2017.05.13

Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs

Auteur: Anton Horeweg
Titel: Gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs
Een praktisch handboek
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Houten
Jaar: 2015
Pagina's: 352
ISBN-13: 978-94-014-2578-0
Prijs: € 29,99

gedragsproblemen in de klas in het voortgezet onderwijs - een praktisch handboekOver Gedragsproblemen in de klas in het basisonderwijs van dezelfde auteur schreef ik vorig jaar op deze blog dat het een laagdrempelig en praktisch boek over gedragsproblemen was voor leerkrachten. Een boek dat heel ruim tegemoetkwam aan die leerkrachten die een grote behoefte hadden aan praktische en direct toepasbare informatie. Over het boek dat Anton Horeweg schreef over gedragsproblemen in het secundair onderwijs, kan ik op zijn minst hetzelfde zeggen. Op zijn minst, omdat de auteur de versie voor het secundair onderwijs nog een meerwaarde meegaf door bij een aantal van de problemen die hij bespreekt een aantal extra’s toe te voegen die wel aan de orde zijn in het voortgezet onderwijs, maar nog niet relevant waren om te vermelden in het boek voor het basisonderwijs. Ik som er een aantal op:

  • ADHD en verslaving;
  • ADD en drugsgebruik;
  • ASS en gameverslaving;
  • De jongere en een gewelddadige relatie;
  • Straatcultuur.

Ook nu begint het boek met een algemeen hoofdstuk. Hierin wordt er eerst en vooral een onderscheid gemaakt tussen een gedragsprobleem en gedragsstoornis. Vanuit de visie dat een gedragsprobleem een interactieprobleem is tussen de jongere en zijn omgeving wordt er ook stilgestaan bij de rol van de leerkracht en andere preventieve maatregelen. Tot slot beschrijft de auteur wat je kunt doen als er dan toch gedragsproblemen voorkomen.

In de volgende hoofdstukken komt er telkens een specifiek probleemgebied aan bod. Elk probleemgebied wordt verkend vanuit dezelfde gemeenschappelijke vragen telkens aangevuld met andere informatie specifiek voor dit probeem. Zo ontstaat er een goed onderbouwd en praktisch beeld. De probleemgebieden die aan bod komen zijn de volgende:

  • Adhd;
  • Add;
  • Autismespectrumstoornis;
  • ODD;
  • Problematische gehechtheid;
  • Probleemgedrag met een speciale oorzaak;
  • Angststoornissen, depressie, compulsieve, trauma en stress gerelateerde stoornissen;
  • Faalangst;
  • Syndroom van Gilles de la Tourette;
  • Dcd;
  • Nld;
  • Hoogbegaafdheid en probleemgedrag;
  • Agressie;
  • Pestgedrag;
  • Straatcultuur in je klas;
  • Executieve functies.

Hierbij verdient het hoofdstuk over straatcultuur in de klas dat het (ook) door Vlaamse leerkrachten met extra veel aandacht gelezen wordt.

Wie denkt dat dit boek voor het voortgezet onderwijs een kopie is van het boek dat Anton Horeweg schreef voor het basisonderwijs, slaat de bal mis. Dit boek is er het logische vervolg op. De auteur heeft echt de moeite gedaan om het geheel te herschrijven in functie de noden van het voortgezet onderwijs en de evolutie die de gedragsproblemen hebben doorgemaakt naar mate de kinderen en jongeren ouder worden.

Een naslagwerk met karakter!

naslagwerk met karakter afdrukken

2017.02.04

SEL - Sociaal-emotioneel leren als basis

Auteur: Kees van Overveld
Titel: SEL
Sociaal-emotioneel leren als basis
Uitgeverij: Pica|Pelckmans Pro
Plaats: Huizen|Kalmthout
Jaar: 2017
Pagina's: 176
ISBN-13: 978-94-6337-020-2
Prijs: € 19,95

sel - sociaal-emotioneel leren als basisIk dacht dat Kees van Overveld met zijn Groepsplan gedrag voor het basis- en voortgezet onderwijs zijn Magnum Opus had geschreven. Niet dus. Met zijn nieuwste boek stelt hij mij in het ongelijk. Omdat dit boek hem zowel als zijn lezers raakt. Dit is immers geen boek van Kees, dit boek is Kees. Ik kreeg de kans om hem persoonlijk te leren kennen als een bijzonder mens: een warme, toegankelijke Nederlander die zijn kennis met zijn omgeving deelt vanuit een zachte, Vlaamse bescheidenheid. Deze warmte, toegankelijkheid, zachtheid en bescheidenheid vind je als lezer allemaal terug in SEL, Sociaal-emotioneel leren als basis. Het ademt Kees’ bezorgdheid uit dat het elk kind, elke jongere sociaal en emotioneel voor de wind mag gaan. Met dit boek heeft hij - hem kennende, onbewust en ongewild - een monument voor zichzelf opgericht.

SEL leert een kind omgaan met zichzelf en de ander. Het leert de eigen emoties en die van anderen begrijpen en ermee omgaan. Hierdoor werkt het ook preventief: wie in staat is om zichzelf in te leven in de ander, zal minder snel geneigd zijn om anderen te kwetsen of pijn te doen. SEL leert kinderen om hun conflicten op te lossen en om over hun eigen gedrag na te denken. Met andere woorden: het leert hen om hun relaties beter te onderhouden. Hierdoor zorgt het mee voor een positieve en veilige sfeer op school en kan het veel problemen, waaronder pesten, helpen voorkomen.

Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel bespreekt Kees de geschiedenis en de theoretische achtergronden van het sociaal-emotioneel leren op school. Centraal staat voor mij hier de hiernavolgende definitie van SEL en de korte beschrijving van de 5 SEL-competenties.

Sociaal-emotioneel leren (SEL) is het proces waarbij leerlingen noodzakelijke kennis, attituden en vaardigheden verwerven en toepassen, teneinde beter te worden in het omgaan met zichzelf en de ander (blz.20).

Het gaat dus verder dan de spontane ontwikkeling van het kind. SEL wil die ontwikkeling actief ondersteunen door gerichte, systematische en planmatige acties. De competenties die hiermee samengaan zijn:

  • Besef van zichzelf;
  • Zelfmanagement;
  • Besef van de ander;
  • Relaties kunnen hanteren;
  • Keuzes maken.

In dit eerste deel staat de auteur verder nog stil bij de geschiedenis van het sociaal-emotionele leren, de onderzoeks-artikels die relevant zijn in het kader van dit boek en houdt hij een heus pleidooi voor het toepassen van SEL op de basisschool.

In het tweede deel werkt Kees van Overveld de vijf voornoemde competenties steeds volgens hetzelfde stramien uit. Je vindt steeds het volgende terug:

  • Een beschrijving van wat de competentie inhoudt;
  • Voorbeelden uit de praktijk;
  • Een overzicht van observeerbare gedragsindicatoren die passen bij de competentie;
  • Een theoretische verdieping;
  • De beschrijving van een aantal activiteiten (geen uitgewerkte lessen!) die typerend zijn voor de inhoud van de competentie.

In het derde en laatste deel reikt de auteur handvatten aan om voor de school een programma van Sociaal-emotioneel leren te selecteren, in te voeren en te borgen in de schoolcultuur.

Ook de bijlagen zijn stuk voor stuk belangrijk. Naast een concrete uitwerking van enkele leerlijnen voor SEL en een instrument om SEL-programma’s te beoordelen, vind je er ook een uitgewerkte minicursus waarmee scholen zich verder kunnen professionaliseren. Ook het instrument in verband met welzijn en veerkracht zal veel directies en leerkrachten aanspreken.

En nu maar hopen op het boek SEL voor het voortgezet onderwijs (Als dat al een suggestie mag zijn, Kees?). Want ook daar is er nog veel werk aan de winkel.

Nog maar eens een naslagwerk met karakter!

naslagwerk met karakter afdrukken

2016.09.25

Gedragsproblemen in de klas in het basisonderwijs

Auteur: Anton Horeweg
Titel: Gedragsproblemen in de klas in het basisonderwijs
Een praktisch handboek
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Houten
Jaar: 2015
Pagina's: 318
ISBN-13: 978-94-014-3218-4
Prijs: € 29,99

gedragsproblemen in de klas in het basisonderwijs - een praktisch handboekEen laagdrempelig en praktisch boek over gedragsproblemen voor leerkrachten. Zo kunnen we het boek van Anton Horeweg het beste omschrijven. Voeg daaraan toe dat Kees van Overveld, de Nederlands specialist in verband met gedragsproblemen (Zie Groepsplan gedrag en Groepsplan gedrag in het Voortgezet Onderwijs) er zich toe leende om het voorwoord te schrijven en je weet dat het hier gaat om een boek dat de moeite meer dan waard is.

Het boek begint met een algemeen hoofdstuk. Hierin wordt er eerst en vooral een onderscheid gemaakt tussen een gedragsprobleem en gedragsstoornis. Vanuit de visie dat een gedragsprobleem een interactieprobleem is tussen het kind en zijn omgeving wordt er ook stilgestaan bij de rol van de leerkracht en andere preventieve maatregelen. Tot slot beschrijft de auteur wat je kunt doen als er dan toch gedragsproblemen voorkomen.

In de volgende hoofdstukken komt er telkens een specifiek probleemgebied aan bod. Elk probleemgebied wordt verkend vanuit dezelfde gemeenschappelijke vragen telkens aangevuld met andere probleem specifieke informatie. Zo ontstaat er een goed onderbouwd en praktisch beeld van het probleem in kwestie. De probleemgebieden die aan bod komen zijn de volgende:

  • Adhd;
  • Add;
  • Autismespectrumstoornissen;
  • Disruptieve stoornissen;
  • Hechtingsproblemen;
  • Probleemgedrag met een speciale oorzaak;
  • Angststoornissen en depressie bij kinderen;
  • Faalangst;
  • Syndroom van Gilles de la Tourette;
  • Dcd;
  • Nld;
  • Hoogbegaafdheid en probleemgedrag;
  • Agressie;
  • Pestgedrag;
  • Executieve functies.

Het is daarbij telkens weer heel interessant om te lezen welke impact dit probleem heeft op het leren van de leerling en wat je als leerkracht concreet in jouw klas kunt doen.

Inhoudelijk heel sterk onderbouwd (zie de uitgebreide literatuurlijst die in het boek is opgenomen), komt dit boek heel ruim tegemoet aan de leerkracht met een grote behoefte aan praktische en direct toepasbare informatie.

afdrukken

2013.02.10

Sociaal gedrag elke dag!

Auteur: Marte van der Horst & Valeria Hopmans
Titel: Sociaal gedrag elke dag!
Sociaal-emotioneel leren voor de onder-, midden- en bovenbouw
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2013
Pagina's: 362
ISBN-13: 978-90-77671-85-6
Prijs: € 60,00

sociaal gedrag elke dag - sociaal-emotioneel leren voor de onder-, midden- en bovenbouwSociaal gedrag elke dag is geen therapeutisch programma maar een sterke en coherente vakoverschrijdende leerlijn sociale vaardigheden voor de basisschool. Het is zowel preventief (kinderen essentiële vaardigheden aanleren) als proactief (anticiperen op problemen die er bijna onvermijdelijk aan komen). Tegelijkertijd zorgt het voor maximale ontwikkelingskansen voor alle leerlingen, waardoor je het meer dan terecht kunt opnemen in het kansenbevorde-rende instrumentarium van de school. Het draagt immers enorm bij tot het creëren van een krachtige en veilige omgeving waarin kinderen zichzelf durven ontplooien.

De vaardigheden die in deze leerlijn aan bod komen zijn georganiseerd rondom de volgende programmaonderdelen:

  • Leren omgaan met emoties;
  • Leren samenspelen;
  • Leren samenwerken;
  • Leren probleem oplossen.

Elk programmaonderdeel bestaat uit verschillende aan te brengen vaardigheden. Het leren omgaan met emoties komt in alle groepen aan bod. Omdat deze vaardigheden voortdurend aangesproken (kunnen) worden in de overige programmaonderdelen, is dit een logische keuze van de auteurs. De andere programmaonderdelen komen dan in de volgende chronologie aan bod: leren samenspelen » leren samenwerken » leren probleem oplossen.

  Groepen 1, 2, 3 & 4
(2e & 3e kleuterklas, 1e & 2e leerjaar)
Groepen 5, 6, 7 & 8
(3e, 4e, 5e & 6e leerjaar)
Leren
omgaan met emoties
Gevoelens herkennen en benoemen
Prettige gevoelens herkennen
Onprettige gevoelens herkennen
Luisteren naar de ander
De G-reeks herkennen (Gedrag – Gevolg)
De verschillende fasen van boosheid herkennen
Rustig blijven
Gevoelens herkennen en benoemen
Prettige gevoelens herkennen
Onprettige gevoelens herkennen
Luisteren naar de ander
De G-reeks herkennen (Gedrag – Gevolg)
De verschillende fasen van boosheid herkennen
Rustig blijven
Leren
samenspelen
Een complimentje geven en aardig zijn
Luisteren naar de ander
Zeggen dat je iets niet wilt
Hulp vragen en de ander helpen
Iemand uitnodigen
Met een idee komen
Vragen of je mee mag doen
Om de beurt gaan en wachten op de ander
Overleggen en het met elkaar eens worden
Je aan de regels houden
 
Leren
samenwerken

 

Met een idee komen
Luisteren naar de ander
Hulp vragen en de ander helpen
Overleggen en het met elkaar eens worden
Rustig blijven bij conflicten
Taken verdelen
Afspraken maken en nakomen
Leren
probleem oplossen

 

Het probleem duidelijk krijgen
Verplaatsen in de ander
Verschillende oplossingen bedenken
Gevolgen bij de oplossingen bedenken
Een goede oplossing kiezen en toepassen
De oplossing evalueren

De lessen hebben steeds dezelfde structuur:

  • Introductie;
  • Gesprek (met daarbij een duidelijk geformuleerd doel);
  • Groepsactiviteit;
  • Opdracht;
  • Oefenen in de praktijk;
  • Evaluatie;
  • Extra oefenen.

Bij het oefenen in de praktijk geven de auteurs telkens extra tips voor de leerkracht en concrete voorbeelden die aan de hand van heldere tabellen uitgewerkt worden. Voor de leerlingen en de leerkracht is er ook nog een A-viertje voorzien waarop de aangebrachte vaardigheid met pictogrammen (Vlaamse Sclera-pictogrammen!) ondersteund wordt. De benodigde materialen vind je ofwel in de bijlagen bij de verschillende programmaonderdelen, ofwel op de bij het programma horende website.

Uitgeverij Pica mag er trots op zijn dit professionele programma in haar fonds te voeren.

naslagwerk met karakter afdrukken

20:52 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: emotionele ontwikkeling, methodiek, ontwikkeling, sociale cognitie, sociale ontwikkeling, sociale vaardigheden | |

2012.06.17

Buitenspeelkaarten

Auteur: Onderwijs maak je samen
Titel: Buitenspeelkaarten
De beste spelsuggesties voor op het plein
Uitgeverij: Onderwijs maak je samen
Plaats: Helmond
Jaar: 2012
Pagina's: Handleiding (8 pagina's) + 32 kaarten in opbergdoos
ISBN-13: -
Prijs: € 24,95

buitenspeelkaarten - de beste spelsuggesties voor op het pleinDe doos Buitenspeelkaarten van de Nederlandse organisatie Onderwijs maak je samen is niet zomaar een samenraapsel van enkele in een mooie en duurzame vorm gegoten buitenspelen. De visie achter deze verzameling buitenspeelkaarten is dat buitenspelen niet alleen leuk is, maar ook heel leerzaam voor het kind:

  • Het komt in contact met de natuur;
  • Het leert omgaan met vrije momenten;
  • Het leert met andere kinderen communiceren;
  • Het leert keuzes maken;
  • Het doet indrukken en informatie op die belangrijk zijn voor zijn ontwikkeling;
  • Het kind leert de eigen grenzen van zijn bewegen kennen en verleggen.

Daarenboven is ‘Buiten’ een omgeving die uitnodigt tot onderzoeken, verzamelen, verkennen én samenspelen. Vooral dat laatste is heel belangrijk: door samen te spelen kunnen kinderen zich met elkaar verbinden. In dit verbinden ligt de basis van sociaal adequaat gedrag. Van deze buitenspeelkaarten gaat- en dit staat niet vermeld in de handleiding - ook een preventieve, om niet te zeggen proactieve werking uit. Daar waar kinderen zich niet vervelen en zich verbonden weten met de andere kinderen, zie je het aantal gevallen van pesten sterk afnemen.

Binnen het concept van de buitenspeelkaarten is het belangrijk om te weten dat die spelkaarten inspirerend bedoeld zijn: de kinderen mogen ze ‘letterlijk’ spelen, maar mogen ze ook vrij aanpassen. Het is belangrijk dat ze er zelfstandig mee aan de slag gaan. De leerkracht krijgt hier een stimulerende, modererende en mediërende rol toebedeeld. Het is zeker niet de bedoeling dat hij de kinderen stuurt.

In de opbergdoos vind je buitenspelen voor kinderen van het tweede kleuterklasje (groep 1) tot en met het zesde leerjaar (groep 8). Voor de leerkrachten van de tweede en de derde kleuterklas zijn er enkele suggestiekaarten met mogelijke activiteiten waarmee de leerkracht het buitenspel bij de kleuters kan stimuleren.

De speelkaarten hebben vier kleuren:

  • Geel: spelen waarvoor je geen materiaal nodig hebt;
  • Rood: spelen waarvoor je materialen nodig hebt zoals stoepkrijt, een frisbee of een springtouw;
  • Blauw: balspelen;
  • Paars: activiteiten en spelsuggesties voor de kinderen (en de leerkrachten) uit de tweede en derde kleuterklas.

Bij elk spel staat het wat en hoe zeer duidelijk uitgeschreven. Naargelang de aard van het spel bevat de speelkaart ook één of meerdere verduidelijkende foto’s.

Een aanrader!

afdrukken