2012.02.11

PION Peuters in Ontwikkeling

Auteur: Cecile Kuijpers & Lianne Vermeulen
Titel: PION Peuters in Ontwikkeling
Een observatielijst voor peuters met spraak- en taalproblemen
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Den Haag
Jaar: 2011
Pagina's: 102
ISBN-13: 9789033484049
Prijs: € 35,-

pion peuters in ontwikkeling - een observatielijst voor peuters met spraak- en taalproblemenDe PION-observatielijst is een evidence-based observatielijst voor peuters met spraak- en taalproblemen en bij uitbreiding ook jonge kinderen met een mentale beperking. Ze laat toe de volledige ontwikkeling van deze kinderen gestructureerd te observeren en in kaart te brengen. Dit vanuit de visie dat het taalvermogen van een kind ook van invloed is op:

  • de sociale ontwikkeling;
  • de emotionele ontwikkeling;
  • de ontwikkeling van de voorschoolse vaardigheden.

Deze lijst kwam tot stand door literatuuronderzoek en het bestuderen van gestandaardiseerde diagnostische instrumenten en bestaande peutervolgsystemen. Daarenboven werd er ook gebruik gemaakt van de praktijkervaring van kleuterleidsters.

In het eerste hoofdstuk beschrijven de auteurs het waarom en het ontstaan van hun instrument. In het tweede hoofdstuk gaan ze dieper in op ontwikkeling van kinderen. Naast de verschillende ontwikkelingsgebieden staan ze hier ook kort stil bij:

  • de basiskenmerken die iets zeggen over het welbevinden van een kind en de basis vormen voor een evenwichtige ontwikkeling zoals:
    • vrij zijn van emotionele belemmeringen;
    • nieuwsgierig en ondernemend zijn;
    • zelfvertrouwen hebben;
    • communicatie en contactname;
  • de betrokkenheid van een kind die zorgt voor het bevorderen van de ontwikkeling, zoals die zich uit in:
    • concentratie en persistentie;
    • energie en reactietijd;
    • creativiteit;
    • nauwkeurigheid;
    • overgefocust zijn;
  • mogelijke risicofactoren zoals:
    • impulsiviteit;
    • passiviteit;
    • geringe selectieve aandacht;
    • geringe wendbaarheid;
    • grote vermoeibaarheid.

Het hoeft geen betoog dat al deze factoren in de observatielijst terug te vinden zijn.

Hierna volgen er drie technische hoofdstukken. De auteurs beschrijven de constructie van de observatielijst en bespreken de psychometrische kenmerken van deze observatielijst, namelijk de validiteit en de betrouwbaarheid. Het zesde en laatste hoofdstuk is de handleiding.

In bijlage vind je een voorbeeld van de observatielijst zoals je die op http://www.uitgeverijacco.be/pion gratis van het Internet kunt halen.

afdrukken

2009.07.17

Tussendoelen beginnende geletterdheid

Auteur: Ludo Verhoeven & Cor Aarnoutse (red.)
Titel: Tussendoelen beginnende geletterdheid. Een leerlijn voor groep 1 tot en met 3.
Uitgeverij: Expertisecentrum Nederlands
Plaats: Nijmegen
Jaar: 2006 (achtste druk)
Pagina's: 104
ISBN-13: 978-90-77529-04-1
Prijs: Boek: € 18,- Cd-rom: € 22,-

tussendoelen beginnende geletterdheid - een leerlijn voor groep 1 tot en met 3Het Vlaamse kleuteronderwijs heeft welgeteld vier ontwikkelingsdoelen voor het domein Nederlands, 'Lezen'. Het zijn de volgende:

De kleuters ...

  • kunnen aan de hand van visueel materiaal een boodschap herscheppen;
  • kunnen door symbolen voorgestelde boodschappen in verband met concrete activiteiten begrijpen;
  • kunnen op materialen, in boeken, op uitgangsborden lettertekens onderscheiden van andere tekens;
  • zijn bereid spontaan en zelfstandig voor hen bestemde boeken en andere informatiebronnen in te kijken;

Deze worden in de leerplannen Nederlands van de onderscheiden Vlaamse onderwijsnetten eerder sum-mier overgenomen en verduidelijkt.

Een meer dan interessante aanvulling daarop zijn de Tussendoelen beginnende geletterdheid uit Nederland. Deze tussendoelen zijn bedoeld voor de groepen 1 tot en met 3 (de Vlaamse 2e en 3e kleuterklas en het eerste leerjaar).

Na een kort voorwoord wordt in het eerste hoofdstuk duidelijk gemaakt wat het doel is van dit boek, wat tussendoelen en een leerlijn zijn, welke gebruiksmogelijkheden deze leerlijn heeft en op welke uitgangspunten ze berust. Met andere woorden: het eerste hoofdstuk bevat het kader waartegen alle andere hoofdstukken van dit boek moeten geplaatst worden. Het geeft ook een eenduidige uitleg aan de gebruikte begrippen.

Het tweede hoofdstuk beschrijft de fase van de ontluikende geletterdheid. Deze situeert zich in Nederland in de voorschoolse periode, in Vlaanderen rond het einde van de eerste kleuterklas. De auteurs benadrukken hier het belang van de ervaringen die kinderen in deze periode opdoen in verband met het latere leren lezen en schrijven. Stimulering door de ouders, de aanwezigheid van boeken en van schrijfmaterialen zijn hierin zeer belangrijk. Maar de auteurs zien het ook ruimer, binnen de gehele taalontwikkeling: ook de mondelinge taalvaardigheid is zeer belangrijk. In dit hoofdstuk breken de schrijvers nadrukkelijk een lans voor het voorlezen.

Het derde en meest uitgebreide hoofdstuk bespreekt de tien Tussendoelen beginnende geletterdheid. Deze worden uitvoerig besproken en geïllustreerd met praktijkvoorbeelden. Hierdoor is alles voor de lezer zeer snel duidelijk. Elk tussendoel krijgt een eigen 'leerlijn' mee. Aan het eind van de bespreking van elk tussendoel wordt deze leerlijn in een kadertje samengevat. De tien tussendoelen zijn:

  • boekoriëntatie;
  • verhaalbegrip;
  • functies van geschreven taal;
  • relatie tussen gesproken en geschreven taal;
  • taalbewustzijn;
  • alfabetisch principe;
  • functioneel 'schrijven' en 'lezen';
  • technisch lezen en schrijven, start;
  • technisch lezen en schrijven, vervolg;
  • begrijpend lezen en schrijven.

In het vierde en laatste hoofdstuk wordt er bekeken op welke manier men de ontwikkeling van de beginnende geletterdheid kan stimuleren. De auteurs staan stil bij het scheppen van een geletterde leeromgeving en de mogelijke organisatievormen. Verder leggen ze ook het verband tussen de beginnende geletterdheid en de zorgverbreding en staan ze expliciet stil bij leerlingen met een vertraagde taalontwikkeling en bij de beginnende geletterdheid bij meertalige kinderen.

werken aan tussendoelen beginnende geletterdheidBij deze uitgave hoort ook een Cd-rom die een echte meerwaarde biedt. Deze bevat extra informatie over de tussendoelen en illustratieve filmpjes bij elke fase van de 'leerlijnen' van de verschillende tussendoelen. Hierdoor komt de inhoud tot leven. Een afzonderlijke verklarende begrippenlijst zorgt er voor dat er geen verkeerde interpretatie kan zijn van de inhoud van de tussendoelen. Voor scholen die aan de slag willen gaan zijn er een aantal instrumenten op de Cd-rom die hen moeten helpen om het taal-, lees- en schrijfonderwijs een nieuwe vorm te geven.

Een sterk inspirerend werk.

afdrukken

2009.05.29

Toetspakket Beginnende geletterdheid

Auteur: Cor Aarnoutse (red.), Joke Beerninck & Wim Verhagen
Titel: Toetspakket Beginnende geletterdheid
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2008
Pagina's: -
ISBN-13: 978-90-6508-597-9
Prijs: € 95,00

toetsenbeg.geletterdheidOm goed te leren lezen in het eerste leerjaar (groep 3) is het van belang dat de kinderen al in de 2e en 3e kleuterklas (groepen 1 en 2) kennis hebben gemaakt met klanken en letters. De map Fonemisch bewustzijn van het CPS voorzag al in gebruiksklaar materiaal om daar systematisch aan te werken.

Het Toetspakket Beginnende geletterdheid van het CPS is de ideale - om niet te zeggen: noodzakelijke - aanvulling op deze map. Dit pakket biedt toetsen aan om mogelijke taalzwakke kinderen op te sporen. Het geheel bestaat uit 10 kindvriendelijke toetsen die de beginnende geletterdheid van kinderen vertaalt naar de volgende domeinen:

  • woordenschat
  • fonologisch bewustzijn
  • letterkennis
  • benoemsnelheid

Alle toetsen zijn genormeerd. Hierdoor kunnen de resultaten in om het even welk kindvolgsysteem verwerkt worden. Aangezien er in Vlaanderen in de kleuterklas echter niet zo systematisch aan de beginnende geletterdheid gewerkt wordt dan in Nederland, is voorzichtigheid bij de interpretatie van bepaalde onderdelen wel geboden. Nederland heeft immers de Tussendoelen beginnende geletterdheid die uitgewerkt werden door het Expertisecentrum Nederlands en die in weinig te vergelijken zijn met de aanbevelingen voor de kleuterklas zoals deze in de ontwikkelingsdoelen en eindtermen voor het Vlaamse basisonderwijs zijn opgenomen.

De handleiding beschrijft niet alleen de aard van elke toets en de manier waarop hij dient afgenomen te worden (standaardisatie) maar ook hoe de score en het niveau van elke leerling moet berekend worden. Ze bevat de normen van de verschillende toetsen en de psychometrische gegevens.

De tien toetsen zijn:

  • analysetoets (3e kleuter/groep 2)
  • benoemsnelheid cijfers en letters (3e kleuter & 1e leerjaar/groepen 2 & 3)
  • letterkennistoets 1 (3e kleuter/groep 2)
  • letterkennistoets 2 (3e kleuter/groep 2)
  • rijmtoets (2e kleuter/groep 1)
  • synthesetoets 1 (3e kleuter/groep 2)
  • synthesetoets 2 (3e kleuter/groep 2)
  • synthesetoets 3 (1e leerjaar/groep 3)
  • woordenschattoets 1 (2e kleuter/groep 1)
  • woordenschattoets 2 (3e kleuter/groep 2)

Bij de woordenschattoetsen dient er gezegd dat het zonder uitzondering om woorden gaat die ook in Vlaanderen courant zijn.

De handleiding bevat eveneens suggesties om taalzwakke kinderen te helpen. Hierdoor heeft het geheel meteen ook een preventieve en proactieve waarde.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

17:00 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit | Tags: lezen, taal, kleuters, basisonderwijs, geletterdheid, taalbewustzijn, beginnende geletterdheid, fonemisch bewustzijn, fonologisch bewustzijn | |

2008.09.29

Fonemisch bewustzijn

Auteur: Mariët Förrer & Susanne Huijbregts
Titel: Fonemisch bewustzijn
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2008 (geheel herziene druk)
Pagina's: 235
ISBN-13: 978-90-6508-598-6
Prijs: € 87,50

fonemisch bewustzijnFonemisch bewustzijn is de vaardigheid om binnen gesproken woorden afzonderlijke klanken te onderscheiden en ze te manipuleren. In die zin is het een onderdeel van het fonologisch bewustzijn. Het fonologisch bewustzijn is immers veel breder dan het fonemisch bewustzijn. Er vallen zaken als auditieve discriminatie, auditieve synthese en rijmen onder. Het fonologisch bewustzijn ontstaat in verschillende fasen:

  • Afzonderlijke woorden in een gesproken zin herkennen.
  • Beseffen dat sommige woorden op elkaar rijmen.
  • Woorden kunnen verdelen in klankgroepen.
  • Het onderscheid kunnen maken tussen de medeklinker(s) aan het begin van het woord en de rest van het woord.
  • Afzonderlijke fonemen kunnen verbinden tot een woord.
  • Fonemen kunnen manipuleren (bv. klanken weglaten, toevoegen of vervangen).

Het fonemisch bewustzijn helpt kinderen om in te zien dat de letters in woorden klanken vertegenwoordigen. Het helpt hen eveneens om te begrijpen dat er in de Nederlandse taal een systematische relatie is tussen klanken en letters (het alfabetisch principe). Kinderen die leren lezen, leren dat woorden opgebouwd zijn uit letters die op hun beurt corresponderen met klanken. Tegenwoordig is men het er dan ook over eens dat het fonemisch bewustzijn een heel belangrijke rol speelt bij de eerste fase van het leren lezen, het spellend lezen.

Het fonemisch bewustzijn heeft te maken met een aantal auditieve vaardigheden zoals de auditieve analyse en synthese en het auditief manipuleren van klanken in woorden. Dit fonemisch bewustzijn ontwikkelt niet spontaan, is geen zaak van voldoende rijping. Men kan dus niet wachten tot het kind vanzelf zo ver is, maar moet kinderen hiervoor instructie en oefening geven.

De geheel herziene druk van de werkmap Fonemisch bewustzijn wil voorzien in de instructie en oefening die jonge kinderen nodig hebben om het fonemisch bewustzijn te ontwikkelen en heeft daardoor een zeer grote preventieve en proactieve waarde. Centraal hierbij staat de directe instructie, omdat deze instructievorm voor risicokinderen de beste garantie biedt.

De map Fonemisch bewustzijn gaat over de vaardigheden die men in groep 1 en groep 2 (de 2e en de 3e kleuterklas) aanbrengt. In groep 1 (2e kleuterklas) ligt het accent voornamelijk nog op het fonologisch bewustzijn. Dit houdt in dat de volgende vaardigheden nadrukkelijk worden geoefend:

  • Nauwkeurig luisteren.
  • Zich bewust zijn van zinnen en woorden.
  • Rijmen.
  • Zich bewust zijn van klankgroepen.

In groep 2 (3e kleuterklas) staat het fonemisch bewustzijn centraal. Hiervoor wordt er geoefend op de volgende vaardigheden:

  • Het isoleren van klanken.
  • Het synthetiseren van klanken.
  • De analyse van klanken.
  • Het manipuleren van klanken.

Terwijl men oefent op het fonemisch bewustzijn biedt men ook al letters aan, omdat deze een belangrijk houvast bieden bij het onderscheiden van klanken in woorden.

Concreet bevat de map Fonemisch bewustzijn 6 grote delen. Het algemene kader en de verantwoording worden geschetst in het eerste deel, Klanken en letters in groep 1 en 2. De vaardigheden die in deze map aan bod komen worden kort beschreven en toegelicht in het tweede deel, Vaardigheden rond klanken en letters. Hoe je effectief kunt Werken met klanken en letters in de klassenpraktijk is het onderwerp van het derde deel. De Planning en organisatie daarvan wordt toegelicht in deel 4.

Het vijfde en meteen ook meest uitgebreide deel bevat de activiteiten zelf, ingedeeld in negen rubrieken, te weten de letterkennis en de vaardigheden die in groep 1 en 2 aan bod komen. Voor de duidelijkheid zet ik ze nog eens op een rijtje, zoals ze in de map zelf benoemd worden:

  • Luisteren
  • Zinnen en woorden
  • Rijmen
  • Klankgroepen
  • Isoleren van klanken
  • Synthese van klanken
  • Analyse van klanken
  • Manipuleren van klanken
  • Letterkennis

Deze activiteiten zijn opgetekend in een soort van ‘lesfiches', waarbij men steeds dezelfde structuur gebruikt:

  • Vaardigheid
  • Doel
  • Materiaal
  • Voorbereiding
  • Aandachtspunten
  • Werkwijze
    • Inleiding
    • Kern
    • Afsluiting
  • (Varianten)

Deze lesfiches zijn zeer gebruiksvriendelijk, niet alleen door de structuur, maar ook door hun beknoptheid. Doordat de werkwijze zeer nadrukkelijk werd uitgeschreven, zijn er geen onduidelijkheden en kunnen de ‘lesjes' als het ware rechtstreeks uit de map gegeven worden. Ze zijn stuk voor stuk gesneden brood.

Het zesde deel bevat een uitgebreide literatuurlijst. De bijlagen bevatten de materialen waar men in de ‘lesjes' gebruik van maakt.

Deze map is een absolute aanrader voor elke kleuterschool die op een systematische en logische manier wil werken aan het fonemisch bewustzijn van haar kleuters. Er wordt een volledige leerlijn uitgetekend die overeenkomt met de fasen waarin het fonologisch bewustzijn zich ontwikkelt.

Ook in het eerste leerjaar zal men deze activiteiten zeker kunnen gebruiken voor die leerlingen bij wie het spellend lezen, zeer moeizaam verloopt. Doordat ze zich richt op het fonemisch bewustzijn als voorwaarde voor het spellend lezen, kan ze naast elke methode voor aanvankelijk lezen gebruikt worden.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

03:01 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit | Tags: taal, lezen, beginnende geletterdheid, fonemisch bewustzijn, fonologisch bewustzijn, kleuters, basisonderwijs, taalbewustzijn, geletterdheid | |