2008.01.05
Laat ze strips lezen!
| Auteur: | Jan Cumps & Kurt Morissens |
| Titel: | Laat ze strips lezen! Informatie en suggesties voor school, thuis en bibliotheek. |
| Uitgeverij: | Acco |
| Plaats: | Leuven/Voorburg |
| Jaar: | 2007 |
| Pagina's: | 192 |
| ISBN-13: | 978-90-334-6592-5 |
| Prijs: | € 19,80 |
Veel mensen van mijn generatie zullen het ook wel meegemaakt hebben: in de basisschool werd het lezen van strips gelijkgesteld met niet lezen, in het secundair onderwijs was er een uiterst kleine kans dat je een Latijnse of Franse uitgave van Asterix en Obelix als lesmateriaal kreeg, ... en dan meestal nog van een piepjonge leerkracht die ons eens extra wou motiveren...
Met dit boek tonen Jan Cumps en Kurt Morissens haarfijn aan dat men op strips niet mag neerkijken. Strips zijn géén tijdverlies, zijn wél leerzaam, zijn taalkundig verrijkend en hebben wél een literaire betekenis. Met andere woorden: in strips zit er oneindig veel meer dan men denkt.
De auteurs tonen dit aan door de betekenis van de strip voor verschillende domeinen aan te tonen aan de hand van bestaande strips: elke "stelling" wordt door hen "bewezen" aan de hand van een voor iedereen toegankelijk stripboek. Met de suggesties bij ieder voorbeeld kan de lezer daarna zelf aan de slag.
In het eerste deel, Inleiding: het einde van de leeslampcultuur?, verklaren de auteurs de titel Laat ze strips lezen. Door op een creatieve manier elk woord in de titel nadruk te geven, komen ze tot vier verklaringen. Deze dienen door elke lezer aandachtig bekeken te worden. Er hier dieper op ingaan kan deze inleiding immers alleen maar onrecht aan doen.
In het tweede deel over Politieke en andere helden leert men hoe en welke verschillende soorten personages een strip structuur geven, maar ook hoe ze de aanleiding kunnen zijn voor een les biologie of fysica. Ook geschiedkundig is de strip van belang. Hetzij als een tijdsdocument, hetzij als de weergave van een belangrijke gebeurtenis. Dit laatste illustreren ze aan de hand van de strip over het eindrapport van de onderzoekscommissie van 9|11, zoals je die op het Internet kan lezen op www.slate.com/features/911report/.
In het derde deel over Nederlands en andere talen tonen de auteurs aan dat strips al een belangrijke plaats innemen in de taal. Aan de hand van een zoektocht door de laatste editie van de "Dikke Van Dale" tonen ze onder andere aan dat veel namen en termen uit de stripwereld een eigen leven zijn gaan leiden. Of wat dacht je van een jerommeke, krantenstrip, teletijdmachine, ... Maar ook de Smurfen, of beter gezegd het smurfentaaltje kan inzicht brengen in het Nederlands. Hoe? Door naast de context ook de eigen voorkennis van grammaticale structuren, uitdrukkingen, gezegden... te gebruiken. Ook bij het leren van vreemde talen kunnen strips een belangrijke functie hebben. Het bespreken van een taal door de fonetische weergave in een strip te bekijken, het verschil in geluidsnabootsende woorden, de onmogelijkheid om bepaalde uitdrukkingen zomaar te vertalen naar een andere taal, ... zijn daar allemaal voorbeelden van.
Het vierde deel gaat over de Grafische roman en literaire strip. Dit is zo beknopt geschreven dat het zich hier moeilijk laat samenvatten.
Het vijfde deel, Allusies, heeft het dan meer over verwijzingen naar en in strips. Verwijzingen naar strips in het dagdagelijkse taalgebruik die een zeker voorkennis vragen, maar ook verwijzingen in strips door middel van woordvervorming zoals Bud Weisser uit Mestwalle of namen zoals Manu Script.
Het zesde deel, Wanneer mag een strip dan wel?, leert de lezer dat strips niet langer gif zijn voor de jongeren, maar wel een stimulans.
Het zevende deel over Herkenning, verleiding, genot gaat dieper in op strips in het onderwijs, de betekenis van een goede stripcover. Dat strips als cadeautips worden gesuggereerd in vooraanstaande Vlaamse bladen moet tenslotte bewijzen dat de strips zijn plaats in de literaire wereld heeft veroverd.
Het boek eindigt met het antwoord van twee striprecensenten op de vraag Welke rol ziet u voor strips in onderwijs en bibliotheek?
Dit boek toont aan hoe veelzijdig de strip in het onderwijs kan aangewend worden. De auteurs hebben in het boek bewezen dat de vooroordelen die men vroeger daartegen had, onterecht waren. Op weinig ruimte hebben ze in 32 verschillende essays met suggesties ter verwerking een nieuw perspectief geboden. Dit alles in een zeer beknopte en heldere stijl. Hierdoor doet deze bespreking onrecht aan het boek zelf. De veelzijdigheid ervan is immers niet op deze blog te beschrijven, tenzij je elk van de 32 punten een aparte bespreking zou geven. En dan is het beter onmiddellijk het volledige boek te lezen.









