2013.12.15

Het draakje en de verborgen schat

Auteur: Mirjam Kaijer
Titel: Het draakje en de verborgen schat
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2013
Pagina's:

48

ISBN-13: 978-94-91510-21-2
Prijs:  € 13,95

het draakje en de verborgen schatFaalangst is lang niet altijd een grote-mensen-ding. Ook kinderen uit de lagere school krijgen er mee te maken. Met Het draakje en de verborgen schat heeft Mirjam Kaijer voor hen een verhaal geschreven. Aan de hand van dit boekje leren ze het fenomeen faalangst beter begrijpen, niet zozeer in termen van een alles omvattende encyclopedische definitie, dan wel in termen van mogelijke oorzaken en de impact ervan op het kind en zijn omgeving. Ook de boodschap die in het boekje gebracht wordt aan de hand van de metafoor van de schat is niet mis te begrijpen: faalangst los je niet op door je stoer te gedragen, wel door jezelf ‘aardig’ te vinden. In de manier waarop Mirjam Kaijer in het tweede deel van het boek deze oplossing, met als beeld het op zoek gaan naar de verborgen schat in jezelf, uitwerkt, herken je elementen die ontleend lijken te zijn aan de cognitieve gedragstherapie. Dit brengt me meteen bij de enige bedenking die ik had bij dit boekje: moest er niet explicieter in dit boekje vermeld worden dat je het soms niet alleen redt en een reisleider nodig hebt bij het zoeken naar die verborgen schat in jezelf?

Laat deze laatste bedenking je er echter niet van weerhouden om dit boekje te gebruiken. Daarvoor heeft het te veel andere kwaliteiten. Ik doe het zelden of nooit bij de bespreking van een boek, maar bij wijze van uitzondering wil ik de aandacht van de gebruiker trekken op de kwaliteit van de illustraties: ze vormen samen, los van de tekst een empathisch verhaal op zich. De illustrator, Frits Smid, heeft duidelijk heel goed nagedacht over het in beeld brengen van de tekst. Nagenoeg elke illustratie geeft het verhaal een extra dimensie. Zo is de drakenmaatschappij zoals hij ze in beeld brengt zonder aanpassingen uitwisselbaar met de mensenmaatschappij. De humoristische knipoogjes in zijn tekeningen maken het boekje ook voor volwassenen uiterst aangenaam om te lezen. En dan heb ik het over veel meer dan enkel maar het straatnamenbordje met daarop ‘Rue du dragon’. Een leuke vondst is alvast de nadrukkelijke aanwezigheid van een egeltje, als het ware het alter ego van de draak. Alleen al de keuze van een egel sluit voor mij elke vorm van toeval uit.

Een boekje om te koesteren.

afdrukken

18:33 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Tags: angst, faalangst, motivatie | |

2011.09.11

LEMO - Een instrument voor feedback over leren en motivatie

Auteur: Vincent Donche, Peter Van Petegem, Herman Van de Mosselaer & Jan Vermunt (red.)
Titel: LEMO - Een instrument voor feedback over leren en motivatie
Uitgeverij: Plantyn
Plaats: Mechelen
Jaar: 2010
Pagina's: 66
ISBN-13: 978-90-301-0834-4
Prijs: € 30,40

lemo - een instrument voor feedback over leren en motivatieLEMO is, zoals de ondertitel het zegt, een instrument voor feedback over leren en motivatie. Het is een vragenlijst die gebruik maakt van zelfrapportage. Dit houdt in dat de leerling uit de derde graad van het secundair onderwijs of de student uit het hoger onderwijs over zichzelf reflecteert aan de hand van een vragenlijst. Het instrument baseert zich onder andere op het recente wetenschappelijke inzicht dat het meta-leren (nadenken over het eigen leren) versterkend werkt voor het eigenlijke leren.

Via deze vragenlijst kun je verschillende kenmerken van leren en motivatie in kaart brengen. Ze bevraagt vier grote facetten:

  • verwerkingsstrategieën:
    • relateren en structureren;
    • kritisch verwerken;
    • analyseren;
    • memoriseren;
    • concreet verwerken;
  • regulatiestrategieën:
    • zelfsturing;
    • externe sturing;
    • stuurloosheid;
  • kenmerken van studiemotivatie:
    • willen studeren;
    • moeten studeren;
    • demotivatie;
  • inschatting van de eigen studiebekwaamheid (zelfeffectiviteit).

Er zijn vier basisversies van deze vragenlijst, telkens in een Vlaamse en een Nederlandse aanpassing:

  • LEMO (SO-AV): vragenlijst voor de laatste twee jaar secundair onderwijs, actuele vraagstelling;
  • LEMO (SO-RV): vragenlijst voor de overgang van het voorlaatste naar het laatste jaar secundair onderwijs, retrospectieve vraagstelling;
  • LEMO (HO-RV): vragenlijst voor de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs, retrospectieve vraagstelling;
  • LEMO (HO-AV): vragenlijst voor het eerste jaar hoger onderwijs, actuele vraagstelling.

Het boek bevat de handleiding voor de afname, een exemplaar van de vier basisversies en de regels voor de kwantitatieve en kwalitatieve duiding van de resultaten. In het laatste hoofdstuk bespreken de auteurs de psychometrische kwaliteiten van het instrument.

De vragenlijsten kun je, zowel in de Vlaamse als in de Nederlandse variant, gratis van het Internet halen via http://www.knooppunt.net. Als lezer van het boek registreer je jezelf eenmalig en gratis als gebruiker. Je kunt dan, via de code uit het boek, de digitale versies van de vragenlijsten gebruiken.

Een betrouwbare aanwinst voor iedere leerling- en studentenbegeleider die werkt in de derde graad van het secundair onderwijs of in het hoger onderwijs.

afdrukken

22:37 Gepost door Lieven Coppens in Plantyn | Permalink | Tags: hoger onderwijs, instrumenten, leren, motivatie, secundair onderwijs, verwerkingsstrategieën, zelfeffectiviteit, zelfregulering | |

2011.02.12

Faalangst op school

Auteur: Ard Nieuwenbroek, Jan Ruigrok & Jos de Vries
Titel: Faalangst op school
Uitgeverij: KPC Groep/Educatieve Partners Nederland
Plaats: 's-Hertogenbosch/Houten
Jaar: 2008
Pagina's: 96
ISBN-13: 978-90-402-0054-0
Prijs: € 29,25

faalangst op schoolAlles wat je altijd al wilde weten over faalangst. Dit zou een geschikte ondertitel geweest zijn voor dit boek van Ard Nieuwenbroek, Jan Ruigrok en Jos de Vries. Na het lezen van dit boek heeft ook de absolute leek een duidelijke kijk op het fenomeen faalangst. En dat is precies wat de auteurs met dit Basisboek beogen. Verwacht dus geen complexe wetenschappelijke verhandeling. Neen. Als lezer krijg je meteen boter bij de vis. Er is geen inleiding, geen voorwoord, geen uitleiding of uitgesponnen nawoord. Enkel zeven hoofdstukken doelgerichte en praktische informatie maken de dienst uit. Een absolute aanrader voor wie zich op korte termijn wil vertrouwd maken met het fenomeen faalangst.

Wat is faalangst? Het eerste hoofdstuk geeft een duidelijk antwoord op deze vraag. Je leert drie essentiële kenmerken en de verschillende soorten faalangst (cognitieve, sociale en motorische faalangst) en de mogelijke mengvormen kennen.

Het tweede hoofdstuk gaat dieper in op één van deze kenmerken, namelijk dat faalangst een vorm van angst is. Een zeer belangrijke boodschap die de auteurs meegeven is dat positieve faalangst niet bestaat. Wel maken ze onderscheid tussen actieve en passieve faalangst. In dit hoofdstuk onderzoeken ze het verband tussen angst en faalangst om vandaar uit te komen op een vierde kenmerk van faalangst, namelijk dat het gaat over een vorm van angst als toestand. Een toestand die zich manifesteert in een breed gamma aan kenmerken. Kenmerken die allemaal hun oorsprong vinden in verschillende (gecombineerde) oorzaken.

In het derde hoofdstuk kijken de auteurs naar de invloeden van school, gezin en cultuur die mee verantwoordelijk kunnen zijn voor faalangst. Het belang van structuur en duidelijkheid op school, de loyaliteit van het kind naar de ouders toe en de waarden in de cultuur zetten de auteurs hier sterk in de verf. Vooral de paragrafen over de vijf onuitvoerbare opdrachten en de paradoxale opdrachten zijn hier zeer verduidelijkend.

In het vierde hoofdstuk onderzoeken de auteurs hoe een faalangstige leerling over zichzelf denkt en over anderen die voor hem belangrijk zijn. Dit is immers een belangrijke voorwaarde voor het behalen van succes. Ze gaan na waar deze leerling zijn motivatie vandaan haalt en hoe die motivatie hem beïnvloedt. Tot slot benaderen ze faalangst vanuit verschillende invalshoeken. Op die manier slagen ze er in om het portret te schetsen van zowel de succesgemotiveerde als de mislukkinggemotiveerde leerling.

Faalangst kun je maar aanpakken na een zorgvuldige diagnose. Hoe deze zorgvuldige diagnose eruit ziet, beschrijven de auteurs uitgebreid in het vijfde hoofdstuk. Hierbij is er zowel plaats voor observatie als voor tests. Heel belangrijk in dit hoofdstuk is de nadruk die gelegd wordt op een integrale aanpak. Faalangstbegeleiding is een taak voor het volledige schoolteam en niet voor enkele uitgelezen en gedelegeerde deskundigen.

De hoofdstukken zes en zeven zijn helemaal gewijd aan de aanpak van faalangst. Terwijl het zesde hoofdstuk heel diep ingaat op de individuele faalangstbegeleiding, staat hoofdstuk zeven in het teken van de aanpak van faalangst in de klas.

Een ver-rijkend boek!

afdrukken

17:20 Gepost door Lieven Coppens in Educatieve Partners Nederland, KPC-groep | Permalink | Tags: angst, faalangst, motivatie | |

2010.05.16

Hoogbegaafde kinderen opvoeden

Auteur: Carl D'hondt & Hilde Van Rossen
Titel: Hoogbegaafde kinderen opvoeden. Praktische gids voor de sociaal-emotionele begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren.
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2009
Pagina's: 180
ISBN-13: 978-90-441-2426-2
Prijs: € 19,60

hoogbegaafde kinderen opvoeden - praktische gids voor de sociaal-emotionele begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongerenHoogbegaafde kinderen maken een heel snelle cognitieve ontwikkeling door die vaak ver voorloopt op de ontwikkeling op andere domeinen. Dit zorgt bij hen voor gevoelens van irritatie en onzekerheid. Hierdoor voelen velen onder hen zich al vanaf de kleuterjaren niet goed in hun sas. Ouders en leerkrachten die hen begrijpen en om hen geven kunnen op dat moment veel voor hen betekenen. Op voorwaarde dat ze zich bewust zijn van hun specifieke behoeften en hen actief begeleiden. Volgens de auteurs is het belangrijk dat deze begeleiding zelfs voor de leeftijd van 4 of 5 jaar start.

De auteurs brengen in het eerste hoofdstuk de specifieke begeleidingsbehoeften van hoogbegaafde kinderen en jongeren in kaart. Deze situeren zich op verschillende domeinen:

  • behoefte aan begrip en aanvaarding;
  • nood aan respect voor hun individualiteit;
  • behoefte aan stimulering en aanmoediging;
  • nood aan een luisterend oor;
  • behoefte aan troost;
  • nood aan een vaste en consequente disciplinering;
  • behoefte aan diplomatiek inzicht van hun ouders;
  • een flinke portie gezond verstand bij hun ouders.

Ze werken elk van deze noden en behoeften uit en geven duidelijk aan waarom dit belangrijk is. Concrete uitspraken van hoogbegaafde kinderen en jongeren illustreren dit. De aandachtige lezer zal er zich snel bewust van zijn dat daarmee de specifieke kenmerken van hoogbegaafde kinderen en jongeren nog eens de revue passeren. Dit hoofdstuk kun je dan ook lezen als een minicursus over hoogbegaafdheid.

In het tweede hoofdstuk lijsten de auteurs een aantal dingen op die je best niet doet bij de begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren. Het zijn er vijfentwintig. Om jullie een voorsmaakje te geven, lijst ik er willekeurig een vijftal op:

  • Spreek nooit negatief over school of CLB in aanwezigheid van je kind;
  • Vergelijk je kind niet met anderen;
  • Vermijd dooddoeners;
  • Zit je kind niet voortdurend op de hielen, geef het voldoende vrijheid;
  • Beslis niet over je kind, maar samen met je kind.

De auteurs leggen steeds uit waarom je iets beter kunt laten. Daarbij richten ze zich niet alleen op het welzijn van het kind, maar ook op dat van zijn ouders en/of opvoeders.

Wat je eigenlijk wel moet doen om de persoonlijkheidsontwikkeling van hoogbegaafde kinderen en jongeren te stimuleren en begeleiden, vind je in het derde hoofdstuk. Dit laat zich hier niet samenvatten. Voor mij is dit, samen met het vijfde hoofdstuk, de ruggengraat van het boek. Bovendien slagen de auteurs er in alles heel herkenbaar weer te geven.

Het vierde hoofdstuk bevat een selectie van 40 vragen die ouders over hun hoogbegaafde kind of jongere gesteld hebben en de antwoorden daarop. De vragen zijn zo gekozen dat ze de inhoud van de andere hoofdstukken niet overlappen maar aanvullen.

In het vijfde hoofdstuk behandelen de auteurs enkele specifieke vraagstukken uit de sociaal-emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen. Aan bod komen onder andere:

  • beloning, straf en aanmoediging;
  • pedagogische tact;
  • zelfvertrouwen;
  • overgevoeligheid voor demotivatie;
  • hoogbegaafdheid en puberteit;
  • de symbiotische relatie.

Vooral het stuk over de symbiotische relatie bevat een aantal belangrijke inzichten en aanbevelingen.

Als - en dat bedoel ik zeker niet negatief - hoogbegaafde kinderen en jongeren personen zijn "met een handleiding", dan kun je deze handleiding zeker vinden onder de vorm van dit boek. Een aanrader voor ouders, leerkrachten en ieder ander die te maken krijgt met hoogbegaafde kinderen en jongeren.

afdrukken

2010.04.10

Hoogbegaafde leerlingen op de secundaire school

Auteur: Tessa Kieboom & Anne Hermans (red.)
Titel: Hoogbegaafde leerlingen op de secundaire school. Hoogvliegers of kwetsbare vogels?
  Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2004
Pagina's: 112
ISBN-13: 978-90-441-1591-8
Prijs: € 13,90

hoogbegaafde leerlingen in de secundaire school - hoogvliegers of kwetsbare vogelsDit boek biedt een verzameling toegankelijke verhandelingen. Het informeert alle direct betrokkenen over een goede aanpak van hoogbegaafde leerlingen in het secundair onderwijs. Tegelijk wil het hen hiervoor sensibiliseren. Omdat het onderwijs en de hulpverlening hoogbegaafdheid nog onvoldoende (h)erkent. Deze verhandelingen vormen een evenwichtige mengeling van wetenschappelijke inzichten en  praktijkervaringen.

Onmiddellijk na Franz Mönks neemt Tessa Kieboom het woord. Zij definieert het begrip hoogbegaafdheid. De modellen van Mönks en Heller komen hierbij aan bod. Daarna beschrijft ze de eigenschappen van hoogbegaafdheid. Heel belangrijk zijn haar aandachtspunten voor het secundair onderwijs. Verder geeft ze een woordje uitleg bij twee gangbare aanpakken voor hoogbegaafde leerlingen. Tenslotte formuleert ze acht duidelijke richtlijnen voor een goede begeleiding.

De verhandeling van Willy Lens beklemtoont het belang van de motivatie. Deze beïnvloedt zowel de waarde van de gemeten intelligentie als het presteren van een leerling. Zo verklaart hij onderpresteren als een gebrek aan motivatie. Hij is daarin heel duidelijk. Onderwijs dat de hoge intellectuele mogelijkheden en creativiteit van zijn hoogbegaafde leerlingen niet uitdaagt, frustreert en verliest hen. Geïndividualiseerd onderwijs is hier het antwoord.

Inge Buseyne leert ons dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat hoogbegaafdheid een risicofactor is voor het ontwikkelen van psychische problemen. Ze toont wel aan dat hoogbegaafde leerlingen bepaalde interne, persoongebonden factoren hebben die hun kwetsbaar maken voor deze problemen. Ze vult deze aan met enkele externe factoren. De meerwaarde van deze verhandeling ligt in het stukje over de misdiagnose en dubbele diagnose (tweemaal speciaal) van hoogbegaafdheid. Ze bedoelt met misdiagnose niet alleen dat men de hoogbegaafdheid niet ziet en afdoet als een psychische stoornis. Ze geeft ook aan dat kenmerken die men toeschrijft aan hoogbegaafdheid ook subtiele of minder subtiele tekenen kunnen zijn van een psychische stoornis. Een dubbeldiagnose (AD(H)D, autisme, leerprobleem) maakt hoogbegaafde leerlingen veel kwetsbaarder voor sociale en emotionele problemen. Ze eindigt haar verhandeling met de vaststelling dat hoogbegaafdheid nog steeds een miskend probleem is.

De verhandeling van Anne Hermans ontkracht enkele mythes over de sociaal-emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde leerlingen. Ze zijn niet asocialer dan hun leeftijdsgenoten. Ze hebben het al evenmin gemakkelijk. Het is wel belangrijk dat zijzelf en hun omgeving op een positieve manier leren omgaan met hun "anders" zijn. Zo kunnen ze voor zichzelf een omgeving vinden waarin ze zich zowel cognitief als sociaal-emotioneel goed voelen.

De volgende verhandelingen belichten meer praktische thema's. Willy Peters gaat dieper in op het onderpresteren van hoogbegaafde kinderen. Hij zoekt naar oorzaken binnen en buiten de leerling en bespreekt die grondig. Tot slot reikt hij enkele oplossingsstrategieën aan.

Marit Goossens beschrijft eerst en vooral een tiental mogelijke studieproblemen van hoogbegaafde leerlingen. Ze licht deze toe aan de hand van concrete voorbeelden. Ze toont aan dat de studiebegeleiding van hoogbegaafde leerlingen moet beantwoorden aan een aantal voorwaarden. Tot slot overloopt ze een aantal kenmerken van hoogbegaafde leerlingen die hun communicatie met leerlingen en leerkrachten beïnvloeden.

In de laatste verhandeling van dit boek geven Brigitte Leuridan en Ann Cuvelier vanuit hun ervaring van drie jaar werken met hoogbegaafden op school enkele aanzetten voor de ondersteuning van hoogbegaafde leerlingen. Ze beschrijven ook hoe ze tot een meer gestructureerde werking kwamen.

Dit boek biedt een snelle verkenning van het thema. Wie meer wil weten kan terecht bij de uitgebreide referentielijsten bij elke bijdrage.

afdrukken

23:29 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Tags: secundair onderwijs, dyslexie, intelligentie, hoogbegaafd, dyspraxie, adhd, motivatie, faalangst, motoriek, zorg, autisme, creativiteit, add | |