2010.12.11
Opzoekboekje wiskunde
| Auteur: | Braams&Partners i.s.m. RT Amersfoort |
| Titel: | Opzoekboekje opzoekboekje wiskunde |
| Uitgeverij: | Braams&Partners |
| Plaats: | Deventer |
| Jaar: | s.d. |
| Pagina's: | 75 fiches |
| ISBN-13: | - |
| Prijs: | € 17,50 |
Na het succes van de opzoekboekjes rekenen en spellen voor het basisonderwijs, is er nu ook het opzoekboekje wiskunde voor het voortgezet onderwijs. Braams & Partners hebben dit in samenwerking met Remedial Teaching Amersfoort samengesteld. Met als doelgroep jongeren met automatiserings- en/of rekenproblemen, kan dit opzoekboekje ook voor Vlaamse leerlingen een grote hulp zijn. Nagenoeg alle kaartjes bevatten leerstof die in het Vlaamse onderwijs ook aan bod komt. Vanzelfsprekend zal men, al naargelang de richting, het aantal fiches moeten aanpassen.
De auteurs hebben de wiskundige inhouden ondergebracht in vijf verschillende categorieën. We geven ter oriëntatie een overzicht van deze categorieën met enkele voorbeelden. Hierdoor is de bruikbaarheid voor Vlaanderen meteen bewezen:
- Basisvaardigheden(fiches met blauwe rand):
- breuken;
- negatieve getallen;
- assenstelsel en coördinaten;
- …
- Algebra(fiches met paarse rand):
- voorrangsregels;
- haakjes wegwerken;
- ontbinden in factoren;
- …
- Verbanden(fiches met groene rand):
- lineair verband;
- wadratisch verband;
- exponentieel verband;
- …
- Meetkunde(fiches met gele rand):
- inhoud berekenen van ruimtefiguren;
- stelling van Pythagoras;
- hoek berekenen met sinus/cosinus/tangens;
- …
- Statistiek(fiches met oranje rand):
- gemiddelde, modus, mediaan;
- kansen berekenen;
- frequentietabel aflezen;
- …
Bij het ontwikkelen van de fiches gingen de auteurs uit van verschillende didactische principes die in de praktijk goed bleken te werken. Dat lees je op www.opzoekboekje.nl. Zo kozen ze, waar mogelijk, voor meer universele oplossingsstrategieën zodat zoveel mogelijk somtypen met dezelfde methode kunnen opgelost worden. Deze keuze zorgt onder meer voor een enorme ontlasting van het werkgeheugen van de leerling. Dit levert alleen maar voordelen op. Daarnaast zijn er een aantal stappenplannen voorzien voor veel voorkomende wiskundetaken. Zij moeten de overgang van mechanisch naar inzichtelijk rekenen vergemakkelijken. Ze hebben tegelijk ook een belangrijke meerwaarde: door ze te verinnerlijken kan de leerling zichzelf aansturen. Een derde kwaliteit van deze fiches is hun sobere maar duidelijke opmaak met een heel mooi evenwicht tussen tekst, afbeeldingen en formules. Hierdoor hebben ze een grote leesbaarheid.
Niet aarzelen: gebruiken!
19:20 Gepost door Lieven Coppens in Braams&Partners | Permalink | Email dit
| Tags: compenseren, dispenseren, dyscalculie, formularium, leerprobleem, rekenen, rekenprobleem, remediëren, secundair onderwijs, stimuleren, wiskunde, wiskundeprobleem |
|
2010.09.19
Slim maar...
| Auteur: | Peg Dawson en Richard Guare |
| Titel: | Slim maar... - Help kinderen hun talenten benutten door hun executieve functies te versterken |
| Uitgeverij: | Hogrefe |
| Plaats: | Amsterdam |
| Jaar: | 2009 |
| Pagina's: | 336 |
| ISBN-13: | 978-90-79729-10-4 |
| Prijs: | € 29,50 |
Je kent ze wel. Als ouder of leerkracht krijg je er grijze haren van. Je weet dat ze heel wat talenten hebben, maar ze komen er niet toe om die talenten te benutten. Omdat ze zich moeilijk op iets kunnen richten.
Recent wetenschappelijk onderzoek plaatste de executieve functies in de schijnwerpers. Dit zijn functies die het mogelijk maken om rationele beslissingen te nemen, impulsen onder controle te houden en zich te richten op wat er van belang is. Wanneer deze executieve functies niet werken zoals het moet, dan krijgen mensen problemen met hun doelgericht gedrag. Het is net dat wat er met deze kinderen aan de hand is. En bij veel kinderen met ADHD, autisme, leerstoornissen en niet-aangeboren hersenafwijkingen.
In het eerste deel van het boek geven de auteurs ons een kijkje in de wereld van de executieve functies. Zonder veel vakjargon, schotelen ze de lezer in het eerste hoofdstuk de noodzakelijke theorie voor. Zo leert hij dat er elf executieve vaardigheden zijn, verdeeld over twee dimensies:
| Dimensie I: denken (cognitie) | Dimensie II: doen (gedrag) |
| werkgeheugen | respons-inhibitie |
| planning en prioriteiten stellen | emotieregulatie |
| organisatie | volgehouden aandacht |
| tijdsbeheer | taakinitiatie |
| metacognitie | doelgericht gedrag |
| flexibiliteit |
De auteurs leggen heel goed uit wat men onder elk van deze functies moet begrijpen en hoe ze zich door rijping en ervaring in de hersenen ontwikkelen. In het tweede hoofdstuk beschrijven de auteurs hoe men de sterktes en zwaktes in deze functies kan vaststellen. Enkele uitgewerkte vragenlijsten bieden daarbij ondersteuning. Maar er is meer. In het derde hoofdstuk tonen de auteurs aan dat het minstens even belangrijk is dat de volwassene zijn sterktes en zwaktes in de executieve functies kent. Omdat die zijn reacties op zijn kind, en meer bepaald diens sterktes en zwaktes, bepalen. De codewoorden zijn flexibiliteit en compenseren. In hoofdstuk vier zetten de auteurs een boom op over hoe men er kan voor zorgen dat kind en taak bij elkaar passen.
Het tweede deel, waarin de ouders leren hoe ze hun kind kunnen helpen, start met hoofdstuk vijf. Hierin beschrijven de auteurs tien concrete principes waarmee men de executieve functies van kinderen kan verbeteren. Ze introduceren tegelijkertijd de drie manieren om executieve functies bij te brengen die aan de grondslag liggen van deze principes:
- het aanpassen van de antecedenten van het gedrag;
- het aanpassen van het gedrag zelf;
- het aanpassen van de gevolgen van het gedrag.
Deze komen in de hoofdstukken zes tot en met acht afzonderlijk aan bod. In elk van deze hoofdstukken geven de auteurs concrete tips over de aanpassingen die ouders kunnen doorvoeren. Zo leren ze bijvoorbeeld in hoofdstuk zes dat je als ouder de omgeving kunt veranderen door de fysieke of sociale omgeving, de aard van de taken die het kind moet uitvoeren en/of de interactiemanier tussen ouder en kind te veranderen.
Het derde deel begint met hoofdstuk negen en is meteen het meest praktische gedeelte van het boek. In dit negende hoofdstuk beschrijven de auteurs eerst en vooral de basisprincipes:
- zich beperken tot het noodzakelijkste;
- de principes leren die aan effectieve strategieën ten grondslag liggen;
- het aanpakken van specifiek zwak ontwikkelde executieve functies.
In het tiende hoofdstuk reiken de auteurs kant-en-klare plannen aan om kinderen te helpen om dagelijkse activiteiten, zoals huiswerk maken, studeren voor toetsen, naar bed gaan, … te voltooien. De titel zegt het zelf: het zijn zeer concrete plannen die men zonder meer kan uitvoeren.
Vanaf hoofdstuk elf komen alle executieve functies in afzonderlijke hoofdstukken aan bod. De auteurs vertalen elk van deze functies naar concrete, zeer herkenbare situaties. Aan de hand daarvan tonen ze aan wat ouders kunnen doen om die specifieke executieve functie te versterken. Heel interessant is de Sleutel tot succes waarmee elk hoofdstuk afsluit.
Als alle executieve functies op deze manier aan bod zijn gekomen, leer je als lezer in hoofdstuk 22 wat je kunt doen als al je inspanningen niet voldoende blijken te zijn. Heel belangrijk vind ik de reflectievragen die ouders zich kunnen stellen.
In het drieëntwintigste hoofdstuk houden de auteurs een pleidooi voor een uniforme en consequente samenwerking met de school. In het vierentwintigste en laatste hoofdstuk geven de auteurs nog enkele basisprincipes voor het omgaan met tieners met executieve functies.
Een schitterend boek, dat ouders, leerkrachten en hulpverleners enorm veel diensten zal bewijzen.
20:44 Gepost door Lieven Coppens in Hogrefe | Permalink | Email dit
| Tags: add, adhd, ass, autisme, autismespectrum, executieve functie, leerprobleem, nah, niet aangeboren hersenletsel, ouders |
|
2010.06.13
Jonge risicokinderen
| Auteur: | G.M. van der Aalsvoort & A.J.J.M. Ruijssenaars (red.) |
| Titel: | Jonge risicokinderen. Achtergronden, onderkenning, aanpak en praktijk |
| Uitgeverij: | Lemniscaat |
| Plaats: | Rotterdam |
| Jaar: | 2000 |
| Pagina's: | 192 |
| ISBN-13: | 978-90-5637-328-3 |
| Prijs: | € 27,50 |
Sommige boeken blijven verrassend actueel. Zelfs als ze tien jaar oud zijn. Dit is het geval met het boek Jonge risicokinderen. De redacteurs stellen in dit boek de wetenschappelijke kennis over jonge kinderen met een risicovolle ontwikkeling beschikbaar. Ze mochten daarvoor rekenen op auteurs die een autoriteit zijn op hun vakgebied, zoals Miriam Baltussen (KPC-groepNL), Adriana Bus (Universiteit LeidenNL), Paul Leseman (Universiteit van AmsterdamNL), Luc Stevens (Universiteit UtrechtNL) en Ludo Verhoeven (Katholieke Universiteit NijmegenNL).
In het eerste hoofdstuk, de algemene inleiding op het boek, beschrijft Geerdina "Diny" van der Aalsvoort (Hogeschool UtrechtNL) het ontstaan van jonge risicokinderen als afzonderlijke groep. Ze omschrijft deze doelgroep op basis van wetenschappelijk onderzoek en komt - niet onbelangrijk - tot een begripsafbakening. In het tweede hoofdstuk beschrijft ze de ontwikkeling van kinderen. Ze gaat eerst dieper in op de ontwikkeling van afzonderlijke ontwikkelingsgebieden, zoals:
- de cognitieve ontwikkeling
- de ontwikkeling van de taalvaardigheid
- de emotionele ontwikkeling
- de sociale ontwikkeling
Ze eindigt dit hoofdstuk met een woordje uitleg over het bio-ecologisch model dat de ontwikkeling van het kind benadert als een complexe, wederzijdse beïnvloeding van kenmerken van het kind en de omgeving. Het is dit kader dat de basis vormt voor de verdere hoofdstukken uit dit boek.
Het derde hoofdstuk over het opvoeden van jonge risicokinderen schreef Diny van der Aalsvoort samen met Luc Stevens. Na een beschrijving van opvoeding als maatschappelijk verschijnsel, waarin het transactionele model een voorname plaats inneemt, komen ze tot een driedeling van opvoeding:
- opvoeding in het gezin
- opvoeding in de kinderopvang
- opvoeding op school
De auteurs leggen hier de term Problematische Opvoedingssituatie (POS) nog eens duidelijk uit. Daarna beschrijven ze de rol die de kinderopvang en de leerkracht op school in de opvoeding van kinderen spelen. Terwijl het stukje over de kinderopvang sterk geënt is op de Nederlandse situatie, kan men in Vlaanderen met het deel over de rol van de school bij de opvoeding van jonge (risicokinderen) wel veel doen.
Het vierde hoofdstuk schreef Diny van der Aalsvoort samen met Paul Leseman. Samen maken ze de inventaris op van de risicofactoren in de ontwikkeling van een kind. Zoals je dat vanuit het bio-ecologisch model kunt verwachten, maken ze daarbij onderscheid tussen risicovolle omgevingskenmerken en risicovolle kenmerken van het kind.
Hoe je omgaat met jonge risicokinderen bij een opvoedingsprobleem thuis, in de kinderopvang of op school beschrijft Diny van der Aalsvoort in het vijfde hoofdstuk. Hiervoor maakt ze gebruik van de diagnostische cyclus van De Bruyn en de behandelingscyclus van Ruijssenaars. Personen die vertrouwd zijn met handelingsgerichte diagnostiek en handelingsgericht samenwerken zullen zich beslist in dit hoofdstuk herkennen. Dit hoofdstuk legt meteen een cesuur in het boek: de volgende hoofdstukken richten zich elk op een specifieke risicosituatie: de taalontwikkeling bij kinderen die Nederlands niet als eerste taal leren (hoofdstuk 6), stagnaties in beginnend lezen (hoofdstuk 7) en stagnaties in beginnend rekenen (hoofdstuk 8). Ludo Verhoeven, Adriana Bus en Miriam Baltussen geven hierbij, elk op hun eigen manier, hun gefundeerde kijk op deze situatie en doen daarbij een aantal aanbevelingen voor de praktijk.
Een boek dat geschreven is door mensen die een autoriteit zijn op hun vakgebied, staat garant voor een sterke theoretische onderbouw. Als deze de theorie dan nog bevattelijk weergeven en ze weten aan te vullen met een reeks aanbevelingen voor de praktijk, dan heb je een naslagwerk in handen zoals er nog te weinig zijn. Warm aanbevolen!
23:54 Gepost door Lieven Coppens in Lemniscaat | Permalink | Email dit
| Tags: lezen, taal, ouders, ontwikkeling, behandeling, rekenen, anderstaligen, zorg, taalontwikkeling, diagnostiek, leerprobleem, nt2, geletterdheid |
|
2010.05.08
De Dyslexie Survivalgids
| Auteur: | Annemie De Bondt in samenwerking met Luc Descamps |
| Titel: | De Dyslexie Survivalgids |
| Uitgeverij: | Abimo/Schoolsupport |
| Plaats: | Sint-Niklaas/Zuidhorn |
| Jaar: | 2009 |
| Pagina's: | 80 |
| ISBN-13: | 978-90-593-2516-6 |
| Prijs: | € 10,95 |
Een van de dingen die uitgeverij Abimo sterk maakt, is haar kunst en kundigheid om mensen die inhoud willen brengen voor kinderen te koppelen aan een jeugdschrijver. Op deze manier brengt ze wetenschappelijk juiste informatie op een prettige en zeer toegankelijke manier in het bereik van jeugdige lezers. De Dyslexie Survivalgids is daar een mooi voorbeeld van. Alleen al daardoor is dit boekje, ondanks een aantal bedenkingen die ik hierna formuleer, een aanrader.
In de inleiding leggen de auteurs uit hoe het kind dit boekje kan gebruiken. Om dan meteen in het eerste hoofdstuk haarfijn en duidelijk uit te leggen wat dyslexie is. Thema's zoals, het voorkomen, de verklaring van dyslexie, de rol van de erfelijkheid en de kenmerken van dyslexie op verschillende leeftijden passeren de revue. De gegeven informatie is wetenschappelijk correct onderbouwd.
Het tweede hoofdstuk beschrijft de mogelijke emotionele gevolgen van dyslexie. Dit is geen theoretische lijst maar een zeer concrete beschrijving van aspecten zoals het zich anders voelen, demotivatie, het verlies van zelfvertrouwen en faalangst. Een sterk hoofdstuk!
In het derde hoofdstuk schetsen de auteurs een deeltje van het hulpverleningsproces. Ik schrijf bewust "een deeltje", omdat de rol die het CLB in het verwijzingsproces speelt, helemaal niet aan bod komt. In de praktijk is het in de goede traditie van zorgoverleg tussen school en CLB op de basisschool zo dat het team pas na uitgebreid overleg en verantwoorde diagnostiek door het CLB besluit tot doorverwijzing naar een logopedist. In het licht van de diagnostische protocollen voor de CLB's die de afgelopen tijd zijn ontwikkeld en binnenkort in werking treden, wekt dit hoofdstukje een verkeerde en te oppervlakkige indruk: school en CLB verwijzen kinderen nooit na het afnemen van "een onderzoekje". Daarenboven doet het ook afbreuk aan de deskundigheid van de leerkrachten en de remediërende kracht van de basisscholen. Als een kind met dyslexie beter leert lezen en schrijven is het niet dankzij de logopedist, maar mede door het toedoen van de logopedist.
Het vierde hoofdstuk "School" probeert het kind te overtuigen om open te zijn over zijn dyslexie. Het legt heel kort uit wat sticordimaatregelen zijn en welke vorm ze kunnen aannemen. Het geeft een mooi overzicht van concrete maatregelen. Ook de praktische "Tips voor jezelf" zijn zeer goed. In dit hoofdstuk komen ook de softwarepakketten Sprint en Kurzweil heel summier aan bod. Helaas is de beschrijving van deze softwarepakketten niet gelijkwaardig. Je bespeurt doorheen de beschrijving de voorkeur van de logopediste. Dit had objectiever gekund. Daarenboven doet de beschrijving onrecht aan beide pakketten.
Het vijfde hoofdstuk over bekende personen met dyslexie is stilaan een klassieker in dergelijke boekjes. Het toont de kinderen met dyslexie meer dan terecht aan dat zij ook veel kunnen bereiken.
De auteurs vullen het vijfde hoofdstuk aan met het verhaal van een kind en het verhaal van een ouder. Ook hierin negeren de auteurs de rol van het CLB volkomen. In de praktijk is het zelden zo dat een leerkracht een kind rechtstreeks naar de logopedist verwijst.
In het achtste hoofdstuk geven de auteurs een lijst met nuttige websites. Ook hier ontbreekt elke verwijzing naar de deskundigheid van het CLB in verband met dyslexie. Dit is uitermate jammer, zeker omdat in dit lijstje enkel de website van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten voorkomt. Bij een eventuele herdruk van dit boekje is het wenselijk dat de auteurs het hulpverleningsproces juister en onpartijdiger in beeld brengen. Dan kan dit een boekje zijn met een heel grote meerwaarde.
22:19 Gepost door Lieven Coppens in Abimo, Schoolsupport | Permalink | Email dit
| Tags: lezen, spelling, taal, dyslexie, zorg, compenseren, basisonderwijs, stimuleren, remedieren, dispenseren, leerprobleem, leesprobleem, spellingprobleem |
|
2010.04.10
Protocol Dyslexie Hoger Onderwijs
| Auteur: | Ria Kleijnen & Marchien Loerts (red.) |
| Titel: | Protocol Dyslexie Hoger Onderwijs |
| Uitgeverij: | Garant |
| Plaats: | Antwerpen/Apeldoorn |
| Jaar: | 2006 |
| Pagina's: | 236 + Dvd + Cd-rom |
| ISBN-13: | 978-90-441-1916-9 |
| Prijs: | € 49,50 |
Het Protocol Dyslexie Hoger Onderwijs is het sluitstuk van de Nederlandse reeks protocollen. Eerder verschenen al deze voor het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs en het voortgezet onderwijs.
Het Protocol Dyslexie Hoger Onderwijs ontstond onder de projectleiding van niemand minder dan Ria Kleijnen. Kenners weten dat haar naam staat voor kwaliteit. Bijna vier jaar na uitgave is dit protocol nog veel te weinig bekend in Vlaanderen. Voor mij een grondige reden om dit indrukwekkend geheel opnieuw onder de aandacht te brengen.
Het eerste hoofdstuk bespreekt de achtergronden van dyslexie. Ook de gevolgen ervan voor studenten in het hoger onderwijs komen aan bod. Centraal staat de dyslexiedefinitie van de Stichting Dyslexie Nederland.
Het eerste hoofdstuk toont meteen aan dat dyslexie in het hoger onderwijs gevolgen heeft voor alle vakken die een beroep doen op functioneel lezen en schrijven. Het verwondert er zich niet over dat sommige studenten die diagnose pas in het hoger onderwijs krijgen. Omdat zij dan pas hun dyslexie niet meer kunnen compenseren door de zeer hoge eisen op het vlak van accuraatheid en snelheid. De auteurs gaan uitgebreid in op de onderkennende en verklarende diagnose van dyslexie. Ze eindigen dit hoofdstuk terwijl ze de belemmeringen van dyslexie voor studenten in het hoger onderwijs op een rijtje zetten. Tegelijk gaan ze dieper in op enkele maatregelen die de hogeschool kan nemen om hen op hun reële capaciteiten aan te spreken.
Het tweede hoofdstuk is voor Vlaanderen minder relevant. Toch raad ik aan om het onderdeeltje over de Procedure van intake naar begeleiding grondig door te nemen. Omdat het heel veel concrete tips bevat die ook voor Vlaamse Hogescholen en hun studenten meer dan de moeite waard zijn.
Het derde hoofdstuk bespreekt het psychodiagnostisch onderzoek zoals dat er voor studenten van het hoger onderwijs kan uitzien. Het baseert zich daarvoor op een eerder uitgevoerd onderzoek bij een tiental studenten. Het eindigt met een meer algemene procedure. In een handige tabel kun je per diagnostische procedure aflezen waarom deze procedure belangrijk is en welke onderzoeksmiddelen en methodieken je ervoor kunt gebruiken. In bijlage vind je meteen ook de signaleringslijst uit dit psychodiagnostisch onderzoek en een heel duidelijk voorbeeld van een dyslexieverklaring.
In het vierde hoofdstuk leggen de auteurs uit wat de begeleidingsbehoeften van studenten in het hoger onderwijs zijn. Daarbij gaan ze verder dan de studie alleen. Ook de voorbereiding op stage en de eigenlijke loopbaan krijgen hier een plaats.
De ruggengraat van het boek ligt in het vijfde hoofdstuk. Het is een levendig pleidooi voor het competentiegericht begeleiden van dyslectische studenten. Omdat deze vorm van opleiden flexibele leerroutes biedt die vorm krijgen door de eigen leervragen van de student. De student weet aan welke criteria hij aan het einde van elke opleidingsfase moet voldoen en laat zich daardoor leiden. In het protocol staan de competenties van de hogeschool studenten uitgebreid beschreven. Het zijn:
- het cognitief leervermogen;
- de schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid;
- het kunnen analyseren van problemen;
- creativiteit;
- flexibiliteit;
- luisteren;
- samenwerken;
- assertiviteit;
- gespreksvaardigheid;
- interactief leervermogen;
- mondelinge uitdrukkingsvaardigheid;
- initiatief kunnen nemen;
- doorzettingsvermogen;
- plannen en organiseren;
- zorgvuldigheid.
Bij elke competentie krijg je als lezer een samenvatting, enkele gedragsvoorbeelden en enkele begeleidingsvoorstellen. Daarenboven beschrijven de auteurs per competentie heel concreet de implicaties voor de begeleiding van een dyslectische student. In dit hoofdstuk geven ze ook een uitgebreid en genuanceerd antwoord op de vraag of iemand met dyslexie leerkracht kan worden of niet.
In het zesde hoofdstuk leer je als lezer hoe digitale hulpmiddelen de student in het hoger onderwijs kunnen ondersteunen. Het zevende hoofdstuk bekijkt het beleidsmatige aspect van een dyslexiebeleid voor het hoger onderwijs. Hoewel het sterk geënt is op de Nederlandse situatie, bevat het toch heel wat nuttige informatie voor Vlaanderen. Het achtste en laatste hoofdstuk staat in het teken van het toepassen van een dyslexiebeleid in het hoger onderwijs.
Bij dit protocol krijg je een DVD met acht filmpjes en een Cd-rom met aanvullende documenten en presentaties die men kan en mag gebruiken bij het invoeren van dyslexiebegeleiding en dyslexiebeleid in het hoger onderwijs.
Een publicatie waar niemand die studenten in het hoger onderwijs met dyslexie wil begeleiden, rond kan!
17:32 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Email dit
| Tags: lezen, spelling, taal, dyslexie, hoger onderwijs, compenseren, didactiek, stimuleren, remedieren, dispenseren, leerprobleem, leesprobleem |
|












