2017.03.25

Hoe krijg ik die boosheid onder controle?

Auteur: Raychelle Cassada Lohmann
Titel: Hoe krijg ik die boosheiud onder controle
Vaardigheden en technieken om je te helpen omgaan met boosheid en frustratie
Uitgeverij: Niño
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2011
Pagina's: 137
ISBN-13: 978-90-8560-608-6
Prijs: € 19,90

hoe krijg ik die boosheid onder controle - vaardigheden en technieken om je te helpen omgaan met boosheid en frustratieBoosheid is een normale emotie waarmee je noodzakelijk stoom kunt afblazen, zeker als je in de leeftijd bent dat er emotioneel veel verandert in je lijf en in je hoofd. Maar als je merkt dat je je frustraties begint uit te leven op mensen waar je eigenlijk veel om geeft, je ouders, broers en zussen en je vrienden, wordt het tijd om er iets aan te doen. Met de opdrachten in dit werkboek kom je erachter waar je boosheid vandaan komt en hoe het komt dat je op een bepaalde manier reageert. Tegelijkertijd leer je vaardigheden en technieken om je boosheid onder controle te krijgen. Je leert de lichamelijke symptomen herkennen die voorafgaan aan een uitbarsting en krijgt handvatten aangereikt om je gevoelens tot bedaren te brengen zodat je rustiger kunt reageren op anderen. Door je boosheid te begrijpen ben je beter voorbereid en hoef je je zelfbeheersing niet meer te verliezen.

Zo. Met deze tekst van de achterflap heb je meteen een goede kijk op de bedoeling van dit hulpboek. Geschreven naar jongeren toe, gebruikt het een persoonlijke en toegankelijke taal. Terwijl het geenszins de bedoeling heeft om de profes-sionele hulpverlening te vervangen, biedt het wel een alternatief voor die jongere die zich bewust is van zijn probleem, de mogelijke gevolgen ervan onderkent en er heel concreet iets wil aan doen.

  • Een kadertje Dit moet je weten met daarin de essentie van de opdracht;
  • Een korte informatieve tekst die de inhoud van dit kadertje toelicht;
  • Instructies bij de concrete opdracht;
  • Een reflectie bij de uitgevoerde opdracht.

Het is al langer geweten dat uitgeverij SWP onder het imprint Niño de pareltjes uit het internationale aanbod van kinder- en jongerenhulpboeken verzamelt. Met dit boek en de andere uit de reeks Vaardigheden en technieken heeft ze nog maar eens haar leiderspositie op het vlak van de psycho-educatie bevestigd. Iedereen die begaan is met het welzijn van jongeren zou deze reeks moeten kennen om op het gepaste moment onder de aandacht van die jongeren te brengen die het nodig hebben en hen eventueel te begeleiden op hun zoektocht.

afdrukken

12:27 Gepost door Lieven Coppens in Niño, SWP | Permalink | Tags: begeleiding, boosheid, frustratie, methodiek, psycho-educatie, zelfhulp | |

2017.03.18

Hoe kom ik van die angsten af?

Auteur: Lisa M. Schab
Titel: Hoe kom ik van die angsten af
Vaardigheden en technieken om je te helpen omgaan met angst en zorgen
Uitgeverij: Niño
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2011
Pagina's: 184
ISBN-13: 978-90-8560-607-9
Prijs: € 19,90

hoe kom ik van die angsten af - vaardigheden en technieken om je te helpen omgaan met angst en zorgenVeel jonge mensen hebben last van angst- en paniekgevoelens en lopen soms vast in zorgelijke gedachten. Dat is niet zo vreemd omdat er op een bepaalde leeftijd heel veel in je lijf verandert, zowel lichamelijk als geestelijk. Als je het idee hebt dat deze gevoelens de overhand krijgen en je de controle erover gaat verliezen, dan wordt het tijd iets te ondernemen. Je kunt zelf aan de slag gaan en je kunt hulp zoeken bij je ouders, leerkrachten of een hulpverlener. Met dit werkboek kun je door middel van eenvoudige, maar doeltreffende activiteiten voorkomen dat angst en verwarring je leven gaan beheersen. Het leert je omgaan met de dagelijks terugkerende onzekerheden en helpt je met het opbouwen van een positief zelfbeeld. Ook vind je tips voor aanvullende hulp en steun als je dat nodig hebt. Ga aan de slag en laat je niet langer verlammen door dwanggedachten.

Zo. Met deze tekst van de achterflap heb je meteen een goede kijk op de bedoeling van dit hulpboek. Geschreven naar jongeren toe, gebruikt het een persoonlijke en toegankelijke taal. Terwijl het geenszins de bedoeling heeft om de professionele hulpverlening te vervangen, biedt het wel een alternatief voor die jongere die zich bewust is van zijn probleem, nog ‘niet te ver weg is’ en in staat is tot de nodige zelfreflectie om er zelf wat aan te doen.

Het boek bestaat uit 42 opdrachten die de lezer meenemen op een weg doorheen zijn angsten en zorgen en hem stap voor stap leren daar inzicht in te krijgen, er begrip voor te hebben en er een passend antwoord op te formuleren. Het concept is per opdracht altijd hetzelfde:

  • Een kadertje Dit moet je weten met daarin de essentie van de opdracht;
  • Een korte informatieve tekst die de inhoud van dit kadertje toelicht;
  • Instructies bij de concrete opdracht;
  • Een reflectie bij de uitgevoerde opdracht.

Het is al langer geweten dat uitgeverij SWP onder het imprint Ninõ de pareltjes uit het internationale aanbod van kinder- en jongerenhulpboeken verzamelt. Met dit boek en de andere uit de reeks Vaardigheden en technieken heeft ze nog maar eens haar leiderspositie op het vlak van de psycho-educatie bevestigd. Iedereen die begaan is met het welzijn van jongeren zou deze reeks moeten kennen om op het gepaste moment onder de aandacht van die jongeren te brengen die het nodig hebben en hen eventueel te begeleiden op hun zoektocht.

afdrukken

11:58 Gepost door Lieven Coppens in Niño, SWP | Permalink | Tags: angst, begeleiding, methodiek, paniek, psycho-educatie, zelfhulp | |

2016.11.19

Wijzer in ontwikkelingsstoornissen

Auteur: Séverine Van De Voorde
Titel: Wijzer in ontwikkelingsstoornissen
Een overzicht van theorie en praktijk
Uitgeverij: Acco
Plaats: Leuven|Den Haag
Jaar: 2016
Pagina's: 326
ISBN-13: 978-94-6292-743-8
Prijs: € 29,90

wijzer in ontwikkelingsstoornissen - een overzicht van theorie en praktijkLaat ik het maar meteen toegeven: na het lezen van dit boek was ik jaloers. Jaloers omdat ik het niet geschreven heb. Wijzer in ontwikkelingsstoornissen is een pittige cocktail van handelingsgericht en evidence based-werken bestaande uit een perfect uitgebalanceerd mengsel van theorie, praktijk, recente inzichten en modellen. Een boek zoals het maar zelden geschreven wordt. Met als kers in de cocktail de passie van iemand die oprecht bekommerd is om de kinderen en jongeren met leer- en/of ontwikkelingsstoornissen. Leerboek, naslagwerk, inspiratieboek, … allemaal termen die van toepassing zijn. Kortom, een boek dat wat mij betreft heel wat nadrukken verdient, een boek dat het predicaat naslagwerk met karakter ruimschoots verdient.

Het boek begint met twee hoofdstukken die de lezer tonen hoe het boek moet gelezen en begrepen worden. Séverine Van De Voorde bakent in het eerste hoofdstuk duidelijk af welke terminologie en welke denkkaders gebruikt zijn bij het schrijven. Ze verduidelijkt de modellen die ze gebruikt heeft over het ontstaan van en functioneren met een ontwik-kelingsstoornis. Daarbij zorgt ze er nadrukkelijk voor dat de lezer goed begrijpt wat er bedoeld wordt met de begrippen risico- en beschermende factoren. In het tweede hoofdstuk staat ze stil bij de diagnostiek en begeleiding bij ontwikkelingsstoornissen.

In de hoofdstukken drie tot en met negen geeft ze een overzicht van de ontwikkelingsstoornissen waarbij ze indeling en de criteria van de recent verschenen DSM-5 volgt:

  • Verstandelijke ontwikkelingsstoornis;
  • Communicatiestoornissen;
  • ASS;
  • ADHD;
  • Leerstoornissen;
  • DCD;
  • Ticstoornissen.

Bij elk van deze onderwerpen volgt ze een zeer transparante structuur, waardoor het boek met niet altijd even eenvoudig te begrijpen inhouden al heel snel heel herkenbaar en verwerkbaar wordt:

  • Inleiding;
  • Kenmerken;
  • Diagnostiek;
  • Begeleiding.

De rubriek Inleiding geeft een algemene omschrijving van de stoornis samen met een eenduidige definitie ervan. Waar nodig wordt dit aangevuld met andere noodzakelijke informatie. De rubriek Kenmerken heeft het dan over de primaire en secundaire kenmerken van de stoornis, de verschillende verschijningsvormen, de neuropsychologische kenmerken en de mate waarin de stoornis voorkomt. Ook is er aandacht voor de comorbiditeit van de stoornis met andere stoornissen, het beloop van de stoornis en de prognose. De rubriek Diagnostiek behandelt zowel de onderkennende, verklarende als handelingsgerichte diagnostiek van de stoornis en geeft een overzicht van het te doorlopen diagnostisch proces. Tot slot geeft de rubriek Begeleiding een heel mooi overzicht van alle mogelijke behandelingen gecombineerd met een overzicht van de (redelijke) aanpassingen aan de sociale en fysieke context en een overzicht van mogelijke tips voor ouders en leerkrachten.

Het tiende en laatste hoofdstuk staat nadrukkelijk stil bij het fenomeen van de hoogbegaafdheid. Niet vanuit de visie dat hoogbegaafd zijn op zich problematisch of gestoord is, wel vanuit de bezorgdheid dat hoogbegaafdheid tot veel problemen kan leiden als die niet tijdig onderkend wordt.

Nogmaals: een boek met een pittig karakter, net zoals – en wie haar kent zal het ongetwijfeld met me eens zijn – zijn auteur.

Lezen!

naslagwerk met karakter afdrukken

2016.03.01

Dyslexie en leesproblemen

Auteur: Arga Paternotte & Nikki Oostewechel
Titel: Dyslexie en leesproblemen
Uitgeverij: LannooCampus|Balans
Plaats: Houten|Bilthoven
Jaar: 2015
Pagina's: 176
ISBN-13: 978-94-014-2553-7
Prijs: € 17,99

dyslexie en leesproblemenSommige boeken verdienen het gewoon om gelezen te worden omwille van hun auteur. Net zo’n boek is Dyslexie en leesproblemen van Arga Paternotte en Nikki Oostewechel. Arga Paternotte was jarenlang het boegbeeld van de Nederlandse vereniging voor ouders van kinderen met ontwikkelings- en leerstoornissen, een vereniging die in Vlaanderen noch inhoudelijk, noch kwalitatief haar gelijke kent. Ze is de auteur van heel wat publicaties over ADHD en dyslexie. Eerder bespraken we op deze blog haar boek Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool. Nikki Oostewechel is orthopedagoog en werkzaam in het onderwijs. Daarnaast adviseert ze als vrijwilligster bij Oudervereniging Balans ouders van kinderen met leer- en gedragsproblemen.

Het boek dat we hier bespreken is de opvolger van Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool en is gebaseerd op de Nederlandse protocollen leesproblemen en dyslexie in het basisonderwijs van het Expertisecentrum Nederlands, het bijgestelde protocol voor diagnostiek en behandeling van Blomert en de hernieuwde versie van het laatstgenoemde protocol in het boek Dyslexie 2.0 van Verhoeven, De Jong en Wijnen. Het wil ouders en leerkrachten de noodzakelijke informatie en veel praktische tips meegeven om kinderen met dyslexie en leesproblemen zo goed mogelijk te ondersteunen en te begeleiden.

Het boek behandelt op een zeer grondige en concrete manier verschillende thema’s. Het zou ons te ver leiden om deze thema’s hier allemaal kort te bespreken. Daarom beperk ik me tot een overzicht van de verschillende hoofdstukken zodat de lezer zich een idee kan vormen van de inhoud van het boek:

  • Hoofdstuk 1: De rol van ouders;
  • Hoofdstuk 2: Dyslexie in het kort;
  • Hoofdstuk 3: Voorbereidend lezen in de groepen 1 en 2;
  • Hoofdstuk 4: Leren lezen in groep 3;
  • Hoofdstuk 5: Lezen in groep 4;
  • Hoofdstuk 6: Leesproblemen en dyslexie in de bovenbouw (groepen 5-8);
  • Hoofdstuk 7: Leren spellen in het basisonderwijs;
  • Hoofdstuk 8: Samenwerken met school;
  • Hoofdstuk 9: Naar het voortgezet onderwijs;
  • Hoofdstuk 10: Diagnose en behandeling dyslexie;
  • Hoofdstuk 11: ‘Lezen kan leuk zijn’; over leesbevordering;
  • Hoofdstuk 12: Speciale maatregelen en hulpmiddelen.

Dit boek munt, net zoals zijn voorganger, uit door zijn beknopte volledigheid. In een vlotte stijl worden alle thema's aangebracht in een zeer duidelijke taal. De woorden- en begrippenlijst in bijlage bij dit boek moet daarbij misverstanden en foute interpretaties voorkomen. Daarnaast maken de auteurs gul gebruik van concrete oudervoorbeelden. Dit zorgt voor een herkenbaar geheel. Hoewel de theorie zelden expliciet aan bod komt, is ze toch manifest aanwezig in het boek.

Niet alleen een aanrader voor ouders, maar ook voor professionelen die ouders correcte informatie willen geven over ernstige leesproblemen en dyslexie.

afdrukken

2016.02.14

Spraaktaal Kids

Auteur: Jet Isarin
Titel: Spraaktaal Kids
Mijn denk-, doe- en praatmap
Uitgeverij: Kentalis|Pica
Plaats: Sint-Michielsgestel|Huizen
Jaar: 2015
Pagina's: 3 ringmappen
ISBN-13: 978-94-91806-64-3
Prijs: € 135

spraaktaal kids - mijn denk-, doe- en praatmapToen Jet Isarin in 2014 met haar boek Spraaktaal, gids voor jongeren met een taalstoornis de Gehandicaptenzorgprijs van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland won, besloot ze met deze prijs het programma Spraaktaal Kids uit te werken. Ook dit programma werd voor uitgave voorgelegd aan professionals en uitgetest bij kinderen. Aan deze uitgave, die uit drie ringmappen bestaat, geef ik met plezier het predicaat ‘meesterlijk’ mee. Waarom dit programma zo anders (en toch hetzelfde) is als dat van de jongeren? Ik laat Jet zelf aan het woord:

Spraaktaal Kids is heel anders dan Spraaktaal voor jongeren. Spraaktaal begon en eindigde met TOS; wat het is, hoe het voelt, welke gevolgen het kan hebben en hoe je ermee kunt omgaan. Dat is waar de jongeren behoefte aan hadden, dat is wat ze wilden. Geen poespas, maar recht op het doel af: informatie, psycho-educatie, herkenning en erkenning.

Kinderen van vier – of zes of tien – zitten niet te wachten op zo’n boek. Voordat je met de kinderen gaat praten over TOS, een stoornis die maakt dat kinderen moeite hebben met taal en communicatie, wil je met ze praten over wie ze zijn, wat ze kunnen, willen, voelen, vinden. Eerst wil je ze taal aanreiken voor het denken en praten over zichzelf, hun lijf, de kleine en wat grotere wereld waarin ze leven, over tijd, verandering, overeenkomsten en verschillen, talenten en verlangens. Eerst wil je de communicatie verbeteren doe door wederzijds onbegrip wordt belemmerd of is vastgelopen. Voordat een kind kan – en wil! – praten en denken over wat het heeft, moet het weten wie het is en wie er om hem of haar geven. Zelfkennis gaat noodzakelijk vooraf aan kennis over de beperking die je hebt, want zelfkennis is zoveel meer dan kennis over dat ene moeilijke stukje van jou. Zelfkennis gaat over wie je bent in jouw kleine en grotere wereld. Het is kennis die kinderen niet in hun eentje kunnen ontwikkelen. Ze hebben er de communicatie met anderen voor nodig.

Daarmee heb je zowel het doel als het opzet van het volledige programma gehad. Omdat er bij kinderen van de basisschool heel wat onderlinge verschillen zijn, is het programma opgesplitst naar drie leeftijdscategorieën:

  • tot 7 jaar;
  • 7 tot 10 jaar;
  • 10 tot 14 jaar;

Voor elke leeftijdscategorie komen dezelfde thema’s aan bod:

  • Ik (Denken en praten over wie het kind is betekent werken aan het vergoten van de zelfkennis en het zelfvertrouwen);
  • Mijn lijf (Denken en praten over het eigen lichaam betekent ook: praten over verandering, groei en grenzen);
  • Ik in mijn wereld (Denken en praten over de anderen die in het leven van het kind belangrijk zijn, geeft het kind zicht op de relaties die het heeft met anderen en op de verschillen tussen die relaties);
  • Mijn tijd (Denken en praten over tijd geeft het kind greep op de structuur van de dagen en de weken en creëert ruimte voor het nadenken over wat moet, wat mag en waarover er te onderhandelen valt);
  • Taal (Denken en praten over taal geeft inzicht in het moeilijke en makkelijke, leuke en minder leuke kanten van taal);
  • Spraaktaal (Denken en praten over spraak, taal en taalontwikkelingsstoornissen helpt kinderen en de volwassenen met wie zij leven zicht te krijgen op dat wat moeilijk is en dat wat kan helpen om ermee om te gaan. Kind en volwassene merken samen dat een communicatieprobleem altijd een gezamenlijk probleem is);
  • Als ik later groot ben (Denken en praten over de toekomst geeft taal aan dromen, wensen en verlangens en aan de weg van nu en straks. Op weg naar de toekomst is er groei, ontwikkeling en leren);
  • Ik in het kort (Samenvatting in beeld en met weinig woorden over wie het kind is).

In het kort komt het dus hierop neer: je kunt pas echt aan psycho-educatie doen als je het kind daar eerst de juiste taal voor aangeleerd hebt.

Ieder map bestaat dus uit dezelfde delen die de leerling samen met een volwassene (ouder, leerkracht, therapeut, …) doorwerkt. Aan de hand van voor de leeftijd van het kind aangepaste opdrachten en vragen worden er zowel inzichten als woordenschat bijgebracht. Tegelijkertijd wordt er gereflecteerd in functie van de belevingswereld van het kind. Dat doorheen de verschillende leeftijdscategorieën de inhoud van iedere module complexer wordt, zal niemand verwonderen. Belangrijk om weten blijft dat men, doordat men samen praat om tot een taal te komen, tegelijk ook werkt aan het sociaal-emotionele welzijn van het kind.

In de handleiding voor de volwassen begeleider staat heel duidelijk uitgeschreven hoe hij kan (moet) faciliteren en hoe hij zich kan (moet) oriënteren op de specifieke problematiek van het kind dat hij wil begeleiden.

In de marge van deze bespreking wil ik toch kwijt dat dit programma voor mij heeft aangetoond waarom de psycho-educatie bij andere problemen vaak mislukt: namelijk door het gebrek aan een gemeenschappelijke taal en het te eng focussen op de problematiek alleen.

Een pracht van een programma!

afdrukken