2008.05.03
Kinderen met dyscalculie
| Auteur: | Annemie Desoete & Tom Braams |
| Titel: | Kinderen met dyscalculie |
| Uitgeverij: | Boom |
| Plaats: | Amsterdam |
| Jaar: | 2008 |
| Pagina's: | 174 |
| ISBN-13: | 978-90-8506-368-1 |
| Prijs: | € 17,50 |
Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: nog maar zelden heb ik een boek gelezen dat in zo'n vlotte stijl theorie en praktijk samenbrengt. Kinderen met dyscalculie moet je gewoon lezen als je op de een of andere manier te maken hebt met leerstoornissen. Annemie Desoete en Tom Braams hebben immers hun krachten gebundeld om, in een tijd waar er nog veel onduidelijkheden zijn over het verschijnsel dyscalculie, een zeer bevattelijk werk te schrijven. Dit boek is, zoals het op de achterflap vermeld staat, inderdaad een hulpmiddel bij het leren rekenen en de begeleiding van leerlingen.
Het eerste hoofdstuk draagt duidelijk de handtekening van Annemie Desoete. Het vormt de inleiding op het boek en laat zien dat rekenen heel veel van de vaardigheden van iemand vraagt. Wat voor een goede rekenaar vaak vanzelfsprekend is, blijkt vaak te steunen op een groot aantal onderliggende vaardigheden die (in de meeste gevallen) chronologisch moeten verworven worden. Daarnaast worden we voortdurend geconfronteerd met cijfers en getallen, die naargelang hun context een andere betekenis hebben. De auteurs geven in dit hoofdstuk een beschrijving en een (aanzet tot) verklaring van dyscalculie, tonen aan dat er verschillende vormen van dyscalculie bestaan en onderstrepen dat dyscalculie wel kan samengaan met andere stoornissen. In deze inleiding leert de lezer ook dat taal bij rekenen zeer belangrijk is. Niet alleen bij de betekenisgeving van cijfers en getallen, maar ook bij het uitvoeren van complexe rekenvaardigheden die een zeker abstractie nodig hebben. Tot slot tonen de auteurs aan dat een kind met dyscalculie dat niet goed begeleid wordt op korte en lange termijn geconfronteerd wordt met diverse problemen.
Het tweede hoofdstuk (van de hand van Tom Braams?) gaat dieper in op de schoolloopbaan van kinderen met dyscalculie. De auteur vertrekt van enkele concrete gevalsbeschrijvingen om dit deel uit te werken. Op kleuterleeftijd zijn er al een aantal vaststellingen te doen die er kunnen op wijzen dat kinderen op latere leeftijd dyscalculie kunnen hebben. Hoewel dit niet noodzakelijk zo is. Hieruit blijkt echter wel dat leren rekenen niet begint in het eerste leerjaar maar in de kleuterschool. De eerste graad van het lager onderwijs bouwt verder op de verworvenheden uit de kleuterschool. Aan de hand van een gevalsbespreking ontdekt de lezer dat er al in de eerste graad aanwijzingen kunnen zijn voor dyscalculie en krijgt hij adviezen om kinderen met problemen gericht te ondersteunen. In de tweede en de derde graad wordt er heel veel nieuwe leerstof aangeboden en is de kans erg groot dat een kind met dyscalculie ernstig achterop raakt. Een aangepast programma dringt zich dan vaak op, maar houdt ook een aantal gevaren in zich, niet in het minst een problematische overgang naar het secundair onderwijs. Ook dit stukje wordt afgesloten met een aantal concrete adviezen. Ook aan de overgang naar dat secundair onderwijs wordt aandacht besteed, evenals aan het herkennen van dyscalculie in het secundair.
Het derde hoofdstuk gaat dieper in op de diagnostiek. De verschillende fasen (aanmeldfase, onderzoeksfase, adviesfase) worden overlopen en geduid. Het vierde hoofdstuk verduidelijkt enkele principes bij de behandeling van dyscalculie en geeft enkele tips voor preventie. Hierbij maken de auteurs een onderscheid tussen de pedagogische en de didactische benaderingswijze en verdedigen ze de vragende instructie als methode. Dit is één van de rijkste hoofdstukken uit het boek en moet absoluut door iederen gelezen worden.
Het vijfde hoofdstuk is nagenoeg het meest praktische en gaat over de instructieaanpak in de basisschool. Omwille van het belang van dit hoofdstuk geef ik in het kort de verschillende onderdelen weer:
-
specifieke instructieaanpak van kleuters
-
specifieke instructieaanpak van...
-
lezen en schrijven van getallen tot 10
-
lezen, schrijven en begrijpen van getallen 11 en 12
-
lezen, schrijven en begrijpen van getallen tussen 12 en 100
-
lezen, schrijven en begrijpen van getallen tussen 12 en 1000
-
lezen, schrijven en begrijpen van heel grote getallen
-
lezen, schrijven en begrijpen van operatoren
-
bewerkingen tot 100, 1000
-
tafels van vermenigvuldiging en delen
-
lezen, schrijven en begrijpen van breuken, kommagetallen en procenten
-
meten
-
contextrijke opgaven
-
-
leren van lessen en maken van huiswerk
Het zesde hoofdstuk verplaatst de focus naar het secundair onderwijs. Enkele gevalsbeschrijvingen maken eerst de impact van dyscalculie duidelijk. De rest van het hoofdstuk staat in het teken van de stimulerende, compenserende, remediërende, relativerende en dispenserende maatregelen voor jongeren met dyscalculie.
Het zevende hoofdstuk is geschreven naar de ouders toe en is opgebouwd rond vier sleutelwoorden: emoties, kennis, communicatie en handelen. Het is tevens verplichte literatuur voor iedereen die ouders van een kind met dyscalculie deskundig willen begeleiden.
Het laatste hoofdstuk geeft een overzicht van beschikbare rekenmaterialen en rekensoftware.
En om de deur van daarnet weer te sluiten: als je in jouw boekenbudget nog slechts € 20,- hebt, dan is dit het boek waaraan je deze moet besteden. Wat mij betreft is het immers een standaardwerk over dyscalculie dat nog lang stand zal houden.
16:26 Gepost door Lieven Coppens in Boom | Permalink | Email dit
| Tags: taal, adhd, add, nld, kleuters, kleuteronderwijs, didactiek, basisonderwijs, secundair onderwijs, dyscalculie, stimuleren, compenseren, relativeren |
|








