2017.10.21

Pesten en cyberpesten in het onderwijs

Auteur: Gie Deboutte
Titel: Pesten en cyberpesten in het onderwijs
Praktijk en beleid voor een veilige leeromgeving
Uitgeverij: Pelckmans Pro
Plaats: Kalmthout
Jaar: 2017
Pagina's: 156
ISBN-13: 978-94-6337-005-9
Prijs: € 26,50

Deboutte-Het Nieuwsbladpesten en cyberpesten in het onderwijs - praktijk en beleid voor een veilige leeromgevingIn de weekendeditie van het dagblad Het Nieuwsblad verscheen het korte artikel dat je hiernaast ziet naar aanleiding van het nieuwe boek van Gie Deboutte over pesten en cyberpesten in het hoger onderwijs. Omdat de visie die Gie Deboutte in dit boek ontwikkelt veel meer waard is dan een naam- en referentieloze vermelding in een minuscuul krantenartikel, besloot ik iets vroeger dan verwacht mijn bespreking van zijn boek hier te publiceren. Omdat goede wijn weliswaar geen krans behoeft maar af en toe ook eens een gouden medaille mag winnen. Deze gouden medaille is dan ook meer dan verdiend omdat het een leemte vult die al (te) lang in de literatuur over pesten en cyberpesten bestond: een antwoord op de vraag hoe men in het hoger onderwijs om kan gaan met deze fenomenen. Net daarom had de titel het ‘hoger onderwijs’ mogen vermelden. Maar dat is dan ook de enige – goedkope, ik weet het, – kritiek die ik op dit boek heb.

Het boek bestaat uit vier grote delen, de inhoud van deze delen zal de trouwe lezers van het werk van Gie Deboutte zeker niet onbekend overkomen, maar belangrijk zijn wel de accenten die hij hier legt in functie van het hoger onderwijs. Deze delen zijn:

-> Visie op pesten en cyberpesten,
-> Bouwstenen voor een doeltreffend antipestbeleid,
-> Aanzet tot een anti(cyber)pestplan op hogeschoolniveau,
-> Handreiking voor indicatieve acties.

In het eerste deel komt eerst en vooral het model over pesten aan bod dat de auteur hanteert in zijn werken aan – of moet ik zeggen ‘tegen’ – het pesten in onze maatschappij. Hier trekt hij het thema van het pesten open naar alle leeftijdsgroepen. Zoals ook al in de media is gebleken, is pesten geen lagere- en middelbare schoolfenomeen. Het komt voor in alle groepen en leeftijdscategorieën van de bevolking. Het cijfermateriaal dat in dit eerste deel aan bod komt, bewijst dit ten volle. Tot slot komen de gevolgen van het pesten voor alle betrokkenen nog eens expliciet aan bod.

In het tweede deel zet Gie Deboutte zijn drie bouwstenen voor een doeltreffend anti-pestbeleid uiteen: een schoolbrede aanpak bestaande uit vijf actieniveaus met duidelijke indicatoren die gericht zijn op het terugdringen van het pestgedrag, het beleidsvoerend vermogen van de hogeschool en een verbindende aanpak die vorm krijgt in acht concrete veranderingsstappen.

Het derde deel geeft de aanzet tot het uitwerken van een anti(cyber)pestplan op het niveau van de hogeschool. Dit deel is eigenlijk een door de auteur geannoteerd verslag over de uitwerking van het anti(cyber)pestplan van de hogeschool UCLL, voluit University Colleges Leuven-Limburg. Dit deel voelt voor mij aan als de ruggengraat van het boek. Die laat zich niet samenvatten en moet je gewoon helemaal doornemen.

In het vierde deel beschrijft Gie Deboutte een aantal belangrijke indicatieve acties. Hij schetst hoe een interventiestappenplan eruitziet, welke aandachtspunten met het best voor ogen houdt en de hoe er concreet in gesprek kan worden gegaan met het slachtoffer en de pestkop. De eigenheid van een niet-confronterende en confronterende aanpak wordt eveneens uitgelegd. Een beslissingsschema helpt bovendien bij het kiezen van de te gebruiken interventievormen.

Een naslagwerk met karakter!

naslagwerk met karakter afdrukken

18:49 Gepost door Lieven Coppens in Pelckmans Pro | Permalink | Tags: begeleiding, cyberpesten, digitale agressie, pesten, pestprotocol, preventie, sexting, hoger onderwijs, universiteit | |

2016.10.22

Gedragsproblemen in scholen

Auteur: Kees van der Wolf en Tanja van Beukering (en Theo Veldkamp)
Titel: Gedragsproblemen in scholen
Het denken en handelen van leraren
Succesvol omgaan met gedragsproblemen
Trainingsmateriaal bij Gedragsproblemen in scholen. Het denken en handelen van leraren
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven|Den Haag
Jaar: 2014
Pagina's: 320 (boek)
170 (trainingsmateriaal)
ISBN-13: 978-90-334-7498-9 (boek)
978-90-334-9538-0 (trainingsmateriaal)
Prijs: € 31,80 (boek)
€ 29,50 (trainingsmateriaal)
€ 55,00 (boek + trainingsmateriaal)


gedragsproblemen in scholen - het denken en handelen van leraren + succesvol omgaan met gedragsproblemen - trainingsmateriaal bij gedragsproblemen in scholen - het denken en handelen van lerarenAf en toe krijg je een boek over een bepaald thema te lezen dat er op een heel positieve manier uitspringt door de manier waarop de auteurs het thema benaderen. Van zodra je dit als lezer doorhebt, weet je meteen dat dit boek al jouw aandacht verdient: hier valt immers veel te leren. Gedragsproblemen in scholen is zo’n boek. Het laat je als leerkracht niet onberoerd. Het doet je diep nadenken over jouw visie, houding, overtuigingen en gevoelens ten opzichte van gedragsproblemen en over de strategieën die je in de klas gebruikt om problemen te voorkomen, in te perken of zelfs helemaal op te lossen. Helemaal mooi wordt het wanneer de auteurs daarenboven zelf trainingsmateriaal ontwikkelen om de leerkrachten en schoolteams te stimuleren om op een probleemoplossende manier te denken en te handelen bij gedragsproblemen.

Gedragsproblemen in scholen is te lezen als een handboek. In het eerste hoofdstuk zetten de auteurs het thema van dit boek op de (school)kaart. Ze hebben het over het voorkomen van gedragsproblemen en de criteria om de ernst van een probleem te bepalen (de criteria van Rutter). Ze tonen ook aan dat gedragsproblemen geen hedendaags fenomeen zijn. Heel boeiend wordt het als ze het hebben over de manieren waarop leerkrachten probleemgedrag verklaren en ze het ecologisch model van Bronfenbrenner en enkele interactiemodellen introduceren.

In het tweede hoofdstuk behandelen de auteurs de verschijningsvormen, de classificatie en de contextuele factoren van gedragsproblemen. Hier leer je als lezer hoe van der Wolf en van Beukering tegen gedragsproblemen aankijken: je moet de kindkenmerken bij de interactionele en transactionele benaderingen van probleemgedrag betrekken. In het derde hoofdstuk positioneren ze de leerkracht als iemand die de situatie in zijn klas moet kunnen lezen en daar snel, flexibel en accuraat moet kunnen op reageren. Een frontliniewerker zonder vastgelegd strijdplan dus. Ze gaan ook in op de verantwoordelijkheid van de leraar. Ze tonen heel concreet aan dat de leerkracht een heel belangrijke rol kan spelen bij het voorkomen en oplossen van probleemgedrag omdat hij als frontliniewerker nu eenmaal enkele voordelen heeft in vergelijking met wat je zou kunnen noemen de eerste- en tweedelijnswerkers.

In het vierde hoofdstuk besteden de auteurs aandacht aan de relatie tussen cognitie, motivatie en emotie. Ze gaan op zoek naar het antwoord op de vraag wat eigenlijk de oorzaken zijn van probleemgedrag. Hun conclusie is belangrijk: er is geen sprake van duidelijke oorzaak-gevolg relaties. Wel belangrijk is hun conclusie dat goed onderwijs (en je leert in dit hoofdstuk wat ze daarmee bedoelen) de meest effectieve preventie biedt voor gedragsproblemen. Ze vullen dit in het vijfde hoofdstuk aan met een aantal pedagogische concepten, richtlijnen en methoden in verband met de preventie van gedragsproblemen.

Aangezien goed onderwijs niet in alle gevallen gedragsproblemen kan voorkomen, bekijken de auteurs in het zesde hoofdstuk met hun lezers wat er kan gedaan worden bij hardnekkig probleemgedrag. Ze staan stil bij thema’s als straffen als pedagogische maatregel, het gericht oefenen van gewenst gedrag en het leren om conflicten te hanteren. Ook de geen-verliesmethode Gordon en de tienstappenaanpak voor leraren van Glasser krijgen hier een plaats. Lees zeker ook het stukje over het samenwerken met collega’s en deskundigen.

De auteurs deden ook een kwalitatief onderzoek. In het zevende hoofdstuk bespreken ze de resultaten ervan in termen van probleemgedragingen, stressreacties en strategieën. Dit laat zich hier niet samenvatten en moet integraal gelezen worden.

Het achtste en laatste hoofdstuk handelt over interpersoonlijke vaardigheden bij gedragsproblemen. Ze beschrijven hoe (zelf)reflectie door de leerkracht een goede interventie kan zijn. Ze doen dat aan de hand van de metafoor van de Zuid-Indische apenval. In het kort komt het hierop neer: het durven loslaten van een door waarden bepaalde kijk op een probleem kan het inzicht geven dat een probleem niet zo groot is als men oorspronkelijk dacht. De auteurs introduceren een aantal instrumenten die beroep doen op de inzichten en reflecties van leraren en schoolteams en het mogelijk maken om op een andere manier naar de eigen praktijk te kijken.

Het boek sluit af met enkele nabeschouwingen die verschillende thema’s uit het boek nog eens kort of soms wat uitgebreider onder de aandacht brengen. Hierdoor wordt een en ander indien nodig nog duidelijker.

Bij dit boek hoort ook het trainingsmateriaal Succesvol omgaan met gedragsproblemen. Hiermee kan men leraren en schoolteams op een professionele manier toeleiden naar de inhoud van het boek Gedragsproblemen in scholen. Ik laat de achterflap van het boek met trainingsmateriaal voor zich spreken:

flaptekst

Een absolute aanrader voor alle scholen die zich als team willen versterken in het voorkomen, verminderen of oplossen van gedragsproblemen.

afdrukken

2016.09.11

Knappe Kleuters

Auteur: Fanny Cattenstart, Baukje van Dijk, Marieke Groenewold, Marian Habermehl & Lilian van der Poel (Expertgroep ontwikkelingsvoorsprong)
Titel: Knappe Kleuters
Signaleringsinstrument ontwikkelingsvoorsprong
Uitgeverij: Schoolsupport
Plaats: Utrecht
Jaar: 2014
Pagina's: 144
ISBN-13: -
Prijs: € 149,50

knappe kleuters - signaleringsinstrument ontwikkelingsvoorsprongHoewel in 2014 al uitgegeven, was dit instrument om een ontwikkelingsvoorsprong bij jonge kinderen vroegtijdig op te sporen, toch aan mijn aandacht ontsnapt. Gelukkig was er iemand zo alert om mij hierop te wijzen. Het leek me dan ook meer dan gepast om deze map te bespreken bij het begin van het schooljaar. Vooral een paragraaf uit het theoretische gedeelte zette me hiertoe aan. Ik citeer:

Aan het begin van de basisschool zal een kind zich meestal snel aanpassen aan de groep. Op het eerste gezicht lijkt dit positief. Het kind doet immers netjes mee met de geldende regels en routines. Maar aanpassing waarbij het kind niet meer laat zien wie het zelf is en wat het zelf kan leidt tot een ongezonde situatie. Zo kunnen er problemen ontstaan doordat het kind zich verveelt. Hij bedenkt bijvoorbeeld allerlei spelletjes tijdens kringactiviteiten en verstoort daarmee de les. De negatieve reacties die hij keer op keer krijgt, ontnemen hem alle motivatie om nog mee te doen met de groep.

Dit sluit aan bij mijn persoonlijke overtuiging dat we gelijke onderwijskansen nog te vaak verengen tot de doelgroepen kansarme leerlingen, leerlingen met een mentale beperking, anderstalige nieuwkomers en dergelijke. Nochtans staat bij het gelijke kansenbeleid voorop dat we alle kinderen de kans moeten geven om zich te ontwikkelen volgens hun mogelijkheden. Dus ook de kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Het is dan ook heel belangrijk om hen vanuit een preventief en proactief standpunt zo snel mogelijk op te sporen.

En dan begin je deze map te bestuderen en krijg je ineens, zomaar uit nergens, zin om de inhoud ervan in een formule te gieten. En dan kom je na lang wikken en wegen tot het volgende:

formule

De theoretische achtergrond is deze van het model van hoogbegaafdheid van Renzulli en Mönks enerzijds en de visie van Kooijman en Kieboom anderzijds die beiden een model hanteren waarbij de zijnskenmerken van een persoon de belangrijkste factoren zijn die bepalen of iemand hoogbegaafd is. Daarbij is het heel belangrijk om de nuancering die de auteurs maken extra te benadrukken:

Aangezien dit signaleringsinstrument over kleuters gaat, spreken we van het signaleren van een ontwikkelingsvoorsprong. Voor het signaleren is het niet direct van belang of deze kinderen later wel of niet hoogbegaafd blijken te zijn. In de praktijk zien we echter vaak dat dit wel degelijk het geval is.

Het gaat de auteurs dus louter over het opsporen, niet om het voorspellen. Het instrument is bedoeld om de kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong de extra zorg en uitdaging te geven die ze verdienen. De extra aandacht die de auteurs geven aan het onderpresteren, ook bij kleuters, maakt het geheel tot een zeer waardevol instrument.

Net zoals bij andere instrumenten, hebben de auteurs keuzes moeten maken. Sommigen zullen hierover enthousiast zijn, anderen wat minder. Toch staat het boven kijf dat deze keuzes weloverwogen zijn gemaakt om tot een coherent instrument te komen. En dat is hen enorm goed gelukt. Het bestaat uit:

  • Een uitgebreide intakeprocedure waarin er heel veel aandacht is voor de anamneselijst die door de ouders werd ingevuld;
  • Een langere observatieperiode van de gesignaleerde kinderen waarbij ook de ouders betrokken worden;
  • Een voortdurend vergelijken van de gesignaleerde leerling met de andere leerlingen in de eigen groep en het voortdurend terugkoppelen naar het leerlingvolgsysteem en de verschillende leerlijnen zoals die zijn uitgeschreven door de Nederlandse Marcel Schmeier (onderwijsadviseur taal en rekenen met een ruime ervaring als leerkracht en intern begeleider in het speciaal en regulier basisonderwijs), de man achter het boek Expliciete Directe Instructie dat we eerder op deze boekenblog bespraken.

Alle materialen die men hiervoor nodig heeft, worden in de bijlagen meegeleverd.

Tot slot wil ik nog stilstaan bij het uitstekende verdiepingshoofdstuk uit deze map dat uit de volgende rubrieken bestaat:

  • Comfortzone en zone van de naaste ontwikkeling;
  • Mindset;
  • Delphi model van Kooijman;
  • Model van Tessa Kieboom;
  • De Executieve Functies;
  • Profielen van hoogbegaafdheid;
  • Onderpresteren;
  • Taxonomie van Bloom.

Al deze rubrieken hebben een lage leesdrempel: de theorie wordt zeer concreet en herkenbaar aangebracht.

Kortom. Een instrument dat heel veel aandacht verdient.

afdrukken

20:33 Gepost door Lieven Coppens in Schoolsupport | Permalink | Tags: diagnostiek, intelligentie, kleuteronderwijs, ontwikkelingsvoorsprong, preventie, hoogbegaafd, onderpresteren, zorg | |

2014.11.09

Groepsplan Gedrag in het Voortgezet Onderwijs

Auteur: Kees van Overveld
Titel: Groepsplan Gedrag in het Voortgezet Onderwijs
Planmatig werken aan passend onderwijs
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2014
Pagina's: 288
ISBN-13: 978-94-91806-18-6
Prijs: 32,95

groepsplan gedrag in het voortgezet onderwijs - planmatig werken aan passend onderwijsJohn Hattie stelt het in zijn werk heel duidelijk: relationeel vertrouwen is de lijm die op school alles samenhoudt. Dit is nu net wat Kees van Overveld zeer goed begrepen heeft: zijn boeken voeren daar een ijzersterk pleidooi voor. Was ik al enthousiast over zijn Groepsplan Gedrag voor het basisonderwijs, dan heeft Kees van Overveld nu aan de trappen van vergelijking een extra trap toegevoegd. We spreken niet langer van goed, beter, best, maar wel van goed, beter, best en beter dan best. Alle argumenten die ik aanhaalde bij het verschijnen van het Groepsplan Gedrag voor het basisonderwijs kan ik hier zondermeer opnieuw aanhalen:

  • Het legt de nadruk op preventie van gedragsproblemen, niet op de repressie ervan;
  • Het is een van de beste referentiewerken over de aanpak van gedragsproblemen in het voortgezet onderwijs dat ik gelezen heb;
  • Het stelt de zeven principes van het handelingsgericht werken centraal;
  • Het kiest op een consequente manier voor interventies die wetenschappelijk onderbouwd (evidence based) zijn;
  • Het richt zich in zijn interventies zowel op de jongere als op zijn context;
  • Het verenigt op een unieke manier theorie en praktijk: de leerkracht die de interventies uit het boek uitvoert, begrijpt ook wat hij doet en waarom hij het doet. Hierdoor overstijgt ook dit boek het niveau van de trukendoos waaruit de leerkracht lukraak een interventie kiest, gewoon omdat men zegt dat ‘het werkt’;
  • Het preventiemodel laat zich heel goed integreren met het zorgcontinuüm zoals dat door het Vlaamse Departement Onderwijs opgelegd wordt.

Maar er is meer:

  • Kees van Overveld gaat er overduidelijk vanuit dat iedere jongere kan groeien, kan ontwikkelen, echt veranderbaar is. Je kunt dan ook heel duidelijk stellen dat hij sterk aanleunt bij de theorie van de Growth Mindset van Carol Dweck;
  • Waar John Hattie zich concentreert op het cognitieve leren, brengt Kees van Overveld een model van sociaal-emotioneel leren aan dat gebaseerd is op persoonlijke groei en niet op  externe repressie;
  • Het boek is niet alleen evidence based, maar ook getoetst aan de praktijk van elke dag;
  • Voor Vlaanderen is dit boek voor een groot stuk een te verkiezen, want lees- en behapbaar, alternatief voor het Prodia-protocol Gedrag en emotie.

Als je dit boek gelezen hebt, kun je alleen maar hopen dat Kees van Overveld nog meer van zijn expertise letterlijk boekstaaft.

naslagwerk met karakter afdrukken

12:50 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: begeleiding, gedrag, gedragsregels, methodiek, preventie | |

2013.10.20

Groepsplan Gedrag

Auteur: Kees van Overveld
Titel: Groepsplan Gedrag
Planmatig werken aan passend onderwijs
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2012
Pagina's: 272
ISBN-13: 978-90-77671-78-8
Prijs:  € 22,95

groepsplan gedrag - planmatig werken aan passend onderwijsDe gedragsbijbel voor het basisonderwijs. Zo durf ik het boek van Kees van Overveld noemen. Ik heb daar verschillende redenen voor:

  • het legt de nadruk op preventie van gedragsproblemen, niet op de repressie ervan. De positieve benadering van dit thema is meteen ook de ‘blijde boodschap’ waar je in een bijbel naar op zoek gaat;
  • het is een van de beste referentiewerken over de aanpak van gedragsproblemen in het basisonderwijs die ik gelezen heb. Wie bij de inhoud van dit boek zweert, komt volgens mij al een heel eind ver;
  • het stelt de zeven principes van het handelingsgericht werken centraal;
  • het kiest op een consequente manier voor interventies die wetenschappelijk onderbouwd (evidence-based) zijn;
  • het richt zich in zijn interventies zowel op het kind als op zijn context;
  • het verenigt op een unieke manier theorie en praktijk: de leerkracht die de interventies uit het boek uitvoert, begrijpt ook wat hij doet en waarom hij het doet. Hierdoor overstijgt het boek ruim het niveau van de trukendoos waaruit de leerkracht lukraak een interventie kiest, gewoon omdat men zegt dat ‘het werkt’.
  • ik volgde gedurende een vijftal maanden enkele leerkrachten die aan de slag gingen met de inhoud van het boek. Hun enthousiaste feedback laat me toe om aan het boek het predicaat ‘Geschikt voor het Vlaamse basisonderwijs van de toekomst’ toe te kennen: de interventies in het boek zijn allemaal, zonder uitzonde-ring, inclusiebestendig;
  • het preventiemodel laat zich integreren met het zorgcontinuüm zoals dat door het Vlaamse Departement Onderwijs opgelegd wordt.

Het model van Kees van Overveld stelt dat preventie kinderen behoedt voor het ontwikkelen van gedragsproblemen. Dit terwijl er vandaag nog te veel de nadruk gelegd wordt op de repressie en het achteraf repareren ervan. Hij stelt een gelaagde preventie-aanpak voor, een aanpak met drie niveaus:

  • preventie 1: plannen voor iedereen (voldoende voor 85 tot 90% van de leerlingen);
  • preventie 2: plannen voor risicoleerlingen (7 tot 10% van de leerlingen);
  • preventie 3: plannen voor probleemleerlingen (3 tot 5 % van de leerlingen).

Het zal de aandachtige lezer niet ontgaan zijn dat er sterke gelijkenissen zijn met het RTI-model (Response to Intervention) dat, ook bij ons, aan belang wint. Wanneer we deze gelaagdheid vergelijken met het Vlaamse zorgcontinuüm, dan krijgen we het volgende model:

integratie zorgcontinuüm - groepsplan gedrag

Zoals duidelijk te zien is op de afbeelding hierboven kunnen de drie preventieniveaus van Kees van Overveld perfect geïntegreerd worden in de fasen 0 tot en met 2 van het Vlaamse zorgcontinuüm.

Het boek zelf begint met de visie van de auteur op gedrag. Daarna komen de drie preventieniveaus een voor een aan bod. Het is niet haalbaar om elk preventieniveau hier te beschrijven op een manier die het recht aan doet. Daarvoor zijn de verschillende niveaus te coherent uitgewerkt. Tal van schema’s, tekstkaders en tabellen brengen zowel de theoretische achtergronden als de concrete interventies tot leven.

Het is alvast uitkijken naar de opvolger van dit boek, het Groepsplan Gedrag in het Voortgezet Onderwijs dat in april 2014 verschijnt.

naslagwerk met karakter.pngafdrukken

18:28 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: begeleiding, gedrag, gedragsregels, methodiek, preventie | |