat het nu toch zou gaan over een moeilijk te leren theoretisch boek, slaat de bal helemaal mis. Het boek bulkt van de praktijkvoorbeelden die alles direct duidelijk maken op het niveau van de werkvloer.

Kortom, een boek dat de kwaliteitstraditie van het CPS meer dan eer aandoet en verdient als handboek in de leerkrachtenopleiding te worden opgenomen.

afdrukken

2013.12.08

Dyslexie en moderne vreemde talen

Auteur: Wim Tops & Gitte Boons
Titel: Dyslexie en moderne vreemde talen
Gids voor leerkrachten, hulpverleners en ouders
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen|Apeldoorn
Jaar: 2013
Pagina's: 138
ISBN-13: 978-90-441-2977-9
Prijs: € 22,90

dyslexie en moderne vreemde talen - gids voor leerkrachten, hulpverleners en ouders

Het leren van een moderne vreemde taal is voor leerlingen met dyslexie uit het basis- en secundair onderwijs lang geen sinecure. Heel veel leerkrachten, hulpverleners en ouders zijn dan ook bijna voortdurend op zoek naar tips, adviezen en hulpmiddelen om deze leerlingen te ondersteunen. Het boek van Wim Tops en Gitte Boons kan op veel van deze vragen een antwoord geven.

In het eerste hoofdstuk geven de auteurs een beknopt en helder overzicht van de recente wetenschappelijke inzichten over dyslexie. Wie vertrouwd is met de literatuur over dyslexie, zal het met mij eens zijn dat dit overzicht vrij accuraat is. In het tweede hoofdstuk beschrijven ze dan weer de verschillen tussen het moedertaalonderwijs en het onderwijs van een vreemde moderne taal. Hierdoor dringen ze snel door tot de kern van het probleem bij het aanleren van moderne vreemde talen. Het meer theoretische deel van dit boek eindigt met een hoofdstuk over het begeleiden van leerlingen met dyslexie. Hier gaan de auteurs op een heel genuanceerde manier in op het toepassen van sticordi-maatregelen. Kort samengevat komt dit laatste er op neer dat ze oog hebben voor zowel de voordelen als de nadelen. In een tijd waarin de discussie over het gebruik van sticordi-maatregelen af en toe op een polarisatie van de  verschillende standpunten dreigt uit te lopen, kan ik dat alleen maar waarderen.

In het tweede deel van dit boek gaan de auteurs heel concreet in op de hulpmiddelen die aan de leerlingen met dyslexie kunnen aangeboden worden bij het aanleren en (sic) (zelfstandig) studeren van moderne vreemde talen. Voor mij mogen de haakjes rond het woord ‘zelfstandig’ weggelaten worden. Juist die zelfstandigheid is voor mij een belangrijk criterium om de waarde van om het even welke sticordi-maatregel aan af te toetsen. In dit tweede deel maken de auteurs een onderscheid tussen kennis en de vaardigheden (luisteren, spreken, lezen en schrijven). Het zou me te ver leiden om al deze tips, adviezen en hulpmiddelen de revue te laten passeren. Laat het volstaan dat ik puntsgewijs aangeef wat ik bijzonder gewaardeerd heb in dit deel:

  • De aandacht voor metacognitieve aspecten
  • De aanzet voor het maken van screeningsinstrumenten
  • De aandacht voor het remediëren van het begrijpend lezen waarbij de auteurs duidelijk rekening houden met de recente wetenschappelijke inzichten op dit vlak
  • De herwaardering van het spellingschrift
  • De fiches voor de metacognitieve vaardigheden

Een boek dat ik heel warm aanbeveel omwille van de frisse en degelijke aanpak van het thema. Ik kan alleen maar hopen dat daar snel een vervolg aan gebreid wordt.

afdrukken

2013.02.23

Boys & girls - Basisonderwijs

Auteur: Michael Gurian, Kathy Stevens & Kelley King
Titel: Boys & Girls
Strategieën voor onderwijs aan jongens & meisjes in het basisonderwijs
Uitgeverij: Onderwijs maak je samen
Plaats: Helmond
Jaar: 2008
Pagina's: 270
ISBN-13: 978-90-814613-6-8
Prijs: € 39,95

Boys & girls - Strategieën voor onderwijs aan jongens & meisjes in het basisonderwijsMen weet al langer dan vandaag dat het brein van meisjes op een andere en schijnbaar snellere manier ontwikkelt dan het brein van de jongens. Zo spreekt men van een ontwikkelingsverschil van om en bij twee jaar. Concreet betekent dit dat ze er bepaalde andere vaardigheden en attitudes op nahouden. Goed onderwijs houdt met deze verschillen rekening. Wat daarom nog niet hoeft te betekenen dat we terug moeten naar de situatie van vroeger waar er jongens- en meisjesscholen waren. Het is eerder de bedoeling om de unieke sterke punten van jongens en meisjes bewust aan te speken.

Michael Gurian, Amerikaans sociaal filosoof en gezinstherapeut, heeft de verdienste om de bevindingen van de neurobiologie en het hersenonderzoek onder andere naar het onderwijs te hebben vertaald. Evidence based dus. De strategieën die in dit boek aangereikt worden, zijn het resultaat van deze vertaalslag. Leerkrachten, scholen en schoolbesturen die aan onderwijsvernieuwing denken, lezen dus maar beter eerst dit boek. Omdat jongens en meisjes nu eenmaal soms net iets anders nodig hebben.

In het eerste hoofdstuk van dit boek gaan de auteurs dieper in op de verschillen in de hersenontwikkeling tussen jongens en meisjes en welke gevolgen deze hebben voor het leren. Deze verschillen zijn zowel te vinden in het structurele, het verwerken van taal, het verwerken van ruimtelijke en zintuiglijke informatie als in de chemie van de hersenen. Er is zelfs verschil in de voorkeur voor een bepaalde hersenhelft.

Het tweede hoofdstuk is een pleidooi voor meer beweging in het onderwijs. Omdat de hersenen van kinderen beter zouden functioneren als ze meer zouden mogen bewegen. Dit is geen losse opmerking: de auteurs staven deze bewering opnieuw vanuit de bevindingen van het hersenonderzoek. Naast het weerleggen van enkele vooroordelen tegen bewegend leren, vind je in dit hoofdstuk voor de verschillende vakgebieden enkele praktische en bruikbare strategieën.

Toon meer en praat minder. Zo zou je de essentie van het derde hoofdstuk kunnen weergeven. Vooral jongens, die minder op taal gericht zijn dan meisjes, komt dit enorm ten goede. Daarenboven zijn veel leerlingen sterk op het visueel-ruimtelijk vlak terwijl deze sterkte niet of nauwelijks in de klas aangesproken wordt. Meer nog: de leerlingen kunnen deze sterkte ook aanwenden om beter te worden in verbale taken zoals lezen en schrijven. In dit hoofdstuk leer je ook dat onderzoek heeft aangetoond dat er een positieve correlatie bestaat tussen de prestaties van de leerlingen en het gebruik van niet-taalkundige middelen, zoals grafische voorstellingen, symbolen, afbeeldingen en visualisaties. Dat je bij dit alles de kinderen inspraak moet geven en keuzes moet laten maken, wordt uitgelegd in het volgende hoofdstuk. Vooral het lezen en schrijven komt dit ten goede. Op die manier kunnen ze immers keuzes maken die meer aansluiten bij de ontwikkeling van hun hersenen en dus vanzelf ook rekening houden met de verschillen in ontwikkeling tussen jongens en meisjes.

Laat jongens en meisjes samen leren en geef ze meer mogelijkheden voor sociale interactie. Dit is het centrale thema van het vijfde hoofdstuk. Deze sociale interactie stimuleert immers hersenactiviteit die het leerproces bevordert. Leerlingen die geleerd hebben om hun emoties de baas te kunnen, maken ook meer kans op succes. Door een positieve sociale interactie voelen zij zich sociaal en emotioneel veilig, waardoor ze meer kunnen leren en onthouden. Tegelijk zorgen dergelijke activiteiten ook voor meer bewegingskansen (zie hoofdstuk 2).

Ook op het niveau van het basisonderwijs moeten leerlingen ervaringen dat het leren er echt toe doet. Het onderwijs moet dus doelgericht en betekenisvol zijn. Niet in het minst voor jongens, die uit zichzelf al veel meer moeite hebben dan meisjes om de relevantie van iets te ervaren. En ook dat, je raadt het, is voor een stuk neurobiologisch bepaald. Heel wat praktische voorbeelden zetten de lezer hier zeker op de juiste weg.

In het zevende hoofdstuk krijgen kunst en muziek hun plaats in het basisonderwijs. Omdat dit hoofdstuk maar moeilijk laat samenvatten, lees je het maar beter integraal in het boek. Dit kan ik alvast vrijgeven: muziek en de verschillende kunstvakken hebben, mits juist aangewend, een positieve correlatie met het leren en verankeren van de schoolse kennis.

De leerkracht moet aansluiten vinden bij zijn leerlingen. Positieve relaties tussen leerkrachten en kinderen stimuleren het leerproces. Een persoonlijke band met leerlingen werkt. Aldus de boodschap achter het achtste hoofdstuk. Op zich een hartverwarmend hoofdstuk. Het negende hoofdstuk sluit hier nauw bij aan: karaktervormend onderwijs is basis voor leren en leven. In dit soort onderwijs krijgen eigenschappen zoals respect, verantwoordelijkheid, integriteit, zich inspannen hun terechte plaats. Omdat karaktervorming altijd een combinatie is van weten (de waarden) en handelen (het omzetten van deze waarden in geloofwaardige daden). Speciale aandacht gaat hierbij naar een zeer actueel thema, het pesten.

In het tiende en laatste hoofdstuk houden de auteurs een pleidooi voor een goede verstandhouding en een positieve samenwerking tussen leerkracht en ouders. Omdat ouderlijke betrokkenheid nu eenmaal een van de beste voorspellers is voor succes van het kind op school.

Door de rijkdom van dit boek doet deze bespreking het onvermijdelijk onrecht aan. De voortdurende verwijzingen naar de gegevens uit het hersenonderzoek, het voortdurend maken van de vertaalslag van de inhoudelijke punten naar het omgaan met de verschillen tussen jongens en meisjes en de realistische en bij momenten relativerende aanpak van de thema’s maken dit boek tot een noodzakelijk onderdeel van de schoolbibliotheek.

afdrukken

14:41 Gepost door Lieven Coppens in Onderwijs maak je samen | Permalink | Tags: basisonderwijs, genderverschillen, leren, methodiek, neurobiologie, neuropsychologie, onderwijsstrategie | |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende