2010.05.16

Hoogbegaafde kinderen opvoeden

Auteur: Carl D'hondt & Hilde Van Rossen
Titel: Hoogbegaafde kinderen opvoeden. Praktische gids voor de sociaal-emotionele begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren.
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2009
Pagina's: 180
ISBN-13: 978-90-441-2426-2
Prijs: € 19,60

hoogbegaafde kinderen opvoeden - praktische gids voor de sociaal-emotionele begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongerenHoogbegaafde kinderen maken een heel snelle cognitieve ontwikkeling door die vaak ver voorloopt op de ontwikkeling op andere domeinen. Dit zorgt bij hen voor gevoelens van irritatie en onzekerheid. Hierdoor voelen velen onder hen zich al vanaf de kleuterjaren niet goed in hun sas. Ouders en leerkrachten die hen begrijpen en om hen geven kunnen op dat moment veel voor hen betekenen. Op voorwaarde dat ze zich bewust zijn van hun specifieke behoeften en hen actief begeleiden. Volgens de auteurs is het belangrijk dat deze begeleiding zelfs voor de leeftijd van 4 of 5 jaar start.

De auteurs brengen in het eerste hoofdstuk de specifieke begeleidingsbehoeften van hoogbegaafde kinderen en jongeren in kaart. Deze situeren zich op verschillende domeinen:

  • behoefte aan begrip en aanvaarding;
  • nood aan respect voor hun individualiteit;
  • behoefte aan stimulering en aanmoediging;
  • nood aan een luisterend oor;
  • behoefte aan troost;
  • nood aan een vaste en consequente disciplinering;
  • behoefte aan diplomatiek inzicht van hun ouders;
  • een flinke portie gezond verstand bij hun ouders.

Ze werken elk van deze noden en behoeften uit en geven duidelijk aan waarom dit belangrijk is. Concrete uitspraken van hoogbegaafde kinderen en jongeren illustreren dit. De aandachtige lezer zal er zich snel bewust van zijn dat daarmee de specifieke kenmerken van hoogbegaafde kinderen en jongeren nog eens de revue passeren. Dit hoofdstuk kun je dan ook lezen als een minicursus over hoogbegaafdheid.

In het tweede hoofdstuk lijsten de auteurs een aantal dingen op die je best niet doet bij de begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren. Het zijn er vijfentwintig. Om jullie een voorsmaakje te geven, lijst ik er willekeurig een vijftal op:

  • Spreek nooit negatief over school of CLB in aanwezigheid van je kind;
  • Vergelijk je kind niet met anderen;
  • Vermijd dooddoeners;
  • Zit je kind niet voortdurend op de hielen, geef het voldoende vrijheid;
  • Beslis niet over je kind, maar samen met je kind.

De auteurs leggen steeds uit waarom je iets beter kunt laten. Daarbij richten ze zich niet alleen op het welzijn van het kind, maar ook op dat van zijn ouders en/of opvoeders.

Wat je eigenlijk wel moet doen om de persoonlijkheidsontwikkeling van hoogbegaafde kinderen en jongeren te stimuleren en begeleiden, vind je in het derde hoofdstuk. Dit laat zich hier niet samenvatten. Voor mij is dit, samen met het vijfde hoofdstuk, de ruggengraat van het boek. Bovendien slagen de auteurs er in alles heel herkenbaar weer te geven.

Het vierde hoofdstuk bevat een selectie van 40 vragen die ouders over hun hoogbegaafde kind of jongere gesteld hebben en de antwoorden daarop. De vragen zijn zo gekozen dat ze de inhoud van de andere hoofdstukken niet overlappen maar aanvullen.

In het vijfde hoofdstuk behandelen de auteurs enkele specifieke vraagstukken uit de sociaal-emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen. Aan bod komen onder andere:

  • beloning, straf en aanmoediging;
  • pedagogische tact;
  • zelfvertrouwen;
  • overgevoeligheid voor demotivatie;
  • hoogbegaafdheid en puberteit;
  • de symbiotische relatie.

Vooral het stuk over de symbiotische relatie bevat een aantal belangrijke inzichten en aanbevelingen.

Als - en dat bedoel ik zeker niet negatief - hoogbegaafde kinderen en jongeren personen zijn "met een handleiding", dan kun je deze handleiding zeker vinden onder de vorm van dit boek. Een aanrader voor ouders, leerkrachten en ieder ander die te maken krijgt met hoogbegaafde kinderen en jongeren.

afdrukken

2008.06.14

Opvoeden in de klas

Auteur: Herman Van den Broeck
Titel: Opvoeden in de klas. Wegwijzer voor leerkrachten.
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2006
Pagina's: 240
ISBN-13: 978-90-209-6544-5
Prijs: € 19,95

opvoeden in de klas. wegwijzer voor leerkrachtenOok al is het al meer dan 10 jaar op de markt, Opvoeden in de klas. Wegwijzer voor leerkrachten blijft een brandend actueel boek. Niet in het minst omdat ouders hun opvoedingstaak in stijgende mate blijven delen met de school. Ook omdat de auteur zijn boek blijft bijstellen in het licht van de nieuwe wetenschappelijke bevindingen op dat vlak.

In het eerste hoofdstuk gaat de auteur dieper in op het leerkracht zijn als beroep. Hij duidt op een heldere manier dat een leerkracht iemand is die op lange termijn werkt. Niet alleen op het cognitieve vlak, maar ook op het vlak van de sociale en emotionele ontwikkeling. Dat daarbij zijn werkmateriaal, de leerlingen, van jaar tot jaar verandert, hoeft geen betoog. Leerlingen zijn immers altijd de kinderen van hun tijd. En dat deze tijden tegenwoordig heel snel veranderen, is voor iedereen duidelijk. Dat sommige kinderen met deze tijden moeilijkheden hebben, is vanzelfsprekend. Voor hen kan de leerkracht dan ook een ankerpunt en beschermende persoon zijn. En in deze functie wordt hij soms vogelvrij verklaard...

Het tweede hoofdstuk gaat dieper in op de communicatieprincipes als basis voor de interactie in de klas. Hierbij gaat de auteur uit van het principe dat alle gedrag communicatie is. Hij benadert dit vanuit vier invalshoeken:

  • de inhoud van de boodschap
  • de relatie tussen zender en ontvanger
  • de perceptie van de boodschap
  • de nood aan waarderen en gewaardeerd te worden

Het derde hoofdstuk sluit dicht aan bij het vorige en gaat over communicatietechnieken. Het uitgangspunt hierbij is dat een communicatietechniek slechts goed is als de bedoeling ervan ook overkomt bij de ontvanger. Deze communicatie heeft altijd vier kanten:

  • Wat ik denk en voel (de binnenkant).
  • Wat ik daarmee doe (de buitenkant).
  • Hoe dat overkomt bij de andere (de overkant).
  • Wat we daar samen mee doen (de synergiekant).

De auteur reikt tal van mogelijke technieken aan en geeft daarbij een zeer belangrijke tip: Probeer ze niet allemaal tegelijkertijd!!!

Het vierde hoofdstuk gaat dieper in op een bijzondere vorm van communicatie: feedback. Feedback is een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen leren. Hoe je die als leerkracht kunt (moet geven) wordt hier uitvoerig toegelicht.

Het volgende hoofdstuk gaat over negatief gedrag in de klas en hoe je daar als leerkracht op een assertieve en constructieve manier kunt mee omgaan. Wat is streng? Wanneer is iets een probleem? Dit zijn enkele van de vragen die aan bod komen. Soms moet er toch gestraft worden. Hoe je dat kunt doen, lees je in het zesde hoofdstuk. Hoe dat je het wel? Wat doe je beter niet? Welke varianten zijn er? De auteur blijft hier zeer concreet bij stil staan.

Het zevende hoofdstuk is helemaal gewijd aan pesten op school. Het fenomeen van het pesten wordt eerst toegelicht. Daarna is er aandacht voor de mogelijke interventies.

In het achtste en negende hoofdstuk gaat de auteur dieper in op de variëteit die er aanwezig is in de klas. Variëteit in interacties maar ook variëteit in denkstijlen. Deze variëteit past de auteur niet alleen toe op de leerlingen, maar ook op de leerkrachten.

Elke leerling wordt dagelijks geconfronteerd met de emoties van zijn leerlingen. Hoe je daar op een positieve manier kunt mee omgaan is de kern van het laatste hoofdstuk. Aan de hand van twee "sleutels" maakt de auteur duidelijk wat het verschil is tussen een positieve en een negatieve manier om met emoties om te gaan.

Dit boek slaagt er in op een eerder beknopte manier het thema van opvoeden in de klas vrij volledig te benaderen. Dat de auteur daarbij voortdurend aandacht heeft voor concrete voorbeelden, resultaten uit wetenschappelijk onderzoek en concrete denkopdrachten voor de lezer maakt het tot een zeer waardevol naslagwerk voor leerkrachten uit zowel het basis- als het secundair onderwijs.

afdrukken

14:17 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: straffen, opvoeding, communicatie, belonen, feedback, diversiteit, pesten, gedrag, klasgedrag | |

2008.01.19

Gids voor succesvol opvoeden

Auteur: Peter Adriaenssens
Titel: Gids voor succesvol opvoeden.
Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2007
Pagina's: 416
ISBN-13: 978-90-209-7153-8
Prijs: € 19,95

gids voor succesvol opvoedenWarme duidelijkheid, dat hebben kinderen en jongeren nodig. Met deze gedachte begint Peter Adriaenssens zijn boek. Ouders zijn nog nooit zo belangrijk geweest in de opvoeding van hun kind. Zij geven immers aan hun kind die zekerheid die het broodnodig heeft in de huidige tijd. Het gezin is de beste plek voor de opvoeding van kinderen. Het is de kern waar het belangrijkste werk zich afspeelt, waar kinderen kunnen leren hoe een democratie werkt: de goede samenhang tussen regels en vrijheden, tussen affectie en kordaatheid. De warme duidelijkheid.

Peter Adriaenssens schrijft dit boek vanuit de overtuiging dat het met de jeugd van tegenwoordig niet zo slecht gesteld is, wel in tegendeel. Ouders mogen dan ook zeker zijn van zichzelf en de opvoeding van hun kinderen blijven behartigen. Opvoeden is niet de taak van de school of de wet!

Dit boek is een tijdsdocument. Het toont aan hoe de ideeën over opvoeding in tien jaar tijd veranderd zijn. In 1997 moesten ouders leren communiceren met hun kinderen. Het opleggen van grenzen was toen geen probleem. Nu, in 2007 is het praten met elkaar niet langer een probleem. Wel het opleggen van grenzen. Met andere woorden: in de opvoeding van vandaag moet men opnieuw leren regels op te leggen en te respecteren. Zelfdiscipline is immers een noodzakelijke voorwaarde om sociaal gedrag te ontwikkelen.

Het boek van Peter Adriaenssens bestaat uit 14 hoofdstukken. Hoewel deze 14 hoofdstukken een coherent geheel vormen kunnen ze - moeten ze - toch afzonderlijk gelezen worden. Ze geven immers hun grote rijkdom maar prijs door ze op je te laten inwerken en de uitdaging van de zelfreflectie aan te gaan. Het feit dat ze zeer concreet en praktisch geschreven zijn, doet daar niets van af.

Het eerste hoofdstuk leert ons dat ouder zijn geen vanzelfsprekende opdracht is. Ook al doen veel ouders het momenteel wel goed. Goede ouders zijn ook goede partners voor elkaar. Ze bepalen samen de grenzen waarmee ze zich als koppel en gezin willen onderscheiden van de buitenwereld. Het tweede hoofdstuk verplaatst de aandacht naar de kinderen binnen het gezin. Samen met de auteur bestudeert de lezer hun ontwikkeling. De bedoeling is dat de ouders begrijpen wat er in die levensperiode belangrijk is, zodat ze weten wat ze kunnen verwachten. De vele tips die Peter Adriaenssens hen tussendoor geeft, kunnen er voor zorgen dat ze de verschillende crisismomenten in de ontwikkeling van een kind of jongere leren ontmijnen en beter begeleiden.

Het derde hoofdstuk gaat over de kapstok van elke opvoeding. Deze kapstok wordt gedragen door de volgende aspecten:

  • de gedragsregels in het gezin
  • het opvoedingsmodel
  • een eensgezind ouderschap
  • de creativiteit om een taakverdeling uit te werken
  • kansen die aan iedereen evenveel recht doen
  • de steun en sympathie waarop het gezin kan rekenen

Al deze aspecten worden in dit hoofdstuk uitgewerkt. Concrete en realistische voorbeelden verduidelijken alles. Dit hoofdstuk eindigt - net zoals het eerste hoofdstuk trouwens - met een aantal vragen die een aanleiding kunnen zijn tot een gesprek tussen beide ouders.

De hoofdstukken vier en vijf worden het beste als één geheel gelezen door ouders van jonge kinderen.  Hoe beloon je? Hoe straf je? Hoe ontlaad je een conflict met humor? Hoe ga je om met ongehoorzaamheid? Deze vragen komen hier uitgebreid aan bod. En krijgen een concreet antwoord. De twee daarop volgende hoofdstukken kunnen dan weer als één geheel gelezen worden door ouders van tieners. De essentie is hier dat discussiëren met tieners wel degelijk zin heeft. Op voorwaarde dat men met bepaalde regels rekening houdt en er een wederzijds vertrouwen is. Wat daarom nog niet betekent dat elke discussie onmiddellijk moet leiden tot een beslissing. Als er dan toch problemen zijn, dan kan het conflict- en contactmodel uit het boek helpen bij het werken aan een oplossing. Meer dan het klassieke controlemodel. Doorheen deze vier hoofdstukken voelt de aandachtige lezer zeker de warme duidelijkheid als rode draad.

Het achtste hoofdstuk gaat over zelfdiscipline en waarden. En hoe je in deze tijd als gezin samen waarden opbouwt. Dit kan op bepaalde momenten leiden tot een echt waardendebat. Essentieel daarbij is dat de jongere voelt dat het standpunt van de ouder een onderbouw heeft: hij moet uit zijn ervaring weten dat de ouder altijd al volgens dat standpunt geleefd heeft.

Het negende hoofdstuk gaat in op de verschillen tussen vaders en moeders als opvoeders en wat de meerwaarde daarvan kan zijn. En de boodschap is duidelijk: ondanks deze verschillen moeten vaders gelijkwaardige opvoeders zijn! Maar kinderen worden niet alleen door de ouders opgevoed. Dat komt aan bod in het volgende hoofdstuk waar Peter Adriaenssen dieper ingaat op de rol van de nieuwe opvoeders: de vrienden, de media en de school. Hierbij schuwt hij de probleemvelden niet die er kunnen toe leiden dat er conflicten ontstaan. Een aantal handreikingen moeten de ouders helpen hiermee om te gaan.

In het elfde hoofdstuk gaat het over het opvoeden van kinderen met speciale wensen, noden of problemen. Aan bod komen onder andere thema's als adhd, agressie, angst, depressie en drugs maar ook geld, samen op vakantie gaan en dergelijke meer. Het hoofdstuk kan in zijn geheel gelezen worden, maar nodigt eveneens uit om enkel die thema's te lezen die voor de opvoeder op een bepaald moment actueel zijn. Het twaalfde hoofdstuk sluit hier dicht bij aan en gaat over het opvoeden na een echtscheiding.

Het laatste hoofdstuk laat zich heel gemakkelijk samenvatten tot een belangrijke en positieve boodschap: ouders maken wel degelijk het verschil uit voor hun kinderen!

Dit boek is tegelijk leer- praktijk- doe- en denkboek. Het biedt geen pasklare tips voor de ideale opvoeding, maar geeft heel wat aanzetten en tips om van opvoeding een succesvolle opdracht voor de ouders te maken. Gekruid met talrijke levensechte voorbeelden neemt het hen mee tot het ontdekken van en nadenken over een goede, en warme opvoeding. Een goede opvoeding die ligt op de middenweg tussen praten met een kind of jongere en toch grenzen bepalen. Voor professionelen is het boek een meer dan degelijk naslagwerk om te gebruiken in die situaties waarin opvoedingsondersteuning noodzakelijk is. Hierbij geldt voor hen ook het principe van de warme duidelijkheid. Door met ouders in gesprek te treden en tegelijk een aantal grenzen samen met hen te bepalen, kunnen ze hen helpen groeien als ouder.

afdrukken