2010.03.27

Goed gedrag kun je leren

Auteur: Annemieke Golly en Jeff Sprague
Titel: Positive Behavior Support - Goed gedrag kun je leren
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2009
Pagina's: 256
ISBN-13: 978-90-7767-131-3
Prijs: € 45,00

positive behavior support - goed gedrag kun je leren - doelmatige strategieën voor in de schoolPositive Behavior Support (PBS) is een wetenschappelijk onderbouwd programma dat veel scholen in de Verenigde Staten met succes inzetten, net als in Canada, Noorwegen, Zweden, Denemarken, IJsland, Duitsland en Chili. Het programma reikt eenvoudige en doeltreffende methoden aan om alle medewerkers op school op één lijn te krijgen wat betreft het omgaan met gedrag op het niveau van de school, de klas en het individu. PBS wil antisociaal gedrag op school van kinderen in de leeftijd van vier tot en met achttien jaar zo vroeg mogelijk aanpakken en ombuigen naar positief gedrag. Jarenlang onderzoekt toonde de effectiviteit van dit programma aan. In dit programma geeft de school ook lessen over (gewenst) gedrag. Naast de traditionele lessen zoals rekenen, taal en aardrijkskunde of biologie. Zoals je kunt vermoeden staat het toenemen van gewenst gedrag en het afnemen van ongewenst gedrag hier centraal. De school bepaalt zelf in welk tempo ze het proces doorloopt.

Het boek bestaat uit vier delen:

  • Deel 1 - Goed gedrag op school
  • Deel 2 - Goed gedrag in de klas
  • Deel 3 - Goed gedrag van de individuele leerling
  • Deel 4 - Goed gedrag thuis

In het eerste deel schetsen de auteurs wat het programma inhoudt. Ze leggen ook uit waarom het een goed middel is om goed gedrag op school te bevorderen. Als lezer kom je meteen ook te weten wat de invoering ervan gaat kosten aan tijd, middelen en inzet van het schoolteam. In de inleiding tot het probleem van het antisociaal gedrag leert de lezer begrijpen waarom het noodzakelijk is om het goed gedrag op school actief te bevorderen. Tegelijk krijgt hij inzicht in de manieren waarop negatief gedrag zich tijdens de schoolcarrière van een leerling ontwikkelt. In de volgende hoofdstukken van dit eerste deel werken de auteurs dan de geïntegreerde benadering om probleemgedrag op school aan te pakken gedetailleerd uit. Aan bod komen onder andere:

  • Het opstellen van gedragsregels op schoolniveau;
  • Het onderwijzen van goed gedrag op schoolniveau;
  • Systemen van waardering en beloning;
  • Het houden van actief toezicht in de gemeenschappelijke ruimtes;
  • Het gebruiken van verwijdering om de behoeften van de leerlingen als groep en individueel te bepalen.

In het tweede deel leggen de auteurs uit hoe men goed gedrag in de klas kan bevorderen. Een heel belangrijk middel daartoe is de organisatie van de klas. Onder deze organisatie vallen zowel de fysieke en materiële inrichting als de procedures en strategieën die een leerkracht kan gebruiken. Daarnaast benadrukken de auteurs het belang van klassenregels die rekening houden met de volgende drie aspecten:

  • Veiligheid
  • Respect
  • Verantwoordelijkheid

De hoofdstukken over preventief optreden en het gebruik van positieve en bijsturende consequenties om gedragingen te veranderen, bulken van de concrete voorbeelden van maatregelen die daarbij helpen.

In het derde deel staat het goed gedrag van de individuele leerling centraal. De lezer krijgt concrete antwoorden op pertinente vragen zoals:

  • Hoe reageer je op escalatie van gedrag en verbale agressie?
  • Hoe doe je een gedragsfunctieanalyse?
  • Hoe ontwikkel je gedragsondersteunende plannen voor leerlingen met probleemgedrag?
  • Hoe pas je het lesprogramma aan om probleemgedrag te voorkomen?
  • Hoe leer je risicoleerlingen om zichzelf te sturen?

Het vierde en laatste deel staat helemaal in het teken van de samenwerking tussen school en thuis. De lezer leert er hoe hij met ouders en/of verzorgers over het gedrag van een leerling kan praten.

Deze uitgave is een trainingshandboek voor schoolteams. Dit blijkt uit de denkopdrachten en de vele schema's die in het boek zijn opgenomen. Het reikt daarenboven ook een pak concrete werkingsmiddelen aan. Via http://www.uitgeverijpica.nl/index.php/gedragsproblemen/1... kun je veel van deze materialen gratis binnenhalen. Het is belangrijk dat schoolteams die hiermee aan de slag willen, zich laten begeleiden door mensen die het invoeringsproces bewaken en zowel het schoolteam als de individuele leerkrachten blijvend ondersteunen.

Een inspiratieboek voor elk schoolteam dat positief gedrag op school actief wil bevorderen. Voor Vlaanderen is dit boek zeker een aanrader voor alle scholen die de GOK-doelstelling sociaal-emotionele ontwikkeling (cluster 3) gekozen hebben.

afdrukken

18:52 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: training, gedrag, zorg, instrumenten, conflict, methodiek, draaiboek | |

2009.03.14

Herstelgericht groepsoverleg

Auteur: Lode Walgrave & Nicole Vettenburg (Red.)
Titel: Herstelgericht groepsoverleg. Nieuwe wegen in de aanpak van jeugddelinquentie en tuchtproblemen.
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2006
Pagina's: 130
ISBN-13: 978-90-209-6653-4
Prijs: € 18,95

herstelgericht groepsoverlegHerstelgericht groepsoverleg is een werkvorm die onstond in Nieuw-Zeeland. Daar wordt hij verplicht toegepast bij jeugddelinquentie en problematische opvoedingssituaties. Deze werkvorm past perfect in de visie van het herstelrecht. Volgens deze visie is het belangrijk dat men zo snel mogelijk na een misdrijf de aangerichte schade (zowel sociaal, materieel als psychologisch) herstelt. In het herstelgericht groepsoverleg komen het slachtoffer en de dader, elk met zijn achterban, samen om na te denken over de gevolgen van het misdrijf en over wat daaraan gedaan kan worden.

Onder impuls van Lode Walgrave liepen er tussen 2000 en 2005 in Vlaanderen twee projecten waarbij men het herstelgericht groepsoverleg uitprobeerde. In één van die projecten werd het toegepast op schoolse probleemsituaties. In dit boek komen deze twee projecten aan bod.

In het eerste hoofdstuk geeft Lode Walgrave een inleiding op het herstelrecht. De theorie en de filosofie achter deze werkvorm worden toegelicht. Tegelijk geeft hij in dit hoofdstuk een beschrijving van de meest frequente vormen die het herstelrecht kan aannemen, te weten:

  • slachtofferopvang,
  • slachtoffer- en daderbemiddeling,
  • herstelgerecht groepsoverleg,
  • gemeenschapsdienst,
  • leerprojecten.

Verder gaat de auteur in op de tegenstelling tussen strafrecht en herstelrecht en toont hij aan waarom herstelrecht een grote sociale meerwaarde heeft. Eenzelfde vergelijking wordt gemaakt tussen herstelrecht en (her)opvoeding. Hierbij besluit de auteur dat deze niet aan elkaar tegengesteld zijn, maar dat het herstelrecht het welzijn van iedereen voor ogen heeft, en niet alleen dat van de dader (zoals dat bij (her)opvoeding wel het geval is). Tot slot gaat hij ook dieper in op de (positieve) resultaten van deze werkvorm zoals ze blijken uit wetenschappelijk onderzoek.

In het tweede hoofdstuk schetst Lode Walgrave samen met Inge Vanfraechem de ontstaansgeschiedenis van het herstelgericht groepsoverleg. De werkvormen die hieraan voorafgingen, family group referencing en restorative conferencing worden hier uitvoerig beschreven.

Dezelfde auteurs beschrijven in het derde hoofdstuk het eerste Vlaamse project waarbij het herstelgericht groepsoverleg werd toegepast bij gevallen van ernstige jeugddelinquentie. Aan de hand van een praktijkvoorbeeld wordt deze werkvorm uitvoerig toegelicht. De wetenschappelijke conclusies worden na dit voorbeeld uitvoerig besproken.

In het vierde hoofdstuk beschrijven Nicole Vettenburg en Dieter Burssens hoe het herstelgericht groepsoverleg, zoals het toegepast werd in het tweede project, een constructief antwoord kan zijn op ernstige problemen op school. Zo wordt onder andere het strakke patroon dat gevolgd wordt niet alleen beschreven maar ook toegelicht met een praktijkvoorbeeld. Ook hier wordt het wetenschappelijk onderzoek dat op dit project werd uitgevoerd uitvoerig besproken.

De vier auteurs formuleren in het vijfde hoofdstuk hun gezamenlijk besluit. Hierin sommen ze niet alleen de redenen op waarom herstelgericht groepsoverleg een grote aantrekkingskracht heeft. Ook de beperkingen ervan komen aan bod. Verder onderzoeken ze ook wat er moet gedaan worden om het herstelgericht groepsoverleg onder optimale omstandigheden te laten verlopen.

Dit boek is een krachtige inleiding voor iedereen die zich in de werkvorm van het herstelgericht groepsoverleg wil verdiepen.

afdrukken

19:12 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: conflict, gedrag, interventie, methodiek, herstelgericht, groepsoverleg, daderhulp, slachtofferhulp, hergo, slachtofferopvang, crisis | |

2008.10.25

Praten met kinderen en jongeren in crisissituaties

Auteur: Nicolas J. Long, Mary M. Wood & Frank A. Fecser
Titel: Praten met kinderen en jongeren in crisissituaties
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2003
Pagina's: 288
ISBN-13: 978-90-209-5945-1
Prijs: € 36,50

praten met kinderen en jongeren in crisissituatiesDit boek geeft een introductie tot de methodiek van de Life Space Crisis Intervention (LSCI). Dit is een verbale interventiemethodiek voor jongeren en kinderen die gedragsproblemen vertonen omdat ze in een crisis zitten. Deze crisis ontstaat wanneer een kind of jongere door een stressvol incident in conflict komt met leeftijdsgenoten, opvoeders of leerkrachten en gaat vaak gepaard met heftige emoties. Het begrip conflict moet hier begrepen worden als het moment waarop de noden van het kind of de jongere tegengesteld is aan het aanbod uit zijn omgeving. Via een interventie in een zestal stappen probeert men in deze crisis tussen te komen om enerzijds het gedrag van het kind of de jongere te veranderen, maar anderzijds ook om zijn zelfwaardegevoel te verhogen, de eigen angst te verminderen en het inzicht in het eigen gedrag en dat van anderen te verhogen.

In het eerste deel van dit boek beschrijven de auteurs de conflictcyclus. Deze moet je eerst herkennen alvorens je hem kunt aanpakken en doorbreken. De conflictcyclus heeft een viertal hoofdkenmerken:

  1. Een gebeurtenis is stresserend voor een jongere. Deze gebeurtenis wordt beïnvloed door het zelfbeeld van de jongeren en zijn irrationele opvattingen maar beïnvloedt deze op zijn beurt.
  2. Deze stressvolle gebeurtenis lokt bij de jongere bepaalde emoties uit, niet in het minst angst.
  3. Deze emotionele reacties zorgen bij de jongere voor defensief gedrag.
  4. Het gedrag van de jongere heeft zijn invloed op het gedrag van volwassenen en leeftijdsgenoten.

Wanneer de conflictsituatie niet bij de eerste keer doorbroken wordt, dan wordt het een escalerende spiraal, wordt de crisis enkel maar groter. Men kan de crisis ontladen door op elk van de vier hoofdkenmerken in te werken:

  1. Men kan de stress aanpakken.
  2. Men kan de gevoelens van de jongere aanpakken.
  3. Men kan het gedrag van de jongere aanpakken.
  4. Men kan het gedrag van de volwassenen en zijn leeftijdsgenoten aanpassen.

Het tweede deel gaat dieper in op de drie diagnostische fasen en de drie fasen die in zich nieuwe kansen bieden voor de jongere.  Deze zien er als volgt uit:

  1. diagnostische fasen:
    1. de emoties ontladen
    2. de tijdlijn van het conflict reconstrueren aan de hand van vragen zoals wat, waar, met wie...
    3. vaststellen van de doelen op korte en lange termijn
  2. fasen van de nieuwe kansen:
    1. komen tot inzicht
    2. verkennen en aanleren van nieuwe vaardigheden
    3. het geleerde toepassen binnen de dagdagelijkse groep (transfer)

Elk van deze 6 fasen heeft zijn eigen doel en vraagt van de hulpverlener zeer specifieke vaardigheden. Dit wordt allemaal in het boek duidelijk uitgelegd en uitvoerig geïllustreerd met casuïstiek. Ook worden de signalen dat er kan overgegaan worden naar een volgende fase expliciet gemaakt. Voortdurend is men ook alert voor mogelijke valkuilen die het proces kunnen hinderen of doen mislukken. Ook deze worden uitdrukkelijk vernoemd.

Het derde deel illustreert hoe de methodiek gebruikt kan worden bij zes vormen van zelfdestructief gedrag, zoals daar is:

  1. het herorganiseren van de eigen waarneming door de jongere van de realiteit
  2. het bepalen van de stressbron
  3. het op een zachte manier confronteren met onaanvaardbaar gedrag
  4. het opbouwen van bepaalde waarden om de zelfbeheersing te vergroten
  5. het aanleren van nieuwe sociale vaardigheden
  6. het leren vaststellen van eigen grenzen

Bij elk van deze interventies omschrijft men duidelijk de rol van de volwassene en het soort jongeren dat baat heeft bij een dergelijke interventie. Dit alles wordt telkens verduidelijkt met een voorbeeld.

Een zevende interventie verdient het om afzonderlijk vermeld te worden. Deze is helemaal gewijd aan de rol van de volwassene bij het voortduren van het conflict en de manier waarop Life Space Crisis Intervention (LCSI) ook voor hen kan aangewend worden.

Een boek kan nooit een opleiding of training vervangen. Ook met dit boek is dit zo. Dat neemt niet weg dat het een zeer uitgebreide en praktische inleiding is die tegelijkertijd ook een waardevolle handleiding kan zijn voor wie start met een training in deze methodiek. Ook los van een typische behandelsessie is dit een verrijkend boek. Het leert hulpverleners op een andere manier kijken naar gedragsproblemen bij kinderen en jongeren en de aanpak ervan. Het toont hen nog maar eens dat ze zich moeten blijven hoeden voor bepaalde valkuilen die er voor zorgen dat bepaalde conflictsituaties blijven voortduren.

afdrukken

18:46 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: gedrag, conflict, crisis, interventie | |

2008.01.19

Gids voor succesvol opvoeden

Auteur: Peter Adriaenssens
Titel: Gids voor succesvol opvoeden.
Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2007
Pagina's: 416
ISBN-13: 978-90-209-7153-8
Prijs: € 19,95

gids voor succesvol opvoedenWarme duidelijkheid, dat hebben kinderen en jongeren nodig. Met deze gedachte begint Peter Adriaenssens zijn boek. Ouders zijn nog nooit zo belangrijk geweest in de opvoeding van hun kind. Zij geven immers aan hun kind die zekerheid die het broodnodig heeft in de huidige tijd. Het gezin is de beste plek voor de opvoeding van kinderen. Het is de kern waar het belangrijkste werk zich afspeelt, waar kinderen kunnen leren hoe een democratie werkt: de goede samenhang tussen regels en vrijheden, tussen affectie en kordaatheid. De warme duidelijkheid.

Peter Adriaenssens schrijft dit boek vanuit de overtuiging dat het met de jeugd van tegenwoordig niet zo slecht gesteld is, wel in tegendeel. Ouders mogen dan ook zeker zijn van zichzelf en de opvoeding van hun kinderen blijven behartigen. Opvoeden is niet de taak van de school of de wet!

Dit boek is een tijdsdocument. Het toont aan hoe de ideeën over opvoeding in tien jaar tijd veranderd zijn. In 1997 moesten ouders leren communiceren met hun kinderen. Het opleggen van grenzen was toen geen probleem. Nu, in 2007 is het praten met elkaar niet langer een probleem. Wel het opleggen van grenzen. Met andere woorden: in de opvoeding van vandaag moet men opnieuw leren regels op te leggen en te respecteren. Zelfdiscipline is immers een noodzakelijke voorwaarde om sociaal gedrag te ontwikkelen.

Het boek van Peter Adriaenssens bestaat uit 14 hoofdstukken. Hoewel deze 14 hoofdstukken een coherent geheel vormen kunnen ze - moeten ze - toch afzonderlijk gelezen worden. Ze geven immers hun grote rijkdom maar prijs door ze op je te laten inwerken en de uitdaging van de zelfreflectie aan te gaan. Het feit dat ze zeer concreet en praktisch geschreven zijn, doet daar niets van af.

Het eerste hoofdstuk leert ons dat ouder zijn geen vanzelfsprekende opdracht is. Ook al doen veel ouders het momenteel wel goed. Goede ouders zijn ook goede partners voor elkaar. Ze bepalen samen de grenzen waarmee ze zich als koppel en gezin willen onderscheiden van de buitenwereld. Het tweede hoofdstuk verplaatst de aandacht naar de kinderen binnen het gezin. Samen met de auteur bestudeert de lezer hun ontwikkeling. De bedoeling is dat de ouders begrijpen wat er in die levensperiode belangrijk is, zodat ze weten wat ze kunnen verwachten. De vele tips die Peter Adriaenssens hen tussendoor geeft, kunnen er voor zorgen dat ze de verschillende crisismomenten in de ontwikkeling van een kind of jongere leren ontmijnen en beter begeleiden.

Het derde hoofdstuk gaat over de kapstok van elke opvoeding. Deze kapstok wordt gedragen door de volgende aspecten:

  • de gedragsregels in het gezin
  • het opvoedingsmodel
  • een eensgezind ouderschap
  • de creativiteit om een taakverdeling uit te werken
  • kansen die aan iedereen evenveel recht doen
  • de steun en sympathie waarop het gezin kan rekenen

Al deze aspecten worden in dit hoofdstuk uitgewerkt. Concrete en realistische voorbeelden verduidelijken alles. Dit hoofdstuk eindigt - net zoals het eerste hoofdstuk trouwens - met een aantal vragen die een aanleiding kunnen zijn tot een gesprek tussen beide ouders.

De hoofdstukken vier en vijf worden het beste als één geheel gelezen door ouders van jonge kinderen.  Hoe beloon je? Hoe straf je? Hoe ontlaad je een conflict met humor? Hoe ga je om met ongehoorzaamheid? Deze vragen komen hier uitgebreid aan bod. En krijgen een concreet antwoord. De twee daarop volgende hoofdstukken kunnen dan weer als één geheel gelezen worden door ouders van tieners. De essentie is hier dat discussiëren met tieners wel degelijk zin heeft. Op voorwaarde dat men met bepaalde regels rekening houdt en er een wederzijds vertrouwen is. Wat daarom nog niet betekent dat elke discussie onmiddellijk moet leiden tot een beslissing. Als er dan toch problemen zijn, dan kan het conflict- en contactmodel uit het boek helpen bij het werken aan een oplossing. Meer dan het klassieke controlemodel. Doorheen deze vier hoofdstukken voelt de aandachtige lezer zeker de warme duidelijkheid als rode draad.

Het achtste hoofdstuk gaat over zelfdiscipline en waarden. En hoe je in deze tijd als gezin samen waarden opbouwt. Dit kan op bepaalde momenten leiden tot een echt waardendebat. Essentieel daarbij is dat de jongere voelt dat het standpunt van de ouder een onderbouw heeft: hij moet uit zijn ervaring weten dat de ouder altijd al volgens dat standpunt geleefd heeft.

Het negende hoofdstuk gaat in op de verschillen tussen vaders en moeders als opvoeders en wat de meerwaarde daarvan kan zijn. En de boodschap is duidelijk: ondanks deze verschillen moeten vaders gelijkwaardige opvoeders zijn! Maar kinderen worden niet alleen door de ouders opgevoed. Dat komt aan bod in het volgende hoofdstuk waar Peter Adriaenssen dieper ingaat op de rol van de nieuwe opvoeders: de vrienden, de media en de school. Hierbij schuwt hij de probleemvelden niet die er kunnen toe leiden dat er conflicten ontstaan. Een aantal handreikingen moeten de ouders helpen hiermee om te gaan.

In het elfde hoofdstuk gaat het over het opvoeden van kinderen met speciale wensen, noden of problemen. Aan bod komen onder andere thema's als adhd, agressie, angst, depressie en drugs maar ook geld, samen op vakantie gaan en dergelijke meer. Het hoofdstuk kan in zijn geheel gelezen worden, maar nodigt eveneens uit om enkel die thema's te lezen die voor de opvoeder op een bepaald moment actueel zijn. Het twaalfde hoofdstuk sluit hier dicht bij aan en gaat over het opvoeden na een echtscheiding.

Het laatste hoofdstuk laat zich heel gemakkelijk samenvatten tot een belangrijke en positieve boodschap: ouders maken wel degelijk het verschil uit voor hun kinderen!

Dit boek is tegelijk leer- praktijk- doe- en denkboek. Het biedt geen pasklare tips voor de ideale opvoeding, maar geeft heel wat aanzetten en tips om van opvoeding een succesvolle opdracht voor de ouders te maken. Gekruid met talrijke levensechte voorbeelden neemt het hen mee tot het ontdekken van en nadenken over een goede, en warme opvoeding. Een goede opvoeding die ligt op de middenweg tussen praten met een kind of jongere en toch grenzen bepalen. Voor professionelen is het boek een meer dan degelijk naslagwerk om te gebruiken in die situaties waarin opvoedingsondersteuning noodzakelijk is. Hierbij geldt voor hen ook het principe van de warme duidelijkheid. Door met ouders in gesprek te treden en tegelijk een aantal grenzen samen met hen te bepalen, kunnen ze hen helpen groeien als ouder.

afdrukken