2011.11.20
Zorgzame klas
| Auteur: | Peter Glorieux & Jan Vanthomme |
| Titel: | Zorgzame klas. Psycho-educatie voor de basisschool |
| Uitgeverij: | Acco |
| Plaats: | Leuven/Den Haag |
| Jaar: | 2010 |
| Pagina's: | 160 |
| ISBN-13: | 978-90-334-8202-1 |
| Prijs: | € 20,- |
In de Zorgzame Klas reiken Peter Glorieux en Jan Vanthomme een methode aan om, vanaf het vierde leerjaar, op klasniveau aan psycho-educatie te doen. Terecht merken zij op dat door het toenemen van het aantal zorgleerlingen in elke klas het klasklimaat steeds vaker onder druk komt te staan. De leerlingen met speciale noden (ad(h)d, coördinatieontwikkelingsstoornis, dyscalculie, dyslexie en het syndroom van Gilles de la Tourette) zijn door hun gedrag of leerprobleem soms zeer nadrukkelijk aanwezig in de klas. Wat een sterke impact kan hebben op het groepsgebeuren: de medeleerlingen raken geïrriteerd, nemen het niet langer, … met soms als extreme reactie: pestgedrag.
In het eerste hoofdstuk omschrijven de auteurs wat zij verstaan onder een zorgzame basisschool. Ze beginnen bij het omschrijven van wat, volgens hen, zorgzaam opvoeden van kinderen inhoudt. Daarna schetsen ze wat dit kan betekenen voor de basisschool. Deze ‘vertaling’ geven ze essentieel weer in hun beschrijving van de zorgzame leerkracht en de zorgzame medeleerling. Tot slot leggen ze duidelijk uit wat men onder psycho-educatie moet verstaan. Daarbij tonen ze aan dat deze niet beperkt mag (lees: kan) blijven tot de leerling met een probleem, maar zich moet uitbreiden naar zijn omgeving. In het kader van dit boek bestaat deze omgeving uit de leerkracht en medeleerlingen van de klas. Want ook zij moeten leren omgaan met de leerling met een speciale nood.
In het tweede hoofdstuk gaan de auteurs dieper in op een vijftal leer- en ontwikkelingsproblemen. Ze beschrijven deze heel concreet en maken de impact ervan, zowel op het kind als zijn omgeving, duidelijk. De problemen die aan bod komen zijn:
- ad(h)d
- coördinatieontwikkelingsstoornis (DCD)
- dyscalculie
- dyslexie
- syndroom van Gilles de la Tourette
Dit hoofdstuk sla je best niet over, ook al heb je al heel wat kennis over deze problemen vergaard. De auteurs leggen er immers die speciale accenten die ze belangrijk vinden in het licht van hun methode om aan psycho-educatie voor de ganse klas te doen.
Het derde hoofdstuk geeft de nodige uitleg bij de methode Zorgzame Klas. Je leest wat de methode niet is, wat je er wel mag van verwachten en wanneer je ze het beste toepast. Ze illustreren dit aan de hand van een vijftal gevalsbesprekingen. Je leert er ook hoe de methode concreet werkt. Lees zeker ook het stukje over de ingebouwde veiligheden van de methode er op na.
Het vierde hoofdstuk bevat de praktische handleiding van de methode. Aan de hand van het volledig uitgewerkte draaiboek kan de leerkracht ermee aan de slag. In het leerlingenhandboek uit het vijfde hoofdstuk staat het traject dat de leerlingen zullen volgen, volledig uitgeschreven.
Rest me nog alleen op te merken dat de bijlagen bij het boek voor een keer niet straffeloos kunnen genegeerd worden.
Naast het brengen van een unieke methode om op klasniveau aan psycho-educatie te doen, is het de verdienste van dit boek om het begrip psycho-educatie in het juiste – want ver dragende/verdragende - perspectief te plaatsen. De gemotiveerde leerkracht zal al snel merken dat door het toepassen van de beschreven methode de eigen draagkracht én de verdraagkracht van de leerlingen gevoelig toeneemt. Een tip voor onder de kerstboom!
15:42 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Email dit
| Tags: add, adhd, coördinatie, coördinatiestoornis, dcd, methodiek, dyscalculie, dyslexie, dyspraxie, tourette |
|
2009.09.12
DCD-hulpgids voor leerkrachten
| Auteur: | Eelke van Haeften |
| Titel: | DCD-hulpgids voor leerkrachten - Achtergrond en adviezen bij de motorische coördinatiestoornis |
| Uitgeverij: | Pica |
| Plaats: | Huizen |
| Jaar: | 2009 |
| Pagina's: | 128 |
| ISBN-13: | 978-90-7767-127-6 |
| Prijs: | € 15,- |
Zoals de titel aangeeft, helpt dit boek leerkrachten om kinderen met DCD op school te begeleiden. Geen overbodige luxe als je bedenkt dat 5 of 10 procent van de kinderen DCD heeft. Nagenoeg iedere school heeft ermee te maken. Geschreven vanuit een ergotherapeutische invalshoek, biedt het een bruikbaar model.
In het eerste deel komt de theorie aan bod. De auteur legt uit vanwaaruit het begrip DCD gegroeid is. Ze benadrukt de vele onderlinge verschillen tussen kinderen met DCD. Niet alleen de ernst en/of de aard van de problemen bepalen deze verschillen. Ook de mate waarin het kind in staat is zijn beperkingen te compenseren. De auteur slaagt erin de kenmerken van DCD in een vijftal 'hoofdkenmerken' samen te vatten. Ze lijst eveneens gevolgen ervan voor de leerling en zijn leerkracht op.
In dit eerste deel heeft de auteur het ook nog over de diagnose, behandeling en begeleiding van een kind met DCD. Ze schetst ook een werkmodel dat leerkrachten toelaat om situaties te analyseren en te beoordelen waarmee kinderen met DCD problemen hebben. Dit werkmodel is de ruggengraat van het ganse boek. Daarom moet dit zeker ook door de enthousiaste 'doe'-leerkracht die meteen aan de slag wil met de tips uit het boek, doorgenomen worden. De volgende delen zijn er immers op gebaseerd.
In het tweede deel komt de leerling met DCD ruim aan bod. De auteur haalt hierbij een viertal relevante processen naar voren. Deze houden verband met de beperkingen in het handelen van de leerling:
- het bewegen,
- de communicatie,
- het motorische leren,
- de sociaal-emotionele ontwikkeling.
Het bewegen deelt de auteur in verschillende hoofdstukken op:
- het bewegen als sensomotorisch proces,
- de basismotoriek,
- het doelgerichte handelen of de praxis,
- de vaardigheden.
De communicatie, het motorische leren en de sociaal-emotionele ontwikkeling krijgen elk één hoofdstuk aangemeten.
De fysieke omgeving van de school en de figuur van de leerkracht komen in het derde hoofdstuk aan bod. Hier leest men hoe en waar de schoolomgeving voor leerlingen met DCD een extra hindernis kan zijn. Ook hoe men dit op een eenvoudige manier kan verhelpen. Het belang van de pedagogische opstelling van de leerkracht en zijn didactische aanpak krijgt extra nadruk.
De schoolse vaardigheden en de vaardigheden die je nodig hebt om jezelf te verzorgen komen aan bod in het vierde en laatste deel. De schoolse vaardigheden die de auteur bespreekt, zijn:
- de balvaardigheden,
- het zitten,
- de constructieve vaardigheden,
- de fijnmotorische vaardigheden,
- het schrijven.
Waar blijven de DCD-tips dan, zul je denken? Samen met de verschillende voorbeelden staan ze tussen de tekst, in overzichtelijke tabellen. Bij elke DCD-tip vermeldt de auteur het doel. Daarbij hoort er altijd een concrete omschrijving. Naargelang de DCD-tip vind je in deze tabellen ook adviezen in verband met de begeleiding, de organisatie of een verdere differentiatie. Na elk hoofdstuk krijg je suggesties om verder te lezen over het onderwerp of tips waar je meer informatie kunt vinden.
Een boek met een stevige meerwaarde.
21:52 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Email dit
| Tags: ontwikkeling, motoriek, zorg, coördinatie, ontwikkelingsstoornis, dcd, ontwikkelingsdyspraxie, motorische ontwikkeling, coördinatiestoornis |
|
2008.08.15
Cognitieve problemen bij kinderen en adolescenten
| Auteur: | Maurice Berger |
| Titel: | Cognitieve problemen bij kinderen en adolescenten. Samenspel van kennis en gevoel. |
| Uitgeverij: | LannooCampus |
| Plaats: | Leuven |
| Jaar: | 2008 |
| Pagina's: | 232 |
| ISBN-13: | 978-90-209-6549-0 |
| Prijs: | € 29,95 |
De cognitieve ontwikkeling van kinderen is onlosmakelijk verbonden met het beeld dat kinderen van zichzelf en de wereld hebben. Dit beeld wordt onbewust opgebouwd aan de hand van hun lichamelijke gewaarwordingen. Dit vat Maurice Berger samen in zijn centrale hypothese dat de mens in grote mate van zijn lichaam leert. Deze hypothese wordt op de achterflap van het boek geïllustreerd met het volgende voorbeeld:
De 13-jarige Maria denkt dat een stuk boetseerklei zwaarder weegt wanneer het in stukken wordt getrokken dan wanneer het de vorm heeft van een vlakke kei. Maria heeft tijdens de eerste jaren van haar leven honger geleden, tot haar ouders overleden toen ze vier was. Nadien bleek ze bezeten van het idee om elk gerecht met haar zus te delen. Voor Maria is er dus meer voedsel als het wordt gedeeld, omdat verschillende mensen dan hun honger kunnen stillen. Therapiewerk toont aan dat dit een mogelijke hypothese is voor haar leerprobleem.
Maurice Berger, psychoanalyticus, heeft rond deze relatie tussen kennis en gevoel en de blijvende invloed van ernstige hechtingsproblemen zijn therapie opgebouwd. Hij is hoogleraar aan de universiteit van Lyon II en dienst-hoofd van de psychiatrische afdeling voor kinderen en adolescenten aan het Universitair Medisch Centrum van Sint-Etienne.
In dit boek gaat Berger dieper in op het thema van de leerstoornissen. In de inleiding schetst hij het kader waar-binnen dit boek moet begrepen worden. De mens leert in grote mate met zijn lichaam en heeft fysieke percepties nodig om te leren. Als kind ziet de mens zich voortdurend geplaatst voor cognitieve raadsels die hij moet oplossen in relatie tot de buitenwereld. Wanneer deze raadsels niet opgelost worden, laten ze hun sporen na in het verdere leven, onder andere op het vlak van het leren.
Op basis van zijn theorie komt Maurice Berger tot de volgende indeling van soorten leermoeilijkheden:
- leerstoornissen door moeilijkheden in de zelfvoorstelling, die de overhand krijgen wanneer het lichaam van het kind op een zwakke of chaotische manier door zijn omgeving werd verzorgd. Hiermee overlappend is ook de problematiek van de zelfonderschatting en zelfoverschatting.
- leerstoornissen door een moeilijke toe-eigening, die zich voordoen als het lichaam van het kind te sterk benaderd of geforceerd werd.
Tot slot geeft hij in de inleiding een woordje uitleg bij de mogelijke therapeutische behandeling van deze proble-men. Twee algemene principes zijn hier zeer belangrijk. Het eerste is dat men de vastgestelde moeilijkheden goed moet begrijpen en de gevolgen ervan moet aanvaarden, het andere dat de behandeling vaak veel ingewikkelder is dan men zou willen. Hierop aansluitend heeft Berger het ook over een aantal mythen bij de aanpak van cognitieve moeilijkheden:
- mythe 1: je moet elk kind autonoom maken. Dat is niet zo: bepaalde kinderen hebben nu eenmaal een lager niveau om de wereld in te schatten dan hun leeftijdsgenoten.
- mythe 2: je kunt kinderen niet van buitenaf veranderen door hen in normale activiteiten te integreren of hen dingen te laten doen in de hoop dat die hun zelfbeeld zullen veranderen.
- mythe 3: pedagogische aandacht valt niet onder opvoedkundig werk. Verkeerde redenering: sommige kinderen hebben deze pedagogische aandacht net nodig om te kunnen leren.
Dit alles vertaalt hij naar een psychoanalytisch behandelingsmodel.
Het eerste deel van het boek gaat dieper in de op de leerstoornissen die veroorzaakt worden door moeilijkheden in de zelfvoorstelling. Aan de hand van uitgebreide gevalsstudies wordt er verduidelijking gegeven over deze soort van problemen. In het tweede deel doet de auteur hetzelfde voor de leerstoornissen die veroorzaakt worden door een moeilijke toe-eigening.
Het derde deel staat in het teken van het remediëren en de pedagogie. Het remediëren op zich is succesvol omdat het een globale of analytische aanpak biedt voor een cognitief probleem en omdat het een relationeel karakter heeft. Daar zijn echter twee risico's aan verbonden. Een eerste is het niet komen tot transfer, juist omwille van dat relationele karakter waardoor de resultaten verbonden zijn met de persoon die remedieert. Een ander risico is de mogelijkheid dat er problemen boven komen die buiten het domein van het remediëren vallen en psychische (psychiatrische) hulp vragen. Op het vlak van de pedagogie worden er dan soms weer eisen gesteld die binnen een gewone klas niet haalbaar zijn.
Het vierde deel handelt over neurologische ontwikkelingsstoornissen bij het leren en psychotische disharmonieën. In dit deel wordt het psychoanalytisch werk bij de behandeling van leerproblemen uitgebreid en aan de hand van concrete gevalsstudies toegelicht.
Dit boek werpt een boeiende kijk op leer- en ontwikkelingsproblemen. Het voegt op zijn minst een aantal ver-klarende en indicerende hypothesen toe aan het denken over deze problemen. Het toont eens te meer aan dat de psychoanalyse een bepaalde woordenschat, een bepaalde visie heeft die toelaat dingen te vatten en bespreekbaar te maken die anders niet of te weinig onder woorden gebracht (kunnen) worden. Door de talrijke voorbeelden en uitgebreide gevalsstudies is het boek toegankelijk voor iedere lezer, hoewel voorkennis van de psychoanalytische begrippen en concepten zeker een pluspunt is.
13:34 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Email dit
| Tags: dyscalculie, psychoanalyse, ontwikkelingsstoornis, remedieren, dyslexie, dcd, ontwikkelingsdyspraxie, add, adhd, coördinatiestoornis, coödinatie, leerprobleem |
|
2008.05.31
Hoera, mijn kind is anders
| Auteur: | Henriëtte Hubers-Kromhof |
| Titel: | Hoera mijn kind is anders! |
| Uitgeverij: | Pica |
| Plaats: | Huizen |
| Jaar: | 2007 |
| Pagina's: | 102 |
| ISBN-13: | 978-90-776-7125-2 |
| Prijs: | € 15,- |
Als je als ouder van gezonde kinderen of als hulpverlener uit de eerste hand wilt te weten komen wat het voor een ouder betekent om een kind te hebben dat "anders" is, dan is dit jouw boek.
Henriëtte Hubers-Kromhof beschrijft op een zeer openhartige manier wat een ouder meemaakt als hij merkt dat zijn kind zich niet ontwikkelt zoals dat verwacht wordt. Haar relaas beschrijft niet alleen de weg die ze met haar zoontje Thom aflegde, maar ook de vragen die ze zich als ouder stelde komen aan bod. Evenals de wanhoop, de vertwijfeling, de teleurstelling, het schuldgevoel en alle andere gevoelens waarmee ze als ouder geconfronteerd werd. Je leest eveneens hoe ze met dit alles leerde om te gaan.
Henriëtte Hubers-Kromhof beschrijft eveneens de reacties van buitenstaanders op een kind dat "anders" is en hoe ze daar als ouder met vallen en opstaan op leerde reageren.
Intussen richtte ze samen met anderen de stichting De Droomboom op. Deze stichting biedt aan kinderen met een ontwikkelingsachterstand of autisme dagopvang . Tijdens deze dagopvang krijgen deze kinderen een stimulerende begeleiding vanuit gedragstherapeutische pincipes.
18:22 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Email dit
| Tags: autisme, ontwikkeling, pdd-nos, ontwikkelingsdyspraxie, dcd, ervaringsdeskundige, ontwikkelingsstoornis, autismespectrum, ass, coördinatiestoornis, coördinatie |
|
2008.05.17
KOEK: Korte Observatie Ergotherapie Kleuters
| Auteur: | Margo van Hartingsveldt, Edith Cup & Madeleine Corstens-Mignot |
| Titel: | KOEK: Korte Observatie Ergotherapie Kleuters |
| Uitgeverij: | Ergoboek |
| Plaats: | Nijmegen |
| Jaar: | 2006 |
| Pagina's: | 207 |
| ISBN-13: | 978-90-810589-1-9 |
| Prijs: | € 29,95 |
De Korte Observatie Ergotherapie Kleuters is een observatie-instrument voor de fijnmotorische vaardigheden van kleuters. Dit instrument kan gebruikt worden om na te gaan of de oudste kleuters toe zijn aan het (voorbereidend) schrijven. Daarnaast kan het ook gebruikt worden bij de diagnostiek van kleuters met fijnmotorische problemen. Op basis van de resultaten van deze observatie kunnen er adviezen gegeven worden aan de leerkracht zodat hij in het laatste kleuterjaar die vaardigheden kan stimuleren die voor de kleuter zelf nog moeilijk zijn. Waar nodig kan men de kleuter op basis van dit instrument ook doorverwijzen voor een professionele behandeling.
Het eerste deel is zuiver theoretisch. Na een korte verheldering over wat ergotherapie inhoudt en welk model er gehanteerd wordt (hoofdstuk 1), gaan de auteurs dieper in op het aspect van de fijne motoriek. Ze definiëren de fijne motoriek en werken dan dit thema volledig uit. Aan bod komen de basale vaardigheden zoals het reiken, het grijpen, het dragen en het bedoeld loslaten van iets, evenals de meer complexe vaardigheden zoals de binnenhandse verplaatsing (bijvoorbeeld het in de hand verplaatsen van een balpen vanuit de vuistgreep naar de juiste pengreep zonder de tussenkomst van de andere hand), het bilateraal handgebruik (het gebruik van 2 handen samen om een activiteit uit te voeren) en het gebruik van gereedschap. De ontwikkeling van de fijne motoriek in de kleuterperiode komt heel kort aan bod om dan dieper in te gaan op een aantal aspecten en componenten van de fijne motoriek zoals:
- de sensorische aspecten
- de biomechanische componenten (schouder, elleboog, onderarm, pols, hand, de handbogen en de oppositie van de duim)
- de ontwikkelingsneurologische componenten van de fijne motoriek.
Hierna gaan de auteurs kort en krachtig in op het onderzoek van de fijne motoriek (hoofdstuk 3). Ze komen tot het besluit dat een goed onderzoek naar de fijne motoriek moet bestaan uit een combinatie van de volgende instrumenten:
- Movement-Assessment Battery for Children (Movement-ABC)
- Beery developmental test for Visual Motor Integration (Beery VMI)
- Korte Observatie Ergotherapie Kleuters
Het volgende stuk van het eerste deel (hoofdstuk 4) is helemaal gewijd aan de papier- en pentaken. De auteurs gaan dieper in op de ontwikkeling van deze taken, de schrijfrijpheid, de goede uitgangshouding voor het schrijven en de juiste pengreep. Duidelijke afbeeldingen maken het gemakkelijker om deze inhoud te begrijpen. Tegelijk wordt er ook aangegeven hoe deze aspecten in de KOEK aan bod komen. Tot slot worden de verschillende fijnmotorische taken die in de KOEK onderzocht worden, zoals het knippen, de manipulatie in één hand, het tweehandig bewegen en het overschrijden van de middellijn uitgelegd en gesitueerd binnen het observatie-instrument (hoofdstuk 5).
Het tweede deel staat helemaal in het teken van het observatie-instrument zelf. Hier krijgt men alle informatie die men nodig heeft om de observatie goed te laten verlopen:
-
een overzicht van de verschillende onderdelen van het instrument (hoofdstuk 6)
-
een lijst met de benodigde materialen (hoofdstuk 7)
-
de instructies (hoofdstuk 8)
-
de scorelijst (hoofdstuk 9)
-
de normering (hoofdstuk 10)
-
een model voor een verslag (hoofdstuk 11)
-
een uitgebreide bibliografie (hoofdstuk 12)
Het derde en laatste deel gaat over de advisering. Het eerste onderdeel (hoofdstuk 13) bespreekt de theoretische achtergronden die de ergotherapeutische interventie vorm geven en een aantal mogelijke benaderingswijzen. Er is ook aandacht voor onderzoeksgegevens die bewijzen dat een ergotherapeutische behandeling effectief werkt. Het tweede onderdeel (hoofdstuk 14) geeft bij elk onderdeel van de KOEK adviezen en tips die door de (zorg)leerkracht kunnen gebruikt worden om het kind te ondersteunen.
In de bijlagen worden de criteria om te kunnen spreken van ontwikkelingsdyspraxie nog eens opgesomd. Daarnaast vind je ook nog alle benodigde formulieren, die je ook gratis van de website http://www.ergoboek.nl/download%201.htm kunt plukken.
Dit boek is eerst en vooral een goed studieboek voor iedereen die zicht wil krijgen op de ontwikkeling van de fijnmotorische vaardigheden van kleuters. Sterk theoretisch onderbouwd, is het toch zeer toegankelijk. Niet in het minst doordat de juiste terminologie gebruikt én heel concreet uitgelegd wordt. Het observatie-instrument zal mensen in het onderwijs zeker helpen bij de vraag of een kleuter moet doorverwezen worden voor verder onderzoek en/of behandeling of niet. Terwijl het instrument niet onmiddellijk zal afgenomen worden door de klasleerkracht zelf, kan het toch een functie hebben als kijkwijzer om de fijnmotorische ontwikkeling van kleuters gerichter te volgen. Bij twijfel aan een voldoende ontwikkeling kan het instrument dan selectief afgenomen worden van de risicokleuters.
Waar dit boek misschien iets te gespecialiseerd lijkt om aan te kopen voor de schoolbibliotheek, meen ik wel dat het aanwezig zou moeten zijn in de bibliotheek van de schoolondersteunende diensten, waaronder de centra voor leerlingenbegeleiding.
13:48 Gepost door Lieven Coppens in Ergoboek | Permalink | Email dit
| Tags: fijne motoriek, schrijfmotoriek, ontwikkelingsdyspraxie, motoriek, basisonderwijs, kleuters, kleuteronderwijs, motorische ontwikkeling, dcd, ontwikkeling, coördinatie, coördinatiestoornis |
|













