2013.02.10

Sociaal gedrag elke dag!

Auteur: Marte van der Horst & Valeria Hopmans
Titel: Sociaal gedrag elke dag!
Sociaal-emotioneel leren voor de onder-, midden- en bovenbouw
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2013
Pagina's: 362
ISBN-13: 978-90-77671-85-6
Prijs: € 60,00

sociaal gedrag elke dag - sociaal-emotioneel leren voor de onder-, midden- en bovenbouwSociaal gedrag elke dag is geen therapeutisch programma maar een sterke en coherente vakoverschrijdende leerlijn sociale vaardigheden voor de basisschool. Het is zowel preventief (kinderen essentiële vaardigheden aanleren) als proactief (anticiperen op problemen die er bijna onvermijdelijk aan komen). Tegelijkertijd zorgt het voor maximale ontwikkelingskansen voor alle leerlingen, waardoor je het meer dan terecht kunt opnemen in het kansenbevorde-rende instrumentarium van de school. Het draagt immers enorm bij tot het creëren van een krachtige en veilige omgeving waarin kinderen zichzelf durven ontplooien.

De vaardigheden die in deze leerlijn aan bod komen zijn georganiseerd rondom de volgende programmaonderdelen:

  • Leren omgaan met emoties;
  • Leren samenspelen;
  • Leren samenwerken;
  • Leren probleem oplossen.

Elk programmaonderdeel bestaat uit verschillende aan te brengen vaardigheden. Het leren omgaan met emoties komt in alle groepen aan bod. Omdat deze vaardigheden voortdurend aangesproken (kunnen) worden in de overige programmaonderdelen, is dit een logische keuze van de auteurs. De andere programmaonderdelen komen dan in de volgende chronologie aan bod: leren samenspelen » leren samenwerken » leren probleem oplossen.

  Groepen 1, 2, 3 & 4
(2e & 3e kleuterklas, 1e & 2e leerjaar)
Groepen 5, 6, 7 & 8
(3e, 4e, 5e & 6e leerjaar)
Leren
omgaan met emoties
Gevoelens herkennen en benoemen
Prettige gevoelens herkennen
Onprettige gevoelens herkennen
Luisteren naar de ander
De G-reeks herkennen (Gedrag – Gevolg)
De verschillende fasen van boosheid herkennen
Rustig blijven
Gevoelens herkennen en benoemen
Prettige gevoelens herkennen
Onprettige gevoelens herkennen
Luisteren naar de ander
De G-reeks herkennen (Gedrag – Gevolg)
De verschillende fasen van boosheid herkennen
Rustig blijven
Leren
samenspelen
Een complimentje geven en aardig zijn
Luisteren naar de ander
Zeggen dat je iets niet wilt
Hulp vragen en de ander helpen
Iemand uitnodigen
Met een idee komen
Vragen of je mee mag doen
Om de beurt gaan en wachten op de ander
Overleggen en het met elkaar eens worden
Je aan de regels houden
 
Leren
samenwerken

 

Met een idee komen
Luisteren naar de ander
Hulp vragen en de ander helpen
Overleggen en het met elkaar eens worden
Rustig blijven bij conflicten
Taken verdelen
Afspraken maken en nakomen
Leren
probleem oplossen

 

Het probleem duidelijk krijgen
Verplaatsen in de ander
Verschillende oplossingen bedenken
Gevolgen bij de oplossingen bedenken
Een goede oplossing kiezen en toepassen
De oplossing evalueren

De lessen hebben steeds dezelfde structuur:

  • Introductie;
  • Gesprek (met daarbij een duidelijk geformuleerd doel);
  • Groepsactiviteit;
  • Opdracht;
  • Oefenen in de praktijk;
  • Evaluatie;
  • Extra oefenen.

Bij het oefenen in de praktijk geven de auteurs telkens extra tips voor de leerkracht en concrete voorbeelden die aan de hand van heldere tabellen uitgewerkt worden. Voor de leerlingen en de leerkracht is er ook nog een A-viertje voorzien waarop de aangebrachte vaardigheid met pictogrammen (Vlaamse Sclera-pictogrammen!) ondersteund wordt. De benodigde materialen vind je ofwel in de bijlagen bij de verschillende programmaonderdelen, ofwel op de bij het programma horende website.

Uitgeverij Pica mag er trots op zijn dit professionele programma in haar fonds te voeren.

naslagwerk met karakter afdrukken

20:52 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: emotionele ontwikkeling, methodiek, ontwikkeling, sociale cognitie, sociale ontwikkeling, sociale vaardigheden | |

2012.11.01

Spelenderwijs leren communiceren

Auteur: Simone Griffing & Dianne Sandler
Titel: Spelenderwijs leren communiceren
300 activiteiten en spellen voor kinderen met autisme
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2010
Pagina's: 104
ISBN-13: 9789077671542 
Prijs: € 15,00

spelenderwijs leren communiceren - 300 activiteiten en spellen voor kinderen met autismeHet is moeilijk om veel kinderen met autisme aan het praten en communiceren te krijgen. Ze zijn daar vaak heel moeilijk voor te motiveren. Gewoon blijven aandringen, helpt dan niet. Soms is het enige resultaat daarvan dat het kind zich nog meer afsluit of daarop heel emotioneel gaat reageren. Dan dringen andere middelen zich op. Een dergelijk middel om kinderen met autisme te motiveren op te spreken en te communiceren, is spel. Omdat je nu eenmaal sneller gemotiveerd bent voor iets waaraan je plezier beleeft. En juist dit spel staat centraal in dit boek.

Via spel zoeken de auteurs naar kansen om kinderen met autisme aan het spreken en communiceren te krijgen. Dit spel moet je niet interpreteren als het louter spelen van (gezelschaps)spellen met strakke regels en afspraken. Deze zijn wel aanwezig in het boek, maar nooit exclusief en/of dominerend.

In het eerste hoofdstuk maken de auteurs aan de lezer duidelijk wat ze met dit boek voor ogen hadden. Ze gebruiken het begrip autisme voor iedereen die een stoornis heeft in het autismespectrum. Heel leuk en bruikbaar is hun opsomming van alledaagse communicatiestrategieën die men kan gebruiken. Belangrijk hierbij is dat men weet wat het kind leuk vindt en daarmee rekening houdt bij de spelkeuze.

De ongeveer 300 activiteiten die de auteurs in het boek beschrijven, zijn ingedeeld in de volgende thema’s:

  • Motiveren met eten;
  • Motiveren met uitdeelspeelgoed;
  • Motiveren met sociaal spel;
  • Motiveren met buitenspelen.

Bij het toepassen hiervan zal je eerst moeten uitzoeken voor welke ‘soort’ motivatie het kind vatbaar zal zijn en voor welke niet. Elk thema vind je terug in een afzonderlijk hoofdstuk. Het wordt eerst kort toegelicht waarna er een opsomming vormt van alle spelideeën met hun uitwerking.

Een zeer handig boek voor ouders en professionelen die kinderen aan de praat willen krijgen, of ze nu autisme hebben of niet.

afdrukken

10:42 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: asperger, ass, autisme, autismespectrum, communicatie, methodiek, ontwikkeling, ontwikkelingsstoornis, pdd-nos | |

Breinlink voor ouders

Auteur: Gerjanne Dirksen & Hulda Möller
Titel: Breinlink voor ouders
Je kind helpen leren
Uitgeverij: Scriptum
Plaats: Schiedam
Jaar: 2011
Pagina's: 184
ISBN-13: 9789055948208
Prijs: € 19,95

breinlink voor ouders - je kind helpen lerenEvidence based. Dit is wel het minste wat je van dit boek kan zeggen. De auteurs hebben tijd nog moeite gespaard om de recente wetenschappelijke inzichten in verband met de ontwikkeling van de hersenen toe te passen op het begeleiden van kinderen bij het huiswerk en het motiveren tot leren. Ouders – want voor hen is dit boek bedoeld – die zich zorgen maken over het in het boek gebruikte vakjargon en/of de abstract-theoretische taal, kunnen we meteen geruststellen. Die is er nagenoeg niet. Het weinige jargon dat men toch gebruikt, wordt daarenboven zo concreet uitgelegd dat het al na de eerste lezing duidelijk is. In die zin maken de auteurs hun belofte om een brug te slaan tussen de wetenschappelijke kennis over het brein en het dagelijkse leven van ouders meer dan waar. Ik kan me goed voorstellen dat het, omwille van de realistische manier waarin in en ander beschreven werd, voor sommige ouders ook heel confronterend kan zijn: bij momenten worden ze immers rechtstreeks door de auteurs aangesproken of worden ze , door de aard van de zaak, als het ware gedwongen om over zichzelf als lerende te reflecteren. Daaren-boven is het, omwille van de zorgvuldig gekozen afbeeldingen (foto’s en cartoons) en de talrijke Tips om uit te proberen een zeer handig werkinstrument voor professionelen die aan ouders moeten uitleggen hoe ze hun kind kunnen begeleiden bij het maken van huiswerk en het leren van lessen.

Het boek is opgebouwd rond de theorie van het BreinCentraal Leren (BCL) . In het eerste hoofdstuk leggen de auteurs uit dat het brein zeer plastisch is en gevormd wordt door wat de eigenaar van het brein doet, denkt en voelt. Naarmate deze ervaringen groter en intenser zijn, is de verandering van het brein ook groter. Wie leert, vormt als vanzelf sterke en uitgebreide netwerken. Deze netwerken zijn de snelwegen naar de kennis. Belangrijk daarmee is dat leerlingen goede voorbeelden krijgen van volwassenen: via de spiegelneuronen komen deze voorbeelden ook in het brein van het kind of de jongere terecht. Weet boven alles dat het brein van pubers nog lang niet uitgerijpt is. Hierdoor kan het zichzelf nog veel te weinig sturen en is er een externe sturing van volwassenen noodzakelijk. Pas rond het 23e levensjaar is het brein uitgerijpt. Elk brein houdt er zijn eigen rijpingsschema op na. Dat maakt het juist uniek. Er bestaat wel zekerheid over het feit dat het brein van jongens overwegend later uitrijpt dan dat van mensen. Hierbij spreekt men van een verschil van ongeveer 2 jaar.

Samengevat komt het tweede hoofdstuk er op neer dat de volwassenen de kinderen ervan moeten overtuigen dat hun brein plastisch is: leren is niet iets dat hen overkomt en waar weinig aan te doen is. Men kan dus wel degelijk de verantwoordelijkheid voor het eigen leren opnemen. Daarbij is het belangrijk dat je als ouder goed beseft dat jouw eigen verwachtingen voor een kind ontwikkelend of verstarrend kunnen zijn. Centraal staat hier immers het begrip mindset of iemands persoonlijke Overtuiging Over Ontwikkelbaarheid: als ouder kun je deze mindset positief of negatief benoemen. Het derde hoofdstuk sluit hier zeer nauw op aan door het belang en de invloed van feedback te benadrukken.

In het vierde hoofdstuk worden de zes basisprincipes van het BreinCentraal Leren (BCL) volledig uit de doeken gedaan. Het zijn de volgende:

  • Maak het aandachtig, nuttig, voorstelbaar en realistisch [Focus];
  • Maak het spannend en wees een dopaminedealer [Emotie];
  • Herhaal om niet te vergeten en vergeet niet te spreiden [Herhaal];
  • Creatie: actief aan de slag en dieper laten nadenken; [Creatie];
  • Voortbouwen: activeer voorkennis en helpende associaties [Voortbouwen];
  • Zintuiglijk rijk, zet zoveel mogelijke zintuigen in [Zintuiglijk rijk].

Heel belangrijk hierbij zijn de blauw gerande kadertjes die heel veel nuttige oudertips bevatten. Deze principes kun je stuk voor stuk inzetten bij huiswerkbegeleiding. In het vijfde en laatste hoofdstuk van het boek worden als tips en werkvormen om een kind bij het huiswerk te begeleiden nog eens op een rijtje gezet.

Bij het boek wordt er een gratis boekje meegeleverd voor kinderen over de werking van het brein en met huiswerktips.

afdrukken

09:54 Gepost door Lieven Coppens in Scriptum | Permalink | Tags: hersenen, leren, leren leren, leren studeren, neurologie, neuropsychologie, ontwikkeling | |

2012.01.15

De ontdekking van het puberbrein

Auteur: Sheryl Feinstein
Titel: De ontdekking van het puberbrein
Nieuwe methodes om de hedendaagse puber te bereiken en te onderwijzen
Uitgeverij: Bazalt/HCO
Plaats: Vlissingen/Den Haag
Jaar: 2009
Pagina's: 114
ISBN-13: 9789074233897
Prijs: € 46,-

de ontdekking van het puberbrein - nieuwe methodes om de hedendaagse puber te bereiken en te onderwijzenOver een boek als dit zou je niets mogen prijsgeven. De inhoud ervan is immers zo verrassend en rijk dat elke bespreking er wel onrecht moet aan doen. Alleen werkt dit niet zo goed. Zeker niet als je zoveel mogelijk mensen wil aanzetten om het toch te lezen. Bij sommige boeken schrijf je dan dat ze elke euro die je moet betalen, waard zijn. Bij dit boek zou ik zeggen: elke eurocent. Dit boek moet verplichte literatuur worden, zowel voor de leerkrachten in opleiding als de leerkrachten in de praktijk van het secundair onderwijs.

De wetenschap staat tegenwoordig voor weinig. Zo ook de neurowetenschappen. Door het gebruik van de nieuwste technieken heeft men het brein van de puber aan een grondig onderzoek kunnen onderwerpen. Met als resultaat een heel belangrijk besluit. Je moet het cliché van ‘het zijn de hormonen’ achter jou laten. Waarom? Omdat uit het wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat het brein niet in de kinderjaren voltooid wordt. Net in de puberteit ondergaan de hersenen een grote en tumultueuze verandering. Met alle gevolgen van dien. Dus: weg hormonen, maatschappij en koppigheid en welkom puberende hersenen.

Sheryl Feinstein gidst de lezer door de wetenschappelijk vastgelegde veranderingen in het puberbrein. En legt het verband met de eigen-aardigheid van de puber. De wetenschap neemt dan ook in dit boek een centrale plaats in. Op een eenvoudige maar duidelijke manier leer je stap voor stap welke veranderingen er plaats vinden in het puberbrein en wat de gevolgen ervan zijn voor de jongere. De titels van de hoofdstukken twee tot en met zes leren je meteen om welk facetten het gaat:

  • Cognitie en leren in de puberteit;
  • Het sociale brein;
  • Communicatie en het onvoltooide brein;
  • Het zelfbeeld onder vuur;
  • Het roekeloze brein.

Wat het boek zo sterk maakt is niet alleen de duidelijke verwoording van de wetenschappelijke bevindingen. De kaders met als titel ‘Pedagogische en didactische actie’ of ‘Ontdekking’ zorgen voor een herkenbaarheid en een praktische waarde die maar weinig boeken bereiken.

De educatieve uitgaven van Bazalt worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

14:18 Gepost door Lieven Coppens in Bazalt | Permalink | Tags: hersenen, neurologie, ontwikkeling, pubers, evidence based | |

2010.06.13

Jonge risicokinderen

Auteur: G.M. van der Aalsvoort & A.J.J.M. Ruijssenaars (red.)
Titel: Jonge risicokinderen. Achtergronden, onderkenning, aanpak en praktijk
Uitgeverij: Lemniscaat
Plaats: Rotterdam
Jaar: 2000
Pagina's: 192
ISBN-13: 978-90-5637-328-3
Prijs: € 27,50

jonge risicokinderen - achtergronden, onderkenning, aanpak en praktijkSommige boeken blijven verrassend actueel. Zelfs als ze tien jaar oud zijn. Dit is het geval met het boek Jonge risicokinderen. De redacteurs stellen in dit boek de wetenschappelijke kennis over jonge kinderen met een risicovolle ontwikkeling beschikbaar. Ze mochten daarvoor rekenen op auteurs die een autoriteit zijn op hun vakgebied, zoals Miriam Baltussen (KPC-groepNL), Adriana Bus (Universiteit LeidenNL), Paul Leseman (Universiteit van AmsterdamNL), Luc Stevens (Universiteit UtrechtNL) en Ludo Verhoeven (Katholieke Universiteit NijmegenNL).

In het eerste hoofdstuk, de algemene inleiding op het boek, beschrijft Geerdina "Diny" van der Aalsvoort (Hogeschool UtrechtNL) het ontstaan van jonge risicokinderen als afzonderlijke groep. Ze omschrijft deze doelgroep op basis van wetenschappelijk onderzoek en komt - niet onbelangrijk - tot een begripsafbakening. In het tweede hoofdstuk beschrijft ze de ontwikkeling van kinderen. Ze gaat eerst dieper in op de ontwikkeling van afzonderlijke ontwikkelingsgebieden, zoals:

  • de cognitieve ontwikkeling
  • de ontwikkeling van de taalvaardigheid
  • de emotionele ontwikkeling
  • de sociale ontwikkeling

Ze eindigt dit hoofdstuk met een woordje uitleg over het bio-ecologisch model dat de ontwikkeling van het kind benadert als een complexe, wederzijdse beïnvloeding van kenmerken van het kind en de omgeving. Het is dit kader dat de basis vormt voor de verdere hoofdstukken uit dit boek.

Het derde hoofdstuk over het opvoeden van jonge risicokinderen schreef Diny van der Aalsvoort samen met Luc Stevens. Na een beschrijving van opvoeding als maatschappelijk verschijnsel, waarin het transactionele model een voorname plaats inneemt, komen ze tot een driedeling van opvoeding:

  • opvoeding in het gezin
  • opvoeding in de kinderopvang
  • opvoeding op school

De auteurs leggen hier de term Problematische Opvoedingssituatie (POS) nog eens duidelijk uit. Daarna beschrijven ze de rol die de kinderopvang en de leerkracht op school in de opvoeding van kinderen spelen. Terwijl het stukje over de kinderopvang sterk geënt is op de Nederlandse situatie, kan men in Vlaanderen met het deel over de rol van de school bij de opvoeding van jonge (risicokinderen) wel veel doen.

Het vierde hoofdstuk schreef Diny van der Aalsvoort samen met Paul Leseman. Samen maken ze de inventaris op van de risicofactoren in de ontwikkeling van een kind. Zoals je dat vanuit het bio-ecologisch model kunt verwachten, maken ze daarbij onderscheid tussen risicovolle omgevingskenmerken en risicovolle kenmerken van het kind.

Hoe je omgaat met jonge risicokinderen bij een opvoedingsprobleem thuis, in de kinderopvang of op school beschrijft Diny van der Aalsvoort in het vijfde hoofdstuk. Hiervoor maakt ze gebruik van de diagnostische cyclus van De Bruyn en de behandelingscyclus van Ruijssenaars. Personen die vertrouwd zijn met handelingsgerichte diagnostiek en handelingsgericht samenwerken zullen zich beslist in dit hoofdstuk herkennen. Dit hoofdstuk legt meteen een cesuur in het boek: de volgende hoofdstukken richten zich elk op een specifieke risicosituatie: de taalontwikkeling bij kinderen die Nederlands niet als eerste taal leren (hoofdstuk 6), stagnaties in beginnend lezen (hoofdstuk 7) en stagnaties in beginnend rekenen (hoofdstuk 8). Ludo Verhoeven, Adriana Bus en Miriam Baltussen geven hierbij, elk op hun eigen manier, hun gefundeerde kijk op deze situatie en doen daarbij een aantal aanbevelingen voor de praktijk.

Een boek dat geschreven is door mensen die een autoriteit zijn op hun vakgebied, staat garant voor een sterke theoretische onderbouw. Als deze de theorie dan nog bevattelijk weergeven en ze weten aan te vullen met een reeks aanbevelingen voor de praktijk, dan heb je een naslagwerk in handen zoals er nog te weinig zijn. Warm aanbevolen!

afdrukken

23:54 Gepost door Lieven Coppens in Lemniscaat | Permalink | Tags: lezen, taal, ouders, ontwikkeling, behandeling, rekenen, anderstaligen, zorg, taalontwikkeling, diagnostiek, leerprobleem, nt2, geletterdheid | |