2012.01.15
De ontdekking van het puberbrein
| Auteur: | Sheryl Feinstein |
| Titel: | De ontdekking van het puberbrein Nieuwe methodes om de hedendaagse puber te bereiken en te onderwijzen |
| Uitgeverij: | Bazalt/HCO |
| Plaats: | Vlissingen/Den Haag |
| Jaar: | 2009 |
| Pagina's: | 114 |
| ISBN-13: | 9789074233897 |
| Prijs: | € 46,- |
Over een boek als dit zou je niets mogen prijsgeven. De inhoud ervan is immers zo verrassend en rijk dat elke bespreking er wel onrecht moet aan doen. Alleen werkt dit niet zo goed. Zeker niet als je zoveel mogelijk mensen wil aanzetten om het toch te lezen. Bij sommige boeken schrijf je dan dat ze elke euro die je moet betalen, waard zijn. Bij dit boek zou ik zeggen: elke eurocent. Dit boek moet verplichte literatuur worden, zowel voor de leerkrachten in opleiding als de leerkrachten in de praktijk van het secundair onderwijs.
De wetenschap staat tegenwoordig voor weinig. Zo ook de neurowetenschappen. Door het gebruik van de nieuwste technieken heeft men het brein van de puber aan een grondig onderzoek kunnen onderwerpen. Met als resultaat een heel belangrijk besluit. Je moet het cliché van ‘het zijn de hormonen’ achter jou laten. Waarom? Omdat uit het wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat het brein niet in de kinderjaren voltooid wordt. Net in de puberteit ondergaan de hersenen een grote en tumultueuze verandering. Met alle gevolgen van dien. Dus: weg hormonen, maatschappij en koppigheid en welkom puberende hersenen.
Sheryl Feinstein gidst de lezer door de wetenschappelijk vastgelegde veranderingen in het puberbrein. En legt het verband met de eigen-aardigheid van de puber. De wetenschap neemt dan ook in dit boek een centrale plaats in. Op een eenvoudige maar duidelijke manier leer je stap voor stap welke veranderingen er plaats vinden in het puberbrein en wat de gevolgen ervan zijn voor de jongere. De titels van de hoofdstukken twee tot en met zes leren je meteen om welk facetten het gaat:
- Cognitie en leren in de puberteit;
- Het sociale brein;
- Communicatie en het onvoltooide brein;
- Het zelfbeeld onder vuur;
- Het roekeloze brein.
Wat het boek zo sterk maakt is niet alleen de duidelijke verwoording van de wetenschappelijke bevindingen. De kaders met als titel ‘Pedagogische en didactische actie’ of ‘Ontdekking’ zorgen voor een herkenbaarheid en een praktische waarde die maar weinig boeken bereiken.
De educatieve uitgaven van Bazalt worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.
14:18 Gepost door Lieven Coppens in Bazalt | Permalink | Email dit
| Tags: evidence-based, hersenen, neurologie, ontwikkeling, pubers |
|
2010.06.13
Jonge risicokinderen
| Auteur: | G.M. van der Aalsvoort & A.J.J.M. Ruijssenaars (red.) |
| Titel: | Jonge risicokinderen. Achtergronden, onderkenning, aanpak en praktijk |
| Uitgeverij: | Lemniscaat |
| Plaats: | Rotterdam |
| Jaar: | 2000 |
| Pagina's: | 192 |
| ISBN-13: | 978-90-5637-328-3 |
| Prijs: | € 27,50 |
Sommige boeken blijven verrassend actueel. Zelfs als ze tien jaar oud zijn. Dit is het geval met het boek Jonge risicokinderen. De redacteurs stellen in dit boek de wetenschappelijke kennis over jonge kinderen met een risicovolle ontwikkeling beschikbaar. Ze mochten daarvoor rekenen op auteurs die een autoriteit zijn op hun vakgebied, zoals Miriam Baltussen (KPC-groepNL), Adriana Bus (Universiteit LeidenNL), Paul Leseman (Universiteit van AmsterdamNL), Luc Stevens (Universiteit UtrechtNL) en Ludo Verhoeven (Katholieke Universiteit NijmegenNL).
In het eerste hoofdstuk, de algemene inleiding op het boek, beschrijft Geerdina "Diny" van der Aalsvoort (Hogeschool UtrechtNL) het ontstaan van jonge risicokinderen als afzonderlijke groep. Ze omschrijft deze doelgroep op basis van wetenschappelijk onderzoek en komt - niet onbelangrijk - tot een begripsafbakening. In het tweede hoofdstuk beschrijft ze de ontwikkeling van kinderen. Ze gaat eerst dieper in op de ontwikkeling van afzonderlijke ontwikkelingsgebieden, zoals:
- de cognitieve ontwikkeling
- de ontwikkeling van de taalvaardigheid
- de emotionele ontwikkeling
- de sociale ontwikkeling
Ze eindigt dit hoofdstuk met een woordje uitleg over het bio-ecologisch model dat de ontwikkeling van het kind benadert als een complexe, wederzijdse beïnvloeding van kenmerken van het kind en de omgeving. Het is dit kader dat de basis vormt voor de verdere hoofdstukken uit dit boek.
Het derde hoofdstuk over het opvoeden van jonge risicokinderen schreef Diny van der Aalsvoort samen met Luc Stevens. Na een beschrijving van opvoeding als maatschappelijk verschijnsel, waarin het transactionele model een voorname plaats inneemt, komen ze tot een driedeling van opvoeding:
- opvoeding in het gezin
- opvoeding in de kinderopvang
- opvoeding op school
De auteurs leggen hier de term Problematische Opvoedingssituatie (POS) nog eens duidelijk uit. Daarna beschrijven ze de rol die de kinderopvang en de leerkracht op school in de opvoeding van kinderen spelen. Terwijl het stukje over de kinderopvang sterk geënt is op de Nederlandse situatie, kan men in Vlaanderen met het deel over de rol van de school bij de opvoeding van jonge (risicokinderen) wel veel doen.
Het vierde hoofdstuk schreef Diny van der Aalsvoort samen met Paul Leseman. Samen maken ze de inventaris op van de risicofactoren in de ontwikkeling van een kind. Zoals je dat vanuit het bio-ecologisch model kunt verwachten, maken ze daarbij onderscheid tussen risicovolle omgevingskenmerken en risicovolle kenmerken van het kind.
Hoe je omgaat met jonge risicokinderen bij een opvoedingsprobleem thuis, in de kinderopvang of op school beschrijft Diny van der Aalsvoort in het vijfde hoofdstuk. Hiervoor maakt ze gebruik van de diagnostische cyclus van De Bruyn en de behandelingscyclus van Ruijssenaars. Personen die vertrouwd zijn met handelingsgerichte diagnostiek en handelingsgericht samenwerken zullen zich beslist in dit hoofdstuk herkennen. Dit hoofdstuk legt meteen een cesuur in het boek: de volgende hoofdstukken richten zich elk op een specifieke risicosituatie: de taalontwikkeling bij kinderen die Nederlands niet als eerste taal leren (hoofdstuk 6), stagnaties in beginnend lezen (hoofdstuk 7) en stagnaties in beginnend rekenen (hoofdstuk 8). Ludo Verhoeven, Adriana Bus en Miriam Baltussen geven hierbij, elk op hun eigen manier, hun gefundeerde kijk op deze situatie en doen daarbij een aantal aanbevelingen voor de praktijk.
Een boek dat geschreven is door mensen die een autoriteit zijn op hun vakgebied, staat garant voor een sterke theoretische onderbouw. Als deze de theorie dan nog bevattelijk weergeven en ze weten aan te vullen met een reeks aanbevelingen voor de praktijk, dan heb je een naslagwerk in handen zoals er nog te weinig zijn. Warm aanbevolen!
23:54 Gepost door Lieven Coppens in Lemniscaat | Permalink | Email dit
| Tags: lezen, taal, ouders, ontwikkeling, behandeling, rekenen, anderstaligen, zorg, taalontwikkeling, diagnostiek, leerprobleem, nt2, geletterdheid |
|
2010.02.06
Ik speel ook
| Auteur: | Jos Dohle |
| Titel: | Ik speel ook - 32 spelletjes voor op het schoolplein |
| Website: | www.ikspeelook.nl |
| Plaats: | Wassenaar |
| Jaar: | 2007 |
| Pagina's: | 32 kaarten in opbergdoosje |
| ISBN-13: | - |
| Prijs: | € 15,- (inclusief BTW en verzendkosten). Vanaf 5 stuks: € 12,50 |
Door verveling, gebrek aan structuur en/of niet kunnen spelen, loopt het voor veel kinderen fout op de speelplaats. Het speelkwartier is voor hen niet langer een moment van ontspanning. Sommigen spannen zich enkel in om het speelkwartier te "overleven". Zij staan letterlijk en figuurlijk aan de zijkant toe te kijken. Anderen bouwen spanning op die zich moet ontladen. Zij zijn vaak betrokken bij conflicten en pestsituaties.
Door kinderen te leren spelen en/of speelsuggesties aan te bieden, kun je veel oplossen. Denk maar aan vroeger: je had het "knikkerseizoen", het "tikkertjesseizoen", het "hinkelseizoen", het "touwtje-springen-seizoen" ... ja, bij jongens zelfs het speelse "vechtseizoen" (Waarbij de kemphanen op een enthousiaste opzwepende, "hoi-hoi-hoi"-roepende groep toeschouwers kon rekenen. Tot de leerkracht van dienst hen uit elkaar haalde. Om kort daarna bij weer andere kemphanen hetzelfde te doen.)
Elk seizoen startte op een min of meer willekeurig moment en duurde tot een ander "seizoen" de bovenhand kreeg. De leerlingen gaven zelf structuur aan hun "speeltijd". Kinderen van nu leven in een nagenoeg eeuwigdurend "beeldschermseizoen". Ze verleren snel het echte spelen.
De oplossing van Jos Dohle is even creatief als doeltreffend: leer alle kinderen opnieuw te spelen. Geef hen suggesties waarmee ze meteen aan de slag kunnen. Hij koos voor een kaartspel. Omdat hiermee verschillende kinderen tegelijk aan de slag kunnen. Ze kiezen een spel en krijgen op de kaart meteen alle noodzakelijke informatie. En kunnen dus onmiddellijk spelen.
Het kaartspel bestaat uit 4 soorten spelen die gemakkelijk aan de kleur van de kaart en het bijbehorende symbool te herkennen zijn:
- 8 balspelen;
- 8 tikspelen;
- 8 groepspelen;
- 8 overige spelen.
Op elke kaart staat slechts één spel beschreven. Elke kaart heeft dezelfde rubrieken:
- hoe speel je het spel;
- wat heb je er voor nodig;
- met hoeveel speel je het spel;
- hoe maak je het spel eenvoudiger;
- hoe maak je het spel moeilijker.
Dit kaartspel biedt de leerkracht heel veel mogelijkheden om zijn leerlingen aan het spelen te krijgen. Hij kan kinderen niet alleen vrij laten kiezen uit het aanbod van de kaarten. Hij kan ook "speelseizoenen" introduceren door enkel een soort kaarten aan te bieden. Of hij kan minder speelvaardige kinderen motiveren toch mee te doen door de gemakkelijke variant te laten spelen. Of "niveaugroepjes" maken waardoor zowel de motorische zwakke als sterke leerlingen ook op de speelplaats aan hun trekken komen. Tegelijk bewaakt hij hiermee het sociale en emotionele welzijn van elke leerling. En stimuleert hij de spelontwikkeling van alle leerlingen in het basisonderwijs.
Jos Dohle is een Nederlandse groepsleerkracht (klastitularis). Hij specialiseerde zich als motorisch remedial teacher.
Een kaartspel dat in elke klas moet aanwezig zijn!
16:43 Gepost door Lieven Coppens in Jos Dohle | Permalink | Email dit
| Tags: ontwikkeling, spelen, methodiek, spelontwikkeling, motorische ontwikkeling, sociale ontwikkeling, emotionele ontwikkeling |
|
2009.12.29
Angst en depressie
| Auteur: | Willem De Jong |
| Titel: | Angst en depressie. Over angsten, depressies en aanverwante problematiek bij kinderen en jongeren. Een leidraad voor ouders en leerkrachten |
| Uitgeverij: | Pica |
| Plaats: | Huizen |
| Jaar: | 2009 |
| Pagina's: | 192 |
| ISBN-13: | 978-90-7767-137-5 |
| Prijs: | € 17,50 |
Bij kinderen en jongeren is het belangrijk om signalen die op een probleem wijzen, snel op te pikken. Alleen zijn deze signalen vaak veel minder duidelijk en anders dan bij volwassenen. Vroegtijdige onderkenning en behandeling zorgen er voor dat de klachten fors afnemen op latere leeftijd. Reden genoeg dus om ouders en leerkrachten sterker te maken in het onderkennen van deze signalen. En hen te helpen om er op de juiste manier mee om te gaan. Dit is in kort bestek de bedoeling van het boek Angst en depressie.
In dit boek komen niet alleen angst en depressie aan bod. Ook de problemen en stoornissen waarin angst en depressie een belangrijke rol spelen krijgen een plaats. Concreet betekent dit dat het boek gaat over:
- angst
- depressie
- zelfbeschadiging
- suïcidaliteit
- hechtingsstoornissen
- eetstoornissen
- schizofrenie en psychose
- persoonlijkheidsstoornissen
- ADHD
- autismespectrumstoornissen
Verwacht dus vooral geen therapieën. Die zijn het werk van beroepsmensen. De auteur wil aan ouders en leerkrachten een leidraad geven. Enerzijds om signalen bij kinderen en jongeren vroegtijdig te (h)erkennen. Anderzijds om deze kinderen en jongeren op een goede manier te begeleiden. Het is dan ook een echt handelingsgericht boek.
Onder het motto "Je kunt maar zien wat je kent" geeft de auteur bij elke stoornis eerst de nodige uitleg. Hij beantwoordt vragen zoals:
- Wat is het?
- Hoe vaak komt het voor?
- Wat is de oorzaak?
- Welke vormen bestaan er?
- Welke functie heeft dit probleem?
- Wat zijn de symptomen?
- Wat zijn de risicofactoren?
- Zijn er mogelijke bijkomende problemen?
- Welke behandelingen zijn er?
- Wat zijn de gevolgen van die stoornis voor het kind?
- Wat zijn de gevolgen van die stoornis voor zijn omgeving?
Op basis van deze kennis formuleert hij kijk- en handelingswijzers voor de ouders en de school. Dit zijn geen abstracte denkkaders, wel zeer praktische en glashelder geformuleerde adviezen. Nergens belerend of beschuldigend leert hij ouders en leerkrachten vat te krijgen op een voor hen niet vanzelfsprekende situatie. Daarbij gaat zijn bezorgdheid niet enkel naar het kind of de jongere, maar ook naar zijn directe omgeving, in het bijzonder de ouders en de andere gezinsleden.
Dit boek hoef je niet meteen in zijn geheel te lezen. Je kunt je beperken tot het hoofdstuk dat betrekking heeft op de stoornis waarover je meer wilt weten. Als je eerst de hoofdstukken over angst en depressie hebt gelezen. Want die zijn de ruggengraat van het boek. Geschreven voor ouders en leerkrachten, heeft het boek zeker ook een praktische meerwaarde voor de (beginnende) hulpverlener. Die kan de kijk- en handelingswijzers gebruiken voor de eigen observaties, het ordenen van de gegevens uit de anamnese en het begeleiden van ouders en leerkrachten.
Wie meer achtergrondinformatie wenst, vindt achteraan in het boek een uitgebreide lijst van geraadpleegde en te raadplegen boeken. Een handige index laat toe om snel de nodige informatie terug te vinden.
Een boek zoals er veel te weinig geschreven worden.
00:28 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Email dit
| Tags: adhd, angst, angststoornis, anorexia nervosa, autisme, depressie, eetstoornis, faalangst, fobie, gezondheid, ontwikkeling, psychose, zelfdoding, zorg |
|
2009.12.28
Motoriekcircuit - Actief werken aan de motorische ontwikkeling
| Auteur: | Lenty van de Sande-Hoetmer |
| Titel: | Motoriekcircuit. Actief werken aan de motorische ontwikkeling. |
| Uitgeverij: | Schoolsupport/Abimo |
| Plaats: | Zuidhorn/Sint-Niklaas |
| Jaar: | s.d. |
| Pagina's: | 18 blz. (handleiding) + 108 opdrachtenfiches in verzamelbox |
| ISBN-13: | 978-90-8664-139-0 |
| Prijs: | € 85,- |
Hoe maak je als basisschool een doorgaande lijn voor motoriek? Dit is een vraag die veel scholen in Nederland en Vlaanderen zich ongetwijfeld stellen. Deze vraag beperkt zich niet tot het eerste leerjaar. Ze komt voor in alle leerjaren. Het toenemende aantal diagnoses van een coördinatieontwikkelingsstoornis (ontwikkelingsdyspraxie) is daar niet vreemd aan.
De openbare basisschool Caleidoscoop te Almere zag zich in het schooljaar 1996-1997 voor ongeveer dezelfde vraag geplaatst. Het viel de leerkrachten van groep 3 (1e leerjaar) op dat veel kinderen het schrijven motorisch nog niet aankonden. Daarenboven was er ook een leerling op school met een lichamelijke handicap. Onder begeleiding van een revalidatiecentrum maakte het team een begin met het opbouwen van een doorgaande lijn voor motoriek. Omdat ze merkten dat ook kleuters en sommige oudere leerlingen nood hadden aan extra ondersteuning. De specifieke doelstellingen halen we zo uit de handleiding (blz. 5) :
- Groepen 1 & 2 (2e en 3e kleuterklas):
- Van grof- tot fijn motorisch bezig zijn, met de nadruk op het gebruik van beide handen (symmetrie).
- Groep 3 (1e leerjaar):
- De motorische vaardigheid trainen en stimuleren.
- Vanuit de symmetrie de lateralisatie bevorderen.
- Bewust worden van het eigen lichaam.
- De goede houding op een stoel en aan tafel aanleren.
- Groepen 4 tot en met 8 (2e tot en met 6e leerjaar):
- De dominantie van de voorkeurshand bevorderen.
- De dominante hand beter laten ondersteunen door de andere hand.
In de handleiding vind je ook een stukje over de normale motorische ontwikkeling van kinderen. Dit moet je zeker lezen. Zo begrijp je de opzet van Motoriekcircuit beter. Je leest er ook hoe je het geheel organiseert voor de school (soorten activiteiten, benodigde materialen, frequentie, ...).
De opdrachten staan op zeer aantrekkelijke en kindvriendelijke fiches. Ze zijn geschreven in eenvoudige taal. Tekeningen verduidelijken de opdracht. Onderaan elke fiche leest en ziet de leerling welk materiaal hij nodig heeft. In principe kan hij zelfstandig aan de slag.
De fiches zijn als volgt ingedeeld:
- Groepen 1 & 2 (2e & 3e kleuter): 12 opdrachten
- Groep 3 (1e leerjaar): 18 opdrachten
- Groep 4 (2e leerjaar): 18 opdrachten
- Groep 5 (3e leerjaar): 18 opdrachten
- Groep 6 (4e leerjaar): 18 opdrachten
- Groep 7 (5e leerjaar): 12 opdrachten
- Groep 8 (6e leerjaar): 12 opdrachten
Vier lege fiches nodigen de leerkracht uit om extra opdrachten te maken.
Het materiaal dat je nodig hebt voor Motoriekcircuit is wellicht voor een groot deel al op school aanwezig. Andere materialen, zoals handboeken voor Origami, stressballetjes en jongleermateriaal zal je moeten aankopen.
De opdrachtenfiches zijn van stevig papier en kunnen tegen een stootje. Je kunt ze reinigen met een vochtige doek. Een handige eigenschap!
Motoriekcircuit is een doordacht geheel van opdrachten in stijgende moeilijkheidsgraad. Elke opdracht is daarenboven aangepast aan de bedoelde leeftijd. Wat niet wegneemt dat men Motoriekcircuit ook kan gebruiken voor een individueel zorgtraject. Zowel binnen het reguliere als speciale (buitengewone) onderwijs verdient het zijn plaats. Niet in het minst omdat recent onderzoek heeft uitgewezen dat er achter veel leerproblemen ook een motorisch probleem schuil gaat.
19:14 Gepost door Lieven Coppens in Abimo, Schoolsupport | Permalink | Email dit
| Tags: ontwikkeling, motoriek, zorg, schrijfmotoriek, symmetrie, fijne motoriek, motorische ontwikkeling, lateralisatie |
|












