2017.10.15

Wijzer in executieve functies

Auteur: Maaike Houtman, Maaike Losekoot, Tjitske van der Waals en Mickey Waringa
Titel: Wijzer in executieve functies
35 spelletjes om executieve functies bij leerlingen te trainen en te versterken
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2017
Pagina's: Box met handleiding (56 blz.) en 36 kaarten voor groep 1 t/m 4
Box met handleiding (56 blz.) en 36 kaarten voor groep 5 t/m 8
ISBN-13: Box groep 1 t/m 4: 978-94-92525-04-8
Box groep 5 t/m 8: 978-94-92525-05-5
Prijs: Box groep 1 t/m 4: € 23,50
Box groep 5 t/m 8: € 23,50

wijzer in executieve functies - 35 spelletjes om executieve functies bij leerlingen te trainen en te versterkenDe auteurs van deze twee boxen stellen het meteen scherp: de executieve functies zijn een sterke voorspeller voor schoolsucces, misschien wel meer dan de cognitieve mogelijkheden van de leerlingen. Om misverstanden te voorkomen - want al naargelang de auteur die erover schrijft, durft het aantal of de benaming verschillen - de executieve functies die de auteurs bedoelen zijn: inhibitie, werkgeheugen, planning en organisatie, taakinitiatie, emotieregulatie, flexibiliteit en metacognitie en zelfmonitoring. De ene box is bedoeld voor leerlingen van groep 1 tot en met groep 4 (Vlaanderen: 2de en 3de kleuterklas en 1ste en 2de leerjaar), de tweede box voor leerlingen van groep 5 tot en met groep 8 (Vlaanderen: 3de, 4de, 5de en 6de leerjaar).

Om het belang van deze executieve functies en hun onderlinge 'samenwerking' duidelijk te maken, gebruiken de auteurs de metafoor van het besturen van een boot, een metafoor die de leerkrachten meteen ook een woordenschat geeft om met de leerlingen (en hun ouders) over die executieve functies te praten. Het belang van deze gemeenschappelijke taal kan niet genoeg naar waarde geschat worden, aangezien het een toch wel moeilijke materie heel toegankelijk en bespreekbaar maakt. Deze metafoor kun je erop nalezen in de handleiding.

In de handleiding vind je naast een goed stukje algemene theorie over de executieve functies voor elk van hen een soort van steekkaart met daarop de volgende rubrieken:

  • definitie,
  • leeftijdsindicatie (wanneer begint deze functie zich te ontwikkelen en hoe lang gaat deze ontwikkeling door?),
  • wat wordt er in de schoolsituatie vaak gezien bij leerlingen die moeite hebben met deze functie,
  • tips om deze functie te versterken

De spelletjes in de box, goed vergelijkbaar met de gekende bewegingstussendoortjes, laten de leerkracht toe om bij de leerlingen te observeren in welke mate ze een bepaalde executieve functie al beheersen. Iedere executieve functie heeft zijn eigen kleur, die je terugvindt op de spelfiches, en kan doelgericht geobserveerd worden in vijf spelletjes:

  • inhibitie: licht blauw,
  • werkgeheugen: geel,
  • planning en organisatie: oranje,
  • taakinitiatie: rood,
  • emotieregulatie: groen,
  • flexibiliteit: paars,
  • metacognitie en zelfmonitoring: turkoois.

Voor de leerkracht is er een observatiekaart met daarop de vier kijkopdrachten die hij tijdens het spelen van elk spel moet uitvoeren:

  • Welke leerlingen kunnen dit spelletje bijzonder goed?
  • Welke leerlingen hebben zichtbaar moeite met dit spelletje?
  • Wat valt er nog meer op in het gedrag bij de leerlingen die zichtbaar moeite hebben met dit spelletje?
  • Vallen de leerlingen die zichtbaar moeite hebben met dit spelletje, ook uit op andere spelletjes behorend bij deze executieve functie?

Het bijbehorende observatieformulier en de andere materialen bij deze boxen, kun je zonder verdere kosten van het internaat halen op http://zienindeklas.nl/documenten/ en niet op het in de handleiding helaas verkeerdelijk vermelde internetadres.

Deze twee boxen helpen de leerkracht inderdaad om via gerichte observatie de executieve functies bij hun leerlingen te trainen en te versterken. Daarenboven zorgen ze ervoor dat de spelletjes voor de leerlingen niet beperkt blijven tot leuke bewegingstussendoortjes, maar ook voor hen effectieve leertijd worden.

Een absolute aanrader om als schoolproject te 'adopteren'.

afdrukken

2015.02.26

Expliciete Directe Instructie (EDI)

Auteur: John Hollingsworth & Silvia Ybarra
Titel: Expliciete Directe Instructie (EDI)
Tips en technieken voor een goede les
Uitgeverij: Pica|Abimo
Plaats: Huizen|Sint-Niklaas
Jaar: 2015
Pagina's: 232
ISBN-13: 978-94-91806-33-9
Prijs: € 24,95

expliciete directe instructie (edi) - tips en technieken voor een goede lesJe hebt boeken die men precies op het juiste moment uitgeeft. De Nederlandse bewerking door onderwijsadviseur Marcel Schmeier (http://www.onderwijsgek.nl) van het boek van John Hollingsworth en Silvia Ybarra, Explicit Direct Instruction (EDI): The Power of the Well-Crafted, Well-Taught Lesson is er zo een. Nu in Nederland het passend onderwijs en in Vlaanderen het inclusief onderwijs zeer actueel zijn, verdient deze Nederlandse bewerking de status van standaardwerk. Het feit dat niemand minder dan Kees Vernooy er zich toe leende om het voorwoord te schrijven, kan het belang van dit werk alleen meer benadrukken. Meer nog, elke onderwijsminister die het passend of inclusief onderwijs hoog in zijn vaandel draagt, zou dit boek ter compensatie van de doorgevoerde besparingen aan alle scholen moeten cadeau geven.

In het eerste en tweede hoofdstuk van het boek leidt men de lezer als vanzelf toe naar het belang van een goede directe instructie voor onze risicoleerlingen. Hiervoor staat men niet alleen stil bij het oorspronkelijke concept van de directe instructie, maar ook bij de wereldwijde evolutie die meer en meer de onderwijsbehoeften van de leerlingen, en niet langer hun leer- en gedragsproblemen, centraal stelt. Met de komst van het passend of inclusief onderwijs is deze evolutie alleen maar versneld. Ook John Hattie komt hierbij aan het woord: de ingrediënten van de Expliciete Directe Instructie, namelijk feedback, metacognitieve strategieën, directe instructie, uitleg in stappen en het stellen van doelen hebben allemaal een effectgrootte voorbij het befaamde kantel- of scharnierpunt van (d=.40). Tot slot geeft men een overzicht van de vaste lesonderdelen en de gebruikte technieken van de expliciete directie instructie die als doel hebben om de leerstof aan te leren aan zowel de sterke, de gemiddelde als de risicoleerlingen. De bedoeling is dat 80% van de leerlingen na het behalen van het lesdoel zelfstandig aan de slag kunnen gaan om de leerstof te verwerken, terwijl de overige 20% van de leerlingen intussen een verlengde instructie krijgt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het belang van een van de gebruikte technieken, het controleren van het begrip, benadrukt wordt door er een volledig hoofdstuk (hoofdstuk 3) aan te wijden. De zes stapstenen voor het controleren van begrip die hierin aanbod komen, zouden door iedere leerkracht moeten in- en uitgeademd worden.

Vanaf het vierde hoofdstuk komen verschillende onderdelen van een les volgens het model van de expliciete directe instructie uitgebreid aan bod. Op een rijtje zijn dat:

  • Het lesdoel (hoofdstuk 4);
  • Het activeren van de voorkennis (hoofdstuk 5);
  • De vorm van de instructie (hoofdstuk 6);
  • De inhoud van de instructie (hoofdstuk 7);
  • De begeleide inoefening (hoofdstuk 8);
  • De lesafsluiting (hoofdstuk 9);
  • De zelfstandige verwerking (hoofdstuk 10).

Elk van deze onderdelen wordt uitgebreid besproken en voorzien van heel concrete voorbeelden die de inhoud niet alleen verduidelijken, maar ook vastankeren in de dagelijkse praktijk van elke leerkracht. Deze leerkracht krijgt bovendien heel veel concrete tips hoe hij zijn instructie, zijn les, nog kan verbeteren.

In het elfde en laatste hoofdstuk worden de verschillende componenten uit de vorige hoofdstukken opnieuw samen-gebracht tot een les volgens het model van de expliciete directe instructie. Na het lezen van dit hoofdstuk kan elke leerkracht zijn eigen les volgens dit model opstellen.

Dit boek heeft de eerder zeldzame kwaliteit om theorie en praktijk op een onnavolgbare manier met elkaar te ver-enigen. Een uitzonderlijk werk dat zowel de leerkracht als een goede didactiek in hun waarde herstelt. Nu al hét onderwijsboek van het jaar!

naslagwerk met karakterafdrukken

22:25 Gepost door Lieven Coppens in Abimo, Pica | Permalink | Tags: directe instructie, edi, effectieve leerkracht, expliciete directe instructie, instructie, feedback, metacognitie, methodiek, evidence based | |

2013.12.08

Dyslexie en moderne vreemde talen

Auteur: Wim Tops & Gitte Boons
Titel: Dyslexie en moderne vreemde talen
Gids voor leerkrachten, hulpverleners en ouders
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen|Apeldoorn
Jaar: 2013
Pagina's: 138
ISBN-13: 978-90-441-2977-9
Prijs: € 22,90

dyslexie en moderne vreemde talen - gids voor leerkrachten, hulpverleners en ouders

Het leren van een moderne vreemde taal is voor leerlingen met dyslexie uit het basis- en secundair onderwijs lang geen sinecure. Heel veel leerkrachten, hulpverleners en ouders zijn dan ook bijna voortdurend op zoek naar tips, adviezen en hulpmiddelen om deze leerlingen te ondersteunen. Het boek van Wim Tops en Gitte Boons kan op veel van deze vragen een antwoord geven.

In het eerste hoofdstuk geven de auteurs een beknopt en helder overzicht van de recente wetenschappelijke inzichten over dyslexie. Wie vertrouwd is met de literatuur over dyslexie, zal het met mij eens zijn dat dit overzicht vrij accuraat is. In het tweede hoofdstuk beschrijven ze dan weer de verschillen tussen het moedertaalonderwijs en het onderwijs van een vreemde moderne taal. Hierdoor dringen ze snel door tot de kern van het probleem bij het aanleren van moderne vreemde talen. Het meer theoretische deel van dit boek eindigt met een hoofdstuk over het begeleiden van leerlingen met dyslexie. Hier gaan de auteurs op een heel genuanceerde manier in op het toepassen van sticordi-maatregelen. Kort samengevat komt dit laatste er op neer dat ze oog hebben voor zowel de voordelen als de nadelen. In een tijd waarin de discussie over het gebruik van sticordi-maatregelen af en toe op een polarisatie van de  verschillende standpunten dreigt uit te lopen, kan ik dat alleen maar waarderen.

In het tweede deel van dit boek gaan de auteurs heel concreet in op de hulpmiddelen die aan de leerlingen met dyslexie kunnen aangeboden worden bij het aanleren en (sic) (zelfstandig) studeren van moderne vreemde talen. Voor mij mogen de haakjes rond het woord ‘zelfstandig’ weggelaten worden. Juist die zelfstandigheid is voor mij een belangrijk criterium om de waarde van om het even welke sticordi-maatregel aan af te toetsen. In dit tweede deel maken de auteurs een onderscheid tussen kennis en de vaardigheden (luisteren, spreken, lezen en schrijven). Het zou me te ver leiden om al deze tips, adviezen en hulpmiddelen de revue te laten passeren. Laat het volstaan dat ik puntsgewijs aangeef wat ik bijzonder gewaardeerd heb in dit deel:

  • De aandacht voor metacognitieve aspecten
  • De aanzet voor het maken van screeningsinstrumenten
  • De aandacht voor het remediëren van het begrijpend lezen waarbij de auteurs duidelijk rekening houden met de recente wetenschappelijke inzichten op dit vlak
  • De herwaardering van het spellingschrift
  • De fiches voor de metacognitieve vaardigheden

Een boek dat ik heel warm aanbeveel omwille van de frisse en degelijke aanpak van het thema. Ik kan alleen maar hopen dat daar snel een vervolg aan gebreid wordt.

afdrukken

2011.06.25

Begrijpend lezen

Auteur: Lidy Ahlers & Karin van de Mortel
Titel: Begrijpend lezen. Een doorgaande lijn van groep 1 tot en met 8
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2009
Pagina's: 104
ISBN-13: 978-90-6508-617-4
Prijs: € 21,90

Begrijpend lezen - Een doorgaande lijn van groep 1 tot en met 8.pngBegrijpend lezen. Een doorgaande lijn van groep 1 tot en met 8 is het vijfde deel uit de reeks Doorgaande leeslijn 3-13 jarigen van het Nederlandse CPS. Het is ook nu weer gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten. Dit boekje moest deze reeks vervolledigen. Aangezien het doel van lezen altijd informatieoverdracht is. Of zoals de Nederlandse hoogleraar Frits de Lange het ooit liet optekenen:

Goed kunnen lezen vereist de bereidheid
om eindeloos te willen interpreteren.

In het eerste hoofdstuk zetten de auteurs enkele feiten en meningen over leesonderwijs tegenover elkaar. Dit deden ze ook in het tweede, derde en vierde deel. Ik geef een voorproefje (blz.12&13):

Feit over begrijpend-leesonderwijs

Mening over begrijpend-leesonderwijs

Begrijpend lezen is een complex vakgebied, waarbij het modelgedrag van de leerkracht, het directe instructiemodel, een kwalitatief goede instructie en metacognitie een belangrijke rol spelen.

Bij begrijpend lezen gaat het vooral om een tekst met vragen.

De leerkracht moet regelmatig kort instructie geven over begrijpend-leesstrategieën (Willingham, 2006/2007), met of zonder methode, en laat kinderen de strategieën vaak toepassen op verschillende soorten teksten.

Hoe vaak kinderen met begrijpend lezen bezig zijn, hangt af van de methode.

Net als bij aanvankelijk en voortgezet technisch lezen, is ook bij begrijpend lezen een goede instructie van de leerkracht cruciaal.

Een les begrijpend lezen is goed als de leerkracht de tekst voorleest, de vragen even doorneemt met de kinderen en hen vervolgens zelfstandig de vragen laat maken.

Stof tot nadenken dus.

In het tweede hoofdstuk geven de auteurs in het kort de inhoud van de vorige boekjes uit de reeks weer. Dit is nodig om dit deel over begrijpend lezen goed te begrijpen.

De verschillende leergebieden van het begrijpend lezen zijn aan de orde in het derde hoofdstuk. Het zijn de volgende:

  • begrijpend luisteren;
  • begrijpend lezen;
  • studerend lezen, als onderdeel van begrijpend lezen.

De leerlijn voor begrijpend luisteren begint al in de tweede kleuterklas (groep 1) en loopt door tot in het zesde leerjaar (groep 8). Begrijpend luisteren moet je zien als een voorwaarde voor begrijpend lezen. Of zoals de auteurs het stellen (blz.23):

Begrijpend luisteren is een voorwaarde voor begrijpend lezen. Onderwijs in begrijpend luisteren kunnen we dan ook zien als een vorm van pre-teaching voor begrijpend lezen.

Voorwaarden voor het begrijpend luisteren zijn de woordenschat en de achtergrondkennis van het kind. Hierin ligt een belangrijke taak voor de kleuterschool: zij moet de woordenschat van de aan haar toevertrouwde kleuters uitbreiden en er voor zorgen dat zij met voldoende achtergrondkennis (of zeggen we beter voorkennis?) aan het begrijpend lezen beginnen. Dit begrijpend luisteren is een van de voorwaarden voor het begrijpend lezen. De andere voorwaarden zijn:

  • technisch lezen;
  • woordenschat en kennis van de wereld;
  • kennis van teksten;
  • leesstrategieën;
  • leesplezier en leesmotivatie;
  • mondelinge taal (spreken en luisteren).

De leerlijn voor dit begrijpend lezen start voor de leerlingen in het tweede leerjaar (groep 4) en loopt door tot in het zesde leerjaar (groep 8). Het studerend lezen is een onderdeel van het begrijpend lezen, dat uit drie aparte vaardigheden is opgebouwd:

  • het begrijpen van de tekst;
  • het onthouden van de tekst;
  • het reproduceren van de juiste informatie uit de tekst.

Deze leerlijn is vooral aanwezig in het vijfde en zesde leerjaar (groepen 7 & 8). Belangrijk in dit derde hoofdstuk zijn zeker ook de verwijzingen naar de Nederlandse Tussendoelen beginnende geletterdheid, de stukjes over het belang van een goed aanbod onder de vorm van methodes, leesactiviteiten en leerlijnen en de stukken over de diagnostiek van de drie verschillende vaardigheden van het begrijpend lezen, de differentiatie en de instructie aan kinderen met problemen.

In de hoofdstukken vier en vijf kun je een aantal praktijkvoorbeelden bestuderen. In hoofdstuk vier brengen de auteurs de noodzakelijke leerkrachtvaardigheden onder de aandacht, in hoofdstuk vijf beschrijven ze een pilootproject in verband met begrijpend lezen.

In de hoofdstukken zes tot en met negen bespreken de auteurs de organisatie van het begrijpend-leesonderwijs. Ze staan onder andere stil bij de rol van de ouders.

In het tiende en laatste hoofdstuk zetten ze de conclusies van dit boek nog eens netjes op een rijtje.

Een aanrader voor iedereen die zich verdiept in het onderwijs van het begrijpend lezen.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

20:57 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Tags: begrijpend lezen, begrijpend luisteren, leesstrategieen, metacognitie, studerend lezen, taal, woordenschat, zorg | |

2007.12.08

Filosoferen met Doornroosje

Auteur: Richard Anthone en Rika De Smedt
Titel: Filosoferen met Doornroosje
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2007
Pagina's: 112
ISBN-13: 978-90-334-6612-0
Prijs: € 14,85

filosoferen met doornroosjeAls het boek Socrates op de speelplaats van Richard Anthone en Freddy Mortier de handleiding is voor het filosoferen met kinderen, dan is dit boek het werkschrift. Na een korte inleiding waarin uitgelegd wordt hoe men het boek moet gebruiken, worden er 25 thema's aangereikt en uitgewerkt waarrond men met kinderen uit het vijfde en zesde leerjaar of studenten uit het secundair onderwijs kan filosoferen. Enkele voorbeelden zijn:

  • over uitvinden en ontdekken
  • over het lijden
  • over oneindigheid
  • over geluk
  • over dom en slim
  • over echt en niet echt
  • over het bepalen van het nu
  • over jezelf zijn en jezelf worden
  • over goed en slecht
  • over waarheid

Elk thema start met een citaat uit het boek Brieven aan Doornroosje van Toon Tellegen. Het citaat wordt eerst filosofisch geduid. Deze duiding wordt aangevuld met de vermelding van andere werken waar men meer over het onderwerp kan gaan lezen. Daarna krijgt men vragen om het filosoferen te starten en een aantal mogelijke verwerkingsopdrachten.

De auteurs benadrukken dat er zeker ook andere benaderingsmogelijkheden zijn dan er in het boek worden voorgesteld. Een creatieve leerkracht moet zich dan ook niet beknot voelen door deze benaderingsmogelijkheden.

Voor wie al met de methodiek van het filosoferen met kinderen vertrouwd is, is dit boek een bron van voorbereide lesthema's. Wie er nog niet met vertrouwd is, zal zich eerst in andere boeken moeten verdiepen zoals het voornoemde boek Socrates op de speelplaats.

afdrukken

22:58 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Tags: filosofie, filosoferen met kinderen, metacognitie | |