2012.01.22

De gouden weken

Auteur: Boaz Bijleveld
Titel: De gouden weken
Groepsvorming & Ouderbetrokkenheid
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Drachten
Jaar: 2011
Pagina's: 80
ISBN-13: 9789081712019
Prijs: € 22,95

de gouden weken - groepsvorming en ouderbetrokkenheidMet dit boek wil de auteur een methodiek introduceren om in de eerste weken van het schooljaar het contact en de communicatie over en weer tussen leerlingen en leerkrachten zo te kneden dat er een heel schooljaar lang een fijne sfeer heerst in de klas. Dat lees je op de achterflap van het boek. Voor deze missie – want zo kun je het wel noemen – is hij niet over een nacht ijs gegaan. Dat kun je eerst en vooral al afleiden aan de auteurs die hij in zijn bibliografie vermeldt. We treffen zowel kleppers als Maslow, Marzano en Pameijer aan naast een aantal mindere goden. Toch meer dan voldoende om te kunnen spreken van een evidence based boek. Daarenboven is hij voor de groepsvormende activiteiten onder andere de mosterd gaan halen bij de Vlaamse Leefsleutels en de Nederlandse Stichting Lions Quest (Cfr. Leefstijl, de Nederlandse tegenhanger van de Vlaamse Leefsleutels). Wat dan weer de garantie is voor een voldoende practice based boek. Een boek met een stevig fundament, dat mag je wel zeggen.

In het eerste hoofdstukje schetst de auteur de achtergrond van zijn methodiek die zowel voor het lager als voor het secundair onderwijs geschikt is. Zoals de titel van het boek het laat vermoeden liggen de accenten op de groepsvorming en de ouderbetrokkenheid in de eerste weken van het schooljaar. Waarom de eerste weken? Daar heeft de auteur grondige redenen voor:

  • Je hebt nog invloed op de groepsvorming. Het is de klas die samen met de leerkracht de normen bepaalt. Men is eventuele informele groepsleiders voor;
  • Het creëren van ouderbetrokkenheid is minstens even belangrijk. Dit omwille van de bestaansloyaliteit die bestaat tussen ouder en kind. Door de ouders al heel snel bij het begin van het schooljaar uit te nodigen, kan men in een positief klimaat met elkaar praten. De kans dat er al negatieve voorvallen zijn geweest is nog heel klein en daardoor is de kans dat ouders onbevangen over hun kind informatie geven, nog zeer groot.

In het tweede hoofdstuk zet de auteur zijn veronderstellingen over leraren, leerlingen en ouders op een rijtje. Dit is heel belangrijk om de methodiek te begrijpen. Hierna begint de kern van het boek, uitgespreid over twee hoofdstukken.

Het derde hoofdstuk gaat dieper in op het thema groepsvorming. De auteur laat hierbij duidelijk in zijn kaarten kijken: je leert hoe hij de theorie en de praktijk geïntegreerd heeft in zijn methodiek. Het lijstje met groepsvormende activiteiten waarmee dit derde hoofdstuk eindigt, is allerminst volledig.

De ouderbetrokkenheid komt even uitgebreid aan bod in het volgende hoofdstuk. Centraal staat hier het ouder-gesprek en de houding hierbij van de leerkracht. Interessant is zeker ook de oudertypologie waarmee dit hoofdstuk eindigt. Het vijfde hoofdstuk van het boek is de uitgebreide bibliografie.

Dit boek heeft zeker een grote praktijkwaarde: met het aangereikte kader en de daaraan gekoppelde praktische activiteiten kan iedere leerkracht aan zijn professionaliteit werken. Aangezien ook in Vlaanderen de eerste weken gouden weken zijn, kan ik dit boek alleen maar aanbevelen.

afdrukken

01:55 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Email dit | Tags: groepsvorming, klassenmanagement, ouderbetrokkenheid, oudercontact, ouders | |

2011.05.08

Tienminutengesprekken

Auteur: Folkert de Jong
Titel: Tienminutengesprekken - Handleiding voor gebinnende leerkrachten in het basisonderwijs
Uitgeverij: Eduforce
Plaats: Leeuwarden
Jaar: 2010
Pagina's: 70
ISBN-13: -
Prijs: € 14,95

tienminutengesprekken - handleiding voor beginnende leerkrachten in het basisonderwijsHoe informeer je ouders in ongeveer tien minuten over de ontwikkeling van hun kind? Deze vraag die centraal staat in het boekje van Folkert de Jong is helemaal niet overbodig. Beginnende leerkrachten hebben hier vaak wat moeite mee. Deze zeer toegankelijk geschreven inleiding helpt hen op weg.

Na een kort voorwoord heeft de auteur het in het eerste hoofdstuk over de verschillende soorten contacten die ouders met de school van hun kind (kunnen) hebben. Het gaat dan over ouderparticipatie, het door de school geven van informatie aan de ouders en individuele contacten tussen ouders en leerkrachten. Het tienminutengesprek (in Vlaanderen kortweg ‘oudercontact’ genoemd) valt onder deze laatste categorie.

Het tweede hoofdstuk staat stil bij de doelen van het tienminutengesprek. Het vergelijkt de doelen van de school met de doelen van de ouders. De auteur lijst tegelijk de onderwerpen die in het gesprek aan bod kunnen komen, op. Hij maakt duidelijk dat ouders soms met andere verwachtingen naar het tienminutengesprek komen dan de leerkracht. Een (beginnende) leerkracht moet zich daar goed van bewust zijn. Enkel zo kan hij bepaalde reacties van de ouders begrijpen.

Nadat hij in het derde hoofdstuk de driehoeksrelatie leerling|ouders|leerkracht besprak, schetst Folkert de Jong de enorme verscheidenheid aan ouders die je als leerkracht op een oudercontact ontmoet. Deze verscheidenheid heeft onder meer te maken met het opleidingsniveau, het beroepsniveau, het inkomen, de levensbeschouwing, de opvoedingsoriëntatie, de levensfase en/of de culturele achtergrond van de ouders. Kortom, de auteur geeft aan dat een leerkracht op de avond van het oudercontact heel snel moet kunnen schakelen. Geen twee ouders zijn dezelfde.

Vanaf het vijfde hoofdstuk begint het tweede, meer praktische deel van het boek. In dit hoofdstuk komen geen gespreksvaardigheden aan bod maar staat de auteur stil bij een aantal praktische aspecten zoals de plaats waar het gesprek doorgaat, de positie van ouders en leerkracht ten opzichte van elkaar, de manier waarop men de ouders ontvangt en begroet en dergelijke meer.

In het zesde hoofdstuk bekijkt de auteur de mogelijke opbouw van een tienminutengesprek. En geeft hij tips voor een goede tijdsbewaking. Het gesprek heet niet voor niets een tienminutengesprek. Deze tips vult hij in het zevende hoofdstuk aan met een aantal aanbevelingen om als (beginnende) leerkracht de op het oudercontact opgedane indrukken een plaats te geven. Ook het belang van de aanwezigheid van de directie licht hij toe.

Het achtste hoofdstuk staat helemaal in het teken van het slechtnieuwsgesprek. De auteur is formeel: slecht nieuws breng je niet op tien minuten. Daar moet je voldoende tijd voor nemen. De auteur legt uit op welke manier dit kan gebeuren

In het negende hoofdstuk presenteert Folkert de Jong de resultaten van een onderzoek dat hij deed naar tienminutengesprekken. De resultaten hiervan zijn ook voor Vlaamse leerkrachten relevant.

In het tiende en laatste hoofdstuk kun je in een aantal voorbeelden de uit het boek opgedane kennis concreet herkennen.

Dit is een zeer praktisch boekje dat iedere leerkracht, beginnend of niet, zeker zal smaken. Op voorwaarde dat hij het niet leest als een receptenboek voor een geslaagd tienminutengesprek. Wie echter bereid is tot zelfreflectie en dit boekje met een open geest leest, zal heel veel hebben aan de herkenbare en zeer praktische benadering van dit onderwerp.

afdrukken

18:01 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Email dit | Tags: methodiek, oudercontact, ouderbetrokkenheid, ouderparticipatie, ouders, slechtnieuwsgesprek, tienminutengesprek | |