2009.09.12

DCD-hulpgids voor leerkrachten

Auteur: Eelke van Haeften
Titel: DCD-hulpgids voor leerkrachten - Achtergrond en adviezen bij de motorische coördinatiestoornis
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2009
Pagina's: 128
ISBN-13: 978-90-7767-127-6
Prijs: € 15,-

dcd-hulpgids voor leerkrachten - achtergrond en adviezen bij de motorische coördinatiestoornisZoals de titel aangeeft, helpt dit boek leerkrachten om kinderen met DCD op school te begeleiden. Geen overbodige luxe als je bedenkt dat 5 of 10 procent van de kinderen DCD heeft. Nagenoeg iedere school heeft ermee te maken. Geschreven vanuit een ergotherapeutische invalshoek, biedt het een bruikbaar model.

In het eerste deel komt de theorie aan bod. De auteur legt uit vanwaaruit het begrip DCD gegroeid is. Ze benadrukt de vele onderlinge verschillen tussen kinderen met DCD. Niet alleen de ernst en/of de aard van de problemen bepalen deze verschillen. Ook de mate waarin het kind in staat is zijn beperkingen te compenseren. De auteur slaagt erin de kenmerken van DCD in een vijftal 'hoofdkenmerken' samen te vatten. Ze lijst eveneens gevolgen ervan voor de leerling en zijn leerkracht op.

In dit eerste deel heeft de auteur het ook nog over de diagnose, behandeling en begeleiding van een kind met DCD. Ze schetst ook een werkmodel dat leerkrachten toelaat om situaties te analyseren en te beoordelen waarmee kinderen met DCD problemen hebben. Dit werkmodel is de ruggengraat van het ganse boek. Daarom moet dit zeker ook door de enthousiaste 'doe'-leerkracht die meteen aan de slag wil met de tips uit het boek, doorgenomen worden. De volgende delen zijn er immers op gebaseerd.

In het tweede deel komt de leerling met DCD ruim aan bod. De auteur haalt hierbij een viertal relevante processen naar voren. Deze houden verband met de beperkingen in het handelen van de leerling:

  • het bewegen,
  • de communicatie,
  • het motorische leren,
  • de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Het bewegen deelt de auteur in verschillende hoofdstukken op:

  • het bewegen als sensomotorisch proces,
  • de basismotoriek,
  • het doelgerichte handelen of de praxis,
  • de vaardigheden.

De communicatie, het motorische leren en de sociaal-emotionele ontwikkeling krijgen elk één hoofdstuk aangemeten.

De fysieke omgeving van de school en de figuur van de leerkracht komen in het derde hoofdstuk aan bod. Hier leest men hoe en waar de schoolomgeving voor leerlingen met DCD een extra hindernis kan zijn. Ook hoe men dit op een eenvoudige manier kan verhelpen. Het belang van de pedagogische opstelling van de leerkracht en zijn didactische aanpak krijgt extra nadruk.

De schoolse vaardigheden en de vaardigheden die je nodig hebt om jezelf te verzorgen komen aan bod in het vierde en laatste deel. De schoolse vaardigheden die de auteur bespreekt, zijn:

  • de balvaardigheden,
  • het zitten,
  • de constructieve vaardigheden,
  • de fijnmotorische vaardigheden,
  • het schrijven.

Waar blijven de DCD-tips dan, zul je denken? Samen met de verschillende voorbeelden staan ze tussen de tekst, in overzichtelijke tabellen. Bij elke DCD-tip vermeldt de auteur het doel. Daarbij hoort er altijd een concrete omschrijving. Naargelang de DCD-tip vind je in deze tabellen ook adviezen in verband met de begeleiding, de organisatie of een verdere differentiatie. Na elk hoofdstuk krijg je suggesties om verder te lezen over het onderwerp of tips waar je meer informatie kunt vinden.

Een boek met een stevige meerwaarde.

afdrukken

21:52 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Email dit | Tags: ontwikkeling, motoriek, zorg, coördinatie, ontwikkelingsstoornis, dcd, ontwikkelingsdyspraxie, motorische ontwikkeling, coördinatiestoornis | |

2008.12.07

Kinderen in de syndroommix

Auteur: Martin L. Kutscher
Titel: Kinderen in de syndroommix. De complete gids voor ouders, docenten en andere professionals.
Uitgeverij: Nieuwezijds
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2007
Pagina's: 264
ISBN-13: 978-90-5712-225-5
Prijs: € 19,95

kinderen in de syndroommixEen leer-, ontwikkelings- of gedragsstoornis komt zelden alleen. Zo zou je de kern van dit boek kunnen samen-vatten. Voor veel kinderen die met een probleem worden aangemeld, geldt dat ze vaak symptomen, tekenen vertonen van verschillende stoornissen tegelijkertijd. Vanuit dit vertrekpunt geeft de auteur een kijk op deze stoornissen die meer omvat dan we gewoon zijn.

Het eerste hoofdstuk gaat over het stellen van een diagnose. Hierin legt de auteur uit dat ouders en leerkrachten een heel belangrijke rol - kunnen en moeten - spelen in de diagnose omdat zij de meeste observatiegegevens uit de eerste hand hebben, ook al zijn deze vaak niet eenduidig in functie van het stellen van slechts één diagnose. Eenvoudiger gezegd: de ouders en leerkrachten zijn zich er heel vaak van bewust dat er iets met het kind aan de hand is, ook al kunnen ze het niet benoemen. Daarbij staat hij - mijns inziens terecht - stil bij een aantal valkuilen. Tot slot van dit hoofdstuk licht hij het professionele onderzoek, het stellen van de definitieve diagnose en het vaststellen van de juiste behandeling toe. Een belangrijk aspect van deze behandeling komt ruim aan bod in het tweede hoofdstuk. De auteur heeft het daarin over algemene richtlijnen die gelden voor alle stoornissen. Het zijn meer aanbevelingen geformuleerd voor de ouders en leerkrachten. Ze gaan over het bijstellen van het eigen denkkader, het leren begrijpen van het denkkader van het kind en het veranderen van het gedrag van het kind door positiviteit en kalmte.

In de volgende hoofdstukken komen dan verschillende stoornissen uitgebreid aan bod. Het zijn de volgende:

  • Hoofdstuk 3: Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD)
  • Hoofdstuk 4: Leerstoornissen en leerverschillen
  • Hoofdstuk 5: Stoornissen in het autismespectrum
  • Hoofdstuk 6: Aspergersyndroom
  • Hoofdstuk 7: Angststoornis en obsessief-compulsieve stoornis
  • Hoofdstuk 8: Sensorische integratiestoornis
  • Hoofdstuk 9: Tics en Tourette
  • Hoofdstuk 10: Depressie
  • Hoofdstuk 11: Bipolaire stoornis
  • Hoofdstuk 12: Oppositioneel-opstandige gedragsstoornis
  • Hoofdstuk 13: Centraal-auditieve verwerkingsstoornis (CAPD)
  • Hoofdstuk 14: Meervoudige complexe ontwikkelingsstoornis (MCDD)

De structuur van deze hoofdstukken komt er in het kort op neer dat er telkens eerst een duidelijke beschrijving is van wat de stoornis eigenlijk inhoudt. De ene stoornis wordt al uitgebreider beschreven dan een andere, iets wat vaak meebepaald wordt door de complexiteit ervan die zich niet altijd op een eenvoudige manier laat vatten of beschrijven. In elk hoofdstuk is er eveneens aandacht voor de behandeling. In enkele gevallen wordt er expliciet verwezen naar de verbanden met andere stoornissen of de moeilijkheid om de stoornis te onderscheiden van andere. Doorheen alle hoofdstukken is er (vaak uitgebreid) aandacht voor concrete en praktische ouder- en leerkrachtentips die onmiddellijk aan de praktijk kunnen getoetst worden.

Het vijftiende en laatste hoofdstuk gaat dieper in op het gebruik van medicatie bij enkele stoornissen. Het beperkt zich tot een bondige uitleg over de werking van verschillende (groepen) medicijnen en het beantwoorden van een aantal algemene vragen.

Drie interessante bijlagen maken het boek compleet: een gedragscontrolelijst, een vragenlijst over de executieve functie en een uitgebreide literatuurlijst (boeken en websites).

Als besluit kunnen we stellen dat de lezer met dit boek op korte tijd heel veel informatie verwerft over diverse stoornissen. De dichtste begeleiders van deze kinderen (ouders en leerkrachten) krijgen een waaier aan concrete en praktische tips om het kind met (een van deze) stoornissen beter te begeleiden én te begrijpen. Als naslagwerk is het zijn ondertitel meer dan waard: De complete gids voor ouders, docenten en andere professionals.

De boeken van uitgeverij Nieuwezijds worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.

afdrukken

10:48 Gepost door Lieven Coppens in Nieuwezijds | Permalink | Email dit | Tags: autismespectrum, ontwikkelingsstoornis, mcdd, ass, autisme, executieve functie, adhd, dyslexie, dyscalculie, dcd, ontwikkelingsdyspraxie, ocd, odd | |

2008.08.29

NLD gewoon anders

Auteur: Sandra Broekmans en Ivon Jacobs
Titel: NLD gewoon anders. Praktijkgids voor leerkrachten, hulpverleners en ouders.
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven/Voorburg
Jaar: 2008
Pagina's: 384
ISBN-13: 978-90-334-6919-0
Prijs: € 30,00

nld gewoon anders. praktijkgids voor leerkrachten, hulpverleners en oudersLaten we de discussie of het een niet-verbale leerstoornis of een visueel-ruimtelijke stoornis is even vergeten. Zoals het voor elke leerstoornis geldt, is de taakgerichte aanpak belangrijker dan de naam. Hiermee komen we dan meteen bij de verdienste van dit boek. Met als ondertitel Praktijkgids voor leerkrachten, hulpverleners en ouders geeft het een goed inzicht in de problemen die mensen met een niet-verbale leerstoornis dagelijks ervaren en heel veel tips en aanzetten voor een goede taakgerichte aanpak. Ik laat het boek zelf spreken:

Bovendien kan men zich afvragen of het geven van een naam of het passen binnen een stoornis zo belangrijk is voor mensen met kenmerken van NLD. Voor ouders, leraren en hulpverleners geldt in ieder geval dat het profiel van vaardigheden en tekorten voldoende aanknopingspunten biedt om verdere hulp en ondersteuning te bieden en deze kinderen verder te helpen in hun ontwikkeling (blz.29).

In een eerste deel omschrijven de auteurs het fenomeen van de niet-verbale leerstoornis. Ze leggen uit wat de stoornis met zich meebrengt aan vaardigheden en tekorten en geven een overzicht van de verschillende kernproblemen die deze stoornis juist tot een syndroom maken. Over de mogelijke oorzaken wordt er slechts kort iets gezegd, ook al omdat er nog veel niet duidelijk is. Verder beschrijven ze de informatieverwerking van de hersenen zodat men de niet-verbale leerstoornis als een stoornis in die informatieverwerking beter kan begrijpen. Na dit alles beschrijven ze de signalen die erop kunnen wijzen dat iemand een niet-verbale leerstoornis heeft en gaan ze uitgebreid in op het diagnosticeren ervan. Hierbij gaan ze dieper in op de overeenkomsten die de niet-verbale leerstoornis lijkt te hebben met andere stoornissen.

Het tweede deel is meteen veel concreter en beschrijft hoe personen met een niet-verbale leerstoornis leren. Zeer interessant daarbij is het opdelen van het leren in tien concrete stappen. Alleen dit deel al is de moeite om door iedere leerkracht gelezen te worden. 

In het derde deel komt de pedagogische begeleiding aan bod. In welke mate moeten ouders, leerkrachten en hulpverleners hun begeleiding aanpassen aan de noden van iemand met een niet-verbale leerstoornis en welke pedagogische stijl meten ze zich daarbij het beste aan?

Het meest uitgebreide deel is dat over de niet-verbale leerstoornis in het onderwijs. Dit deel kan als het ware uit het boek gehaald worden als voorlichtingsbrochure voor elke leerkracht uit het basis- en voortgezet onderwijs. Na het illustreren van de impact van een niet-verbale leerstoornis op het in-de-klas-bestaan van een kind en de signalen die men kan opvangen dat het verkeerd loopt, gaat het heel uitgebreid in op de aanpassingen die in het onderwijs kunnen gebeuren zodat het meer afgestemd is op de leerling met deze stoornis. Deze aanpassingen situeren zich op de volgende vlakken:

  • Pedagogische aanpassingen
  • Aanpassingen van de pedagogische stijl van de leerkracht
  • Didactische aanpassingen
  • Aanpassingen van de leerstof
  • De sociaal-emotionele ondersteuning

Met andere woorden: wie op zoek is naar sticordi-maatregelen kan hier heel veel leren.

Verder in het vierde deel worden de verschillende leervakken bekeken in het licht van de niet-verbale leerstoornis en gaat men dieper in op aspecten van werkhouding en motivatie. Ook de overgang naar het voortgezet onderwijs en het functioneren in het voortgezet onderwijs worden van nabij bekeken.

Het vijfde deel staat helemaal in het teken van de hulpverlening aan iemand met een niet-verbale leerstoornis en zijn omgeving. Er wordt gekeken naar de belangrijkste probleemvelden en hoe men daarbinnen oplossingen kan aanreiken en aanleren.

Het zesde deel richt zich concreet op een aantal belangrijke hulpvragen van ouders. De aandachtige lezer zal merken dat er geregeld - en ergens is dat vanzelfsprekend - een overlapping is met de tips en adviezen die gegeven worden aan het onderwijs. Verder is er ook aandacht over de rol die familieleden kunnen spelen en voor een aantal specifieke thema's, waaronder dat van medicatie en de niet-verbale leerstoornis.

Het zevende deel bestaat uit een geannoteerde verzameling van boeken en materialen in verband met deze stoornis.

Het boek is zeer uitgebreid en zou daardoor mensen kunnen afschrikken om het te lezen. Door de vele praktische tips en suggesties en de vele concrete voorbeelden leest het boek echter zeer vlot. Leerkrachten en hulpverleners die kiezen voor een taakgerichte aanpak van de problematiek vinden hier zeker hun gading.

afdrukken

22:50 Gepost door Lieven Coppens in Acco | Permalink | Email dit | Tags: zorg, nld, stimuleren, add, adhd, dcd, ontwikkelingsdyspraxie, syndroom, vsld, tourette, dyscalculie, compenseren, remedieren | |

2008.08.15

Cognitieve problemen bij kinderen en adolescenten

Auteur: Maurice Berger
Titel: Cognitieve problemen bij kinderen en adolescenten. Samenspel van kennis en gevoel.
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2008
Pagina's: 232
ISBN-13: 978-90-209-6549-0
Prijs: € 29,95

cognitieve problemen bij kinderen en adolescentenDe cognitieve ontwikkeling van kinderen is onlosmakelijk verbonden met het beeld dat kinderen van zichzelf en de wereld hebben. Dit beeld wordt onbewust opgebouwd aan de hand van hun lichamelijke gewaarwordingen. Dit vat Maurice Berger samen in zijn centrale hypothese dat de mens in grote mate van zijn lichaam leert. Deze hypothese wordt op de achterflap van het boek geïllustreerd met het volgende voorbeeld:

De 13-jarige Maria denkt dat een stuk boetseerklei zwaarder weegt wanneer het in stukken wordt getrokken dan wanneer het de vorm heeft van een vlakke kei. Maria heeft tijdens de eerste jaren van haar leven honger geleden, tot haar ouders overleden toen ze vier was. Nadien bleek ze bezeten van het idee om elk gerecht met haar zus te delen. Voor Maria is er dus meer voedsel als het wordt gedeeld, omdat verschillende mensen dan hun honger kunnen stillen. Therapiewerk toont aan dat dit een mogelijke hypothese is voor haar leerprobleem.

Maurice Berger, psychoanalyticus, heeft rond deze relatie tussen kennis en gevoel en de blijvende invloed van ernstige hechtingsproblemen zijn therapie opgebouwd. Hij is hoogleraar aan de universiteit van Lyon II en dienst-hoofd van de psychiatrische afdeling voor kinderen en adolescenten aan het Universitair Medisch Centrum van Sint-Etienne.

In dit boek gaat Berger dieper in op het thema van de leerstoornissen. In de inleiding schetst hij het kader waar-binnen dit boek moet begrepen worden. De mens leert in grote mate met zijn lichaam en heeft fysieke percepties nodig om te leren. Als kind ziet de mens zich voortdurend geplaatst voor cognitieve raadsels die hij moet oplossen in relatie tot de buitenwereld. Wanneer deze raadsels niet opgelost worden, laten ze hun sporen na in het verdere leven, onder andere op het vlak van het leren.

Op basis van zijn theorie komt Maurice Berger tot de volgende indeling van soorten leermoeilijkheden:

  • leerstoornissen door moeilijkheden in de zelfvoorstelling, die de overhand krijgen wanneer het lichaam van het kind op een zwakke of chaotische manier door zijn omgeving werd verzorgd. Hiermee overlappend is ook de problematiek van de zelfonderschatting en zelfoverschatting.
  • leerstoornissen door een moeilijke toe-eigening, die zich voordoen als het lichaam van het kind te sterk benaderd of geforceerd werd.

Tot slot geeft hij in de inleiding een woordje uitleg bij de mogelijke therapeutische behandeling van deze proble-men. Twee algemene principes zijn hier zeer belangrijk. Het eerste is dat men de vastgestelde moeilijkheden goed moet begrijpen en de gevolgen ervan moet aanvaarden, het andere dat de behandeling vaak veel ingewikkelder is dan men zou willen. Hierop aansluitend heeft Berger het ook over een aantal mythen bij de aanpak van cognitieve moeilijkheden:

  • mythe 1: je moet elk kind autonoom maken. Dat is niet zo: bepaalde kinderen hebben nu eenmaal een lager niveau om de wereld in te schatten dan hun leeftijdsgenoten.
  • mythe 2: je kunt kinderen niet van buitenaf veranderen door hen in normale activiteiten te integreren of hen dingen te laten doen in de hoop dat die hun zelfbeeld zullen veranderen.
  • mythe 3: pedagogische aandacht valt niet onder opvoedkundig werk. Verkeerde redenering: sommige kinderen hebben deze pedagogische aandacht net nodig om te kunnen leren.

 Dit alles vertaalt hij naar een psychoanalytisch behandelingsmodel.

Het eerste deel van het boek gaat dieper in de op de leerstoornissen die veroorzaakt worden door moeilijkheden in de zelfvoorstelling. Aan de hand van uitgebreide gevalsstudies wordt er verduidelijking gegeven over deze soort van problemen. In het tweede deel doet de auteur hetzelfde voor de leerstoornissen die veroorzaakt worden door een moeilijke toe-eigening.

Het derde deel staat in het teken van het remediëren en de pedagogie.  Het remediëren op zich is succesvol omdat het een globale of analytische aanpak biedt voor een cognitief probleem en omdat het een relationeel karakter heeft. Daar zijn echter twee risico's aan verbonden. Een eerste is het niet komen tot transfer, juist omwille van dat relationele karakter waardoor de resultaten verbonden zijn met de persoon die remedieert. Een ander risico is de mogelijkheid dat er problemen boven komen die buiten het domein van het remediëren vallen en psychische (psychiatrische) hulp vragen. Op het vlak van de pedagogie worden er dan soms weer eisen gesteld die binnen een gewone klas niet haalbaar zijn.

Het vierde deel handelt over neurologische ontwikkelingsstoornissen bij het leren en psychotische disharmonieën. In dit deel wordt het psychoanalytisch werk bij de behandeling van leerproblemen uitgebreid en aan de hand van concrete gevalsstudies toegelicht.

Dit boek werpt een boeiende kijk op leer- en ontwikkelingsproblemen. Het voegt op zijn minst een aantal ver-klarende en indicerende hypothesen toe aan het denken over deze problemen. Het toont eens te meer aan dat de psychoanalyse een bepaalde woordenschat, een bepaalde visie heeft die toelaat dingen te vatten en bespreekbaar te maken die anders niet of te weinig onder woorden gebracht (kunnen) worden. Door de talrijke voorbeelden en uitgebreide gevalsstudies is het boek toegankelijk voor iedere lezer, hoewel voorkennis van de psychoanalytische begrippen en concepten zeker een pluspunt is.

afdrukken

2008.05.31

Hoera, mijn kind is anders

Auteur: Henriëtte Hubers-Kromhof
Titel: Hoera mijn kind is anders!
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2007
Pagina's: 102
ISBN-13: 978-90-776-7125-2
Prijs: € 15,-

hoera mijn kind is anders

Als je als ouder van gezonde kinderen of als hulpverlener uit de eerste hand wilt te weten komen wat het voor een ouder betekent om een kind te hebben dat "anders" is, dan is dit jouw boek.

Henriëtte Hubers-Kromhof beschrijft op een zeer openhartige manier wat een ouder meemaakt als hij merkt dat zijn kind zich niet ontwikkelt zoals dat verwacht wordt. Haar relaas beschrijft niet alleen de weg die ze met haar zoontje Thom aflegde, maar ook de vragen die ze zich als ouder stelde komen aan bod. Evenals de wanhoop, de vertwijfeling, de teleurstelling, het schuldgevoel en alle andere gevoelens waarmee ze als ouder geconfronteerd werd. Je leest eveneens hoe ze met dit alles leerde om te gaan.

Henriëtte Hubers-Kromhof beschrijft eveneens de reacties van buitenstaanders op een kind dat "anders" is en hoe ze daar als ouder met vallen en opstaan op leerde reageren.

Intussen richtte ze samen met anderen de stichting De Droomboom op. Deze stichting biedt aan kinderen met een ontwikkelingsachterstand of autisme dagopvang . Tijdens deze dagopvang krijgen deze kinderen een stimulerende begeleiding vanuit gedragstherapeutische pincipes.

afdrukken