2016.01.24

Handboek technisch lezen in de basisschool

Auteur: Karin van de Mortel & Aafke Bouwman
Titel: Handboek technisch lezen in de basisschool
Instructie en didactiek in de doorgaande lijn
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2015
Pagina's: 396
ISBN-13: 978-90-6508-661-7
Prijs: € 69,-

handboek technisch lezen in de basisschool - instructie en didactiek in de doorgaande lijnSommige dingen, zoals goede en effectieve instructie geven en een goede didactiek bezitten, moet je als leerkracht gewoon onder de knie hebben. Helaas zijn deze vaardigheden door het competentiedenken dat de laatste jaren in de lerarenopleidingen manifest aanwezig is, stevig in de verdrukking geraakt. Getuige daarvan de didactische en instructionele onbekwaamheid van heel wat kandidaat-leerkrachten op het moment dat ze effectief voor de klas staan. Een handboek zoals dit van Karin van de Mortel en Aafke Bouwman is dan ook een fantastisch antwoord op dit fenomeen.

De auteurs vertrekken vanuit een doorgaande lijn voor het technisch lezen die geldt voor het gewoon en – mutatis mutandis – speciaal basisonderwijs. Deze doorgaande lijn begint in het kleuteronderwijs (groep 1|2de kleuterklas) en loopt zonder cesuur door tot het einde van de lagere school (groep 8|6de leerjaar). Deze doorgaande lijn kwam trouwens al eerder op deze blog ter sprake:

Het ultieme doel van dit boek is om van iedere leerling een vloeiende lezer te maken die kan lezen om te leren. Met vloeiend lezen bedoelen de auteurs het vlotte, nauwkeurige en met expressie lezen.

In het eerste hoofdstuk zetten de auteurs hun visie op leesvaardigheid uiteen. Deze bevat een drievoudige gelaagdheid:

  • Vlot lezen;
  • Vloeiend lezen;
  • Verdiepend lezen.

Elk niveau wordt uitgebreid besproken en toegelicht. De uiteenzetting over het verband met de Nederlandse referentie-niveaus is voor Vlaanderen toch relevant omdat ze voor de Vlaamse leerkrachten en scholen heel inspirerend kan zijn. Tot slot van dit eerste hoofdstuk wordt het tijdspad van deze doorgaande lijn heel duidelijk in kaart gebracht.

Het tweede hoofdstuk staat in het teken van het effectief leesonderwijs. Het schetst er zeer concreet de zes essentiële kenmerken van. Het derde hoofdstuk dat aangeeft hoe men het technisch lezen in het speciaal (buitengewoon) basisonderwijs kan aanpakken, sluit hier heel dicht op aan. De hoofdstukken vier tot en met zeven schetsen hoe het technisch lezen in groep 1 en 2 (2de en 3de kleuterklas), groep 3 (1ste leerjaar), groep 4 en 5 (2de en 3de leerjaar) en groep 6, 7 en 8 (4de, 5de en 6de leerjaar) zowel op het vlak van instructie als van didactiek moet aangepakt worden. Daarbij besteden ze ruim aandacht aan de kleuters en leerlingen voor wie het allemaal niet zo vlot loopt.

Het achtste hoofdstuk bespreekt de vaardigheden die de doorgaande lijn voor technisch lezen verwacht van de leerkracht. Onderwerpen die aan bod komen zijn:

  • Het belang van de leraar;
  • Pedagogische ondersteuning en motivatie;
  • Instructie, begeleide oefening en feedback;
  • Organisatie en klassenmanagement;
  • Planning;
  • Leesplezier en leesbevordering.

Het negende hoofdstuk sluit dit boek af en staat helemaal in het teken van het leesbeleid van de school.

Dit is een boek dat je moet gelezen hebben. Het biedt zowel een preventieve, curatieve als proactieve kijk op het technisch leesonderwijs zonder de band met het begrijpend lezen te verwaarlozen. De zorg voor de zwakke lezers is prominent aanwezig. Daarenboven reiken de auteurs heel wat extra informatie en instrumenten aan in de talrijke bijlagen bij het boek.

Een naslagwerk met karakter!

naslagwerk met karakter afdrukken

2015.03.29

Differentiëren is te leren - Voortgezet onderwijs

Auteur: Meike Berben & Mirjam van Teeseling
Titel: Differentiëren is te leren
Omgaan met verschillen in het voortgezet onderwijs - Praktische handreiking voor docenten
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2014
Pagina's: 128
ISBN-13: 978-90-6508-657-0
Prijs: € 29,90

differentiëren is te leren - omgaan met verschillen in het voortgezet onderwijs - praktische handreiking voor docentenM-decreet in Vlaanderen, Passend Onderwijs in Nederland… een ding hebben ze alvast gemeen: de absolute voor-waarde tot differentiëren in de klas. Waar differentiatie lange tijd de status had van onderwijsmethodiek, is deze nu opgewaardeerd naar het niveau van docentattitude. Zowel in het basis- als secundair/voortgezet onderwijs. Van docenten wordt verwacht dat ze het differentiëren voortaan in- en uitademen. En deze verwachting zorgt er voor dat dit boek met recht en reden een noodzakelijke verrijking van elke docent kan genoemd worden. Want ook al ben je er van overtuigd dat je al voldoende differentieert, dan nog kun je van dit boek veel leren.

Wat kunt u van dit boek verwachten? Precies dat wat de ondertitel belooft: een praktische handreiking voor docenten. Dit betekent dat de auteurs geen oneindig lang essay over differentiatie hebben geschreven maar zich in de eerste drie hoofdstukken hebben beperkt tot het uitleggen van wat differentiatie is, het situeren van differentiatie in de onderwijsactualiteit en de vaardigheden die docenten moeten hebben om goed te kunnen differentiëren. De daaropvolgende hoofdstukken zijn dan gericht op de praktijk en gaan dieper in op de volgende thema’s:

  • Hoe beginnen met differentiëren;
  • Het differentiëren in instructie;
  • Het differentiëren in leerstof;
  • Het differentiëren in leertijd;
  • Het differentiëren op grond van leervoorkeuren.

Daarnaast gaan de auteurs de vraag die bij veel docenten leeft, niet uit de weg: hoe kan men toetsen en evalueren als de leerlingen een gediffentieerd traject hebben gevolgd? Een hoofdstuk dat je als bevlogen docent zeker niet mag missen. In het laatste hoofdstuk bespreken de auteurs dan hoe men ook schoolbreed kan differentiëren op drie niveaus:

  • Strategisch niveau;
  • Tactisch niveau;
  • Operationeel niveau.

Dit boek verdient het gewoon om binnen de docentenopleiding als basishandboek gebruikt te worden.

afdrukken

12:06 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Tags: didactiek, differentiatie, inclusie, inclusief onderwijs, m-decreet, methodiek, passend onderwijs, secundair onderwijs, voortgezet onderwijs | |

Differentiëren is te leren - Basisonderwijs

Auteur: Aafke Bouwman
in samenwerking met: Geraldine Brouwers, Leanne Jansen & Els Loman
Titel: Differentiëren is te leren
Omgaan met verschillen in het basisonderwijs - Praktische handreiking voor leerkrachten
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2013
Pagina's: 178
ISBN-13: 978-90-6508-656-3
Prijs: € 29,90

differentiëren is te leren - omgaan met verschillen in het basisonderwijs - praktische handreiking voor leerkrachtenM-decreet in Vlaanderen, Passend Onderwijs in Nederland… een ding hebben ze alvast gemeen: de absolute voorwaarde tot differentiëren in de klas. Waar differentiatie lange tijd de status had van onderwijsmethodiek, is deze nu opgewaardeerd naar het niveau van leerkrachtattitude. Zowel in het basis- als secundair/voortgezet onderwijs. Van leerkrachten wordt verwacht dat ze het differentiëren voortaan in- en uitademen. En deze verwachting zorgt er voor dat dit boek met recht en reden een noodzakelijke verrijking van elke leerkracht kan genoemd worden. Want ook al ben je er van overtuigd dat je al voldoende differentieert, dan nog kun je van dit boek veel leren.

Het boek van Aafke Bouwman geeft een mooie integratie van theorie en praktijk en is er een geworden met heel veel hoogtepunten. Eén ervan is alvast het tweede hoofdstuk, waarin toch minder gekende vormen van differentiatie een duidelijke en concrete invulling krijgen:

  • Interne en externe differentiatie;
  • Convergente en divergente differentiatie.

Een ander hoogtepunt in ongetwijfeld het vijfde hoofdstuk, waar de auteur twee specifieke differentiatievormen concreet toelicht:

  • Het Interactieve Gedifferentieerde Directe Instructiemodel (IGDI+);
  • Het Gradually Release of Responsibility Instruction Model (GRRIM) voor het leren van complexe vaardig-heden.

Wie nu de indruk heeft dat het nu toch zou gaan over een moeilijk te leren theoretisch boek, slaat de bal helemaal mis. Het boek bulkt van de praktijkvoorbeelden die alles direct duidelijk maken op het niveau van de werkvloer.

Kortom, een boek dat de kwaliteitstraditie van het CPS meer dan eer aandoet en verdient als handboek in de leerkrachtenopleiding te worden opgenomen.

afdrukken

2010.10.24

Beter leren lezen

Auteur: Raf Feys & Pieter Van Biervliet
Titel: Beter leren lezen. De directe systeemmethodiek.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Den Haag
Jaar: 2010
Pagina's: 208
ISBN-13: 978-90-334-7939-7
Prijs: € 19,50

beter leren lezen - de directe systeemmethodiekWe keren even terug in de tijd. Het schooljaar 1968-1969. In een graadsklas van een Merelbeeks wijkschooltje dreunen kinderen uit het eerste leerjaar hun ‘leesles’ op:

in een paddestoel
niet groot
met een dakje wit en rood
zit een ventje koek te bakken
het heet wip
zijn maatje tom
is al hout aan het hakken
als ze moe zijn
kom eens zien
dan eet elk ventje w
el voor tien

Dit boekje, geschreven in de tijd toen de paddenstoelen nog genoeg hadden aan een -n, was voor zover ik kon nagaan van de hand van Cor Ria Leeman. Deze Vlaamse onderwijzer had ook een aantal lesboekjes op zijn naam staan. Van deze methode weet ik – want ik zat inderdaad in dat klasje - nog vaag dat ze heel wat structuurrijtjes had waarbij de in te oefenen klank rood gedrukt was. Ook herinner ik me de wasdraad die diagonaal door de klas was gehangen waaraan kaartjes hingen met tekeningen en woordjes waarvan de te kennen klank in het rood geschreven was. Vaag hoor ik nog het gedreun van de eersteklassertjes: muur, uu; huis, ui; hout, ou… Deze kaartjes hing juffrouw Annemarie geleidelijk aan op de wasdraad. Mijn donkerste herinnering aan het leren lezen in het eerste leerjaar? Ik hoorde het verschil niet tussen de ui van huis en de ou van hout… Het feit dat ik na 42 jaar het eerste leeslesje nog uit het hoofd ken, zegt veel over de effectiviteit (of is het impact?) van de leesmethode van toen.

In het boek Beter leren lezen stellen Raf Feys (laat ons zeggen: de Vlaamse Kees Vernooy) en Pieter Van Biervliet hun directe systeemmethodiek voor. Na al die jaren en andere leesmethodes is er nog steeds ruimte voor een nieuwe leesmethodiek. De directe systeemmethodiek is langzaam gerijpt op eiken vaten. Ik heb van beide auteurs artikels en cursussen in mijn bezit waarbinnen deze methodiek zich geleidelijk aan ontpopt. Dat we binnenkort een aantal leesmethodes mogen verwachten die gebaseerd zijn op deze directe systeemmethodiek, bewijst dat deze wel degelijk in een nood voorziet.

Hoe vernieuwend is deze methodiek? Hiervoor laat ik de auteurs aan het woord zoals ze het zelf schrijven in hun inleiding:

De directe systeemmethodiek is echter geen totaal nieuwe aanpak, geen nieuw wondermiddel, maar schatplichtig aan de ervaringswijsheid uit heden en verleden. We herwaarderen oude aanpakken waarmee de kinderen onder andere in de eerste helft van de twintigste eeuw leerden lezen. ‘Afkijken’ bij ervaren leerkrachten was ook een belangrijke inspiratiebron. Als lerarenopleiders kregen we hiertoe vaak de kans. De DSM-aanpak stemt ook overeen met (ortho)didactische stromingen van de voorbije jaren waarin gepleit wordt voor meer aandacht voor het automatiseren. Denk maar aan de publicaties van Wied Ruijssenaars van de Rijksuniversiteit Groningen en Wim Van den Broeck van de Vrije Universiteit Brussel. De DSM is ook in overeenstemming met recente wetenschappelijke studies en leesmodellen (blz.14-15)

Let wel: wie zegt dat de directe systeemmethodiek een eclectische methode is, gaat te kort door de bocht. Wie het boek van Feys en Van Biervliet leest, houdt er aan het eind het beeld van een coherente en uitgerijpte methode aan over.

In het eerste deel van het boek beschrijven de auteurs hoe de directe systeemmethodiek is ontstaan en waaraan ze schatplichtig is. Het doel van deze aanpak is de kinderen vanaf het eerste woord inzicht te geven in het systeem achter het letterschrift. De kinderen leren dus meteen echt lezen. Geleidelijk aan brengt de methode meer complexiteit in het leerproces. Complexiteit die zich uit in het stap voor stap introduceren van nieuwe leeselementen (letters, letterclusters en woorden). Essentieel hierbij is dat men maar iets nieuws aanbrengt nadat de voorgaande leer- en leesstof voldoende ingeoefend is en de transfer naar het langetermijngeheugen heeft gemaakt. De auteurs leggen doorheen het eerste deel uit welke bedoeling ze hebben gehad bij deze nieuwe methodiek en wat de basisprincipes ervan zijn. Deze zeven basisprincipes vormen dan ook de ruggengraat van dit deel. Interessant is ook het relaas van het onafhankelijke onderzoek dat in 2005 in verband met de directe systeemmethodiek is gevoerd.

In het tweede deel schrijven de auteurs een geannoteerde kroniek van de verschillende leesmethodes die doorheen de jaren de revue passeerden. Zo komen aan bod:

  • de spelmethodes;
  • de klankmethodes;
  • de normaalwoordenmethodes;
  • de analytisch-synthetische methodes;
  • de globale leesmethodieken;
  • de structuurmethodes.

De auteurs sommen in het laatste hoofdstuk van dit deel hun kritieken op de klassieke structuurmethodes op. Tegelijk tonen ze aan hoe de directe systeemmethodiek de tekorten van deze structuurmethodes probeert op te vangen.

In het derde deel van het boek werken de auteurs de visie achter de directe systeemmethodiek verder uit. Zoals iedereen wel begrijpt is dit deel verplichte literatuur voor iedereen die zich echt op de hoogte wil stellen van de essentie en het evidence-based karakter van deze methodiek.  Ik laat het hem dan ook zelf ontdekken.

Dit boek zou wel eens het Magnum Opus kunnen worden voor de toekomstige leesdidactiek in Vlaanderen.

afdrukken

16:51 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: didactiek, directe systeemmethodiek, geletterdheid, leesinstructie, leesstart, lezen, methodiek, taal | |

2010.08.08

Wat werkt in de klas

Auteur: Robert Marzano
Titel: Wat werkt in de klas - Research in actie - Didactische strategieën die aantoonbaar effect hebben op leerprestaties
Uitgeverij: Bazalt
Plaats: Vlissingen
Jaar: 2009 (tweede druk)
Pagina's: 148
ISBN-13: 978-90-74233-79-8
Prijs: € 51,-

wat werkt in de klas - research in actie - didactische strategieën die aantoonbaar effect hebben op leerprestatiesUit Wat werkt op school van Robert Marzano leerden we dat er op het niveau van de leerkracht drie factoren zijn die de leerprestaties van leerlingen bevorderen:

  • de didactische aanpak;
  • het pedagogisch handelen en het klassenmanagement;
  • de sturing en het herontwerpen van het programma.

Zijn boek Wat werkt in de klas staat helemaal in het teken van de eerste factor op leerkrachtenniveau, de didactische aanpak.

Uit de meta-analyse van het wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat er negen didactische strategieën bestaan die zeer effectief zijn. De percentielwinst bij het gebruik van deze strategieën is een objectieve maat voor hun effectiviteit. Hieronder geven we deze negen strategieën weer met de daarbij horende percentielwinst. Deze tabel vind je in het boek terug op blz.8.

Didactische strategie Percentielwinst
Identificeren van overeenkomsten en verschillen 45
Samenvatten en notities maken 34
Inspanningen bevestigen en erkenning geven 29
Huiswerk en oefening 28
Non-verbale representatie 27
Coöperatief leren 27
Doelen stellen en feedback geven 23
Vragen formuleren en hypotheses testen 23
Voorkennis activeren met vragen, aanwijzingen en kapstokken 22

Elke strategie heeft haar eigen effect en specifiek toepassingsgebied. Daarmee dient men rekening te houden als men één of meerdere strategieën als onderwerp van onderwijsverbetering kiest.

Het eerste deel van dit boek staat uitgebreid stil bij elk van deze strategieën. Ze krijgen elk een eigen hoofdstuk aangemeten. Daarin lees je eerst en vooral wat onderzoek en theorie te zeggen hebben. Als voorbeeld geef ik de vier belangrijke uitgangspunten bij het Identificeren van overeenkomsten en verschillen zoals ze in dit boek gepresenteerd worden (blz.16-17):

  • Het geven van duidelijke richtlijnen bij het identificeren van overeenkomsten en verschillen aan leerlingen vergroot hun begrip en hun vermogen kennis toe te passen.
  • Leerlingen opdragen zelfstandig overeenkomsten en verschillen te identificeren, vergroot hun begrip en hun vermogen kennis toe te passen.
  • Het presenteren van overeenkomsten en verschillen in grafische of symbolische vorm vergroot het begrip van leerlingen en hun vermogen kennis toe passen.
  • De identificatie van overeenkomsten en verschillen kan op meerdere manieren tot stand worden gebracht. Vier verschillende vormen zijn hierbij zeer effectief:
    • vergelijken;
    • classificeren;
    • creëren van metaforen;
    • creëren van analogieën.

In het tweede deel van elk hoofdstuk lees je heel concreet hoe je deze strategie in de praktijk kunt toepassen. Concrete voorbeelden, tabellen en schema’s zorgen ervoor dat alles snel duidelijk is.

De negen strategieën uit het eerste deel werken goed bij elke soort vakkennis. Toch is er ook nood aan specifieke didactische strategieën voor meer specifieke vakkennis. Dit komt aan bod in het eerste hoofdstuk van het tweede deel over specifieke toepassingen. Op dezelfde manier als in de hoofdstukken van het eerste deel reikt Marzano de specifieke strategieën aan voor:

  • het leren van woordenschat, begrippen en uitdrukkingen;
  • het leren van details;
  • het organiseren van generalisaties en principes;
  • het leren van mentale vaardigheden;
  • het leren van processen.

Daarna lees je in het tweede hoofdstuk van dit tweede deel ook heel concreet hoe je de negen categorieën uit het eerste deel kunt gebruiken bij de didactische planning.

Een boek dat de status van didactische Bijbel zeker verdient.

De educatieve uitgaven van Bazalt worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

17:24 Gepost door Lieven Coppens in Bazalt | Permalink | Tags: didactiek, leerkrachten, marzano, onderwijsonderzoek, evidence based | |