2009.12.28

Motoriekcircuit - Actief werken aan de motorische ontwikkeling

Auteur: Lenty van de Sande-Hoetmer
Titel: Motoriekcircuit. Actief werken aan de motorische ontwikkeling.
Uitgeverij: Schoolsupport/Abimo
Plaats: Zuidhorn/Sint-Niklaas
Jaar: s.d.
Pagina's: 18 blz. (handleiding) + 108 opdrachtenfiches in verzamelbox
ISBN-13: 978-90-8664-139-0
Prijs: € 85,-

motoriekcircuit - actief werken aan de motorische ontwikkelingHoe maak je als basisschool een doorgaande lijn voor motoriek? Dit is een vraag die veel scholen in Nederland en Vlaanderen zich ongetwijfeld stellen. Deze vraag beperkt zich niet tot het eerste leerjaar. Ze komt voor in alle leerjaren. Het toenemende aantal diagnoses van een coördinatieontwikkelingsstoornis (ontwikkelingsdyspraxie) is daar niet vreemd aan.

De openbare basisschool Caleidoscoop te Almere zag zich in het schooljaar 1996-1997 voor ongeveer dezelfde vraag geplaatst. Het viel de leerkrachten van groep 3 (1e leerjaar) op dat veel kinderen het schrijven motorisch nog niet aankonden. Daarenboven was er ook een leerling op school met een lichamelijke handicap. Onder begeleiding van een revalidatiecentrum maakte het team een begin met het opbouwen van een doorgaande lijn voor motoriek. Omdat ze merkten dat ook kleuters en sommige oudere leerlingen nood hadden aan extra ondersteuning. De specifieke doelstellingen halen we zo uit de handleiding (blz. 5) :

  • Groepen 1 & 2 (2e en 3e kleuterklas):
    • Van grof- tot fijn motorisch bezig zijn, met de nadruk op het gebruik van beide handen (symmetrie).
  • Groep 3 (1e leerjaar):
    • De motorische vaardigheid trainen en stimuleren.
    • Vanuit de symmetrie de lateralisatie bevorderen.
    • Bewust worden van het eigen lichaam.
    • De goede houding op een stoel en aan tafel aanleren.
  • Groepen 4 tot en met 8 (2e tot en met 6e leerjaar):
    • De dominantie van de voorkeurshand bevorderen.
    • De dominante hand beter laten ondersteunen door de andere hand.

In de handleiding vind je ook een stukje over de normale motorische ontwikkeling van kinderen. Dit moet je zeker lezen. Zo begrijp je de opzet van Motoriekcircuit beter. Je leest er ook hoe je het geheel organiseert voor de school (soorten activiteiten, benodigde materialen, frequentie, ...).

De opdrachten staan op zeer aantrekkelijke en kindvriendelijke fiches. Ze zijn geschreven in eenvoudige taal. Tekeningen verduidelijken de opdracht. Onderaan elke fiche leest en ziet de leerling welk materiaal hij nodig heeft. In principe kan hij zelfstandig aan de slag.

De fiches zijn als volgt ingedeeld:

  • Groepen 1 & 2 (2e & 3e kleuter): 12 opdrachten
  • Groep 3 (1e leerjaar): 18 opdrachten
  • Groep 4 (2e leerjaar): 18 opdrachten
  • Groep 5 (3e leerjaar): 18 opdrachten
  • Groep 6 (4e leerjaar): 18 opdrachten
  • Groep 7 (5e leerjaar): 12 opdrachten
  • Groep 8 (6e leerjaar): 12 opdrachten

Vier lege fiches nodigen de leerkracht uit om extra opdrachten te maken.

Het materiaal dat je nodig hebt voor Motoriekcircuit is wellicht voor een groot deel al op school aanwezig. Andere materialen, zoals handboeken voor Origami, stressballetjes en jongleermateriaal zal je moeten aankopen.

De opdrachtenfiches zijn van stevig papier en kunnen tegen een stootje. Je kunt ze reinigen met een vochtige doek. Een handige eigenschap!

Motoriekcircuit is een doordacht geheel van opdrachten in stijgende moeilijkheidsgraad. Elke opdracht is daarenboven aangepast aan de bedoelde leeftijd. Wat niet wegneemt dat men Motoriekcircuit ook kan gebruiken voor een individueel zorgtraject. Zowel binnen het reguliere als speciale (buitengewone) onderwijs verdient het zijn plaats. Niet in het minst omdat recent onderzoek heeft uitgewezen dat er achter veel leerproblemen ook een motorisch probleem schuil gaat.

afdrukken

19:14 Gepost door Lieven Coppens in Abimo, Schoolsupport | Permalink | Tags: ontwikkeling, motoriek, zorg, schrijfmotoriek, symmetrie, fijne motoriek, motorische ontwikkeling, lateralisatie | |

2009.04.04

Schrijforthotheek bij de schrijfmethode Eigenhandig

Auteur: Arjanne Huls & Tineke ten Zijthoff
Titel: Eigenhandig. Schrijfmethode voor de basisschool. Schrijforthotheek.
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Leeuwarden
Jaar: 2000
Pagina's: 170
ISBN-13: 978-90-74022-95-8
Prijs: € 105,-

schrijforthotheek bij de schrijfmethode eigenhandigWaarom een orthotheek bespreken die bij een welbepaalde schrijfmethode hoort, zonder deze methode zelf te bespreken? Waarschijnlijk stellen enkele lezers zich deze vraag. Het antwoord ligt hem eenvoudig weg in de originaliteit van de benadering. Maar ook in de doordachtheid ervan.

De auteurs gaan er van uit dat elk kind van nature uit een eigen ritme heeft in de beweging en een eigen indeling van de ruimte. Hierdoor heeft het ook een eigen vormgeving. Door hierop aan te sluiten kan men deze kinderen helpen om een persoonlijk, evenwichtig en duidelijk handschrift te ontwikkelen. Men oefent de schrijfbewegingen niet aan de hand van lettervormen maar men hanteert een vorm van spelend leren waarbij men gebruik maakt van heel specifieke kindvriendelijke opdrachten. Hierdoor is er kans dat de schrijfmotivatie van het kind vergroot.

Deze orthotheek kan men zeker gebruiken vanaf de leeftijd van zes jaar. Soms zelfs vroeger, als men merkt dat het kind over voldoende ruimtelijk inzicht en fijne motoriek beschikt. De essentie ervan laat zich samenvatten in het volgende citaat uit de handleiding dat tegelijk ook de chronologie van de methode weergeeft:

Let op:
Eerst ontwikkelt de leerling voldoende ruimtelijk inzicht = onderdeel RUIMTE (R)
om daarin te kunnen bewegen in de juiste richting = onderdeel BEWEGING (B).
De beweging moet moeiteloos, vlot en vloeiend plaats vinden, dit is zichtbaar in de
mooie ronde bochten zonder bibbers én aan de dunne uitzwaai van de beweging.
Pas wanneer dit allemaal goed gaat, beginnen wij met het onderdeel VORM (V),
omdat hierbij geconcentreerd gewerkt wordt en dit kan het krampachtig schrijven
bevorderen.
(blz.8)

Om deze chronologie te realiseren bevat de methode tal van werkbladen. Sommige werkbladen kunnen gebruikt worden bij het inoefenen van verschillende onderdelen. Dit wordt in de toelichting aangegeven door de codering van de werkbladen. Zo betekent de codering 'B en R' dat voor dit werkblad het onderdeel 'Beweging' de voornaamste functie is en daarna pas het onderdeel 'Ruimte'. Voor elk onderdeel wordt er aangegeven welke werkbladen van tel zijn. Ze zijn ook geordend naar opklimmende moeilijkheidsgraad.

Iemand die meer ervaren is met het schrijfonderwijs en meer bepaald met de signalen dat het er fout mee loopt, kan de toets- en signaalbladen uit de map gebruiken om te onderzoeken wat een leerling nodig heeft en hem zo een taak- en doelgerichte selectie van de werkbladen aanbieden. Een minder ervaren leerkracht kan deze stap achterwege laten en de leerling zonder meer werkbladen aanbieden of laten kiezen, waardoor er toch geoefend wordt. Het belangrijkste is dat hij aandacht blijft hebben voor de volgorde van de verschillende onderdelen (dus eerst ruimte, daarna beweging en tenslotte vorm). Bij de werkbladen uit de orthotheek hoort er ook een wegwijzer. Deze laat aan oudere leerlingen toe om zelfstandig een eigen traject te volgen.

Zoals het vaak bij een orthotheek het geval is, kan men ook bij deze orthotheek de werkbladen preventief gebruiken. Hierbij blijft het belangrijk dat men de chronologie tussen de verschillende onderdelen volgt en probeert aan te sluiten bij de zone van de naaste 'schrijf'-ontwikkeling.

afdrukken

15:24 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Tags: motoriek, orthotheek, schrijfmethode, schrijfmotoriek, fijne motoriek, motorische ontwikkeling | |

2008.05.17

KOEK: Korte Observatie Ergotherapie Kleuters

Auteur: Margo van Hartingsveldt, Edith Cup & Madeleine Corstens-Mignot
Titel: KOEK: Korte Observatie Ergotherapie Kleuters
Uitgeverij: Ergoboek
Plaats: Nijmegen
Jaar: 2006
Pagina's: 207
ISBN-13: 978-90-810589-1-9
Prijs: € 29,95

korte observatie ergotherapie kleutersDe Korte Observatie Ergotherapie Kleuters is een observatie-instrument voor de fijnmotorische vaardigheden van kleuters. Dit instrument kan gebruikt worden om na te gaan of de oudste kleuters toe zijn aan het (voorbereidend) schrijven. Daarnaast kan het ook gebruikt worden bij de diagnostiek van kleuters met fijnmotorische problemen. Op basis van de resultaten van deze observatie kunnen er adviezen gegeven worden aan de leerkracht zodat hij in het laatste kleuterjaar die vaardigheden kan stimuleren die voor de kleuter zelf nog moeilijk zijn. Waar nodig kan men de kleuter op basis van dit instrument ook doorverwijzen voor een professionele behandeling.

Het eerste deel is zuiver theoretisch. Na een korte verheldering over wat ergotherapie inhoudt en welk model er gehanteerd wordt (hoofdstuk 1), gaan de auteurs dieper in op het aspect van de fijne motoriek. Ze definiëren de fijne motoriek en werken dan dit thema volledig uit. Aan bod komen de basale vaardigheden zoals het reiken, het grijpen, het dragen en het bedoeld loslaten van iets, evenals de meer complexe vaardigheden zoals de binnenhandse verplaatsing (bijvoorbeeld het in de hand verplaatsen van een balpen vanuit de vuistgreep naar de juiste pengreep zonder de tussenkomst van de andere hand), het bilateraal handgebruik (het gebruik van 2 handen samen om een activiteit uit te voeren) en het gebruik van gereedschap. De ontwikkeling van de fijne motoriek in de kleuterperiode komt heel kort aan bod om dan dieper in te gaan op een aantal aspecten en componenten van de fijne motoriek zoals:

  • de sensorische aspecten
  • de biomechanische componenten (schouder, elleboog, onderarm, pols, hand, de handbogen en de oppositie van de duim)
  • de ontwikkelingsneurologische componenten van de fijne motoriek.

Hierna gaan de auteurs kort en krachtig in op het onderzoek van de fijne motoriek (hoofdstuk 3). Ze komen tot het besluit dat een goed onderzoek naar de fijne motoriek moet bestaan uit een combinatie van de volgende instrumenten:

  • Movement-Assessment Battery for Children (Movement-ABC)
  • Beery developmental test for Visual Motor Integration (Beery VMI)
  • Korte Observatie Ergotherapie Kleuters

Het volgende stuk van het eerste deel (hoofdstuk 4) is helemaal gewijd aan de papier- en pentaken. De auteurs gaan dieper in op de ontwikkeling van deze taken, de schrijfrijpheid, de goede uitgangshouding voor het schrijven en de juiste pengreep. Duidelijke afbeeldingen maken het gemakkelijker om deze inhoud te begrijpen. Tegelijk wordt er ook aangegeven hoe deze aspecten in de KOEK aan bod komen. Tot slot worden de verschillende fijnmotorische taken die in de KOEK onderzocht worden, zoals het knippen, de manipulatie in één hand, het tweehandig bewegen en het overschrijden van de middellijn uitgelegd en gesitueerd binnen het observatie-instrument (hoofdstuk 5).

Het tweede deel staat helemaal in het teken van het observatie-instrument zelf. Hier krijgt men alle informatie die men nodig heeft om de observatie goed te laten verlopen:

  • een overzicht van de verschillende onderdelen van het instrument (hoofdstuk 6)
  • een lijst met de benodigde materialen (hoofdstuk 7)
  • de instructies (hoofdstuk 8)
  • de scorelijst (hoofdstuk 9)
  • de normering (hoofdstuk 10)
  • een model voor een verslag (hoofdstuk 11)
  • een uitgebreide bibliografie (hoofdstuk 12)

Het derde en laatste deel gaat over de advisering. Het eerste onderdeel (hoofdstuk 13) bespreekt de theoretische achtergronden die de ergotherapeutische interventie vorm geven en een aantal mogelijke benaderingswijzen. Er is ook aandacht voor onderzoeksgegevens die bewijzen dat een ergotherapeutische behandeling effectief werkt. Het tweede onderdeel (hoofdstuk 14) geeft bij elk onderdeel van de KOEK adviezen en tips die door de (zorg)leerkracht kunnen gebruikt worden om het kind te ondersteunen.

In de bijlagen worden de criteria om te kunnen spreken van ontwikkelingsdyspraxie nog eens opgesomd. Daarnaast vind je ook nog alle benodigde formulieren, die je ook gratis van de website http://www.ergoboek.nl/download%201.htm kunt plukken.

Dit boek is eerst en vooral een goed studieboek voor iedereen die zicht wil krijgen op de ontwikkeling van de fijnmotorische vaardigheden van kleuters. Sterk theoretisch onderbouwd, is het toch zeer toegankelijk. Niet in het minst doordat de juiste terminologie gebruikt én heel concreet uitgelegd wordt. Het observatie-instrument zal mensen in het onderwijs zeker helpen bij de vraag of een kleuter moet doorverwezen worden voor verder onderzoek en/of behandeling of niet. Terwijl het instrument niet onmiddellijk zal afgenomen worden door de klasleerkracht zelf, kan het toch een functie hebben als kijkwijzer om de fijnmotorische ontwikkeling van kleuters gerichter te volgen. Bij twijfel aan een voldoende ontwikkeling kan het instrument dan selectief afgenomen worden van de risicokleuters.

Waar dit boek misschien iets te gespecialiseerd lijkt om aan te kopen voor de schoolbibliotheek, meen ik wel dat het aanwezig zou moeten zijn in de bibliotheek van de schoolondersteunende diensten, waaronder de centra voor leerlingenbegeleiding.

afdrukken