2017.09.24

Vraagtechnieken in de klas

Auteur: Gorden Pope
Titel: Vraagtechnieken in de klas
Pocketboek
Uitgeverij: Bazalt
Plaats: Rotterdam
Jaar: 2017
Pagina's: 128
ISBN-13: 978-94-6118-236-4
Prijs: € 16,00

vraagtechnieken in de klas - pocketboekVragen stellen in de klas is een gave die elke leerkracht bezit. Dat veronderstelt men althans. Maar is dat ook zo voor het stellen van de juiste vragen? Ik durf te stellen van niet. Omdat er in de klassen nog te veel vragen worden gesteld op het niveau van de oppervlakkige kennis, het geheugenwerk. Het aantal vragen dat peilt naar de diepere kennis en het leervermogen van de leerlingen, haalt het er niet bij. Dit wordt mijns inziens ook bevestigd door het onderzoek van John Hattie waar de vakkennis van de leerkracht een zeer laag effect heeft op de leerprestaties van de leerlingen. Niet omdat de leerkracht geen vakkennis bezit, wel omdat hij ze zelden of nooit gebruikt maar blijft hangen op het niveau van het oppervlakkige leren[1]. Of zoals hij het in hetzelfde boek zegt:

Er moet een belangrijke verschuiving komen van de overwaardering van oppervlakkige informatie (de eerste wereld) en de foutieve veronderstelling dat het doel van onderwijs grondig inzicht is of de ontwikkeling van denkvaardigheden (de tweede wereld), naar een evenwicht tussen beide dat ervoor zorgt dat leerlingen met meer succes plausibele theorieën over denken en de realiteit ontwikkelen (de derde wereld) [2].

En net hierin ligt de grootheid van dit kleine pocketboekje: het helpt leerkrachten om met behulp van vraagtechnieken dit evenwicht meer en meer op te zoeken. Gebaseerd op de taxonomie van Bloom maar er wel voorbij – ik weet: John Hattie had hier waarschijnlijk liever de SOLO-taxonomie van Biggs gezien - heeft Gorden Pope het stellen van de juiste vragen een hogere dimensie gegeven. Een hogere maar wel een zeer toegankelijke dimensie. Het boekje bestaat uit 6 hoofdstukken:

  • Vragen stellen
  • Het vraagklimaat
  • Vragen formuleren
  • De vraag overbrengen
  • Reageren op antwoorden
  • Een betere vragensteller worden

Is het eerste hoofdstuk het theoretische deel (nu ja, theoretisch?), dan zijn de volgende hoofdstukken zeer op de prak-tijd gericht. En soms wel confronterend voor de leerkracht die denkt het allemaal voor elkaar te hebben. Ik laat de titels van deze hoofdstukken even voor zich spreken, maar illustreer ze willekeurig aan de hand van enkele uitspraken uit het boekje:

  • Pesten en plagen is ook: ‘Verkeerde antwoorden belachelijk maken’
  • Slecht geformuleerde vragen zijn langdradig, dubbelzinnig, verpakt in extra informatie en grammaticaal onjuist
  • Je leerlingen hebben tijd nodig om na te denken, vooral als je van ze verwacht dat ze op een hoger niveau denken, een mening of een emotioneel antwoord geven. Door ze denktijd te geven, zorg je dat tijd om na te denken een vast onderdeel is van je klasroutine
  • Bescherm je leerlingen niet door alles wat ze zeggen voor de rest van de klas te herhalen. Leer ze om een spreken-in-het-openbaarstem te gebruiken als ze antwoord geven op een vraag
  • Welk soort vragen stel je het meest?

Dit is een (zak)boekje dat iedere leerkracht voortdurend bij zich zou moeten dragen en herlezen, en herlezen, en herlezen, …

Een naslagwerk met karakter!

[1] HATTIE, J., De impact van leren zichtbaar maken, Abimo|Bazalt, Sint-Niklaas|Rotterdam, 2014, blz. 211.
[2] HATTIE, J., De impact van leren zichtbaar maken, Abimo|Bazalt, Sint-Niklaas|Rotterdam, 2014, blz. 61.

naslagwerk met karakter afdrukken

12:22 Gepost door Lieven Coppens in Bazalt | Permalink | Tags: didactiek, methodiek, vraagklimaat, vraagtechniek | |

2017.09.16

Zeppelin - Didactiek voor muzische vorming

Auteur: Koen Crul
Titel: Zeppelin
Didactiek voor muzische vorming
Uitgeverij: Pelckmans Pro
Plaats: Kalmthout
Jaar: 2017
Pagina's: 592
ISBN-13: 978-94-6337-098-1
Prijs: € 45,-

zeppelin - didactiek voor muzische vormingLaat ik maar meteen met de deur in huis vallen: Zeppelin wordt in de hele nabije toekomst de, neen dé bijbel voor heel veel leerkrachten die de muzische vorming in hun klas op een hoger niveau willen tillen. Het boek is zo rijk, zowel op inhoudelijk, didactisch, praktisch als inspirerend vlak, dat het nauwelijks te geloven is dat het door één man, Koen Crul, geschreven is. In de klas 'een crulletje doen' wordt de nieuwe standaard voor het muzische onderwijs.

Wat mij in het bijzonder gelukkig maakt, is het feit dat Koen Crul aantoont dat een theoretische achtergrond, een visie de noodzakelijke voorwaarde is om het gewone van 'een knutselwerkje maken', 'een liedje zingen', 'een dansje doen' te overstijgen. Dit is des te belangrijker in een tijd waarin veel leerkrachten naar een vorming komen voor 'praktische' tips en ervan gruwen om eerst ondergedompeld te worden in een theoretisch kader dat die 'praktische' tips juist hun meerwaarde geeft. De conclusie achteraf dat het 'allemaal niet werkt' heeft vaak met dit gebrek aan achtergrondvisie te maken. Niet bij Koen Crul dus.

Het boek bestaat uit dertien hoofdstukken verdeeld over 4 stappen. Deze vier stappen zijn, zoals men dat zo mooi in het hoger onderwijs zegt, wat mij betreft volgtijdelijk: ze bouwen chronologisch op elkaar voor en je mag geen enkele stap overslaan. Deze vier stappen zijn:

  • Visie
  • Concept
  • Activiteit
  • Leerlijn

Met het zetten van de eerste stap, visie, staat of valt het hele verhaal. Je kunt hem niet overslaan, je moet erdoor, je moet hem op je af laten komen, je moet met en over hem reflecteren, je moet hem integreren. In deze eerste stap leer je meer over de taal van de kunsten, maak je kennis met de zes muzische domeinen (beeld, muziek, drama, beweging/dans, woord en media), krijg je inzicht in de fundamenten, leer je dat er zoiets bestaat als een muzische grondhouding en krijg je een aantal kwaliteitscriteria mee. Het gaat hier dus om de zuurstof van de muzische begeleider en de ruimte die hij voor zichzelf moet creëren. Of om in de Zeppelin-metafoor van Koen Crul te blijven: het helium en de vrije ruimte.

De tweede stap gaat over het kader van waaruit de muzische begeleider werkt of het bouwen van het basisskelet van de Zeppelin. Dit kader bestaat uit essentiële bouwstenen (verschillend per domein), werkvormen en technieken, muzische onderwerpen en het concept van de muzische activiteit. Theorie en praktijk reiken elkaar hier de hand.

In de derde stap wordt het zeil over de Zeppelin gespannen en worden alle benodigde touwen op de juiste spanning gebracht. Met andere woorden: de muzische activiteit krijgt vorm in het brein van de muzische begeleider. Let wel: het gaat hier niet enkel over muzische opdrachten en het opbouwen van activiteiten, maar ook over het stimuleren van de creativiteit en het 'beschouwen'. Wat dat laatste inhoudt, laat ik met plezier de lezer zelf ontdekken.

Stap vier, de leerlijn, gaat dieper in op thema's als geïntegreerd werken, het scheppen van een muzisch klimaat, het evalueren van de muzische vorming en muzische leerlijnen.

Dit is een didactisch boek met een hele grote D. Maar laat je hierdoor niet afschrikken. Het is duidelijk dat Koen Crul het motto Teach what you preach heeft toegepast. Zeppelin is heel muzisch aangepakt. De voorbeeldlessen aan het begin van ieder hoofdstuk, het internetmateriaal, het vele duidelijke fotomateriaal, de verhelderende schema’s bewijzen dit ten volle.

Een boek om goesting te krijgen!

afdrukken

19:08 Gepost door Lieven Coppens in Pelckmans Pro | Permalink | Tags: didactiek, methodiek, muzische vorming | |

2016.01.24

Handboek technisch lezen in de basisschool

Auteur: Karin van de Mortel & Aafke Bouwman
Titel: Handboek technisch lezen in de basisschool
Instructie en didactiek in de doorgaande lijn
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2015
Pagina's: 396
ISBN-13: 978-90-6508-661-7
Prijs: € 69,-

handboek technisch lezen in de basisschool - instructie en didactiek in de doorgaande lijnSommige dingen, zoals goede en effectieve instructie geven en een goede didactiek bezitten, moet je als leerkracht gewoon onder de knie hebben. Helaas zijn deze vaardigheden door het competentiedenken dat de laatste jaren in de lerarenopleidingen manifest aanwezig is, stevig in de verdrukking geraakt. Getuige daarvan de didactische en instructionele onbekwaamheid van heel wat kandidaat-leerkrachten op het moment dat ze effectief voor de klas staan. Een handboek zoals dit van Karin van de Mortel en Aafke Bouwman is dan ook een fantastisch antwoord op dit fenomeen.

De auteurs vertrekken vanuit een doorgaande lijn voor het technisch lezen die geldt voor het gewoon en – mutatis mutandis – speciaal basisonderwijs. Deze doorgaande lijn begint in het kleuteronderwijs (groep 1|2de kleuterklas) en loopt zonder cesuur door tot het einde van de lagere school (groep 8|6de leerjaar). Deze doorgaande lijn kwam trouwens al eerder op deze blog ter sprake:

Het ultieme doel van dit boek is om van iedere leerling een vloeiende lezer te maken die kan lezen om te leren. Met vloeiend lezen bedoelen de auteurs het vlotte, nauwkeurige en met expressie lezen.

In het eerste hoofdstuk zetten de auteurs hun visie op leesvaardigheid uiteen. Deze bevat een drievoudige gelaagdheid:

  • Vlot lezen;
  • Vloeiend lezen;
  • Verdiepend lezen.

Elk niveau wordt uitgebreid besproken en toegelicht. De uiteenzetting over het verband met de Nederlandse referentie-niveaus is voor Vlaanderen toch relevant omdat ze voor de Vlaamse leerkrachten en scholen heel inspirerend kan zijn. Tot slot van dit eerste hoofdstuk wordt het tijdspad van deze doorgaande lijn heel duidelijk in kaart gebracht.

Het tweede hoofdstuk staat in het teken van het effectief leesonderwijs. Het schetst er zeer concreet de zes essentiële kenmerken van. Het derde hoofdstuk dat aangeeft hoe men het technisch lezen in het speciaal (buitengewoon) basisonderwijs kan aanpakken, sluit hier heel dicht op aan. De hoofdstukken vier tot en met zeven schetsen hoe het technisch lezen in groep 1 en 2 (2de en 3de kleuterklas), groep 3 (1ste leerjaar), groep 4 en 5 (2de en 3de leerjaar) en groep 6, 7 en 8 (4de, 5de en 6de leerjaar) zowel op het vlak van instructie als van didactiek moet aangepakt worden. Daarbij besteden ze ruim aandacht aan de kleuters en leerlingen voor wie het allemaal niet zo vlot loopt.

Het achtste hoofdstuk bespreekt de vaardigheden die de doorgaande lijn voor technisch lezen verwacht van de leerkracht. Onderwerpen die aan bod komen zijn:

  • Het belang van de leraar;
  • Pedagogische ondersteuning en motivatie;
  • Instructie, begeleide oefening en feedback;
  • Organisatie en klassenmanagement;
  • Planning;
  • Leesplezier en leesbevordering.

Het negende hoofdstuk sluit dit boek af en staat helemaal in het teken van het leesbeleid van de school.

Dit is een boek dat je moet gelezen hebben. Het biedt zowel een preventieve, curatieve als proactieve kijk op het technisch leesonderwijs zonder de band met het begrijpend lezen te verwaarlozen. De zorg voor de zwakke lezers is prominent aanwezig. Daarenboven reiken de auteurs heel wat extra informatie en instrumenten aan in de talrijke bijlagen bij het boek.

Een naslagwerk met karakter!

naslagwerk met karakter afdrukken

2015.03.29

Differentiëren is te leren - Voortgezet onderwijs

Auteur: Meike Berben & Mirjam van Teeseling
Titel: Differentiëren is te leren
Omgaan met verschillen in het voortgezet onderwijs - Praktische handreiking voor docenten
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2014
Pagina's: 128
ISBN-13: 978-90-6508-657-0
Prijs: € 29,90

differentiëren is te leren - omgaan met verschillen in het voortgezet onderwijs - praktische handreiking voor docentenM-decreet in Vlaanderen, Passend Onderwijs in Nederland… een ding hebben ze alvast gemeen: de absolute voor-waarde tot differentiëren in de klas. Waar differentiatie lange tijd de status had van onderwijsmethodiek, is deze nu opgewaardeerd naar het niveau van docentattitude. Zowel in het basis- als secundair/voortgezet onderwijs. Van docenten wordt verwacht dat ze het differentiëren voortaan in- en uitademen. En deze verwachting zorgt er voor dat dit boek met recht en reden een noodzakelijke verrijking van elke docent kan genoemd worden. Want ook al ben je er van overtuigd dat je al voldoende differentieert, dan nog kun je van dit boek veel leren.

Wat kunt u van dit boek verwachten? Precies dat wat de ondertitel belooft: een praktische handreiking voor docenten. Dit betekent dat de auteurs geen oneindig lang essay over differentiatie hebben geschreven maar zich in de eerste drie hoofdstukken hebben beperkt tot het uitleggen van wat differentiatie is, het situeren van differentiatie in de onderwijsactualiteit en de vaardigheden die docenten moeten hebben om goed te kunnen differentiëren. De daaropvolgende hoofdstukken zijn dan gericht op de praktijk en gaan dieper in op de volgende thema’s:

  • Hoe beginnen met differentiëren;
  • Het differentiëren in instructie;
  • Het differentiëren in leerstof;
  • Het differentiëren in leertijd;
  • Het differentiëren op grond van leervoorkeuren.

Daarnaast gaan de auteurs de vraag die bij veel docenten leeft, niet uit de weg: hoe kan men toetsen en evalueren als de leerlingen een gediffentieerd traject hebben gevolgd? Een hoofdstuk dat je als bevlogen docent zeker niet mag missen. In het laatste hoofdstuk bespreken de auteurs dan hoe men ook schoolbreed kan differentiëren op drie niveaus:

  • Strategisch niveau;
  • Tactisch niveau;
  • Operationeel niveau.

Dit boek verdient het gewoon om binnen de docentenopleiding als basishandboek gebruikt te worden.

afdrukken

12:06 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Tags: didactiek, differentiatie, inclusie, inclusief onderwijs, m-decreet, methodiek, passend onderwijs, secundair onderwijs, voortgezet onderwijs | |

Differentiëren is te leren - Basisonderwijs

Auteur: Aafke Bouwman
in samenwerking met: Geraldine Brouwers, Leanne Jansen & Els Loman
Titel: Differentiëren is te leren
Omgaan met verschillen in het basisonderwijs - Praktische handreiking voor leerkrachten
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2013
Pagina's: 178
ISBN-13: 978-90-6508-656-3
Prijs: € 29,90

differentiëren is te leren - omgaan met verschillen in het basisonderwijs - praktische handreiking voor leerkrachtenM-decreet in Vlaanderen, Passend Onderwijs in Nederland… een ding hebben ze alvast gemeen: de absolute voorwaarde tot differentiëren in de klas. Waar differentiatie lange tijd de status had van onderwijsmethodiek, is deze nu opgewaardeerd naar het niveau van leerkrachtattitude. Zowel in het basis- als secundair/voortgezet onderwijs. Van leerkrachten wordt verwacht dat ze het differentiëren voortaan in- en uitademen. En deze verwachting zorgt er voor dat dit boek met recht en reden een noodzakelijke verrijking van elke leerkracht kan genoemd worden. Want ook al ben je er van overtuigd dat je al voldoende differentieert, dan nog kun je van dit boek veel leren.

Het boek van Aafke Bouwman geeft een mooie integratie van theorie en praktijk en is er een geworden met heel veel hoogtepunten. Eén ervan is alvast het tweede hoofdstuk, waarin toch minder gekende vormen van differentiatie een duidelijke en concrete invulling krijgen:

  • Interne en externe differentiatie;
  • Convergente en divergente differentiatie.

Een ander hoogtepunt in ongetwijfeld het vijfde hoofdstuk, waar de auteur twee specifieke differentiatievormen concreet toelicht:

  • Het Interactieve Gedifferentieerde Directe Instructiemodel (IGDI+);
  • Het Gradually Release of Responsibility Instruction Model (GRRIM) voor het leren van complexe vaardig-heden.

Wie nu de indruk heeft dat het nu toch zou gaan over een moeilijk te leren theoretisch boek, slaat de bal helemaal mis. Het boek bulkt van de praktijkvoorbeelden die alles direct duidelijk maken op het niveau van de werkvloer.

Kortom, een boek dat de kwaliteitstraditie van het CPS meer dan eer aandoet en verdient als handboek in de leerkrachtenopleiding te worden opgenomen.

afdrukken

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende