2018.03.18

De leraar als manager van een krachtige leeromgeving

Auteur: Luc Dekeyser
Titel: De leraar als manager van een krachtige leeromgeving
Uitgeverij: Gompel&Svacina
Plaats: Oud-Turnhout|'s Hertogenbosch
Jaar: 2018
Pagina's: 272
ISBN-13: 978-94-6371-010-7
Prijs: € 32,00

de leraar als manager van een krachtige leeromgevingDit eerste boek van de nieuwe uitgeverij Gompel&Svacina sprak me bij het lezen van de tekst op de achterflap al meteen aan. Omdat we met de komst van het M-decreet in Vlaanderen en het Passend Onderwijs in Nederland onvermijdelijk, en nog meer dan vroeger, te maken krijgen met klassen met daarin een grote diversiteit van leerlingen. Aangezien elke leerling uit deze klassen het recht heeft om zich maximaal te ontwikkelen, zullen deze klassen krachtige leeromgevingen moeten zijn. De kwaliteit van het leren wordt niet enkel bepaald door de didactische factoren maar ook door organi-satorische factoren.

Het boek bestaat uit zes hoofdstukken. De hoofdstukken één en vijf omvatten de theoretische achtergronden waarop het zesde ‘doe-hoofdstuk’ gebaseerd is. Wie wil te weten komen vanuit welke visie dit boek geschreven is, kan daarvoor terecht in hoofdstuk 0.

In het eerste en heel korte hoofdstuk doet de auteur de leertheorie van Kolb kort en krachtig uit te doeken. Heel duidelijk voor wie de theorie nog niet kent, een leuke opfrisser voor wie er wel al mee vertrouwd is. In het tweede hoofdstuk staat het klasmanagement centraal. Het gaat hier niet alleen over het omgaan met de diversiteit van de klas en de noodzaak aan een raamwerk, maar ook over klasmanagement als onderdeel van het functieprofiel van de leer-kracht. Hier verwijst de auteur naar de basiscompetenties van de leerkracht zoals die in september 1998 (bijna 20 jaar geleden!) werden vastgelegd in een besluit van de Vlaamse regering. Het gaat hier dan over:

  • De leerkracht als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen;
  • De leerkracht als opvoeder;
  • De leerkracht als inhoudelijk expert;
  • De leerkracht als organisator, als manager van de klas;
  • De leerkracht als innovator, de leerkracht als onderzoeker;
  • De leerkracht als partner van ouders/verzorgers;
  • De leerkracht als lid van het schoolteam;
  • De leerkracht als partner van externen;
  • De leerkracht als lid van de onderwijsgemeenschap;
  • De leerkracht als cultuurparticipant.

Het derde hoofdstuk gaat over de (basis)principes van een goede communicatie in de klas. De auteur stelt terecht dat dit een basishouding moet zijn voor iedere leerkracht en benadrukt dat het hier over veel meer gaat dan verbaliteit. Hij onderscheidt:

  • basisprincipes (interactie en informatieoverdracht);
  • doelgerichte communicatie;
  • niet-verbale communicatie;
  • assertiviteit;
  • feedback;
  • communicatie in de klasgroep;
  • praten met ouders.

In het vierde hoofdstuk staat de groepsdynamica centraal. Hierin komen zowel thema’s aan bod zoals de groepsvorming en de groepscohesie als de interactie binnen de groep. Ook de impact van dit alles op het leerkracht-zijn wordt hier niet onbenoemd gelaten. Een belangrijke subgroep van de school, het leerkrachtenteam, krijgt een afzonderlijke plaats in het vijfde hoofdstuk. Twee thema’s die ik hier wil uitlichten zijn het taakgericht overleg en het projectmatig werken. Wat de auteur daarover allemaal te vertellen heeft, lees je beter in het boek.

Het zesde hoofdstuk, het ‘doe-hoofdstuk’ heeft heel concrete suggesties en mogelijkheden om de theorie uit de vorige hoofdstukken in de praktijk te brengen. Hoewel de echte doe-gerichte leerkrachten geneigd zullen zijn om enkel dit hoofdstuk te lezen, zou ik hen toch willen aanraden achteraf de andere hoofdstukken grondig door te nemen. Je kunt immers maar iets bijsturen als je weet hebt van de vooraf gestelde doelen.

Doorheen het boek wordt er verwezen naar de leerinstrumenten die achterin het boek als bijlage te vinden zijn. Ik kan alleen maar aanraden om ze ook te gebruiken. Alleen dan komt dit leerboek volledig tot zijn recht.

Een aanrader voor iedere leerkracht (en leerkrachtenteam) die meer uit zijn klaspraktijk wil halen.

afdrukken

2016.12.11

Leren zichtbaar maken met Formatieve Assessment

Auteur: Shirley Clarke
Titel: Leren zichtbaar maken met Formatieve Assessment
Laat leerlingen de volgende stap zetten in hun leerproces
Uitgeverij: Bazalt|Pelckmans Pro
Plaats: Rotterdam|Kalmthout
Jaar: 2016
Pagina's: 196
ISBN-13: 978-94-6118-223-4
Prijs: € 59,00

leren zichtbaar maken met formatieve assessment - laat leerlingen de volgende stap zetten in hun leerprocesWe kunnen er niet onderuit. John Hattie heeft de afgelopen jaren zijn stempel op het onderwijs gedrukt. Meer en meer scholen haken gretig in op zijn verhaal. Maar omdat John Hattie vanuit het onderwijsonderzoek geen recepten aanreikt zoals Robert Marzano, maar ingrediënten, zijn die scholen zelf aan het koken en bakken geslagen. Met wisselend succes. Want hoe combineer je de van Carol Dweck met het Formative Assessment van Dylan Wiliam en Shirley Clarke om leerlingen via de Learning Pit van James Nottingham en het doordachte feedbackmodel van John Hattie tot eigenaar te maken van hun eigen leren? Net op deze vraag geeft Shirley Clarke in dit boek haar – of zeg ik beter ‘het’ – antwoord. Een antwoord dat heel veel scholen tijd en ongelukkige experimenten kan besparen. Net hierdoor is dit boek naast het werk van John Hattie verplichte literatuur en een naslagwerk met heel veel karakter! Het is de verdienste van de Nederlandse bewerkers om de inhoud van dit boek dichter bij de Nederlandse en Vlaamse onderwijssituatie te hebben gebracht. Het bij het boek gemaakte filmmateriaal draagt daar eveneens toe bij.

In het eerste deel van het boek staat Shirley Clarke stil bij het wat en waarom van formatieve assessment. Belangrijker dan het definiëren van dit concept vind ik in dit deel de lijst met de twaalf elementen van formatieve assessment. Enkele daarvan zijn:

  • Een leercultuur waarin leerlingen en leraren een Growth Mindset hebben;
  • Leren in heterogene groepen met een gedifferentieerd aanbod;
  • Effectieve vragen om vast te stellen wat de leerlingen al weten en begrijpen;
  • Feedback van klasgenoten en leraren die gericht is op succes: wat is goed en waar is verbetering nodig.

In het tweede deel van dit boek worden deze twaalf ingrediënten, onderverdeeld in een drietal clusters uitgebreid en concreet besproken. De gevolgde indeling is als volgt:

  • De basis leggen: Hierin worden de voorwaarden beschreven om actieve, kritische en beoordelingsbekwame leerlingen te creëren;
  • Een effectief begin van de les: Hierin wordt beschreven hoe je de aanwezige voorkennis van de leerlingen kunt vaststellen, hun belangstelling kunt wekken, samen met hen succescriteria kunt formuleren en kunt praten over excellentie;
  • Ontwikkelen van het leren: Hierin wordt beschreven hoe men op basis van dialoog leerlingen de mogelijkheid kunt bieden en kunt helpen om zelf de mate van begrip aan te geven;
  • De effectieve afsluiting van de les: Hierin beschrijft Shirley Clarke verschillende technieken om leerlingen te stimuleren om te reflecteren op wat ze hebben geleerd en te ontdekken wat ze nog eens moeten bekijken of verder moeten ontwikkelen.

In het derde deel beschrijft de auteur hoe je formatieve assessment in de hele school kunt implementeren.

Zoals eerder gezegd: een naslagwerk met karakter.

naslagwerk met karakter afdrukken

2015.10.25

Wat écht werkt

Auteur: David Mitchell
Titel: Wat écht werkt
27 evidence based strategieën voor het onderwijs
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2015
Pagina's: 296
ISBN-13: 978-94-91806-47-6
Prijs: € 37,95

wat echt werkt - 27 evidence based strategieën voor het onderwijsLaat me met een cliché beginnen. Wie evidence based onderwijs zegt, zegt John Hattie. Maar wat als John Hattie het volgende over een boek zegt?

What Really Works goes beyond evidence and provides a suite of strategies for special needs students that have the highest probability of being successful. Mitchell emphases the decision-making skills of teachers to choose between these strategies, he bases the strategies on an explicit model of learning and teaching, and emphasizes that many of the learning and domain knowledge is teachable to all students. This is the book I wish I had written, synthesizing an enormous literature focused on special needs students. It is robust, it is readable, and it is your right-hand resource. A stunner of a book.

Inderdaad. Dan rep je je naar de (internet-)boekhandel en lees je dit boek. Als je dan ook nog te weten komt dat de originele titel van het boek What really works in Special and Inclusive Education. Using Evidence-Based Teaching is, dan weet je dat uitgeverij Pica er opnieuw in geslaagd is om op het juiste moment (het moment van het passend of inclusief onderwijs) een belangrijk boek voor het Nederlandse taalgebied beschikbaar te stellen. En dan weet je dat het bijna onvermijdelijk is dat, naast de Vlaamse uitgever Huug Van Gompel, ook de Nederlandse uitgever Mark Veerman vroeg of laat het ereteken van ridder in de Orde van Oranje-Nassau opgespeld zal krijgen omwille van zijn uitzonderlijke verdiensten en carrièrelange inzet voor mensen met leer-, ontwikkelings- of opvoedingsproblemen.

Zoals de ondertitel het aangeeft, presenteert David Mitchell in zijn boek 27 evidence based strategieën. Elke strategie wordt steeds op dezelfde wijze in zeven stappen besproken. Deze stappen zijn:

  • Een omschrijving van de strategie;
  • Het onderliggende idee, de theorie achter de strategie;
  • Een beschrijving van de strategie en zijn varianten;
  • De bewijsvoering die aantoont dat de strategie werkt;
  • Een beschrijving van de mogelijke risico’s en valkuilen;
  • Een beknopte samenvatting van de waarde van de methode;
  • Een lijst met aanbevolen literatuur over de strategie.

Is dit dan de absolute onderwijsbijbel? Absoluut niet. Zo bescheiden als David Mitchell is in persoonlijke contacten, zo bescheiden is hij ook in zijn boek. Ik citeer:

Ik wil graag benadrukken dat ik bij het bespreken van de strategieën in dit boek niet pleit voor een strategie in het bijzonder of voor een vastomlijnde methode die alle leraren zouden moeten gebruiken, voor welke leerling dan ook. Hun behoeften zijn zo verschillend (zelfs als zij binnen een bepaalde categorie van beperkingen vallen) dat er geen enkele methode bestaat die voor iedereen het meest geschikt is. Het is eerder zo dat de meest effectieve programma’s die programma’s zijn, die een variatie van de best mogelijke methoden bevatten. Ik raad ten sterkste aan een repertoire van strategieën te ontwikkelen die passen bij jouw eigen filosofie, persoonlijkheid, vakkennis, reflecties, professionele ervaring en vooral bij jouw kennis over de bijzonderheden en behoeften van jouw leerlingen en jouw kennis van de specifieke omstandigheden. Of zoals Philip Davis het uitdrukt: ‘De beste aanpak in het onderwijs is meer dan alleen maar toepassen, kritisch beoordelen en onderzoeksresultaten implementeren. Het vraagt ook om de integratie van dit soort kennis met professionele inzichten en ervaringen.

Zeg nu zelf. Wat kun je anders besluiten dan dat dit een naslagwerk met karakter en verplichte literatuur is voor iedereen die om kwalitatief onderwijs geeft.

naslagwerk met karakter afdrukken

2015.02.26

Expliciete Directe Instructie (EDI)

Auteur: John Hollingsworth & Silvia Ybarra
Titel: Expliciete Directe Instructie (EDI)
Tips en technieken voor een goede les
Uitgeverij: Pica|Abimo
Plaats: Huizen|Sint-Niklaas
Jaar: 2015
Pagina's: 232
ISBN-13: 978-94-91806-33-9
Prijs: € 24,95

expliciete directe instructie (edi) - tips en technieken voor een goede lesJe hebt boeken die men precies op het juiste moment uitgeeft. De Nederlandse bewerking door onderwijsadviseur Marcel Schmeier (http://www.onderwijsgek.nl) van het boek van John Hollingsworth en Silvia Ybarra, Explicit Direct Instruction (EDI): The Power of the Well-Crafted, Well-Taught Lesson is er zo een. Nu in Nederland het passend onderwijs en in Vlaanderen het inclusief onderwijs zeer actueel zijn, verdient deze Nederlandse bewerking de status van standaardwerk. Het feit dat niemand minder dan Kees Vernooy er zich toe leende om het voorwoord te schrijven, kan het belang van dit werk alleen meer benadrukken. Meer nog, elke onderwijsminister die het passend of inclusief onderwijs hoog in zijn vaandel draagt, zou dit boek ter compensatie van de doorgevoerde besparingen aan alle scholen moeten cadeau geven.

In het eerste en tweede hoofdstuk van het boek leidt men de lezer als vanzelf toe naar het belang van een goede directe instructie voor onze risicoleerlingen. Hiervoor staat men niet alleen stil bij het oorspronkelijke concept van de directe instructie, maar ook bij de wereldwijde evolutie die meer en meer de onderwijsbehoeften van de leerlingen, en niet langer hun leer- en gedragsproblemen, centraal stelt. Met de komst van het passend of inclusief onderwijs is deze evolutie alleen maar versneld. Ook John Hattie komt hierbij aan het woord: de ingrediënten van de Expliciete Directe Instructie, namelijk feedback, metacognitieve strategieën, directe instructie, uitleg in stappen en het stellen van doelen hebben allemaal een effectgrootte voorbij het befaamde kantel- of scharnierpunt van (d=.40). Tot slot geeft men een overzicht van de vaste lesonderdelen en de gebruikte technieken van de expliciete directie instructie die als doel hebben om de leerstof aan te leren aan zowel de sterke, de gemiddelde als de risicoleerlingen. De bedoeling is dat 80% van de leerlingen na het behalen van het lesdoel zelfstandig aan de slag kunnen gaan om de leerstof te verwerken, terwijl de overige 20% van de leerlingen intussen een verlengde instructie krijgt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het belang van een van de gebruikte technieken, het controleren van het begrip, benadrukt wordt door er een volledig hoofdstuk (hoofdstuk 3) aan te wijden. De zes stapstenen voor het controleren van begrip die hierin aanbod komen, zouden door iedere leerkracht moeten in- en uitgeademd worden.

Vanaf het vierde hoofdstuk komen verschillende onderdelen van een les volgens het model van de expliciete directe instructie uitgebreid aan bod. Op een rijtje zijn dat:

  • Het lesdoel (hoofdstuk 4);
  • Het activeren van de voorkennis (hoofdstuk 5);
  • De vorm van de instructie (hoofdstuk 6);
  • De inhoud van de instructie (hoofdstuk 7);
  • De begeleide inoefening (hoofdstuk 8);
  • De lesafsluiting (hoofdstuk 9);
  • De zelfstandige verwerking (hoofdstuk 10).

Elk van deze onderdelen wordt uitgebreid besproken en voorzien van heel concrete voorbeelden die de inhoud niet alleen verduidelijken, maar ook vastankeren in de dagelijkse praktijk van elke leerkracht. Deze leerkracht krijgt bovendien heel veel concrete tips hoe hij zijn instructie, zijn les, nog kan verbeteren.

In het elfde en laatste hoofdstuk worden de verschillende componenten uit de vorige hoofdstukken opnieuw samen-gebracht tot een les volgens het model van de expliciete directe instructie. Na het lezen van dit hoofdstuk kan elke leerkracht zijn eigen les volgens dit model opstellen.

Dit boek heeft de eerder zeldzame kwaliteit om theorie en praktijk op een onnavolgbare manier met elkaar te ver-enigen. Een uitzonderlijk werk dat zowel de leerkracht als een goede didactiek in hun waarde herstelt. Nu al hét onderwijsboek van het jaar!

naslagwerk met karakterafdrukken

22:25 Gepost door Lieven Coppens in Abimo, Pica | Permalink | Tags: directe instructie, edi, effectieve leerkracht, expliciete directe instructie, instructie, feedback, metacognitie, methodiek, evidence based | |

2008.06.14

Opvoeden in de klas

Auteur: Herman Van den Broeck
Titel: Opvoeden in de klas. Wegwijzer voor leerkrachten.
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2006
Pagina's: 240
ISBN-13: 978-90-209-6544-5
Prijs: € 19,95

opvoeden in de klas. wegwijzer voor leerkrachtenOok al is het al meer dan 10 jaar op de markt, Opvoeden in de klas. Wegwijzer voor leerkrachten blijft een brandend actueel boek. Niet in het minst omdat ouders hun opvoedingstaak in stijgende mate blijven delen met de school. Ook omdat de auteur zijn boek blijft bijstellen in het licht van de nieuwe wetenschappelijke bevindingen op dat vlak.

In het eerste hoofdstuk gaat de auteur dieper in op het leerkracht zijn als beroep. Hij duidt op een heldere manier dat een leerkracht iemand is die op lange termijn werkt. Niet alleen op het cognitieve vlak, maar ook op het vlak van de sociale en emotionele ontwikkeling. Dat daarbij zijn werkmateriaal, de leerlingen, van jaar tot jaar verandert, hoeft geen betoog. Leerlingen zijn immers altijd de kinderen van hun tijd. En dat deze tijden tegenwoordig heel snel veranderen, is voor iedereen duidelijk. Dat sommige kinderen met deze tijden moeilijkheden hebben, is vanzelfsprekend. Voor hen kan de leerkracht dan ook een ankerpunt en beschermende persoon zijn. En in deze functie wordt hij soms vogelvrij verklaard...

Het tweede hoofdstuk gaat dieper in op de communicatieprincipes als basis voor de interactie in de klas. Hierbij gaat de auteur uit van het principe dat alle gedrag communicatie is. Hij benadert dit vanuit vier invalshoeken:

  • de inhoud van de boodschap
  • de relatie tussen zender en ontvanger
  • de perceptie van de boodschap
  • de nood aan waarderen en gewaardeerd te worden

Het derde hoofdstuk sluit dicht aan bij het vorige en gaat over communicatietechnieken. Het uitgangspunt hierbij is dat een communicatietechniek slechts goed is als de bedoeling ervan ook overkomt bij de ontvanger. Deze communicatie heeft altijd vier kanten:

  • Wat ik denk en voel (de binnenkant).
  • Wat ik daarmee doe (de buitenkant).
  • Hoe dat overkomt bij de andere (de overkant).
  • Wat we daar samen mee doen (de synergiekant).

De auteur reikt tal van mogelijke technieken aan en geeft daarbij een zeer belangrijke tip: Probeer ze niet allemaal tegelijkertijd!!!

Het vierde hoofdstuk gaat dieper in op een bijzondere vorm van communicatie: feedback. Feedback is een noodzakelijke voorwaarde om te kunnen leren. Hoe je die als leerkracht kunt (moet geven) wordt hier uitvoerig toegelicht.

Het volgende hoofdstuk gaat over negatief gedrag in de klas en hoe je daar als leerkracht op een assertieve en constructieve manier kunt mee omgaan. Wat is streng? Wanneer is iets een probleem? Dit zijn enkele van de vragen die aan bod komen. Soms moet er toch gestraft worden. Hoe je dat kunt doen, lees je in het zesde hoofdstuk. Hoe dat je het wel? Wat doe je beter niet? Welke varianten zijn er? De auteur blijft hier zeer concreet bij stil staan.

Het zevende hoofdstuk is helemaal gewijd aan pesten op school. Het fenomeen van het pesten wordt eerst toegelicht. Daarna is er aandacht voor de mogelijke interventies.

In het achtste en negende hoofdstuk gaat de auteur dieper in op de variëteit die er aanwezig is in de klas. Variëteit in interacties maar ook variëteit in denkstijlen. Deze variëteit past de auteur niet alleen toe op de leerlingen, maar ook op de leerkrachten.

Elke leerling wordt dagelijks geconfronteerd met de emoties van zijn leerlingen. Hoe je daar op een positieve manier kunt mee omgaan is de kern van het laatste hoofdstuk. Aan de hand van twee "sleutels" maakt de auteur duidelijk wat het verschil is tussen een positieve en een negatieve manier om met emoties om te gaan.

Dit boek slaagt er in op een eerder beknopte manier het thema van opvoeden in de klas vrij volledig te benaderen. Dat de auteur daarbij voortdurend aandacht heeft voor concrete voorbeelden, resultaten uit wetenschappelijk onderzoek en concrete denkopdrachten voor de lezer maakt het tot een zeer waardevol naslagwerk voor leerkrachten uit zowel het basis- als het secundair onderwijs.

afdrukken

14:17 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: straffen, opvoeding, communicatie, belonen, feedback, diversiteit, pesten, gedrag, klasgedrag | |