2012.03.18

Dyslexie de baas!

Auteur: Caroline Poleij & Yvonne Stikkelbroek
Titel: Dyslexie de baas!
Aanpak van psychosociale problemen van jongeren met dyslexie
Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum
Plaats: Houten
Jaar: 2009
Pagina's: Handleiding: 128
Werkboek: 96
ISBN-13: Handleiding: 9789031360109
Werkboek: 9789031360123
Prijs: Handleiding: € 43,95
Werkboek: € 24,95

dyslexie de baas - aanpak van psychosociale problemen van jongeren met dyslexieDyslexie de baas! is een groepstrainingsprogramma voor kinderen en jongeren vanaf twaalf tot en met 16 jaar met dyslexie en hun ouders. Het is ontwikkeld door medewerkers van de Universiteit Utrecht en wil orthopedagogen en (school)psychologen een wetenschappelijk verantwoord instrumentarium aanbieden om de mogelijke sociaal-emotionele gevolgen van dyslexie (zoals faalangst, somberheid, gebrek aan zelfvertrouwen, …) gericht en effectief aan te pakken. In die zin gaat het programma veel verder dan de publicaties die psycho-educatie als doel beogen.

Het programma bestaat uit een handboek en een werkboek. In het handboek vindt de lezer drie delen terug. In het eerste deel staat de theoretische verantwoording van het programma.  Deze behelst niet alleen de inhoudelijke informatie over dyslexie. Ze staat ook stil bij de mogelijke psychosociale problemen van de kinderen en jongeren met dyslexie en de onderliggende mechanismen van de secundaire problematieken. Tot slot van het eerste gedeelte beschrijven de auteurs niet alleen de doelgroep en de uitgangspunten van hun trainingsprogramma, maar ook de opbouw en gebruikte technieken en thema’s. Ze staan ook kort stil bij de effectiviteit van het programma zoals die gebleken is uit een eerste pilootstudie.

Het draaiboek voor het programma maakt het tweede deel uit van dit boek. Je leert er als toekomstige begeleider niet alleen wat het van jou vraagt en hoe je kandidaten werft en selecteert, maar je vindt er ook de gebruikswijzers voor de bijeenkomsten met de kinderen of jongeren en hun ouders.

In het derde deel vind je elke bijeenkomst volledig uitgewerkt. Het gaat hier eerst en vooral over twaalf bijeenkomsten voor de kinderen of jongeren. Als begeleider lees je er wat je moet voorbereiden, welke materialen je nodig hebt en wat het tijdsschema is van de bijeenkomst. De structuur van de bijeenkomst is nagenoeg altijd dezelfde:

  • Bijpraten;
  • Terugblikken op de klus die men moest klaren;
  • Het geven van informatie en/of doen van oefeningen;
  • Tips en trucs;
  • Het introduceren van de nieuwe klus.

Daarnaast vind je in dit deel ook de uitwerking van de twee ouderbijeenkomsten.

Tot slot wil ik benadrukken dat deze groepstraining toch een en ander verwacht van de (bij voorkeur twee) begeleiders. Het gaat hier over:

  • Kunnen hanteren van cognitief-gedragstherapeutische technieken;
  • Kunnen begeleiden en hanteren van groepsprocessen;
  • Inhoudelijke expertise hebben op het vlak van dyslexie;
  • Een constructieve en opbouwende sfeer kunnen mogelijk maken.

De materialen die men nodig heeft voor de bijeenkomsten kan men op http://www.bsl.nl/dyslexie gratis binnenhalen.

Een uniek en professioneel programma.

afdrukken

11:53 Gepost door Lieven Coppens in Bohn Stafleu van Loghum | Permalink | Email dit | Tags: dyslexie, faalangst, leesprobleem, lezen, psycho-educatie, spelling, spellingprobleem, taal, zelfbeeld, zelfvertrouwen | |

2011.11.13

Zeno en co

Auteur: Inne Van den Bossche
Titel: Zeno en co
Uitgeverij: Abimo
Plaats: Sint-Niklaas
Jaar: 2011
Pagina's: 28
ISBN-13: 978-90-5932-781-8
Prijs: € 11,95

zeno en co.pngSommige mensen vinden hoogbegaafdheid een luxeprobleem. Volgens hen maken ouders van hoogbegaafde kinderen veel drukte om ‘niets’. Dergelijke negatieve reacties weerhouden de ouders van deze kinderen ervan om met hun zorgen naar buiten te komen. Want die zorgen zijn er in veel gevallen wel degelijk. Voor veel hoogbegaafde kinderen loopt lang niet alles van een leien dakje. Sommigen blijven in de klas op hun (leer)honger zitten en vervelen zich. Anderen zijn dan weer te perfectionistisch en faalangstig: ze beginnen er niet meer aan. Ze weten dat ze de hoge eisen die ze aan zichzelf stellen, niet kunnen halen. Veel hoogbegaafde kinderen gaan heel diep in op sommige thema’s en levensvragen die bij hun leeftijdsgenootjes nog lang niet aan de orde zijn. Zij voelen dan ook scherp aan dat ze ‘anders’ zijn. Niet zelden komen al deze gevoelens samen voor. Dit alles zorgt vaak voor een enorme frustratie.

Met oudere kinderen kun je hier gewoon over praten. Bij jonge kinderen is dat veel moeilijker. Het boek Zeno en co van Inne Van den Bossche snelt je hier ter hulp. In haar verhaal laat ze Zeno, die voor de gelegenheid hoogbegaafd is, worstelen met zijn ‘monstertjes’:

  • Het ik wil leren-monster staat voor verveling en leerhonger;
  • Het ik durf niet-monster staat voor perfectionisme en faalangst;
  • Het ik ben anders-monster staat voor hypergevoeligheid en diepzinnigheid;
  • Het ik ben het beu-monster staat voor frustratie.

Inne laat deze monstertjes in haar boek groeien en krimpen. En juist in dat ‘krimpen’ reikt ze een oplossing aan voor de moeilijkheden die Zeno ondervindt.

In haar unieke scheur- en collagestijl heeft Inne de monstertjes een eigen karakter en een alleszeggende vorm weten te geven. Gedreven en gezond-perfectionistisch als ze is, heeft ze zowel haar monstertjes als de begeleidende teksten voorgelegd aan Tessa Kieboom van het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek. Deze zag dat het goed was en schreef het voorwoord op Zeno en co.

Het resultaat mag er zijn: een boek waar kinderen, ouders, en leerkrachten zeker zullen van genieten.

afdrukken

2011.09.17

Leerlingen met een specifieke hulpvraag

Auteur: Pyt Nauta & Marinus Giesing
Titel: Achtergronden van en tips voor de omgang met leerlingen met een specifieke hulpvraag
Uitgeverij: Nauta en Giesing
Plaats: Ferwert
Jaar: 2011 (27e druk)
Pagina's: 60
ISBN-13: 978-90-810460-1-5
Prijs: € 6,50 - € 5,50 vanaf 10 exemplaren

achtergronden van en tips voor leerlingen met een specifieke hulpvraagEen boekje geschreven voor ervaringsdeskundigen door meer-dan-ervaringsdeskundigen. Zo kun je volgens mij dit veelomvattende werk van Pyt Nauta en Marinus Giesing het beste beschrijven. De auteurs werken beiden in het voortgezet onderwijs. Marinus Giesing als zorgcoördinator en Pyt Nauta als orthopedagoog/zorgcoördinator. Daarnaast zijn ze beiden coördinator van een samenwerkingsverband. In Nederland vormen scholen die op het gebied van leerlingenzorg en leerlingenbegeleiding intensief willen samenwerken dergelijke verbanden. Op die manier willen ze bereiken dat meer kinderen met een hulpvraag in het reguliere onderwijs kunnen functioneren en een diploma behalen. Wat trouwens ook de bedoeling was van het nu in Vlaanderen min of meer ter ziele gegane leerzorgkader.

Om hun collega’s van het samenwerkingsverband handelingsbekwamer te maken in hun omgaan met kinderen met een zorgvraag, kamden ze de leerlingendossiers uit op zoek naar problemen die bij de leerlingen voor specifieke zorgvragen zorgden. Ze selecteerden er de 26 belangrijkste uit en kwamen zo tot het volgende lijstje:

ADD Binge Eating Disorder Faalangst NLD
ADHD Borderline stoornis Gilles de la Tourette ODD
Angststoornissen Boulemia Nervosa Hechtingsstoornissen PDD-nos
Anorexia Nervosa Depressiviteit Hemiplegie/Hemiparese Schizofrenie
Astma Dyscalculie Hoogbegaafdheid Syndroom van Asperger
Autisme Dyslexie Hoogsensitiviteit  
Automutilatie Epilepsie MCDD  

Omdat ze hun collega’s niet wilden overbelasten met tonnen literatuur, kozen ze voor het A4-concept: de informatie moest op een A-viertje passen. Ze hanteerden voor elk probleem dezelfde structuur:

  • Een concrete ervaring in verband met het probleem (‘gevalsbeschrijving’ is een te zwaar woord);
  • Een korte beschrijving van het probleem;
  • Een lijstje van kenmerken;
  • Een verwijzing naar recente en essentiële literatuur voor wie zich in de problematiek wil verdiepen.

Het boekje ademt een grote deskundigheid en professionaliteit uit: Pyt en Marinus kennen hun literatuur en weten deze op een schitterende manier te vertalen naar de werkvloer. Hierbij nemen ze de leerkrachten ernstig. Ze stellen zich op geen enkel moment betuttelend op. Helder en praktisch geschreven, draagt elk blad uit dit boekje bij tot de professionaliteit en handelingsbekwaamheid van de lezer. Tegelijk is het boekje een levende getuige van het grote zorghart van beide auteurs. Na 80 000 verkochte exemplaren in Nederland, mag dit boekje wat mij betreft de Vlaamse zorgmarkt overspoelen. De prijs is bewust laag gehouden en er is bovendien een gevoelige korting vanaf 10 exemplaren. Het zou mooi zijn moest iedere leerkracht en docent uit het (buitengewoon)secundair en hoger onderwijs (en waarom ook de leerkrachten uit het (buitengewoon) basisonderwijs niet) over dit boekje kunnen beschikken. Voor de prijs van enkele klassieke boeken over deze thema’s geef je een volledig leraren- of docentenkorps een naslagwerkje dat er staat!

Om het in Michelin-termen te zeggen: 5 sterren.

afdrukken

2011.02.12

Faalangst op school

Auteur: Ard Nieuwenbroek, Jan Ruigrok & Jos de Vries
Titel: Faalangst op school
Uitgeverij: KPC Groep/Educatieve Partners Nederland
Plaats: 's-Hertogenbosch/Houten
Jaar: 2008
Pagina's: 96
ISBN-13: 978-90-402-0054-0
Prijs: € 29,25

faalangst op schoolAlles wat je altijd al wilde weten over faalangst. Dit zou een geschikte ondertitel geweest zijn voor dit boek van Ard Nieuwenbroek, Jan Ruigrok en Jos de Vries. Na het lezen van dit boek heeft ook de absolute leek een duidelijke kijk op het fenomeen faalangst. En dat is precies wat de auteurs met dit Basisboek beogen. Verwacht dus geen complexe wetenschappelijke verhandeling. Neen. Als lezer krijg je meteen boter bij de vis. Er is geen inleiding, geen voorwoord, geen uitleiding of uitgesponnen nawoord. Enkel zeven hoofdstukken doelgerichte en praktische informatie maken de dienst uit. Een absolute aanrader voor wie zich op korte termijn wil vertrouwd maken met het fenomeen faalangst.

Wat is faalangst? Het eerste hoofdstuk geeft een duidelijk antwoord op deze vraag. Je leert drie essentiële kenmerken en de verschillende soorten faalangst (cognitieve, sociale en motorische faalangst) en de mogelijke mengvormen kennen.

Het tweede hoofdstuk gaat dieper in op één van deze kenmerken, namelijk dat faalangst een vorm van angst is. Een zeer belangrijke boodschap die de auteurs meegeven is dat positieve faalangst niet bestaat. Wel maken ze onderscheid tussen actieve en passieve faalangst. In dit hoofdstuk onderzoeken ze het verband tussen angst en faalangst om vandaar uit te komen op een vierde kenmerk van faalangst, namelijk dat het gaat over een vorm van angst als toestand. Een toestand die zich manifesteert in een breed gamma aan kenmerken. Kenmerken die allemaal hun oorsprong vinden in verschillende (gecombineerde) oorzaken.

In het derde hoofdstuk kijken de auteurs naar de invloeden van school, gezin en cultuur die mee verantwoordelijk kunnen zijn voor faalangst. Het belang van structuur en duidelijkheid op school, de loyaliteit van het kind naar de ouders toe en de waarden in de cultuur zetten de auteurs hier sterk in de verf. Vooral de paragrafen over de vijf onuitvoerbare opdrachten en de paradoxale opdrachten zijn hier zeer verduidelijkend.

In het vierde hoofdstuk onderzoeken de auteurs hoe een faalangstige leerling over zichzelf denkt en over anderen die voor hem belangrijk zijn. Dit is immers een belangrijke voorwaarde voor het behalen van succes. Ze gaan na waar deze leerling zijn motivatie vandaan haalt en hoe die motivatie hem beïnvloedt. Tot slot benaderen ze faalangst vanuit verschillende invalshoeken. Op die manier slagen ze er in om het portret te schetsen van zowel de succesgemotiveerde als de mislukkinggemotiveerde leerling.

Faalangst kun je maar aanpakken na een zorgvuldige diagnose. Hoe deze zorgvuldige diagnose eruit ziet, beschrijven de auteurs uitgebreid in het vijfde hoofdstuk. Hierbij is er zowel plaats voor observatie als voor tests. Heel belangrijk in dit hoofdstuk is de nadruk die gelegd wordt op een integrale aanpak. Faalangstbegeleiding is een taak voor het volledige schoolteam en niet voor enkele uitgelezen en gedelegeerde deskundigen.

De hoofdstukken zes en zeven zijn helemaal gewijd aan de aanpak van faalangst. Terwijl het zesde hoofdstuk heel diep ingaat op de individuele faalangstbegeleiding, staat hoofdstuk zeven in het teken van de aanpak van faalangst in de klas.

Een ver-rijkend boek!

afdrukken

17:20 Gepost door Lieven Coppens in Educatieve Partners Nederland, KPC-groep | Permalink | Email dit | Tags: angst, faalangst, motivatie | |

2010.04.10

Hoogbegaafde leerlingen op de secundaire school

Auteur: Tessa Kieboom & Anne Hermans (red.)
Titel: Hoogbegaafde leerlingen op de secundaire school. Hoogvliegers of kwetsbare vogels?
  Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2004
Pagina's: 112
ISBN-13: 978-90-441-1591-8
Prijs: € 13,90

hoogbegaafde leerlingen in de secundaire school - hoogvliegers of kwetsbare vogelsDit boek biedt een verzameling toegankelijke verhandelingen. Het informeert alle direct betrokkenen over een goede aanpak van hoogbegaafde leerlingen in het secundair onderwijs. Tegelijk wil het hen hiervoor sensibiliseren. Omdat het onderwijs en de hulpverlening hoogbegaafdheid nog onvoldoende (h)erkent. Deze verhandelingen vormen een evenwichtige mengeling van wetenschappelijke inzichten en  praktijkervaringen.

Onmiddellijk na Franz Mönks neemt Tessa Kieboom het woord. Zij definieert het begrip hoogbegaafdheid. De modellen van Mönks en Heller komen hierbij aan bod. Daarna beschrijft ze de eigenschappen van hoogbegaafdheid. Heel belangrijk zijn haar aandachtspunten voor het secundair onderwijs. Verder geeft ze een woordje uitleg bij twee gangbare aanpakken voor hoogbegaafde leerlingen. Tenslotte formuleert ze acht duidelijke richtlijnen voor een goede begeleiding.

De verhandeling van Willy Lens beklemtoont het belang van de motivatie. Deze beïnvloedt zowel de waarde van de gemeten intelligentie als het presteren van een leerling. Zo verklaart hij onderpresteren als een gebrek aan motivatie. Hij is daarin heel duidelijk. Onderwijs dat de hoge intellectuele mogelijkheden en creativiteit van zijn hoogbegaafde leerlingen niet uitdaagt, frustreert en verliest hen. Geïndividualiseerd onderwijs is hier het antwoord.

Inge Buseyne leert ons dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat hoogbegaafdheid een risicofactor is voor het ontwikkelen van psychische problemen. Ze toont wel aan dat hoogbegaafde leerlingen bepaalde interne, persoongebonden factoren hebben die hun kwetsbaar maken voor deze problemen. Ze vult deze aan met enkele externe factoren. De meerwaarde van deze verhandeling ligt in het stukje over de misdiagnose en dubbele diagnose (tweemaal speciaal) van hoogbegaafdheid. Ze bedoelt met misdiagnose niet alleen dat men de hoogbegaafdheid niet ziet en afdoet als een psychische stoornis. Ze geeft ook aan dat kenmerken die men toeschrijft aan hoogbegaafdheid ook subtiele of minder subtiele tekenen kunnen zijn van een psychische stoornis. Een dubbeldiagnose (AD(H)D, autisme, leerprobleem) maakt hoogbegaafde leerlingen veel kwetsbaarder voor sociale en emotionele problemen. Ze eindigt haar verhandeling met de vaststelling dat hoogbegaafdheid nog steeds een miskend probleem is.

De verhandeling van Anne Hermans ontkracht enkele mythes over de sociaal-emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde leerlingen. Ze zijn niet asocialer dan hun leeftijdsgenoten. Ze hebben het al evenmin gemakkelijk. Het is wel belangrijk dat zijzelf en hun omgeving op een positieve manier leren omgaan met hun "anders" zijn. Zo kunnen ze voor zichzelf een omgeving vinden waarin ze zich zowel cognitief als sociaal-emotioneel goed voelen.

De volgende verhandelingen belichten meer praktische thema's. Willy Peters gaat dieper in op het onderpresteren van hoogbegaafde kinderen. Hij zoekt naar oorzaken binnen en buiten de leerling en bespreekt die grondig. Tot slot reikt hij enkele oplossingsstrategieën aan.

Marit Goossens beschrijft eerst en vooral een tiental mogelijke studieproblemen van hoogbegaafde leerlingen. Ze licht deze toe aan de hand van concrete voorbeelden. Ze toont aan dat de studiebegeleiding van hoogbegaafde leerlingen moet beantwoorden aan een aantal voorwaarden. Tot slot overloopt ze een aantal kenmerken van hoogbegaafde leerlingen die hun communicatie met leerlingen en leerkrachten beïnvloeden.

In de laatste verhandeling van dit boek geven Brigitte Leuridan en Ann Cuvelier vanuit hun ervaring van drie jaar werken met hoogbegaafden op school enkele aanzetten voor de ondersteuning van hoogbegaafde leerlingen. Ze beschrijven ook hoe ze tot een meer gestructureerde werking kwamen.

Dit boek biedt een snelle verkenning van het thema. Wie meer wil weten kan terecht bij de uitgebreide referentielijsten bij elke bijdrage.

afdrukken

23:29 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Email dit | Tags: secundair onderwijs, dyslexie, intelligentie, hoogbegaafd, dyspraxie, adhd, motivatie, faalangst, motoriek, zorg, autisme, creativiteit, add | |