2017.05.06

Sociaal Denken

Auteur: Michelle Garcia Winner
Titel: Sociaal Denken
Tussen de sociale regels leren lezen
Uitgeverij: Pelckmans Pro
Plaats: Kalmthout
Jaar: 2017
Pagina's: 304
ISBN-13: 978-94-6337-018-9
Prijs: € 29,50

sociaal denken - tussen de regels leren lezen.pngNiet iedereen heeft het gemakkelijk om zijn sociale omgeving op de juiste manier te lezen en zich daarin te handhaven. En, laat ons eerlijk zijn, dat geldt niet alleen voor mensen met een stoornis in het autismespectrum. Je hebt immers ook ‘gewone’ mensen die niet altijd aanvoelen wat de geldende sociale regels zijn en zichzelf daardoor af en toe buitenspel zetten. Wie kinderen en jongeren tussen de tien en achttien jaar begeleidt, zal ongetwijfeld zeer enthousiast zijn over dit nieuwe boek dat uitgegeven is bij Pelckmans Pro. Alleen al het feit dat Peter Vermeulen van Autisme Centraal zich in zijn voorwoord bij de Nederlandstalige uitgave schaart achter het model van Michelle Garcia Winner, is een kwaliteitslabel op zich.

Voor mij valt het boek uiteen in twee virtuele delen. In het eerste deel gaat de auteur dieper in op het gedachtengoed dat achter haar begrip Sociaal denken schuilt. Ze gidst je door de belangrijkste concepten van haar model met als centrale elementen haar Sociaal-Leren-Boom en haar tweevoudig behandelingskader dat bestaat uit de vier stappen van perspectiefneming enerzijds en de vier communicatiestappen anderzijds. Tegelijk geeft ze ook heel duidelijk aan hoe je de werkbladen in dit boek moet gebruiken. Laat het maar meteen duidelijk zijn: wie deze werkbladen op de juiste manier wil gebruiken, moet goed op de hoogte zijn van het model en de visie erachter. Anders missen de werkbladen volledig hun doel.

Het tweede virtuele deel bestaat uit negen praktische hoofdstukken met daarin heel wat informatie en werkbladen die telkens gegroepeerd zijn rond een bepaald thema. Waar de eerste twee hoofdstukken zich nog voornamelijk richten tot de leerkracht – hij moet immers weten wat hij doet en waarom – ordenen de volgende hoofdstukken de werkbladen rond telkens een van de volgende categorieën:

  • Problemen oplossen;
  • Emoties;
  • Verschillende gezichtspunten;
  • Bazig en gemeen zijn;
  • Vriendschap;
  • Sociale en andere trucs;
  • Meedoen met de groep.

Laat je vooral niet misleiden door de term werkbladen! Het gaat hier wel degelijk over een soort van mini-lessen die je als leerkracht of begeleider aan de kinderen en jongeren geeft. Hen gewoon de werkblaadjes laten invullen heeft dus helemaal geen zin.

Een boek waarmee je heel wat kinderen en jongeren een heel eind op weg kunt helpen!

afdrukken

2017.02.04

SEL - Sociaal-emotioneel leren als basis

Auteur: Kees van Overveld
Titel: SEL
Sociaal-emotioneel leren als basis
Uitgeverij: Pica|Pelckmans Pro
Plaats: Huizen|Kalmthout
Jaar: 2017
Pagina's: 176
ISBN-13: 978-94-6337-020-2
Prijs: € 19,95

sel - sociaal-emotioneel leren als basisIk dacht dat Kees van Overveld met zijn Groepsplan gedrag voor het basis- en voortgezet onderwijs zijn Magnum Opus had geschreven. Niet dus. Met zijn nieuwste boek stelt hij mij in het ongelijk. Omdat dit boek hem zowel als zijn lezers raakt. Dit is immers geen boek van Kees, dit boek is Kees. Ik kreeg de kans om hem persoonlijk te leren kennen als een bijzonder mens: een warme, toegankelijke Nederlander die zijn kennis met zijn omgeving deelt vanuit een zachte, Vlaamse bescheidenheid. Deze warmte, toegankelijkheid, zachtheid en bescheidenheid vind je als lezer allemaal terug in SEL, Sociaal-emotioneel leren als basis. Het ademt Kees’ bezorgdheid uit dat het elk kind, elke jongere sociaal en emotioneel voor de wind mag gaan. Met dit boek heeft hij - hem kennende, onbewust en ongewild - een monument voor zichzelf opgericht.

SEL leert een kind omgaan met zichzelf en de ander. Het leert de eigen emoties en die van anderen begrijpen en ermee omgaan. Hierdoor werkt het ook preventief: wie in staat is om zichzelf in te leven in de ander, zal minder snel geneigd zijn om anderen te kwetsen of pijn te doen. SEL leert kinderen om hun conflicten op te lossen en om over hun eigen gedrag na te denken. Met andere woorden: het leert hen om hun relaties beter te onderhouden. Hierdoor zorgt het mee voor een positieve en veilige sfeer op school en kan het veel problemen, waaronder pesten, helpen voorkomen.

Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel bespreekt Kees de geschiedenis en de theoretische achtergronden van het sociaal-emotioneel leren op school. Centraal staat voor mij hier de hiernavolgende definitie van SEL en de korte beschrijving van de 5 SEL-competenties.

Sociaal-emotioneel leren (SEL) is het proces waarbij leerlingen noodzakelijke kennis, attituden en vaardigheden verwerven en toepassen, teneinde beter te worden in het omgaan met zichzelf en de ander (blz.20).

Het gaat dus verder dan de spontane ontwikkeling van het kind. SEL wil die ontwikkeling actief ondersteunen door gerichte, systematische en planmatige acties. De competenties die hiermee samengaan zijn:

  • Besef van zichzelf;
  • Zelfmanagement;
  • Besef van de ander;
  • Relaties kunnen hanteren;
  • Keuzes maken.

In dit eerste deel staat de auteur verder nog stil bij de geschiedenis van het sociaal-emotionele leren, de onderzoeks-artikels die relevant zijn in het kader van dit boek en houdt hij een heus pleidooi voor het toepassen van SEL op de basisschool.

In het tweede deel werkt Kees van Overveld de vijf voornoemde competenties steeds volgens hetzelfde stramien uit. Je vindt steeds het volgende terug:

  • Een beschrijving van wat de competentie inhoudt;
  • Voorbeelden uit de praktijk;
  • Een overzicht van observeerbare gedragsindicatoren die passen bij de competentie;
  • Een theoretische verdieping;
  • De beschrijving van een aantal activiteiten (geen uitgewerkte lessen!) die typerend zijn voor de inhoud van de competentie.

In het derde en laatste deel reikt de auteur handvatten aan om voor de school een programma van Sociaal-emotioneel leren te selecteren, in te voeren en te borgen in de schoolcultuur.

Ook de bijlagen zijn stuk voor stuk belangrijk. Naast een concrete uitwerking van enkele leerlijnen voor SEL en een instrument om SEL-programma’s te beoordelen, vind je er ook een uitgewerkte minicursus waarmee scholen zich verder kunnen professionaliseren. Ook het instrument in verband met welzijn en veerkracht zal veel directies en leerkrachten aanspreken.

En nu maar hopen op het boek SEL voor het voortgezet onderwijs (Als dat al een suggestie mag zijn, Kees?). Want ook daar is er nog veel werk aan de winkel.

Nog maar eens een naslagwerk met karakter!

naslagwerk met karakter afdrukken

2013.02.10

Sociaal gedrag elke dag!

Auteur: Marte van der Horst & Valeria Hopmans
Titel: Sociaal gedrag elke dag!
Sociaal-emotioneel leren voor de onder-, midden- en bovenbouw
Uitgeverij: Pica
Plaats: Huizen
Jaar: 2013
Pagina's: 362
ISBN-13: 978-90-77671-85-6
Prijs: € 60,00

sociaal gedrag elke dag - sociaal-emotioneel leren voor de onder-, midden- en bovenbouwSociaal gedrag elke dag is geen therapeutisch programma maar een sterke en coherente vakoverschrijdende leerlijn sociale vaardigheden voor de basisschool. Het is zowel preventief (kinderen essentiële vaardigheden aanleren) als proactief (anticiperen op problemen die er bijna onvermijdelijk aan komen). Tegelijkertijd zorgt het voor maximale ontwikkelingskansen voor alle leerlingen, waardoor je het meer dan terecht kunt opnemen in het kansenbevorde-rende instrumentarium van de school. Het draagt immers enorm bij tot het creëren van een krachtige en veilige omgeving waarin kinderen zichzelf durven ontplooien.

De vaardigheden die in deze leerlijn aan bod komen zijn georganiseerd rondom de volgende programmaonderdelen:

  • Leren omgaan met emoties;
  • Leren samenspelen;
  • Leren samenwerken;
  • Leren probleem oplossen.

Elk programmaonderdeel bestaat uit verschillende aan te brengen vaardigheden. Het leren omgaan met emoties komt in alle groepen aan bod. Omdat deze vaardigheden voortdurend aangesproken (kunnen) worden in de overige programmaonderdelen, is dit een logische keuze van de auteurs. De andere programmaonderdelen komen dan in de volgende chronologie aan bod: leren samenspelen » leren samenwerken » leren probleem oplossen.

  Groepen 1, 2, 3 & 4
(2e & 3e kleuterklas, 1e & 2e leerjaar)
Groepen 5, 6, 7 & 8
(3e, 4e, 5e & 6e leerjaar)
Leren
omgaan met emoties
Gevoelens herkennen en benoemen
Prettige gevoelens herkennen
Onprettige gevoelens herkennen
Luisteren naar de ander
De G-reeks herkennen (Gedrag – Gevolg)
De verschillende fasen van boosheid herkennen
Rustig blijven
Gevoelens herkennen en benoemen
Prettige gevoelens herkennen
Onprettige gevoelens herkennen
Luisteren naar de ander
De G-reeks herkennen (Gedrag – Gevolg)
De verschillende fasen van boosheid herkennen
Rustig blijven
Leren
samenspelen
Een complimentje geven en aardig zijn
Luisteren naar de ander
Zeggen dat je iets niet wilt
Hulp vragen en de ander helpen
Iemand uitnodigen
Met een idee komen
Vragen of je mee mag doen
Om de beurt gaan en wachten op de ander
Overleggen en het met elkaar eens worden
Je aan de regels houden
 
Leren
samenwerken

 

Met een idee komen
Luisteren naar de ander
Hulp vragen en de ander helpen
Overleggen en het met elkaar eens worden
Rustig blijven bij conflicten
Taken verdelen
Afspraken maken en nakomen
Leren
probleem oplossen

 

Het probleem duidelijk krijgen
Verplaatsen in de ander
Verschillende oplossingen bedenken
Gevolgen bij de oplossingen bedenken
Een goede oplossing kiezen en toepassen
De oplossing evalueren

De lessen hebben steeds dezelfde structuur:

  • Introductie;
  • Gesprek (met daarbij een duidelijk geformuleerd doel);
  • Groepsactiviteit;
  • Opdracht;
  • Oefenen in de praktijk;
  • Evaluatie;
  • Extra oefenen.

Bij het oefenen in de praktijk geven de auteurs telkens extra tips voor de leerkracht en concrete voorbeelden die aan de hand van heldere tabellen uitgewerkt worden. Voor de leerlingen en de leerkracht is er ook nog een A-viertje voorzien waarop de aangebrachte vaardigheid met pictogrammen (Vlaamse Sclera-pictogrammen!) ondersteund wordt. De benodigde materialen vind je ofwel in de bijlagen bij de verschillende programmaonderdelen, ofwel op de bij het programma horende website.

Uitgeverij Pica mag er trots op zijn dit professionele programma in haar fonds te voeren.

naslagwerk met karakter afdrukken

20:52 Gepost door Lieven Coppens in Pica | Permalink | Tags: emotionele ontwikkeling, methodiek, ontwikkeling, sociale cognitie, sociale ontwikkeling, sociale vaardigheden | |

2012.12.01

De sociale ontwikkeling van het schoolkind

Auteur: Jan van der Ploeg
Titel: De sociale ontwikkeling van het schoolkind
Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum
Plaats: Houten
Jaar: 2011
Pagina's: 304
ISBN-13: 9789031383863
Prijs: € 23,16

de sociale ontwikkeling van het schoolkindDit boek van Jan van der Ploeg is meer dan zomaar een nieuw boek in de rij van ontwikkelingspsychologische werken. Het is een naslagwerk met een meerwaarde. Waarom? Omdat het voortdurend de praktische vertaling maakt van de aangeboden (nieuwe) inzichten naar de praktijk binnen de school en binnen de klas. Aangezien het ‘buikgevoel’ niet alles detecteert en je maar iets kunt zien als je het kent, ontkomen leerkrachten er niet langer aan om zich permanent bij te scholen. Daarvoor evolueert de wetenschap – ook de ontwikkelingspsychologie – te snel. Met een boek als dit is dat een fluitje van een cent.

De auteur heeft hier heel duidelijk over nagedacht. Zo bracht hij de verschillende hoofdstukken van zijn boek onder in de drie volgende delen:

  • Invloeden
  • Relaties – Het vermogen om sociale relaties aan te gaan
  • Gedrag – Het vermogen om zich sociaal te gedragen

In het eerste deel bespreekt de auteur eerst het sociale ontwikkelingstraject dat een kind moet doorlopen. Hij omschrijft dit als een ‘periode’ waarin kinderen zich de sociale vaardigheden eigen maken die er voor zorgen dat ze goed kunnen omgaan met de leeftijdsgenoten en dat ze zich kunnen houden aan afspraken. Dit gebeurt in dialoog met hun omgeving: er is een wederzijdse beïnvloeding tussen het kind, zijn gezin, de school, de vrije tijd en biologische factoren. Elke beïnvloedende factor krijgt in dit eerste deel zijn invulling. Door daarna alles te combineren komt de auteur tot een heel begrijpelijk en werkbaar model. Een model waar de twee volgende delen uit het boek meteen in gesitueerd worden: de kern van de sociale vaardigheden die het kind moeten aanleren wordt enerzijds bepaald door het vermogen om sociale relaties aan te gaan en anderzijds door het vermogen om zich sociaal te gedragen.

In het tweede deel van dit boek komt het vermogen om sociale relaties aan te gaan uitgebreid aan bod. De auteur beantwoordt hierin de vraag waarom kinderen voor elkaar kiezen. Dit doet hij door de drie belangrijkste modellen, het afstemmingsmodel, het kenmerkenmodel en het behoeftemodel voor te stellen en daarbij enkele besluiten te formuleren. Verder gaat hij dieper in op het ontstaan en het belang van vriendschappen om voor de rest van het tweede deel enkele specifieke, op school – maar ook daarbuiten – niet altijd even herkenbare types van kinderen de revue te laten passeren:

  • het populaire kind;
  • het hoogbegaafde kind;
  • het leidinggevende kind;
  • het afgewezen kind;
  • het eenzame kind;
  • het gepeste kind.

Hij beperkt zich daarbij niet tot een algemene beschrijving, maar gaat ook dieper in op de ‘problematiek’ en geeft daarbij ook essentiële tips voor ouders en leerkrachten.

Het (on)vermogen om zich sociaal te gedragen is het thema van het derde deel. Hierbij maakt de auteur een onderscheid tussen twee types:

  • kinderen met prosociaal gedrag;
  • kinderen met antisociaal gedrag.

Naast een beschrijving van beide soorten gedrag geeft de auteur de lezer een kijk op de essentie ervan en geeft hij wat meer uitleg over de mogelijke verschijningsvormen. Bij het antisociaal gedrag staat hij uitgebreid stil bij het verschijnsel agressie.

Tot slot van het derde deel formuleert hij nog heel wat adviezen voor ouders en leerkrachten.

Wat het boek extra interessant maakt voor ouders, leerkrachten en opvoeders is het feit dat de auteur zich ook uitspreekt over een aantal zeer actuele thema’s, zoals het internetgebruik van kinderen en jongeren, het spelen van agressieve (internet)spelen, pesten, hoogbegaafdheid en dergelijke meer.

naslagwerk met karakter afdrukken

2012.11.01

Jij mag niet meedoen

Auteur: Daisy Michiels, Sofie Kuppens & Hans Grietens
Titel: Jij mag niet meedoen
Agressie tussen kinderen anders bekeken
Uitgeverij: Lannoo
Plaats: Tielt
Jaar: 2010
Pagina's: 152
ISBN-13: 9789020990713
Prijs: 19,99

jij mag niet mee doen - agressie tussen kinderen anders bekekenMen is er nog maar een paar jaren achter naast fysieke (vb. slaan) en verbale agressie (vb. schelden) bestaat er ook nog een derde, meer subtiele en daardoor vaak onopgemerkte, vorm van agressie: de relationele (of indirecte en sociale) agressie (vb. roddelen, uitsluiten, negeren, manipuleren, …). In dit boek laten de auteurs je met deze vorm van agressie kennismaken en leggen ze uit hoe je dus vorm van agressie kunt herkennen en aanpakken. Daarbij houden ze een pleidooi voor een preventieve aanpak.

In het eerste hoofdstuk definiëren de auteurs relationele agressie als gedrag dat anderen kwetst door schade toe te brengen (of ermee dreigt schade toe te brengen) aan het sociale leven in het algemeen of aan relaties en/of vriendschappen in het bijzonder. Relationele agressie is een subtiele vorm van agressie die zich niet gemakkelijk laat opmerken. Meestal wordt deze vorm indirect gemeten aan de hand van vragenlijsten die door verschillende mensen worden ingevuld. Tegelijk trekken ze de grens tussen pesten en agressie in die zin dat ze stellen dat pesten altijd agressie omvat maar agressie niet altijd gebruik maakt van pesten.

Het tweede hoofdstuk behandelt de verschijningsvormen van relationele agressie: het is zeker geen typische vrouwelijke vorm van agressie. Ze wordt zowel door jongens als door meisjes gebruikt. Relationele agressie komt al voor bij kinderen van drie jaar maar wordt complexer en verfijnder naarmate deze kinderen ouder worden. Wel lijkt het er op dat meisjes vaker dan jongens het slachtoffer worden van relationele agressie en dat de gevolgen ervan voor hen zwaarder doorwegen. Een opvallende vaststelling is dat er al op jonge leeftijd heel duidelijke verschillen zijn tussen kinderen die zelden overgaan tot relationele agressie en kinderen die deze vorm van frequentie vaak gebruiken. Op zich is het af en toe gebruiken van relationele agressie normaal. Wanneer ouders echter merken dat hun kind heel vaak dergelijke vorm van agressie stelt, kan het zinvol zijn dat ze hulp voor hem of haar zoeken.

In hoofdstuk drie kun je lezen dat er verschillende visies zijn over het ontstaan van agressie in het algemeen. Op het vlak van het ontstaan en in stand houden van relationele agressie is het laatste woord echter nog lang niet gezegd. Volgens de auteurs kun je wel stellen dat relationele agressie het gevolg is van een samenspel van biologische en omgevingsfactoren, zoals daar zijn:

  • problemen met het mentaal verwerken van sociale informatie;
  • observatie en imitatie van modellen in en buiten het gezin;
  • een onveilige gehechtheid met de opvoeders;
  • sociale verwerping;
  • waargenomen populariteit;
  • de sociometrische status;
  • De etniciteit.

Hoofdstuk vier gaat dieper in op de gevolgen van deze vorm van agressie. In het vijfde hoofdstuk legt men tenslotte uit hoe men relationele agressie kan aanpakken en eventueel voorkomen.

Door zijn professionaliteit is dit een boek dat zich binnen de sterke reeks opvoedingsboeken van de uitgeverij toch laat opmerken. Verplichte literatuur voor iedereen die te maken krijgt met het fenomeen van agressie bij kinderen.

afdrukken