2011.06.25
Begrijpend lezen
| Auteur: | Lidy Ahlers & Karin van de Mortel |
| Titel: | Begrijpend lezen. Een doorgaande lijn van groep 1 tot en met 8 |
| Uitgeverij: | CPS |
| Plaats: | Amersfoort |
| Jaar: | 2009 |
| Pagina's: | 104 |
| ISBN-13: | 978-90-6508-617-4 |
| Prijs: | € 21,90 |
Begrijpend lezen. Een doorgaande lijn van groep 1 tot en met 8 is het vijfde deel uit de reeks Doorgaande leeslijn 3-13 jarigen van het Nederlandse CPS. Het is ook nu weer gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten. Dit boekje moest deze reeks vervolledigen. Aangezien het doel van lezen altijd informatieoverdracht is. Of zoals de Nederlandse hoogleraar Frits de Lange het ooit liet optekenen:
Goed kunnen lezen vereist de bereidheid
om eindeloos te willen interpreteren.
In het eerste hoofdstuk zetten de auteurs enkele feiten en meningen over leesonderwijs tegenover elkaar. Dit deden ze ook in het tweede, derde en vierde deel. Ik geef een voorproefje (blz.12&13):
|
Feit over begrijpend-leesonderwijs |
Mening over begrijpend-leesonderwijs |
|
Begrijpend lezen is een complex vakgebied, waarbij het modelgedrag van de leerkracht, het directe instructiemodel, een kwalitatief goede instructie en metacognitie een belangrijke rol spelen. |
Bij begrijpend lezen gaat het vooral om een tekst met vragen. |
|
De leerkracht moet regelmatig kort instructie geven over begrijpend-leesstrategieën (Willingham, 2006/2007), met of zonder methode, en laat kinderen de strategieën vaak toepassen op verschillende soorten teksten. |
Hoe vaak kinderen met begrijpend lezen bezig zijn, hangt af van de methode. |
|
Net als bij aanvankelijk en voortgezet technisch lezen, is ook bij begrijpend lezen een goede instructie van de leerkracht cruciaal. |
Een les begrijpend lezen is goed als de leerkracht de tekst voorleest, de vragen even doorneemt met de kinderen en hen vervolgens zelfstandig de vragen laat maken. |
Stof tot nadenken dus.
In het tweede hoofdstuk geven de auteurs in het kort de inhoud van de vorige boekjes uit de reeks weer. Dit is nodig om dit deel over begrijpend lezen goed te begrijpen.
De verschillende leergebieden van het begrijpend lezen zijn aan de orde in het derde hoofdstuk. Het zijn de volgende:
- begrijpend luisteren;
- begrijpend lezen;
- studerend lezen, als onderdeel van begrijpend lezen.
De leerlijn voor begrijpend luisteren begint al in de tweede kleuterklas (groep 1) en loopt door tot in het zesde leerjaar (groep 8). Begrijpend luisteren moet je zien als een voorwaarde voor begrijpend lezen. Of zoals de auteurs het stellen (blz.23):
Begrijpend luisteren is een voorwaarde voor begrijpend lezen. Onderwijs in begrijpend luisteren kunnen we dan ook zien als een vorm van pre-teaching voor begrijpend lezen.
Voorwaarden voor het begrijpend luisteren zijn de woordenschat en de achtergrondkennis van het kind. Hierin ligt een belangrijke taak voor de kleuterschool: zij moet de woordenschat van de aan haar toevertrouwde kleuters uitbreiden en er voor zorgen dat zij met voldoende achtergrondkennis (of zeggen we beter voorkennis?) aan het begrijpend lezen beginnen. Dit begrijpend luisteren is een van de voorwaarden voor het begrijpend lezen. De andere voorwaarden zijn:
- technisch lezen;
- woordenschat en kennis van de wereld;
- kennis van teksten;
- leesstrategieën;
- leesplezier en leesmotivatie;
- mondelinge taal (spreken en luisteren).
De leerlijn voor dit begrijpend lezen start voor de leerlingen in het tweede leerjaar (groep 4) en loopt door tot in het zesde leerjaar (groep 8). Het studerend lezen is een onderdeel van het begrijpend lezen, dat uit drie aparte vaardigheden is opgebouwd:
- het begrijpen van de tekst;
- het onthouden van de tekst;
- het reproduceren van de juiste informatie uit de tekst.
Deze leerlijn is vooral aanwezig in het vijfde en zesde leerjaar (groepen 7 & 8). Belangrijk in dit derde hoofdstuk zijn zeker ook de verwijzingen naar de Nederlandse Tussendoelen beginnende geletterdheid, de stukjes over het belang van een goed aanbod onder de vorm van methodes, leesactiviteiten en leerlijnen en de stukken over de diagnostiek van de drie verschillende vaardigheden van het begrijpend lezen, de differentiatie en de instructie aan kinderen met problemen.
In de hoofdstukken vier en vijf kun je een aantal praktijkvoorbeelden bestuderen. In hoofdstuk vier brengen de auteurs de noodzakelijke leerkrachtvaardigheden onder de aandacht, in hoofdstuk vijf beschrijven ze een pilootproject in verband met begrijpend lezen.
In de hoofdstukken zes tot en met negen bespreken de auteurs de organisatie van het begrijpend-leesonderwijs. Ze staan onder andere stil bij de rol van de ouders.
In het tiende en laatste hoofdstuk zetten ze de conclusies van dit boek nog eens netjes op een rijtje.
Een aanrader voor iedereen die zich verdiept in het onderwijs van het begrijpend lezen.
De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.
20:57 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit
| Tags: begrijpend lezen, begrijpend luisteren, leesstrategieen, metacognitie, studerend lezen, taal, woordenschat, zorg |
|
2007.12.08
Filosoferen met Doornroosje
| Auteur: | Richard Anthone en Rika De Smedt |
| Titel: | Filosoferen met Doornroosje |
| Uitgeverij: | Acco |
| Plaats: | Leuven/Voorburg |
| Jaar: | 2007 |
| Pagina's: | 112 |
| ISBN-13: | 978-90-334-6612-0 |
| Prijs: | € 14,85 |
Als het boek Socrates op de speelplaats van Richard Anthone en Freddy Mortier de handleiding is voor het filosoferen met kinderen, dan is dit boek het werkschrift. Na een korte inleiding waarin uitgelegd wordt hoe men het boek moet gebruiken, worden er 25 thema's aangereikt en uitgewerkt waarrond men met kinderen uit het vijfde en zesde leerjaar of studenten uit het secundair onderwijs kan filosoferen. Enkele voorbeelden zijn:
- over uitvinden en ontdekken
- over het lijden
- over oneindigheid
- over geluk
- over dom en slim
- over echt en niet echt
- over het bepalen van het nu
- over jezelf zijn en jezelf worden
- over goed en slecht
- over waarheid
Elk thema start met een citaat uit het boek Brieven aan Doornroosje van Toon Tellegen. Het citaat wordt eerst filosofisch geduid. Deze duiding wordt aangevuld met de vermelding van andere werken waar men meer over het onderwerp kan gaan lezen. Daarna krijgt men vragen om het filosoferen te starten en een aantal mogelijke verwerkingsopdrachten.
De auteurs benadrukken dat er zeker ook andere benaderingsmogelijkheden zijn dan er in het boek worden voorgesteld. Een creatieve leerkracht moet zich dan ook niet beknot voelen door deze benaderingsmogelijkheden.
Voor wie al met de methodiek van het filosoferen met kinderen vertrouwd is, is dit boek een bron van voorbereide lesthema's. Wie er nog niet met vertrouwd is, zal zich eerst in andere boeken moeten verdiepen zoals het voornoemde boek Socrates op de speelplaats.
22:58 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Email dit
| Tags: filosofie, filosoferen met kinderen, metacognitie |
|
Socrates op de speelplaats
| Auteur: | Richard Anthone en Freddy Mortier |
| Titel: | Socrates op de speelplaats. Theorie en praktijk van het filosoferen met kinderen |
| Uitgeverij: | Acco |
| Plaats: | Leuven/Voorburg |
| Jaar: | 2007 (vierde, volledig herwerkte uitgave) |
| Pagina's: | 286 |
| ISBN-13: | 978-90-334-6291-7 |
| Prijs: | € 26,50 |
Dit boek, dat na tien jaar aan een vierde druk toe is, kan je stilaan toch beschouwen als een standaardwerk over het filosoferen met kinderen. Het is voor beginners een leidraad om te filosoferen met kinderen terwijl het voor gevorderden toch een werk is om steeds naar terug te grijpen.
Het eerste deel is meer algemeen van aard en schetst de plaats die filosofie op school kan innemen. Het legt eerst uit wat de auteurs onder filosofie verstaan om dan te komen tot een antwoord op de vraag waarom men zou filosoferen met kinderen. Hun antwoord op deze vraag is even eenvoudig als het complex is: omdat kinderen het eigenlijk intrinsiek al kunnen en ook doen:
- ze denken over denken...
- ze betrekken algemene zaken al op het eigen leven en onderzoeken wat deze voor hen betekenen...
- ze hebben er behoefte aan om over bepaalde dingen te denken...
maar ook omdat...
- de leerstof op school stilaan zo fragmentarisch is geworden dat kinderen er nood aan hebben om alles weer in een totaalbeeld te zien. Dit totaalbeeld kunnen ze krijgen door connectie en reflectie...
- eerlingen er nood aan hebben om de leerstof op school als zinvol te ervaren. Dit kan maar als ze zien hoe de opgelegde kennis, waarden en normen wel degelijk betekenis voor hen hebben. Dit kan niet als ze zich vervreemd voelen van dat alles...
- de kwaliteit van het denken vergroot door de ontwikkeling van metacognitieve vaardigheden en het vastleggen van waarden en normen die gelden als kwaliteitsindicatoren voor het denken. Het gaat hier dan over denken als een proces
Het tweede deel brengt de methodiek van het filosoferen met kinderen in kaart. Eerst en vooral wordt het belang van de socratische houding van de gespreksleider besproken. Deze houding is immers de noodzakelijke voorwaarde om het filosoferen met kinderen te laten slagen. Ze vraagt van de gespreksleider alvast een aantal filosofische, psychologische en morele kwaliteiten. Verder moet men ook de traditionele klasstructuur verlaten voor wat de auteurs de gemeenschap van onderzoek noemen. Het hoofddoel ervan is dat er nieuwe inzichten ontstaan, niet dat er feitenkennis wordt overgedragen. Men gaat tegelijk op zoek naar criteria om zich een mening te vormen, en men zoekt naar redenen. Bij dit alles is het proces het allerbelangrijkste. Het boek legt dan ook grondig uit hoe men een groep van personen moet omvormen tot deze gemeenschap van onderzoek. Dit brengt ons dan meteen bij de type doelstellingen van het filosofisch gesprek. Naast het vormen van een gemeenschap van onderzoek heb je ook nog de volgende:
- inhoudelijk bijdragen tot de kennis van een filosofische kwestie
- bijdragen tot de ontwikkeling van denkvaardigheden en disposities
- bijdragen tot de persoonlijke zingeving
Deze doelstellingen zijn onderling met elkaar verbonden: door een doelstelling na te streven werkt men tegelijk ook aan de realisatie van de andere. Deze meervoudigheid moet men behouden: men mag zich bij het filosoferen niet concentreren op het realiseren van één doelstelling, bijvoorbeeld deze van de persoonlijke zingeving. Tot slot gaat dit deel zeer uitgebreid in op het proces van het filosoferen zelf.
In het derde deel over de kwesties worden exemplarisch een aantal thema's voor filosofische gesprekken uitgediept. Dit deel is meteen ook het moeilijkste, omdat men vaak de grens tussen inhoud en methodiek ziet vervagen.
Dit boek behandelt een niet zo eenvoudige materie op een gecondenseerde manier. De auteurs slagen er wel in deze voor iedereen toegankelijk te maken door gebruik te maken van veel voorbeelden en verhelderende opsommingen. Het laat zich echter maar met mondjesmaat lezen. Je doet er goed aan om hoofdstuk na hoofdstuk op je in te laten werken en desnoods meerdere keren te lezen. Alleen zo komt de inhoud volledig tot zijn recht. Belangrijk is ook dat het aantoont dat je de methodiek grondig moet aanleren, zodat je kwaliteitsvol kunt bezig zijn.
22:30 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Email dit
| Tags: filosoferen met kinderen, metacognitie, filosofie |
|










