2013.09.28

Van werkdruk naar werkplezier

Auteur: Angela Kouwenhoven & Annemieke Schoemaker
Titel: Van werkdruk naar werkplezier
Timemanagement en klassenmanagement in het onderwijs
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2013
Pagina's: 160
ISBN-13: 978-90-77671-93-1
Prijs:  € 18,95

van werkdruk naar werkplezier - timemanagement en klassenmanagement in het onderwijsZowel in Vlaanderen als in Nederland kennen leerkrachten het fenomeen van de werkdruk en de planlast. Het valt niet te ontkennen dat er momenten zijn waarop dit sterk en negatief doorweegt op de arbeidsvoldoening. Met dit boekje willen de auteurs daar verandering in brengen. Niet door nog maar eens aan de Klaagmuur te staan. Wel door de leerkracht op een zeer aangename manier ideeën en strategieën aan te reiken om op een positieve manier iets aan deze werkdruk te doen. Hun boodschap is zeer duidelijk: als leerkracht mag je (lees: moet je) voor jezelf zorg dragen en grenzen stellen. De vele herkenbare situaties die in dit boek beschreven worden, zullen af en toe een glimlach op de mond van de lezer toveren. In die zin is dit boek ook een beetje een ‘voel-je-goed’-schrijfsel: je weet en voelt dat je er als leerkracht niet alleen voor staat. Dat maakt een wereld van verschil. Ik kan niet echt verwoorden wat het is, maar dit boekje zoog me meteen mee. Een hebbeding voor elke leraarskamer!

Wat veroorzaakt nu deze werkdruk? Dat halen de auteurs uit een Nederlands rapport over een onderzoek naar de werkdruk in het basis- en voortgezet onderwijs. Vlaamse leerkrachten zullen zich hier ongetwijfeld meteen in herkennen. Voor het basisonderwijs zijn de drie belangrijkste factoren die de werkdruk bepalen:

  • De niet-lesgevende taken (vergaderen, overleggen, verbeteren, het begeleiden van zorgleerlingen en mentoruren;
  • De beperkte mogelijkheden voor de leerkrachten om de eigen werkzaamheden te kunnen plannen en vorm te geven;
  • De wijze waarop in de school wordt leiding gegeven.

Voor het voortgezet onderwijs ziet de top drie van factoren die de werkdruk bepalen er als volgt uit:

  • De niet-lesgevende taken (vergaderen, overleggen, verbeteren, het begeleiden van zorgleerlingen en mentoruren;
  • De beperkte mogelijkheden voor de leerkrachten om de eigen werkzaamheden te kunnen plannen en vorm te geven;
  • De (fysieke, mentale en emotionele) belasting van het werk.

Verderop in het boek helpen de auteurs de leerkracht om hun eigen werkdruk en werkplezier in kaart te brengen. Dit is een heel boeiende oefening, ook voor mensen die niet in het onderwijs staan. Het hoofdstuk waarin de trotse en slimme scholen aan bod komen is niet mis te begrijpen. Dit alles is echter de basis om naar de kern van de zaak te gaan: hoe kan de leerkracht het anders aanpakken zodat hij wel toekomt aan de essentiële taken en er toch nog plezier aan beleeft? Dit komt aan bod in de hoofdstukken vier tot en met zes van het boek. In deze hoofdstukken vind je geen hoogdravende theorieën maar wel onderbouwde praktische en concrete tips en adviezen om de werkdruk aan te pakken. De concrete voorbeelden en de praktische tips zijn heel bruikbaar en een aansporing om telkens nog een stuk verder te lezen.

In de laatste hoofdstukken gaan de auteurs in op de eigen beleving van de werkdruk en het maken van keuzes. Hierbij wordt een stukje theorie op een heel heldere en luchtige manier gebracht.

Een boek dat de titel Naslagwerk met karakter meer dan verdient!

naslagwerk met karakter.pngafdrukken

18:15 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: klassenmanagement, planlast, tijdsbeheer, timemanagement, werkdruk, werkplezier | |

2012.01.22

De gouden weken

Auteur: Boaz Bijleveld
Titel: De gouden weken
Groepsvorming & Ouderbetrokkenheid
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2011
Pagina's: 80
ISBN-13: 9789081712019
Prijs: € 22,95

de gouden weken - groepsvorming en ouderbetrokkenheidMet dit boek wil de auteur een methodiek introduceren om in de eerste weken van het schooljaar het contact en de communicatie over en weer tussen leerlingen en leerkrachten zo te kneden dat er een heel schooljaar lang een fijne sfeer heerst in de klas. Dat lees je op de achterflap van het boek. Voor deze missie – want zo kun je het wel noemen – is hij niet over een nacht ijs gegaan. Dat kun je eerst en vooral al afleiden aan de auteurs die hij in zijn bibliografie vermeldt. We treffen zowel kleppers als Maslow, Marzano en Pameijer aan naast een aantal mindere goden. Toch meer dan voldoende om te kunnen spreken van een evidence based boek. Daarenboven is hij voor de groepsvormende activiteiten onder andere de mosterd gaan halen bij de Vlaamse Leefsleutels en de Nederlandse Stichting Lions Quest (Cfr. Leefstijl, de Nederlandse tegenhanger van de Vlaamse Leefsleutels). Wat dan weer de garantie is voor een voldoende practice based boek. Een boek met een stevig fundament, dat mag je wel zeggen.

In het eerste hoofdstukje schetst de auteur de achtergrond van zijn methodiek die zowel voor het lager als voor het secundair onderwijs geschikt is. Zoals de titel van het boek het laat vermoeden liggen de accenten op de groepsvorming en de ouderbetrokkenheid in de eerste weken van het schooljaar. Waarom de eerste weken? Daar heeft de auteur grondige redenen voor:

  • Je hebt nog invloed op de groepsvorming. Het is de klas die samen met de leerkracht de normen bepaalt. Men is eventuele informele groepsleiders voor;
  • Het creëren van ouderbetrokkenheid is minstens even belangrijk. Dit omwille van de bestaansloyaliteit die bestaat tussen ouder en kind. Door de ouders al heel snel bij het begin van het schooljaar uit te nodigen, kan men in een positief klimaat met elkaar praten. De kans dat er al negatieve voorvallen zijn geweest is nog heel klein en daardoor is de kans dat ouders onbevangen over hun kind informatie geven, nog zeer groot.

In het tweede hoofdstuk zet de auteur zijn veronderstellingen over leraren, leerlingen en ouders op een rijtje. Dit is heel belangrijk om de methodiek te begrijpen. Hierna begint de kern van het boek, uitgespreid over twee hoofdstukken.

Het derde hoofdstuk gaat dieper in op het thema groepsvorming. De auteur laat hierbij duidelijk in zijn kaarten kijken: je leert hoe hij de theorie en de praktijk geïntegreerd heeft in zijn methodiek. Het lijstje met groepsvormende activiteiten waarmee dit derde hoofdstuk eindigt, is allerminst volledig.

De ouderbetrokkenheid komt even uitgebreid aan bod in het volgende hoofdstuk. Centraal staat hier het ouder-gesprek en de houding hierbij van de leerkracht. Interessant is zeker ook de oudertypologie waarmee dit hoofdstuk eindigt. Het vijfde hoofdstuk van het boek is de uitgebreide bibliografie.

Dit boek heeft zeker een grote praktijkwaarde: met het aangereikte kader en de daaraan gekoppelde praktische activiteiten kan iedere leerkracht aan zijn professionaliteit werken. Aangezien ook in Vlaanderen de eerste weken gouden weken zijn, kan ik dit boek alleen maar aanbevelen.

afdrukken

01:55 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Tags: groepsvorming, klassenmanagement, ouderbetrokkenheid, oudercontact, ouders | |

2011.10.23

De Kunst en Wetenschap van het Lesgeven

Auteur: Robert Marzano
Titel: De Kunst en Wetenschap van het Lesgeven. Een evidence-based denkkader voor goed, opbrengstgericht onderwijs. Tien vragen (én antwoorden) om uw lessen sterker te maken.
Uitgeverij: Bazalt
Plaats: Vlissingen
Jaar: 2011
Pagina's: 320
ISBN-13: 978-94-6118-022-3
Prijs: € 69,-

de kunst en wetenschap van het lesgeven - een evidence-based denkkader voor goed, opbrengstgericht onderwijs - tien vragen (én antwoorden) om uw lessen sterker te makenWat is een goede les? Dit is een vraag die in het onderwijs, ongeacht het niveau, voortdurend brandend actueel (moet) zijn. Samengevat komt het hierop neer: goed onderwijs bestaat uit de juiste mengeling van vier belangrijke onderwijsfactoren. Deze factoren zijn:

  • het kiezen van de juiste onderwijsstrategie;
  • het goed pedagogisch handelen;
  • het klassenmanagement;
  • het afstemmen van het onderwijsaanbod op de specifieke onderwijsbehoeften van de leerlingen.

Zoals steeds is het geheel hier meer dan de som van alle delen. Het kreeg zelfs een eigen naam mee: opbrengstgericht werken.

Zoals we dat van hem gewoon zijn, ging Marzano in de internationale vakliteratuur op zoek naar methoden waarvan wetenschappelijk werd vastgesteld dat ze garant staan voor een goede les. Heel belangrijk daarbij is – maar dat wisten we al vanuit andere werken van Marzano – dat naast die goede methoden (de wetenschap) ook het vakmanschap van de leerkracht (de kunst) zeer belangrijk is.

Maar wat is nu een goede les? Marzano lost deze vraag op door een antwoord op tien vragen te geven:

  • Hoe stel ik leerdoelen vast en communiceer ik deze, houd ik vorderingen van leerlingen bij en vier ik successen?
  • Hoe laat ik leerlingen omgaan met nieuwe kennis?
  • Hoe laat ik leerlingen oefenen en hun begrip van nieuwe kennis verdiepen?
  • Hoe laat ik leerlingen hypothesen opstellen over nieuwe kennis en deze toetsen?
  • Hoe krijg ik betrokken leerlingen?
  • Hoe stel ik regels en routines op én hoe handhaaf ik deze?
  • Hoe herken en erken ik de naleving en het gebrek aan naleving van regels en routines?
  • Hoe bouw en onderhoud ik een goede relatie met leerlingen?
  • Hoe communiceer ik hoge verwachtingen voor alle leerlingen?
  • Hoe ontwikkel ik goede lessen binnen een samenhangend geheel?

Marzano beantwoordt elke vraag in dezelfde zeven stappen:

  • Elke vraag start met een lijst van Trefwoorden die de inhoud van het antwoord weerspiegelen;
  • Het onderdeel De praktijk vat vooraf de verschillende stappen samen die je moet zetten als je het antwoord op de vraag in de eigen klas wil toepassen;
  • In de rubriek In de klas krijg je een uitgewerkt praktijkvoorbeeld;
  • De onderzoeksgegevens die betrekking hebben op de gestelde vraag vind je terug in het onderdeel Onderzoek en theorie.
  • De te nemen Actiestappen vind je uitgewerkt in de gelijknamige rubriek;
  • De Samenvatting zet alle elementen van het antwoord nog eens beknopt op een rijtje;
  • De rubriek Verder lezen geeft enkele bronnen met meer informatie aan.

Lees zeker ook altijd de virtuele gele kleefnotities die in de marge staan en de praktijkvoorbeeldjes op de oranje achtergrond. Zij geven aan het boek nog een extra dimensie.

Net zoals de andere boeken van Marzano is dit werk een onontbeerlijk naslagwerk voor iedereen die de kwaliteit van het onderwijs wil verbeteren. Een aanrader voor zowel de leerkrachten als de onderwijsbegeleiders, ongeacht of ze dichtbij bij de leerlingen staan of niet.

De educatieve uitgaven van Bazalt worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

18:37 Gepost door Lieven Coppens in Bazalt | Permalink | Tags: klassenmanagement, leerkrachten, marzano, onderwijsonderzoek, onderwijsstrategie, opbrengstgericht, pedagogisch handelen, evidence based | |

2010.08.10

Wat werkt: Pedagogisch handelen en klassenmanagement

Auteur: Robert Marzano, Jana Marzano & Debra Pickering
Titel: Wat werkt: Pedagogisch handelen en klassenmanagement - Evidence-based strategieën voor iedere leraar
Uitgeverij: Bazalt
Plaats: Vlissingen
Jaar: 2010
Pagina's: 146
ISBN-13: 978-90-74233-95-8
Prijs: € 52,-

wat werkt: pedagogisch handelen en klassenmanagement - evidence-based strategieën voor iedere leraarUit Wat werkt op school van Robert Marzano leerden we dat er op het niveau van de leerkracht drie factoren zijn die de leerprestaties van leerlingen bevorderen:

  • de didactische aanpak;
  • het pedagogisch handelen en het klassenmanagement;
  • de sturing en het herontwerpen van het programma.

Dit boek staat helemaal in het teken van de tweede factor op leerkrachtenniveau.

Uit de meta-analyse van het wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat er 4 belangrijke componenten bestaan die storend gedrag van de leerlingen gevoelig verminderen:

  • de mentale instelling van de leraar;
  • de manier van omgaan met storend gedrag;
  • de relatie tussen leraar en leerling;
  • het gebruik van regels en routines.

Die vermindering kan geobjectiveerd worden in een percentage:

Componenten Vermindering van storend gedrag
De mentale instelling van de leraar 40 %
De manier van omgaan met storend gedrag 32 %
De relatie tussen leraar en leerling 31 %
Het gebruik van regels en routines 28 %

Het spreekt vanzelf dat het gecombineerd gebruiken van deze strategieën resulteert in een nog grotere afname van het storend gedrag van de leerlingen. Wat echter niet betekent dat men de percentages uit de bovenstaande tabel zonder meer kan optellen. Maar dat had je na een eenvoudig rekensommetje (131 %) natuurlijk al door.

In het eerste hoofdstuk onderschrijft Marzano nog maar eens één van de uitgangspunten van het handelingsgericht samenwerken zoals Noëlle Pameijer het formuleert: de leerkracht doet er toe! Daarnaast geeft hij een korte geschiedenis van het onderzoek naar het pedagogische handelen en het klassenmanagement. Hij geeft eveneens een woord uitleg bij zijn meta-analyse van de bovenstaande componenten. Om te eindigen met een zeer positieve boodschap: goede klassenmanagers worden niet geboren, ze kunnen redelijk vlug gemaakt worden. En ook deze stelling is evidence-based!

De vier beschreven componenten komen in de hoofdstukken 2 tot en met 5 ruim aan bod. Marzano be-handelt per hoofdstuk één component en doet dit steeds op dezelfde manier. Eerst bespreekt hij de theorie en de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek, om daarna enkele Engelstalige programma’s te presenteren. Het is de verdienste van de Nederlandse uitgeverij Bazalt dat dit telkens aangevuld wordt met een voorstelling van Nederlandse programma’s. Vervolgens formuleert Marzano enkele actiestappen die de leerkracht kan ondernemen. Elk hoofdstuk sluit hij af met een zeer kernachtige samenvatting.

Maar dat is niet alles. Marzano besteedt ook aandacht aan de verantwoordelijkheid van de leerlingen. Het kernwoord hier is zelfdiscipline. Ook hier steunt hij zich op de theorie en de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek. Laat het duidelijk zijn: het aanleren van eigen verantwoordelijkheid bij de leerlingen is een krachtig middel maar vraagt dat de leerkracht bereid is om:

  • een persoonlijke relatie met de leerlingen op te bouwen die verder gaat dan de noodzakelijke omgang voor zuiver onderwijskundige doeleinden;
  • buiten schooltijd contacten met ouders en leerlingen te onderhouden, zonder daarvoor financieel beloond te worden;
  • om te gaan met soms ingewikkelde problemen zonder daarvoor opgeleid te zijn;
  • desgevallend het hoofd te bieden aan tegenstand van de schoolleiding;
  • om te gaan met weerstand of frustratie bij de leerling, zijn familie of andere betrokkenen.

Ook hier worden een aantal programma’s en actiestappen voorgesteld. En volgt er een kernachtig besluit.

In het zevende hoofdstuk benadrukt Marzano dat het begin van het schooljaar zeer belangrijk is op het vlak van een goed klassenmanagement. Hij levert enkele actiestappen aan die iedere (beginnende) leerkracht best ter harte neemt. In het achtste en laatste hoofdstuk toont hij aan dat naast het klassenmanagement ook het schoolbreed management een belangrijke rol speelt. En dat ze beiden in een symbiotische relatie tot elkaar staan.

Opnieuw een standaardwerk!

De educatieve uitgaven van Bazalt worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

20:07 Gepost door Lieven Coppens in Bazalt | Permalink | Tags: klassenmanagement, leerkrachten, marzano, onderwijsonderzoek, pedagogisch handelen, evidence based | |

2010.08.01

Wat werkt op school?

Auteur: Robert Marzano
Titel: Wat werkt op school - Research in actie - Meta-analyse van 35 jaar onderwijsreserach direct toepasbaar in beleid en praktijk - Beter leerproces, hogere resultaten
Uitgeverij: Bazalt
Plaats: Vlissingen
Jaar: 2009 (derde druk)
Pagina's: 160
ISBN-13: 978-90-74233-70-5
Prijs: € 58,-

wat werkt op school - research in actie - meta-analyse van 35 jaar onderwijsreserach direct toepasbaar in beleid en praktijk - beter leerproces, hogere resultatenRobert Marzano is een Amerikaanse onderwijswetenschapper. Samen met zijn team voerde hij een meta-analyse[1] uit op de resultaten van 35 jaar onderwijsonderzoek in Amerika, Canada en Europa. Deze meta-analyse beperkte zich tot deze onderwijsveranderingen die de leerprestaties van leerlingen echt lijken te beïnvloeden. Dankzij hem beschikken we nu over harde onderwijsfeiten over wat werkt. Zowel binnen het kader van het evidence-based werken als dat van de handelingsgerichte diagnostiek en het handelingsgericht (samen)werken zijn deze onderwijsfeiten onontbeerlijk. Wat mij betreft moet het volledige werk van Marzano een vast onderdeel worden van alle lerarenopleidingen. En een verplicht onderdeel van alle Banaba-opleidingen voor leerkrachten.

In dit boek brengt Marzano in zijn inleiding al meteen een zeer positieve boodschap: scholen doen er toe! Als er al problemen zijn, dan is niet de inzet van de scholen en hun leerkrachten het probleem. Neen, zij weten gewoon onvoldoende wat er goed is voor de leerlingen en welke verbeteringen ze moeten invoeren. Marzano stelt klaar en duidelijk dat scholen een enorme invloed kunnen hebben op het leren van hun leerlingen als ze de onderzoeksresultaten volgen. Hij gaat zelfs verder: echt goede scholen – en dat zijn dus deze die de onderzoeksresultaten volgen – halen resultaten waarbij de achtergronden van de leerlingen bijna volledig onbelangrijk zijn. Dit moet iedereen met een hart voor gelijke onderwijskansen als muziek in de oren klinken. Er zijn drie soorten factoren die de resultaten van de leerlingen bevorderen:

  • factoren op het niveau van de school;
  • factoren op het niveau van de leraar;
  • factoren op het niveau van de leerling.

Deze factoren bepalen dan ook de drie grootste secties van het boek.

In de eerste sectie bespreekt Marzano de vijf factoren die op het niveau van de school belangrijk zijn om de leerprestaties van de leerlingen te bevorderen:

  • een haalbaar en gedegen programma;
  • uitdagende doelen en effectieve feedback;
  • de betrokkenheid van ouders en gemeenschap;
  • een veilige en ordelijke omgeving;
  • de professionaliteit en collegialiteit.

Marzano bespreekt elk van deze factoren heel concreet. Hij legt niet alleen uit wat je er moet onder verstaan. Hij licht ze ook toe aan de hand van concrete voorbeelden. De kers op de taart zijn de actiestappen die hij telkens aanbeveelt om de factor zo goed mogelijk te realiseren. Als voorbeeld geef ik zijn actiestappen bij de factor Een haalbaar en gedegen programma weer (blz. 23-29).

Actiestap 1: Bepaal welke leerstof als zeer belangrijk voor alle leerlingen wordt gezien en welke leerstof als aanvulling wordt beschouwd of alleen noodzakelijk voor degene die een vervolgopleiding willen gaan volgen. Deel dit mee aan leraren en leerlingen.
Actiestap 2: Zorg ervoor dat de zeer belangrijke leerstof kan worden behandeld in de tijd die beschikbaar is voor onderwijs.
Actiestap 3: Breng een volgorde aan in de essentiële leerstof en maak een zodanige indeling dat leerlingen een ruime gelegenheid hebben om de stof te leren.
Actiestap 4: Zorg ervoor dat leraren de essentiële leerstof behandelen.
Actiestap 5: Bescherm de beschikbare tijd voor onderwijs.

Hoe je dit doet, vind je terug in het boek zelf.

De tweede sectie behandelt op dezelfde manier de factoren op het niveau van de leerkracht. Achtereenvolgens komen aan bod:

  • de didactische aanpak;
  • het pedagogisch handelen en het klassenmanagement;
  • de sturing en het herontwerpen van het programma.

Net zoals in de andere secties leer je hier ook hoe Marzano er toe kwam om deze factoren te weerhouden.

In de derde sectie van het boek leer je de factoren kennen op het niveau van de leerling zelf: de thuissituatie, de achtergrondkennis en de motivatie. Enkel op het niveau van de thuissituatie geeft Marzano geen actiestappen omdat hij, geheel terecht, meent dat de school er niet op een directe manier in mag tussenkomen.

In de korte vierde sectie van het boek legt Marzano uit hoe men met dit model kan werken op school.

De boeken van Marzano voorstellen is niet gemakkelijk. De inhoud is zo kernachtig weergegeven dat deze zich maar moeilijk samenvatten. Maar laat dit duidelijk zijn: niemand uit het onderwijs mag zeggen evidence-based bezig te zijn zonder Marzano gelezen te hebben!


[1] Op de website www.watwerktopschool.nl, een initiatief van Bazalt, lezen we: Een meta-analyse is een onderzoek waarin onderzoeken van een bepaald fenomeen worden samengevoegd om één secuurdere uitkomst te verkrijgen. Er wordt uit literatuur informatie gehaald over onderzoeken die over dat fenomeen gaan en met behulp van statistische methoden worden deze gemiddeld en wordt er aan de hand van de uitkomsten een algemene conclusie getrokken. Meta-analyses zijn belangrijk omdat de uitkomst veelal significanter is dan elk onderzoek afzonderlijk.

De educatieve uitgaven van Bazalt worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

22:33 Gepost door Lieven Coppens in Bazalt | Permalink | Tags: didactiek, klassenmanagement, leerkrachten, leerlingen, marzano, onderwijsbeleid, onderwijsonderzoek, evidence based | |