2012.03.04
Als kleuters leren meten
| Auteur: | Marije Bakker, Aafke Bouwman, Jarise Kaskens & Anneke Noteboom |
| Titel: | Als kleuters leren meten De ontwikkeling van meten en meetkunde bij jonge kinderen |
| Website: | CPS |
| Plaats: | Amersfoort |
| Jaar: | 2011 |
| Pagina's: | 90 |
| ISBN-13: | 9789065086402 |
| Prijs: | € 45,00 |
Meten en meetkunde zijn twee wiskundedomeinen die, naast het tellen en het getalbegrip, al van in de kleuterschool belangrijk zijn. Kleuters moeten er concrete ervaringen mee opdoen. Zo leggen ze alvast de basis voor de inzichten, kennis en vaardigheden waaraan men vanaf het eerste leerjaar bouwt. Op het niveau van de kleuterschool betekent dit voor het meten dat het opdoen van meetervaringen bijdraagt tot het ontluiken van het maatbesef. De meetkundige aspecten helpen de kleuter dan weer om hun ruimtelijke omgeving beter te begrijpen. Kleuters die ervaringen opdoen met deze meetkundige aspecten hebben een basis waarop het ruimtelijk voorstellings- en redeneervermogen zich ontwikkelen. In deze map komen meten en meetkunde exclusief aan bod. Uitgaande van peilingen brengt men de ontwikkeling van de kleuter op deze twee domeinen in kaart. Waar nodig kan men de kleuter stimuleren.
In het eerste hoofdstukje vertellen de auteurs wat de lezer van deze map kan verwachten. Een leeswijzer geeft heel beknopt weer hoe een en ander moet gelezen worden.
Hoofdstuk twee schetst de ontwikkeling van de kleuter op het vlak van meten en meetkunde. Heel interessant hierbij zijn de minimumdoelen zoals ze in Nederland aan het einde van groep 2 (3e kleuterklas) moeten gekend zijn. Hoewel anders geformuleerd, zien we toch veel overeenkomsten met de Vlaamse eindtermen en hun vertaling naar de Vlaamse leerplannen wiskunde. De delen over het peilen en stimuleren op het gebied van meten en meetkunde enerzijds en de tabellen met daarin per onderdeel de aangewezen leerevolutie in de tweede en derde kleuterklas anderzijds vind ik persoonlijk heel belangrijk.
Het derde hoofdstuk geeft meer uitleg bij de speelse activiteiten die de leerkracht met de kleuters kan doen om te bepalen hoever ze staan in hun meet- en meetkundige ontwikkeling. Je kunt dit zien als een soort diagnostisch gesprek waarbij hij op systematische manier de verschillende deelaspecten van het meten en de meetkunde onderzoekt.
Het vierde hoofdstuk bevat enkele voorstellen om kinderen te ondersteunen. Hoofdstuk 5 bevat de uitgewerkte peilingactiviteiten voor de kleuters. Het benodigde materiaal is meegeleverd in bijlage.
Dit is een voorbeeld van het soort kleutermateriaal waarvan we er in Vlaanderen veel te weinig hebben.
De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.
11:57 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit
| Tags: diagnostiek, diagnostisch gesprek, gecijferdheid, getalbegrip, kleuteronderwijs, kleuters, meetkunde, meten, metend rekenen, methodiek, rekenen, rekentaal, ruimtelijk inzicht, ruimtelijk oriëntatie, ruimtelijk redeneringsvermogen, ruimtelijk voorstellingsvermogen, schoolrijpheid |
|
2011.02.19
Als kleuters leren tellen...
| Auteur: | Anneke Noteboom & Joost Klep |
| Titel: | Als kleuters leren tellen - Peilen en stimuleren van getalbegrip bij jonge kinderen |
| Website: | CPS |
| Plaats: | Amersfoort |
| Jaar: | 2010 |
| Pagina's: | 98 |
| ISBN-13: | 978-90-6508-627-3 |
| Prijs: | € 45,00 |
Wie algemeen de discussie rond schoolrijpheid en de voorbereidende rekenvaardigheden in het bijzonder volgt, weet dat het getalbegrip en het tellen voor Hans van Luit gelden als twee heel belangrijke rekenvoorwaarden. De vaardigheden die Piaget beschreef zouden zich tegelijk met het tellen ontwikkelen zonder er een voorwaarde voor te zijn (van Luit) en meer te maken hebben met de ontwikkeling van het logisch denken dan met het ontwikkelen van het rekenen (Verschaffel). Voor Annemie Desoete is het dan weer zeer belangrijk dat kinderen aan het einde van de derde kleuterklas in staat zijn om kleine hoeveelheden (tot 4) te herkennen zonder te tellen (= subitizing). Alleen laten deze vaardigheden zich in de kleuterschool niet gemakkelijk op de klassieke manier testen. De Nederlandse Stichting leerplanontwik-keling speelde hier in 2005 als het ware visionair op in met haar map Als kleuters leren tellen. Met deze map kun je als leerkracht op een speelse manier, dus zonder een klassieke toets, nagaan in welke mate de kleuter het getalbegrip en het tellen al verworven heeft. De in de map opgenomen spelletjes zijn immers de aanleiding om te komen tot een diagnostisch gesprekje. Het is de verdienste van het Nederlandse CPS deze map opnieuw uit te brengen.
Na een korte inleiding (geniet van de vergelijking tussen autorijden en getalbegrip) waarin de auteurs een duidelijk onderscheid maken tussen het beheersen van rekenvaardigheden en rekencompetent zijn, leer je in het tweede hoofdstuk hoe het tellen en het getalbegrip ontwikkelt bij jonge kinderen. Je krijgt als lezer meteen mee wanneer de ontwikkeling goed verloopt en wanneer je er best op ingrijpt. De volgende aspecten komen aan bod:
- resultatief tellen;
- verkort tellen;
- denken over getallen;
- vergelijken en ordenen;
- telgetal en getalsymbool.
In het derde hoofdstukken leggen de auteurs heel concreet uit hoe je aan de hand van de in de map opgenomen spelletjes kunt peilen naar het tellen en het getalbegrip. Ze gaan in op het waarom van het peilen met spelletjes en geven de lezer zicht op de inhoud ervan en de onderliggende hiërarchie. Verder doen ze de volledige methodiek uit de doeken. In het vierde hoofdstuk leer je dan wat je kunt doen om kleuters op basis van de bevindingen uit de peilingactiviteiten extra te stimuleren.
Tot slot vind je in het vijfde hoofdstuk de uitgewerkte peilingactiviteiten. De benodigde materialen zijn in de bijlagen opgenomen. Na wat knutselwerk kun je al vrij snel aan de slag.
Voor mij is deze map voor het rekenonderwijs wat de map Fonemisch bewustzijn van het CPS is voor het taalonderwijs.
De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.
15:11 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit
| Tags: diagnostiek, diagnostisch gesprek, gecijferdheid, getalbegrip, kleuteronderwijs, kleuters, methodiek, rekenen, schoolrijpheid, tellen |
|
2010.10.03
Het grote snoezelboek
| Auteur: | Joep Derie en Ronny Vanoosthuyse |
| Titel: | Het grote snoezelboek - Een wondere wereld van zintuigen |
| Uitgeverij: | Abimo/Schoolsupport |
| Plaats: | Sint-Niklaas/Zuidhorn |
| Jaar: | 2008 |
| Pagina's: | 206 |
| ISBN-13: | 978-90-5932-295-0 |
| Prijs: | € 24,50 |
Het woordenboek Van Dale omschrijft snoezelen als het zich bevinden in een ruimte met voorwerpen, beelden, kleuren, geuren en geluiden die de zintuigen aangenaam prikkelen. Het woord is een samen-trekking van de woorden snuffelen en doezelen. Gegroeid vanuit de werking met mensen met een ernstige mentale beperking, vond het snoezelen zijn weg naar andere doelgroepen. In Vlaanderen deed het ondermeer zijn intrede in het kleuteronderwijs. Hieronder zie je hoe de Vrije Kleuterschool ’t Kersenpitje uit het Oost-Vlaamse Waarschoot het snoezelen aanpakt.
In het Grote snoezelboek legden de auteurs vijftien jaar ervaring vast. Gegroeid vanuit de praktijk, laat het boek de inhoudelijke en filosofische achtergrond van het snoezelen niet liggen. Je kunt het dan ook beschouwen als het eerste Vlaamse naslagwerk over snoezelen in de kleuterschool. Scholen die ermee willen starten moeten het zeker lezen.
In het eerste hoofdstuk schetsen de auteurs de ontstaansgeschiedenis van het snoezelen en geven ze er een uitgebreide definitie van. Je leert dat het een begeleid en doelgericht gebeuren is waarbij zintuiglijke prikkels selectief in een sfeervolle omgeving worden aangeboden. Daarbij houdt men bewust rekening met de eigen aard van elk kind.
Het tweede hoofdstuk breekt een lans van de Joeron-methodiek. Dit stappenplan garandeert dat het snoezelen een begeleid en doelgericht gebeuren is voor de deelnemers. Het besteedt aandacht aan de voorbereiding en de uitvoering van het snoezelen. Belangrijk hier vind ik het onderdeel waar de drie voorwaardenscheppende elementen besproken worden, namelijk:
- een begeleidster die er klaar voor is;
- kinderen die er klaar voor zijn;
- een ruimte die er klaar voor is.
Het derde en meest praktische hoofdstuk leert ons hoe je zelf goede snoezelvoorwerpen kunt maken. Centraal staan de specifieke eigenschappen waaronder:
- het selectieve;
- het verwonderende;
- het contrasterende;
- het variërende;
- …
In dit hoofdstuk lees je verder hoe je stap voor stap tientallen snoezelvoorwerpen kunt maken.
Aangezien snoezelen een eigen ruimte vraagt, hebben de auteurs er het vierde hoofdstuk aan gewijd. Hierin bespreken ze de kernprincipes bij de inrichting van de snoezelruimte en haar basiselementen. Ze eindigen dit hoofdstuk met de voorstelling van enkele Vlaamse projecten.
In het vijfde hoofdstuk komt het verschil tussen snoezelen enerzijds en zintac en zintex anderzijds, aan bod. Deze twee laatste woorden staan voor zintuigen activeren (zintac) en zintuiglijk experimenteren (zintex). Hierbij staat het stimuleren van de zintuigen voorop, en niet zozeer het ervaren door en genieten van de zintuigen.
Het zesde en laatste hoofdstuk geeft een multimediaal overzicht van inspiratiebronnen.
Voor wie snoezelen wil leren kennen en meteen ook uitproberen is dit Het Boek.
2010.08.29
VoorSprong - Spelenderwijs woorden leren
| Auteur: | Lienke van Dijk & Cobi Visser |
| Titel: | VoorSprong - Spelenderwijs woorden leren op school en thuis |
| Website: | CPS |
| Plaats: | Amersfoort |
| Jaar: | 2009 |
| Pagina's: | Activiteitenboek: 216 Ringkalender: 18 |
| ISBN-13: | 978-90-6508-614-3 |
| Prijs: | € 42,50 |
VoorSprong is een speelleerpakket. De Nederlandse Stichting voor landelijk onderwijs aan varende kleuters ontwikkelde deze methodiek waarbij ouders en school intensief samenwerken. De ouders geven hun kind les aan boord met behulp van het materiaal van de Stichting. Daarbij kunnen zij rekenen op een mentor voor de ondersteuning. Deze vorm van onderwijs werkt. Onderzoek wees dit uit.
Het pakket stimuleert de ontwikkeling van peuters door hun woordenschat uit te breiden. Dit gebeurt op een betekenisvolle manier door kernwoorden in een herkenbare en zinvolle context aan te bieden en aan te leren. Daarvoor creëert het een rijke leeromgeving. Ik citeer uit het activiteitenboek:
VoorSprong gaat uit van het principe van betekenisvol leren. Dit houdt in dat woorden in een herkenbare en zinvolle context worden aangeboden en aangeleerd. Zo wordt aangesloten bij het gegeven dat leren betekenis moet hebben, relevant en functioneel moet zijn. Uitgaan van betekenisvolle leersituaties en een rijke leeromgeving, maakt dat kinderen ook willen ontdekken en leren.
In VoorSprong worden kinderen op een volwaardige manier betrokken bij hun eigen leerproces. Ook dit gebeurt in levensechte situaties, passend bij hun eigen belevingswereld. Daarbij wordt ruimte geboden aan het gegeven dat situaties vanuit meerdere invalshoeken benaderd kunnen worden. Overleg, samenwerking en interactie krijgen in alle activiteiten daadwerkelijk gestalte, waarbij ook de reeds aanwezige kennis geïntegreerd wordt in de nieuwe leerstof (blz.216).
In het programma komen 8 thema’s aan bod. Aan elk thema wordt er vier weken gewerkt. Daarna volgt er telkens een vijfde “checkweek”. Hierin gaat men na of de kinderen zich de aangebrachte woordenschat eigen hebben gemaakt. De ringkalender bevat voor elk van deze thema’s een praatplaat voor de kinderen en de lijst met kernwoorden per thema. De kalender kan zo opgezet worden dat de peuter de praatplaat ziet en de ouder de kernwoordenkaart. De thema’s zijn:
- ik
- eten en drinken
- gezond en ziek
- dieren
- boodschappen
- op stap
- feest
- naar school
Elk thema begint als het ware met een didactisch moment voor de ouders. Hierin geven de auteurs op een eenvoudige wijze een stukje theoretische, pedagogische en/of didactische achtergrond. In gewone taal helpen ze hen op weg. Hierdoor overstijgt VoorSprong het “oefenen om te oefenen”.
Per thema vind je in het activiteitenboek 20 verschillende activiteiten. Elke activiteit is op dezelfde manier uitgewerkt:
- Wat heb je nodig: Een overzicht van het benodigde materiaal en de aan te brengen woorden.
- Wat kun je doen: Een duidelijke omschrijving van de activiteiten met concrete aanpaktips.
- Samen praten: Een overzicht van de sleutelzinnen die in het spel moeten verwerkt worden met in een kader opnieuw een aantal aandachtspunten voor de begeleidende ouder.
Bij elk thema zijn er enkele noodzakelijke bijlagen en een woordenwijzer voor de evaluatie van de vijfde week. Hoe deze moet gebeuren, staat stap voor stap uitgelegd in het activiteitenboek. Belangrijk is dat elke woordenwijzer aangeeft hoeveel woorden de peuter effectief moet beheersen. Dit komt neer op minimaal 80% van de aangebrachte woorden. Soms is er extra materiaal nodig. Dat kun je vinden op de website Zelf les geven.
Gemaakt voor kinderen van binnenschippers, biedt dit programma heel wat perspectieven om zowel binnen als buiten de kleuterschool te gebruiken voor taalarme en/of taalzwakke kinderen. Het kan dus zeker ook gebruikt worden voor kinderen die het Nederlands niet als moedertaal hebben. De meerwaarde van het programma ligt in het feit dat het fonemisch bewustzijn van de kinderen enorm ontwikkeld wordt. Dit is zeer belangrijk om later met succes te leren lezen.
Voor de Vlaamse scholen die in de 2e en 3e kleuterklas al met de map Fonemisch bewustzijn van het CPS werken, geef ik graag nog een suggestie. VoorSprong is een ideaal pakket om ook in de eerste kleuterklas op een leuke manier aan taalstimulering te doen. Het is de extra investering meer dan waard. Dit materiaal beveel ik zeker aan voor de opleiding tot kleuterleerkracht!
De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.
22:30 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit
| Tags: anderstaligen, geletterdheid, fonemisch bewustzijn, fonologisch bewustzijn, kleuters, methodiek, nt2, ouders, peuters, taal, taalontwikkeling, taalstimulering, woordenschat |
|
2009.08.15
Beter omgaan met de emoties van kleuters
| Auteur: | Niki Jeannin, Peter Adriaenssens & Els Mertens |
| Titel: | Beter omgaan met de emoties van kleuters. Met de methode van 'Het Toverbos'. |
| Uitgeverij: | Lannoo |
| Plaats: | Tielt |
| Jaar: | 2008 |
| Pagina's: | 160 |
| ISBN-13: | 978-90-209-7619-9 |
| Prijs: | € 19,95 |
Je kent hem wel, die peuter of kleuter die één en al gevoel is. Je wilt hem ter hulp schieten en vat krijgen op de situatie die dat gevoel veroorzaakt, maar kunt het niet. De peuter of kleuter is immers niet in staat om zijn gevoelens onder woorden te brengen. Dit maakt het voor jou als ouder of volwassen begeleider moeilijk om hem te steunen.
Peuters en kleuters hebben het niet altijd even gemakkelijk om hun gevoelens te beheersen. Dit geldt zowel voor de positieve als voor de negatieve gevoelens. In dit boek willen de auteurs wegwijzers uitzetten om peuters en kleuters beter met deze gevoelens te leren omgaan en hen daar als volwassene bij te helpen.
In het eerste deel wordt de theoretische onderbouw van het boek geleverd. Eerst en vooral wordt er dieper ingegaan op het thema van de gevoelens. Vragen als wat een gevoel is en welke gevoelens er zijn, krijgen hier een antwoord. Vervolgens gaan de auteurs dieper in op de sociaal-emotionele ontwikkeling van het jonge kind. Ze beschrijven hoe de gevoelswereld in de periode van baby tot kleuter evolueert en geleidelijk aan meer gedifferentieerd en op de anderen betrokken en door de communicatie over en weer met anderen bepaald wordt. Dit is niet altijd een bewust proces. Daarbij komt dat de gevoelsbeleving van peuters en kleuters nog weinig stabiel is. Van het ene moment op het andere kunnen positieve gevoelens omslaan in negatieve en omgekeerd. Twee gevoelens die in de periode van baby tot kleuter zeer manifest aanwezig zijn, zijn angst en woede.
Een belangrijk middel om het gevoelsleven beter te leren kennen is het spel. De auteurs noemen dit de toverkracht van het spelen. In het spel kunnen veel, nagenoeg alle gevoelens gesymboliseerd worden. Het spelen heeft dan ook een meervoudig doel:
- de ruimte tussen fantasie en realiteit verkennen;
- sociale vaardigheden oefenen;
- leer omgaan met angsten en conflicten;
- oefenen voor later;
- cognitieve capaciteiten oefenen (blz.43) .
Doorheen verschillende speelactiviteiten leert het kind zijn gevoelens uiten en er mee omgaan. Voor volwassenen is spel dan ook de gelegenheid bij uitstek om door observatie binnen te kijken in de emotionele ontwikkeling van een kleuter. In het laatste hoofdstuk van het eerste deel (hoofdstuk 4) geven de auteurs concrete tips hoe volwassenen met de emoties van kinderen kunnen omgaan.
In het tweede deel van het boek, het meer praktische gedeelte, komt de methode van Het Toverbos© aan bod. Let hierbij wel op: het is een verkenning van deze methode, geen handleiding. Het boek kan dus niet als zodanig aangewend worden. Een uitgebreide en zeer concreet geïllustreerde introductie wordt gevolgd door een overzicht van de sterkmakende punten van de methode.
Tot slot van het boek staan de auteurs stil bij enkele problemen die zich kunnen voordoen bij het werken met Het Toverbos©.
Een boek dat je op een snelle manier heel wat bijbrengt over de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en dat een prima aanzet vormt om de methode van Het Toverbos© beter te leren kennen.
16:01 Gepost door Lieven Coppens in Lannoo | Permalink | Email dit
| Tags: ontwikkeling, kleuters, peuters, kleuteronderwijs, methodiek, sociale ontwikkeling, emotionele ontwikkeling |
|










