2012.11.02

Executieve functies bij kinderen en adolescenten

Auteur: Peg Dawson & Richard Guare
Titel: Executieve functies bij kinderen en adolescenten
Een praktische gids voor diagnostiek en interventie
Uitgeverij: Hogrefe
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2010
Pagina's: 240
ISBN-13: 9789079729197
Prijs: € 39,95

executieve functies bij kinderen en adolescenten - een praktische gids voor diagnostiek en interventieDe laatste jaren groeit de aandacht voor de executieve functies heel snel. Executieve functies zijn vaardigheden die ons helpen beslissen op welke activiteiten we onze aandacht richten en welke we kiezen om uit te voeren. Hierdoor kunnen we ons gedrag organiseren en onmiddellijke ‘bevrediging’ uitstellen ten voordele van doelen op lange termijn. Ze helpen ons om ons op één ding te concentreren en om door te zetten tot een taak volledig is afgewerkt. Kortom: de executieve functies helpen ons om ons gedrag te reguleren. Helaas lukt dat niet bij iedereen even goed. Dan is het een zaak om te weten te komen wat er fout loopt en hoe we dit kunnen aanpakken. Aangezien executieve functies beschouwd worden als hoogontwikkelde cognitieve functies, is noch het in kaart brengen van de werking ervan noch het versterken ervan een eenvoudige zaak. Juist hierover gaat dit boek.

In het eerste hoofdstuk brengen de auteurs deze functies in kaart. Elke functie krijgt zijn naam, wordt verduidelijkt en ondergebracht in één van de twee categorieën. De eerste categorie wordt bevolkt door de functies die ons helpen om doelen te kiezen en te realiseren of ons helpen om oplossingen voor problemen te bedenken: plannen, organiseren, tijdsbeheer, werkgeheugen en metacognitie. De executieve functies uit de tweede categorie helpen ons om ons gedrag zo (bij) te sturen en aan te passen dat we de gestelde doelen effectief bereiken: reactie-inhibitie, emotieregulatie, volgehouden aandacht, taakinitiatie, flexibiliteit, doelgericht doorzettingsvermogen. Al deze executieve functies zijn van bij de geboorte aanwezig, maar moeten nog ontwikkeld worden. Deze ontwikkeling luistert nauw met de neurologische ontwikkeling van de hersenen. Ze ontwikkelen daarenboven ook in een bepaalde volgorde. Het hoe en waarom hiervan wordt in dit eerste hoofdstuk duidelijk uitgelegd. Een zeer interessant schema voor het basis- en secundair onderwijs is dit van de ontwikkelingstaken waarvoor executieve functies nodig zijn. Dit kan in een vraagverhelderend gesprek een leidraad zijn om de ontwikkeling van deze functies in kaart te brengen.

Het tweede hoofdstuk gaat over dit laatste: hoe schat je de ontwikkeling van de executieve functies in. Volgens de auteurs kan dit voor een deel aan de hand van  formele beoordelingsinstrumenten die gekoppeld zijn aan een meer informeel beoordelingsproces. Ze bespreken dan ook een aantal bruikbare formele beoordelingsinstrumenten. Daarnaast beschrijven ze hoe een informeel beoordelingsproces er volgens hen uitziet. De tabellen uit dit hoofdstuk, deze met de criteria ten behoeve van de executieve functies en de beoordelingstabel, maken alles voor de professionele diagnosticus duidelijk, daar waar de tekst zelf zou falen.

In het derde hoofdstuk staat het doel van de beoordeling van de executieve functies centraal: de interventie. Hier wordt het voor het eerst duidelijk hoe handelingsgericht de voorgestelde procedure is. Deze procedure, of interventieplanning zoals men ze in het boek noemt, wordt hier duidelijk uitgetekend. Ook de maten en de meetprocedures om de effecten van een interventie te meten, worden omstandig toegelicht. Als kers op de taart leggen de auteurs uit hoe het Response to Intervention-model bij problemen met de executieve functies stapsgewijs wordt toegepast. Het vierde hoofdstuk sluit hier heel nauw op aan en beschrijft de strategieën die men kan volgen om de executieve functies te stimuleren. Het schema dat hier uitspringt, is het schema waar er per executieve functie wordt aangegeven welke vragen de leerkracht stellen om de ontwikkeling van de executieve functies te stimuleren.

In het vijfde hoofdstuk beschrijven de auteurs negentien leeractiviteiten die de kinderen expliciet uitnodigen om meer algemeen hun executieve functies aan te wenden. In het zesde hoofdstuk komen een aantal interventies aan bod voor heel specifieke executieve functies. Daarna volgt een hoofdstuk over het coachen van leerlingen met zwakke executieve functies.

Het achtste hoofdstuk steekt hier boven uit: het beschrijft interventies die binnen het kader van het response to intervention-model kunnen gebruikt worden op de executieve functies te stimuleren en te versterken. Als je verder nog wil weten hoe je de executieve functies van speciale populaties kunt stimuleren, dan kun je terecht in het voorlaatste hoofdstuk. Hier komen onder andere stoornissen zoals ADHD en ASS aan bod. Lees je graag wat je doet wanneer een leerling zich in een overgangsfase in de ontwikkeling van een of andere executieve functie bevindt, dan lees je best ook het tiende en laatste hoofdstuk.

Voor iedereen die een snelle en bruikbare introductie wil in de wereld van de executieve functies, is dit een ideaal boek dat hem er ongetwijfeld zal toe aanzetten om deze materie verder te verkennen.

afdrukken

23:16 Gepost door Lieven Coppens in Hogrefe | Permalink | Tags: diagnose, executieve functie, interventie, response to intervention, rti | |

2010.09.19

Slim maar...

Auteur: Peg Dawson en Richard Guare
Titel: Slim maar... - Help kinderen hun talenten benutten door hun executieve functies te versterken
Uitgeverij: Hogrefe
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2009
Pagina's: 336
ISBN-13: 978-90-79729-10-4
Prijs: € 29,50

slim maar - help kinderen hun talenten benutten door hun executieve functies te versterkenJe kent ze wel. Als ouder of leerkracht krijg je er grijze haren van. Je weet dat ze heel wat talenten hebben, maar ze komen er niet toe om die talenten te benutten. Omdat ze zich moeilijk op iets kunnen richten.

Recent wetenschappelijk onderzoek plaatste de executieve functies in de schijnwerpers. Dit zijn functies die het mogelijk maken om rationele beslissingen te nemen, impulsen onder controle te houden en zich te richten op wat er van belang is. Wanneer deze executieve functies niet werken zoals het moet, dan krijgen mensen problemen met hun doelgericht gedrag. Het is net dat wat er met deze kinderen aan de hand is. En bij veel kinderen met ADHD, autisme, leerstoornissen en niet-aangeboren hersenafwijkingen.

In het eerste deel van het boek geven de auteurs ons een kijkje in de wereld van de executieve functies. Zonder veel vakjargon, schotelen ze de lezer in het eerste hoofdstuk de noodzakelijke theorie voor. Zo leert hij dat er elf executieve vaardigheden zijn, verdeeld over twee dimensies:

Dimensie I: denken (cognitie) Dimensie II: doen (gedrag)
werkgeheugen respons-inhibitie
planning en prioriteiten stellen emotieregulatie
organisatie volgehouden aandacht
tijdsbeheer taakinitiatie
metacognitie doelgericht gedrag
  flexibiliteit

De auteurs leggen heel goed uit wat men onder elk van deze functies moet begrijpen en hoe ze zich door rijping en ervaring in de hersenen ontwikkelen. In het tweede hoofdstuk beschrijven de auteurs hoe men de sterktes en zwaktes in deze functies kan vaststellen. Enkele uitgewerkte vragenlijsten bieden daarbij ondersteuning. Maar er is meer. In het derde hoofdstuk tonen de auteurs aan dat het minstens even belangrijk is dat de volwassene zijn sterktes en zwaktes in de executieve functies kent. Omdat die zijn reacties op zijn kind, en meer bepaald diens sterktes en zwaktes, bepalen. De codewoorden zijn flexibiliteit en compenseren. In hoofdstuk vier zetten de auteurs een boom op over hoe men er kan voor zorgen dat kind en taak bij elkaar passen.

Het tweede deel, waarin de ouders leren hoe ze hun kind kunnen helpen, start met hoofdstuk vijf. Hierin beschrijven de auteurs tien concrete principes waarmee men de executieve functies van kinderen kan verbeteren. Ze introduceren tegelijkertijd de drie manieren om executieve functies bij te brengen die aan de grondslag liggen van deze principes:

  • het aanpassen van de antecedenten van het gedrag;
  • het aanpassen van het gedrag zelf;
  • het aanpassen van de gevolgen van het gedrag.

Deze komen in de hoofdstukken zes tot en met acht afzonderlijk aan bod. In elk van deze hoofdstukken geven de auteurs concrete tips over de aanpassingen die ouders kunnen doorvoeren. Zo leren ze bijvoorbeeld in hoofdstuk zes dat je als ouder de omgeving kunt veranderen door de fysieke of sociale omgeving, de aard van de taken die het kind moet uitvoeren en/of de interactiemanier tussen ouder en kind te veranderen.

Het derde deel begint met hoofdstuk negen en is meteen het meest praktische gedeelte van het boek. In dit negende hoofdstuk beschrijven de auteurs eerst en vooral de basisprincipes:

  • zich beperken tot het noodzakelijkste;
  • de principes leren die aan effectieve strategieën ten grondslag liggen;
  • het aanpakken van specifiek zwak ontwikkelde executieve functies.

In het tiende hoofdstuk reiken de auteurs kant-en-klare plannen aan om kinderen te helpen om dagelijkse activiteiten, zoals huiswerk maken, studeren voor toetsen, naar bed gaan, … te voltooien. De titel zegt het zelf: het zijn zeer concrete plannen die men zonder meer kan uitvoeren.

Vanaf hoofdstuk elf komen alle executieve functies in afzonderlijke hoofdstukken aan bod. De auteurs vertalen elk van deze functies naar concrete, zeer herkenbare situaties. Aan de hand daarvan tonen ze aan wat ouders kunnen doen om die specifieke executieve functie te versterken. Heel interessant is de Sleutel tot succes waarmee elk hoofdstuk afsluit.

Als alle executieve functies op deze manier aan bod zijn gekomen, leer je als lezer in hoofdstuk 22 wat je kunt doen als al je inspanningen niet voldoende blijken te zijn. Heel belangrijk vind ik de reflectievragen die ouders zich kunnen stellen.

In het drieëntwintigste hoofdstuk houden de auteurs een pleidooi voor een uniforme en consequente samenwerking met de school. In het vierentwintigste en laatste hoofdstuk geven de auteurs nog enkele basisprincipes voor het omgaan met tieners met executieve functies.

Een schitterend boek, dat ouders, leerkrachten en hulpverleners enorm veel diensten zal bewijzen.

afdrukken

20:44 Gepost door Lieven Coppens in Hogrefe | Permalink | Tags: add, adhd, ass, autisme, autismespectrum, executieve functie, leerprobleem, nah, niet aangeboren hersenletsel, ouders | |

2008.12.07

Kinderen in de syndroommix

Auteur: Martin L. Kutscher
Titel: Kinderen in de syndroommix. De complete gids voor ouders, docenten en andere professionals.
Uitgeverij: Nieuwezijds
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2007
Pagina's: 264
ISBN-13: 978-90-5712-225-5
Prijs: € 19,95

kinderen in de syndroommixEen leer-, ontwikkelings- of gedragsstoornis komt zelden alleen. Zo zou je de kern van dit boek kunnen samen-vatten. Voor veel kinderen die met een probleem worden aangemeld, geldt dat ze vaak symptomen, tekenen vertonen van verschillende stoornissen tegelijkertijd. Vanuit dit vertrekpunt geeft de auteur een kijk op deze stoornissen die meer omvat dan we gewoon zijn.

Het eerste hoofdstuk gaat over het stellen van een diagnose. Hierin legt de auteur uit dat ouders en leerkrachten een heel belangrijke rol - kunnen en moeten - spelen in de diagnose omdat zij de meeste observatiegegevens uit de eerste hand hebben, ook al zijn deze vaak niet eenduidig in functie van het stellen van slechts één diagnose. Eenvoudiger gezegd: de ouders en leerkrachten zijn zich er heel vaak van bewust dat er iets met het kind aan de hand is, ook al kunnen ze het niet benoemen. Daarbij staat hij - mijns inziens terecht - stil bij een aantal valkuilen. Tot slot van dit hoofdstuk licht hij het professionele onderzoek, het stellen van de definitieve diagnose en het vaststellen van de juiste behandeling toe. Een belangrijk aspect van deze behandeling komt ruim aan bod in het tweede hoofdstuk. De auteur heeft het daarin over algemene richtlijnen die gelden voor alle stoornissen. Het zijn meer aanbevelingen geformuleerd voor de ouders en leerkrachten. Ze gaan over het bijstellen van het eigen denkkader, het leren begrijpen van het denkkader van het kind en het veranderen van het gedrag van het kind door positiviteit en kalmte.

In de volgende hoofdstukken komen dan verschillende stoornissen uitgebreid aan bod. Het zijn de volgende:

  • Hoofdstuk 3: Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD)
  • Hoofdstuk 4: Leerstoornissen en leerverschillen
  • Hoofdstuk 5: Stoornissen in het autismespectrum
  • Hoofdstuk 6: Aspergersyndroom
  • Hoofdstuk 7: Angststoornis en obsessief-compulsieve stoornis
  • Hoofdstuk 8: Sensorische integratiestoornis
  • Hoofdstuk 9: Tics en Tourette
  • Hoofdstuk 10: Depressie
  • Hoofdstuk 11: Bipolaire stoornis
  • Hoofdstuk 12: Oppositioneel-opstandige gedragsstoornis
  • Hoofdstuk 13: Centraal-auditieve verwerkingsstoornis (CAPD)
  • Hoofdstuk 14: Meervoudige complexe ontwikkelingsstoornis (MCDD)

De structuur van deze hoofdstukken komt er in het kort op neer dat er telkens eerst een duidelijke beschrijving is van wat de stoornis eigenlijk inhoudt. De ene stoornis wordt al uitgebreider beschreven dan een andere, iets wat vaak meebepaald wordt door de complexiteit ervan die zich niet altijd op een eenvoudige manier laat vatten of beschrijven. In elk hoofdstuk is er eveneens aandacht voor de behandeling. In enkele gevallen wordt er expliciet verwezen naar de verbanden met andere stoornissen of de moeilijkheid om de stoornis te onderscheiden van andere. Doorheen alle hoofdstukken is er (vaak uitgebreid) aandacht voor concrete en praktische ouder- en leerkrachtentips die onmiddellijk aan de praktijk kunnen getoetst worden.

Het vijftiende en laatste hoofdstuk gaat dieper in op het gebruik van medicatie bij enkele stoornissen. Het beperkt zich tot een bondige uitleg over de werking van verschillende (groepen) medicijnen en het beantwoorden van een aantal algemene vragen.

Drie interessante bijlagen maken het boek compleet: een gedragscontrolelijst, een vragenlijst over de executieve functie en een uitgebreide literatuurlijst (boeken en websites).

Als besluit kunnen we stellen dat de lezer met dit boek op korte tijd heel veel informatie verwerft over diverse stoornissen. De dichtste begeleiders van deze kinderen (ouders en leerkrachten) krijgen een waaier aan concrete en praktische tips om het kind met (een van deze) stoornissen beter te begeleiden én te begrijpen. Als naslagwerk is het zijn ondertitel meer dan waard: De complete gids voor ouders, docenten en andere professionals.

De boeken van uitgeverij Nieuwezijds worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.

afdrukken

10:48 Gepost door Lieven Coppens in Nieuwezijds | Permalink | Tags: autismespectrum, ontwikkelingsstoornis, mcdd, ass, autisme, executieve functie, adhd, dyslexie, dyscalculie, dcd, ontwikkelingsdyspraxie, ocd, odd | |