2012.06.17

Buitenspeelkaarten

Auteur: Onderwijs maak je samen
Titel: Buitenspeelkaarten
De beste spelsuggesties voor op het plein
Uitgeverij: Onderwijs maak je samen
Plaats: Helmond
Jaar: 2012
Pagina's: Handleiding (8 pagina's) + 32 kaarten in opbergdoos
ISBN-13: -
Prijs: € 24,95

buitenspeelkaarten - de beste spelsuggesties voor op het pleinDe doos Buitenspeelkaarten van de Nederlandse organisatie Onderwijs maak je samen is niet zomaar een samenraapsel van enkele in een mooie en duurzame vorm gegoten buitenspelen. De visie achter deze verzameling buitenspeelkaarten is dat buitenspelen niet alleen leuk is, maar ook heel leerzaam voor het kind:

  • Het komt in contact met de natuur;
  • Het leert omgaan met vrije momenten;
  • Het leert met andere kinderen communiceren;
  • Het leert keuzes maken;
  • Het doet indrukken en informatie op die belangrijk zijn voor zijn ontwikkeling;
  • Het kind leert de eigen grenzen van zijn bewegen kennen en verleggen.

Daarenboven is ‘Buiten’ een omgeving die uitnodigt tot onderzoeken, verzamelen, verkennen én samenspelen. Vooral dat laatste is heel belangrijk: door samen te spelen kunnen kinderen zich met elkaar verbinden. In dit verbinden ligt de basis van sociaal adequaat gedrag. Van deze buitenspeelkaarten gaat- en dit staat niet vermeld in de handleiding - ook een preventieve, om niet te zeggen proactieve werking uit. Daar waar kinderen zich niet vervelen en zich verbonden weten met de andere kinderen, zie je het aantal gevallen van pesten sterk afnemen.

Binnen het concept van de buitenspeelkaarten is het belangrijk om te weten dat die spelkaarten inspirerend bedoeld zijn: de kinderen mogen ze ‘letterlijk’ spelen, maar mogen ze ook vrij aanpassen. Het is belangrijk dat ze er zelfstandig mee aan de slag gaan. De leerkracht krijgt hier een stimulerende, modererende en mediërende rol toebedeeld. Het is zeker niet de bedoeling dat hij de kinderen stuurt.

In de opbergdoos vind je buitenspelen voor kinderen van het tweede kleuterklasje (groep 1) tot en met het zesde leerjaar (groep 8). Voor de leerkrachten van de tweede en de derde kleuterklas zijn er enkele suggestiekaarten met mogelijke activiteiten waarmee de leerkracht het buitenspel bij de kleuters kan stimuleren.

De speelkaarten hebben vier kleuren:

  • Geel: spelen waarvoor je geen materiaal nodig hebt;
  • Rood: spelen waarvoor je materialen nodig hebt zoals stoepkrijt, een frisbee of een springtouw;
  • Blauw: balspelen;
  • Paars: activiteiten en spelsuggesties voor de kinderen (en de leerkrachten) uit de tweede en derde kleuterklas.

Bij elk spel staat het wat en hoe zeer duidelijk uitgeschreven. Naargelang de aard van het spel bevat de speelkaart ook één of meerdere verduidelijkende foto’s.

Een aanrader!

afdrukken

2012.03.11

Ouderhulpkaarten Het jonge kind

Auteur: Mieke Vos, Mariëtte Mengerink, Gerkina Doze & Marieke Gerrits
Titel: Ouderhulpkaarten Het jonge kind
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2012
Pagina's: 190
ISBN-13: 9789081712057
Prijs: € 99,95

Ouderhulpkaarten_4f34cba828786.jpgEerder op deze boekenblog besprak ik de Ouderhulpkaarten Taal en lezen. Wie de bespreking gelezen heeft, weet waarschijnlijk nog dat ik er zeer enthousiast over was. Deze map kreeg nu een vervolg voor ouders van kinderen van nul tot vier jaar. Ze wil deze ouders ondersteunen bij het stimuleren van de ontwikkeling van hun kind. Laat je hierbij niet misleiden door de gebruikte Nederlandse terminologie: ‘kinderopvang’ en ‘peuterspeelzaal’. In Vlaanderen kunnen deze hulpkaarten zonder problemen meegegeven worden met de ouders van de peuters en kleuters van 2 jaar 6 maanden tot en met 4 jaar en aan de ouders van peuters en kleuters met een (grote) ontwikkelingsachterstand. Daarenboven doen ook de mensen van de verschillende Vlaamse kinderopvangdiensten er hun voordeel mee.

Deze ouderhulpkaarten zijn opnieuw een schot in de roos. De map bestaat uit 18 verschillende kaarten die men kan meegeven met de ouders. Op elke kaart staat een volledig uitgewerkt onderwerp in verband met één van de drie thema’s. Deze thema’s en onderwerpen zijn:

  • Sociaal-emotionele ontwikkeling;
    • De basis;
    • Huilen;
    • Scheidingsangst;
    • Praten;
    • Ongehoorzaamheid;
    • Spelen;
  • Spelontwikkeling:
    • Samen met uw kind;
    • Ontwikkeling van spel;
    • Spelen met speelgoed;
    • De ontwikkeling van de motoriek;
    • Bewegen en muziek;
    • Buiten spelen;
  • Taalontwikkeling:
    • De eerste woordjes;
    • Voorlezen;
    • Spraak- en taalontwikkeling;
    • Woordenschat vergroten;
    • Begrijpend luisteren;
    • Rekenen in taal.

Op de voorzijde van iedere ouderkaart staat nagenoeg altijd hetzelfde:

  • Een korte situering met verwijzing naar de leeftijd van het kind;
  • Een rubriek ‘Wat je als ouder kunt doen!’ met daarin heel korte en praktische suggesties;
  • Een concrete tip in verband met het onderwerp van de kaart.

Op de achterzijde van elke kaart vind je voorbeelden van oefeningen die de ouder met zijn kind kan doen. Ook hier krijg je een concrete tip. Deze heeft dan wel iets te maken met de voorgestelde oefeningen.

De verschillende ouderhulpkaarten vormen samen een coherent geheel, ook al zijn ze perfect los van elkaar te gebruiken. Dit maakt het geheel tot een sterk instrument.

Het is de bedoeling dat de leerkracht een hulpkaart meegeeft met een ouder. Het kan gebeuren dat men dezelfde kaart aan meerdere ouders tegelijk wil doorgeven. Dat is niet direct een probleem. Elk ouderhulpkaart zit vijf keer in de map. Een handige uitleenkaart houdt het geheel overzichtelijk.

Ik kan deze map opnieuw aanbevelen. Niet alleen omwille van de inhoud, maar ook omdat de ouders concreet betrokken worden op de ontwikkeling van hun jonge kind. Ze helpt hen om met bepaalde problemen om te gaan en geeft hen zicht op de ontwikkeling van hun kind. Opnieuw een map die de investering waard is.

afdrukken

2012.02.11

PION Peuters in Ontwikkeling

Auteur: Cecile Kuijpers & Lianne Vermeulen
Titel: PION Peuters in Ontwikkeling
Een observatielijst voor peuters met spraak- en taalproblemen
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Den Haag
Jaar: 2011
Pagina's: 102
ISBN-13: 9789033484049
Prijs: € 35,-

pion peuters in ontwikkeling - een observatielijst voor peuters met spraak- en taalproblemenDe PION-observatielijst is een evidence-based observatielijst voor peuters met spraak- en taalproblemen en bij uitbreiding ook jonge kinderen met een mentale beperking. Ze laat toe de volledige ontwikkeling van deze kinderen gestructureerd te observeren en in kaart te brengen. Dit vanuit de visie dat het taalvermogen van een kind ook van invloed is op:

  • de sociale ontwikkeling;
  • de emotionele ontwikkeling;
  • de ontwikkeling van de voorschoolse vaardigheden.

Deze lijst kwam tot stand door literatuuronderzoek en het bestuderen van gestandaardiseerde diagnostische instrumenten en bestaande peutervolgsystemen. Daarenboven werd er ook gebruik gemaakt van de praktijkervaring van kleuterleidsters.

In het eerste hoofdstuk beschrijven de auteurs het waarom en het ontstaan van hun instrument. In het tweede hoofdstuk gaan ze dieper in op ontwikkeling van kinderen. Naast de verschillende ontwikkelingsgebieden staan ze hier ook kort stil bij:

  • de basiskenmerken die iets zeggen over het welbevinden van een kind en de basis vormen voor een evenwichtige ontwikkeling zoals:
    • vrij zijn van emotionele belemmeringen;
    • nieuwsgierig en ondernemend zijn;
    • zelfvertrouwen hebben;
    • communicatie en contactname;
  • de betrokkenheid van een kind die zorgt voor het bevorderen van de ontwikkeling, zoals die zich uit in:
    • concentratie en persistentie;
    • energie en reactietijd;
    • creativiteit;
    • nauwkeurigheid;
    • overgefocust zijn;
  • mogelijke risicofactoren zoals:
    • impulsiviteit;
    • passiviteit;
    • geringe selectieve aandacht;
    • geringe wendbaarheid;
    • grote vermoeibaarheid.

Het hoeft geen betoog dat al deze factoren in de observatielijst terug te vinden zijn.

Hierna volgen er drie technische hoofdstukken. De auteurs beschrijven de constructie van de observatielijst en bespreken de psychometrische kenmerken van deze observatielijst, namelijk de validiteit en de betrouwbaarheid. Het zesde en laatste hoofdstuk is de handleiding.

In bijlage vind je een voorbeeld van de observatielijst zoals je die op http://www.uitgeverijacco.be/pion gratis van het Internet kunt halen.

afdrukken

2011.05.14

Een nieuwe beweging

Auteur: Johan Simons (Red.), Lieve Rutten, Valère Vanderheyden & Barbara Verscheure
Titel: Een nieuwe beweging. Psychomotorische therapie bij kinderen en jongeren.
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2010
Pagina's: 80
ISBN-13: 978-90-441-2618-1
Prijs: € 13,00

een nieuwe beweging - psychomotorische therapie bij kinderen en jongerenVeel mensen vragen zich af wat psychomotoriek en bijgevolg het werkgebied van de psychomotorische therapeut inhoudt. Dit boekje geeft uitgebreid antwoord op beide vragen. Het bevat 36 bijdragen van psychomotorische therapeuten, zoals:

  • Marc Litière;
  • Valère ‘Schrijfsmurf’ Vanderheyden;
  • Wendy Peerlings.

Psychomotorische therapie is gericht op psychische, psychosociale en/of psychosomatische problemen. Ze richt zich bij de behandeling tot de gehele persoonlijkheid en wil de persoonlijkheid in harmonie brengen met zichzelf en de omgeving.

Zo staat het alvast te lezen op de achterflap van het boek.

Deze psychomotorische therapie heeft vele gezichten. Dat blijkt uit de 36 bijdragen in het boek. Sommige ervan zijn theoretisch, andere heel concreet en praktisch. Maar er is ook een ander onderscheid te maken: sommige bijdragen gaan meer algemeen over psychomotorische therapie bij kinderen en jongeren, andere over deze therapie bij een specifieke doelgroep. Tegelijk lees je tussen de regels door dat deze therapievorm voortdurend in beweging is. Ter verduidelijking: dit boek gaat onder andere over:

  • Agressieregulatie;
  • Anorexia Nervosa;
  • Feuerstein;
  • Kinderyoga in het kleuteronderwijs;
  • Motorisch onderzoek bij kinderen met een vermoeden van autisme;
  • Schrijfmotoriek;
  • Verstandelijke beperking;

Wie deze bijdragen overdenkt, beseft dat niet iedereen psychomotorische therapie kan (mag) geven. Je moet er wel degelijk voor opgeleid zijn. Een basisopleiding van kinesitherapie (en/of ergotherapie) is niet voldoende.

Wat het boekje nog waardevoller maakt, is het feit dat alle bijdragen aangevuld zijn met referenties, post- en e-mailadressen. Dit zorgt ervoor dat beroepsmensen die kinderen en jongeren willen verwijzen voor psychomotorische therapie er een handig naslagwerk aan hebben.

Een boekje dat ruime aandacht verdient.

afdrukken

21:33 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Tags: motoriek, motorische ontwikkeling, psychomotoriek, schrijfmotoriek | |

2010.04.10

Hoogbegaafde leerlingen op de secundaire school

Auteur: Tessa Kieboom & Anne Hermans (red.)
Titel: Hoogbegaafde leerlingen op de secundaire school. Hoogvliegers of kwetsbare vogels?
  Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2004
Pagina's: 112
ISBN-13: 978-90-441-1591-8
Prijs: € 13,90

hoogbegaafde leerlingen in de secundaire school - hoogvliegers of kwetsbare vogelsDit boek biedt een verzameling toegankelijke verhandelingen. Het informeert alle direct betrokkenen over een goede aanpak van hoogbegaafde leerlingen in het secundair onderwijs. Tegelijk wil het hen hiervoor sensibiliseren. Omdat het onderwijs en de hulpverlening hoogbegaafdheid nog onvoldoende (h)erkent. Deze verhandelingen vormen een evenwichtige mengeling van wetenschappelijke inzichten en  praktijkervaringen.

Onmiddellijk na Franz Mönks neemt Tessa Kieboom het woord. Zij definieert het begrip hoogbegaafdheid. De modellen van Mönks en Heller komen hierbij aan bod. Daarna beschrijft ze de eigenschappen van hoogbegaafdheid. Heel belangrijk zijn haar aandachtspunten voor het secundair onderwijs. Verder geeft ze een woordje uitleg bij twee gangbare aanpakken voor hoogbegaafde leerlingen. Tenslotte formuleert ze acht duidelijke richtlijnen voor een goede begeleiding.

De verhandeling van Willy Lens beklemtoont het belang van de motivatie. Deze beïnvloedt zowel de waarde van de gemeten intelligentie als het presteren van een leerling. Zo verklaart hij onderpresteren als een gebrek aan motivatie. Hij is daarin heel duidelijk. Onderwijs dat de hoge intellectuele mogelijkheden en creativiteit van zijn hoogbegaafde leerlingen niet uitdaagt, frustreert en verliest hen. Geïndividualiseerd onderwijs is hier het antwoord.

Inge Buseyne leert ons dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat hoogbegaafdheid een risicofactor is voor het ontwikkelen van psychische problemen. Ze toont wel aan dat hoogbegaafde leerlingen bepaalde interne, persoongebonden factoren hebben die hun kwetsbaar maken voor deze problemen. Ze vult deze aan met enkele externe factoren. De meerwaarde van deze verhandeling ligt in het stukje over de misdiagnose en dubbele diagnose (tweemaal speciaal) van hoogbegaafdheid. Ze bedoelt met misdiagnose niet alleen dat men de hoogbegaafdheid niet ziet en afdoet als een psychische stoornis. Ze geeft ook aan dat kenmerken die men toeschrijft aan hoogbegaafdheid ook subtiele of minder subtiele tekenen kunnen zijn van een psychische stoornis. Een dubbeldiagnose (AD(H)D, autisme, leerprobleem) maakt hoogbegaafde leerlingen veel kwetsbaarder voor sociale en emotionele problemen. Ze eindigt haar verhandeling met de vaststelling dat hoogbegaafdheid nog steeds een miskend probleem is.

De verhandeling van Anne Hermans ontkracht enkele mythes over de sociaal-emotionele ontwikkeling van hoogbegaafde leerlingen. Ze zijn niet asocialer dan hun leeftijdsgenoten. Ze hebben het al evenmin gemakkelijk. Het is wel belangrijk dat zijzelf en hun omgeving op een positieve manier leren omgaan met hun "anders" zijn. Zo kunnen ze voor zichzelf een omgeving vinden waarin ze zich zowel cognitief als sociaal-emotioneel goed voelen.

De volgende verhandelingen belichten meer praktische thema's. Willy Peters gaat dieper in op het onderpresteren van hoogbegaafde kinderen. Hij zoekt naar oorzaken binnen en buiten de leerling en bespreekt die grondig. Tot slot reikt hij enkele oplossingsstrategieën aan.

Marit Goossens beschrijft eerst en vooral een tiental mogelijke studieproblemen van hoogbegaafde leerlingen. Ze licht deze toe aan de hand van concrete voorbeelden. Ze toont aan dat de studiebegeleiding van hoogbegaafde leerlingen moet beantwoorden aan een aantal voorwaarden. Tot slot overloopt ze een aantal kenmerken van hoogbegaafde leerlingen die hun communicatie met leerlingen en leerkrachten beïnvloeden.

In de laatste verhandeling van dit boek geven Brigitte Leuridan en Ann Cuvelier vanuit hun ervaring van drie jaar werken met hoogbegaafden op school enkele aanzetten voor de ondersteuning van hoogbegaafde leerlingen. Ze beschrijven ook hoe ze tot een meer gestructureerde werking kwamen.

Dit boek biedt een snelle verkenning van het thema. Wie meer wil weten kan terecht bij de uitgebreide referentielijsten bij elke bijdrage.

afdrukken

23:29 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Tags: secundair onderwijs, dyslexie, intelligentie, hoogbegaafd, dyspraxie, adhd, motivatie, faalangst, motoriek, zorg, autisme, creativiteit, add | |