2016.09.04

Hulpwaaier TOS

Auteur: Jet Isarin
Titel: Hulpwaaier TOS
Tips en strategieën bij de hand
Uitgeverij: Kentalis|Pica
Plaats: Sint-Michielsgestel|Huizen
Jaar: 2016
Pagina's: 92
ISBN-13: -
Prijs: € 14,95

hulpwaaier tos - tips en strategieën bij de handDe prestigieuze reeks hulpwaaiers van uitgeverij Pica heeft er een broertje (of is het een zusje?) bij: de Hulpwaaier TOS.

De Taalontwikkelingsstoornis (TOS) is in het onderwijs recentelijk meer onder de aandacht gekomen. Al te lang werd ervan uitgegaan dat de zorg voor leerlingen met een dergelijke stoornis iets was dat buiten de school door specialisten moest worden aangepakt. Niets is minder waar. Het is een van de grote verdiensten van Jet Isarin om dit onderwerp op een bevattelijke manier naar ouders en leerkrachten en leerlingenbegeleiders gebracht te hebben. Het is de verdienste van uitgeverij Pica om het werk van Jet Isarin in zijn fonds een mooie plaats te hebben gegeven. Eerder besprak ik op deze blog haar Spraaktaal Kids en Spraaktaal voor jongeren. Trouwe lezers van deze blog weten dat ik er erg enthousiast over was. Ik ben dan ook heel blij om nu haar Hulpwaaier TOS voor te kunnen stellen.

Net zoals de andere hulpwaaiers die uitgegeven werden door uitgeverij Pica blinkt deze waaier uit door zijn oerdegelijkheid en toegankelijkheid. Zoals altijd is hij onderverdeeld in verschillende rubrieken met elk een eigen kleurcode:

  • Wat is een taalontwikkelingsstoornis;
  • Gevolgen van TOS;
  • Tips en strategieën voor iedereen;
  • Tips en strategieën voor thuis;
  • Tips en strategieën voor het onderwijs;
  • Tips en strategieën voor stage en werk;
  • Boeken, websites en hulpmiddelen – praktisch en theoretisch.

Maar deze opsomming doet deze rubrieken geen recht. Ze zijn immers veel rijker dan hun titel laat vermoeden. Zo komen bijvoorbeeld de volgende thema’s aan bod in de rubriek Wat is een ontwikkelingsstoornis:

  • Wat is een taalontwikkelingsstoornis;
  • Samenspel van taal en neurocognitie;
  • Signalen;
  • Kenmerken;
  • Meertaligheid, taalachterstand en TOS.
  • Diagnostiek en behandeling;
  • Prevalentie;
  • Oorzaken en prognose.

Elke rubriek bevat een schat aan informatie. Je krijgt niet alleen inzicht in deze stoornis en haar gevolgen, maar ook tips en strategieën op verschillende domeinen. Deze tips en strategieën zijn zo helder aangebracht dat ze door iedereen heel vlug begrepen worden en daardoor maximaal kunnen ingezet worden.

Kinderen en jongeren met een TOS hebben een heel specifieke handleiding. Dankzij Jet Isarin en uitgeverij Pica kunnen ze deze nu in zakformaat met zich meenemen. Zijzelf en hun omgeving worden er beter van. Zeker weten!

afdrukken

2016.03.17

Ik leer een woord

Auteur: Marja Borgers
Titel: Ik leer een woord
Woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek voor jonge kinderen
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen|Apeldoorn
Jaar: 2015
Pagina's: 136
ISBN-13: 978-90-441-3327-1
Prijs: € 23,-

ik leer een woord - woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek voor jonge kinderenEen goede woordenschat is een heel belangrijke voorwaarde om het op school goed te kunnen doen. Kinderen die om een bepaalde reden met een beperkte woordenschat aan de onderwijsstartlijn komen, krijgen vaak heel snel problemen bij het leren lezen en later eveneens bij het begrijpend lezen.  Marja Borgers heeft dit fenomeen zeer goed beschreven in de inleiding van dit boek:

Veel kinderen hebben te maken met een taalachterstand. Deze achterstand kan verschillende oorzaken hebben, waaronder een (taal)ontwikkelingsstoornis, meertaligheid of een gebrekkig taalaanbod uit de omgeving. Een taalachterstand kan zich manifesteren in diverse domeinen van de taal, zoals in de ontwikkeling van klanken, woorden en zinnen. Vaak is er bij taalachterstand sprake van een woordenschatachterstand oftewel een (te) kleine woordenschat in relatie tot de leeftijd van de kinderen. Een te kleine woordenschat leidt tot een beperkt taalbegrip en brengt het risico met zich mee dat kinderen ook een achterstand ontwikkelen in het lezen, met alle gevolgen van dien. Het is daarom zinvol om de woordenschat bij kinderen te vergroten.

Daarbij komt nog het feit dat het hier niet gaat over om het even welke woordenschat, maar wel over een goede basis- en schooltaalwoordenschat. De introductie van de nieuwe AVI-procedure, en meer bepaald één onderdeel daarvan (de Cito-toets Leestechniek), heeft mij geleerd dat veel kinderen juist over die woordenschat struikelen. Het is volgens mij dan ook belangrijk – en dit zeg ik niet voor het eerst – dat we in de kleuterjaren het occasionele en vaak willekeurige woordenschatonderwijs vervangen door een systematisch ingepland onderwijs gericht op die basis- en schoolwoorden-schat. Ook in het kader van de kansenbevordering is dit essentieel.

Het boek van Marja Borgers komt hier volledig aan tegemoet en kan gebruikt worden door ouders, leerkrachten en professionele begeleiders. Ook al heeft het niet de pretentie om alle woorden aan te brengen die een kind moet beheersen in het eerste leerjaar, geeft het alvast een sterke aanzet om de betekenis van woorden achterna te gaan. Hiervoor zijn ook de werkvormen uit het boek zorgvuldig gekozen: ze zijn allemaal gebaseerd op deskundige inzichten in verband met de manier waarop men het beste de betekenis van woorden aanleert. Bovendien krijgt de gebruiker duidelijk uitgelegd wat de uitgangspunten zijn bij dit boek en hoe hij bijgevolg met de woorden uit dit boek aan de slag moet. De woorden in dit boek zijn georganiseerd rond een zestigtal zinvolle thema’s. Een willekeurige greep uit deze thema’s geeft ons bijvoorbeeld: Het lichaam en de zintuigen, Op reis, Praten en vertellen, Op avontuur in de natuur, Stilzitten is moeilijk, Lezen en schrijven en Klusjes rond het huis.

Ik mag zeker niet vergeten te vermelden dat het boek een zeer kindvriendelijke uitstraling heeft dankzij de kleurrijke afbeeldingen en grafische voorstellingen die allemaal in dienst staan van het ultieme doel: de woordenschat van kinderen vergroten. Het is dan ook heel belangrijk dat de gebruiker de rubriek Inhoud van dit boek op bladzijde 9 zeer grondig leest.

Ik zou wensen dat men dit boek tot verplichte literatuur maakt voor elke kleuterleerkracht en elke leerkracht van het eerste leerjaar (voor Nederland: groepen 1 tot en met 3) en de ouders begeleidt bij het gebruik ervan. Een van de zinvolste boeken die ik de afgelopen tijd in verband met woordenschatonderwijs onder handen kreeg.

afdrukken

16:16 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Tags: taal, taalbegrip, taalontwikkeling, taalvaardigheid, taalverwerving, woordenschat | |

2016.03.01

Dyslexie en leesproblemen

Auteur: Arga Paternotte & Nikki Oostewechel
Titel: Dyslexie en leesproblemen
Uitgeverij: LannooCampus|Balans
Plaats: Houten|Bilthoven
Jaar: 2015
Pagina's: 176
ISBN-13: 978-94-014-2553-7
Prijs: € 17,99

dyslexie en leesproblemenSommige boeken verdienen het gewoon om gelezen te worden omwille van hun auteur. Net zo’n boek is Dyslexie en leesproblemen van Arga Paternotte en Nikki Oostewechel. Arga Paternotte was jarenlang het boegbeeld van de Nederlandse vereniging voor ouders van kinderen met ontwikkelings- en leerstoornissen, een vereniging die in Vlaanderen noch inhoudelijk, noch kwalitatief haar gelijke kent. Ze is de auteur van heel wat publicaties over ADHD en dyslexie. Eerder bespraken we op deze blog haar boek Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool. Nikki Oostewechel is orthopedagoog en werkzaam in het onderwijs. Daarnaast adviseert ze als vrijwilligster bij Oudervereniging Balans ouders van kinderen met leer- en gedragsproblemen.

Het boek dat we hier bespreken is de opvolger van Houvast bij leesproblemen en dyslexie op de basisschool en is gebaseerd op de Nederlandse protocollen leesproblemen en dyslexie in het basisonderwijs van het Expertisecentrum Nederlands, het bijgestelde protocol voor diagnostiek en behandeling van Blomert en de hernieuwde versie van het laatstgenoemde protocol in het boek Dyslexie 2.0 van Verhoeven, De Jong en Wijnen. Het wil ouders en leerkrachten de noodzakelijke informatie en veel praktische tips meegeven om kinderen met dyslexie en leesproblemen zo goed mogelijk te ondersteunen en te begeleiden.

Het boek behandelt op een zeer grondige en concrete manier verschillende thema’s. Het zou ons te ver leiden om deze thema’s hier allemaal kort te bespreken. Daarom beperk ik me tot een overzicht van de verschillende hoofdstukken zodat de lezer zich een idee kan vormen van de inhoud van het boek:

  • Hoofdstuk 1: De rol van ouders;
  • Hoofdstuk 2: Dyslexie in het kort;
  • Hoofdstuk 3: Voorbereidend lezen in de groepen 1 en 2;
  • Hoofdstuk 4: Leren lezen in groep 3;
  • Hoofdstuk 5: Lezen in groep 4;
  • Hoofdstuk 6: Leesproblemen en dyslexie in de bovenbouw (groepen 5-8);
  • Hoofdstuk 7: Leren spellen in het basisonderwijs;
  • Hoofdstuk 8: Samenwerken met school;
  • Hoofdstuk 9: Naar het voortgezet onderwijs;
  • Hoofdstuk 10: Diagnose en behandeling dyslexie;
  • Hoofdstuk 11: ‘Lezen kan leuk zijn’; over leesbevordering;
  • Hoofdstuk 12: Speciale maatregelen en hulpmiddelen.

Dit boek munt, net zoals zijn voorganger, uit door zijn beknopte volledigheid. In een vlotte stijl worden alle thema's aangebracht in een zeer duidelijke taal. De woorden- en begrippenlijst in bijlage bij dit boek moet daarbij misverstanden en foute interpretaties voorkomen. Daarnaast maken de auteurs gul gebruik van concrete oudervoorbeelden. Dit zorgt voor een herkenbaar geheel. Hoewel de theorie zelden expliciet aan bod komt, is ze toch manifest aanwezig in het boek.

Niet alleen een aanrader voor ouders, maar ook voor professionelen die ouders correcte informatie willen geven over ernstige leesproblemen en dyslexie.

afdrukken

2016.02.14

Spraaktaal Kids

Auteur: Jet Isarin
Titel: Spraaktaal Kids
Mijn denk-, doe- en praatmap
Uitgeverij: Kentalis|Pica
Plaats: Sint-Michielsgestel|Huizen
Jaar: 2015
Pagina's: 3 ringmappen
ISBN-13: 978-94-91806-64-3
Prijs: € 135

spraaktaal kids - mijn denk-, doe- en praatmapToen Jet Isarin in 2014 met haar boek Spraaktaal, gids voor jongeren met een taalstoornis de Gehandicaptenzorgprijs van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland won, besloot ze met deze prijs het programma Spraaktaal Kids uit te werken. Ook dit programma werd voor uitgave voorgelegd aan professionals en uitgetest bij kinderen. Aan deze uitgave, die uit drie ringmappen bestaat, geef ik met plezier het predicaat ‘meesterlijk’ mee. Waarom dit programma zo anders (en toch hetzelfde) is als dat van de jongeren? Ik laat Jet zelf aan het woord:

Spraaktaal Kids is heel anders dan Spraaktaal voor jongeren. Spraaktaal begon en eindigde met TOS; wat het is, hoe het voelt, welke gevolgen het kan hebben en hoe je ermee kunt omgaan. Dat is waar de jongeren behoefte aan hadden, dat is wat ze wilden. Geen poespas, maar recht op het doel af: informatie, psycho-educatie, herkenning en erkenning.

Kinderen van vier – of zes of tien – zitten niet te wachten op zo’n boek. Voordat je met de kinderen gaat praten over TOS, een stoornis die maakt dat kinderen moeite hebben met taal en communicatie, wil je met ze praten over wie ze zijn, wat ze kunnen, willen, voelen, vinden. Eerst wil je ze taal aanreiken voor het denken en praten over zichzelf, hun lijf, de kleine en wat grotere wereld waarin ze leven, over tijd, verandering, overeenkomsten en verschillen, talenten en verlangens. Eerst wil je de communicatie verbeteren doe door wederzijds onbegrip wordt belemmerd of is vastgelopen. Voordat een kind kan – en wil! – praten en denken over wat het heeft, moet het weten wie het is en wie er om hem of haar geven. Zelfkennis gaat noodzakelijk vooraf aan kennis over de beperking die je hebt, want zelfkennis is zoveel meer dan kennis over dat ene moeilijke stukje van jou. Zelfkennis gaat over wie je bent in jouw kleine en grotere wereld. Het is kennis die kinderen niet in hun eentje kunnen ontwikkelen. Ze hebben er de communicatie met anderen voor nodig.

Daarmee heb je zowel het doel als het opzet van het volledige programma gehad. Omdat er bij kinderen van de basisschool heel wat onderlinge verschillen zijn, is het programma opgesplitst naar drie leeftijdscategorieën:

  • tot 7 jaar;
  • 7 tot 10 jaar;
  • 10 tot 14 jaar;

Voor elke leeftijdscategorie komen dezelfde thema’s aan bod:

  • Ik (Denken en praten over wie het kind is betekent werken aan het vergoten van de zelfkennis en het zelfvertrouwen);
  • Mijn lijf (Denken en praten over het eigen lichaam betekent ook: praten over verandering, groei en grenzen);
  • Ik in mijn wereld (Denken en praten over de anderen die in het leven van het kind belangrijk zijn, geeft het kind zicht op de relaties die het heeft met anderen en op de verschillen tussen die relaties);
  • Mijn tijd (Denken en praten over tijd geeft het kind greep op de structuur van de dagen en de weken en creëert ruimte voor het nadenken over wat moet, wat mag en waarover er te onderhandelen valt);
  • Taal (Denken en praten over taal geeft inzicht in het moeilijke en makkelijke, leuke en minder leuke kanten van taal);
  • Spraaktaal (Denken en praten over spraak, taal en taalontwikkelingsstoornissen helpt kinderen en de volwassenen met wie zij leven zicht te krijgen op dat wat moeilijk is en dat wat kan helpen om ermee om te gaan. Kind en volwassene merken samen dat een communicatieprobleem altijd een gezamenlijk probleem is);
  • Als ik later groot ben (Denken en praten over de toekomst geeft taal aan dromen, wensen en verlangens en aan de weg van nu en straks. Op weg naar de toekomst is er groei, ontwikkeling en leren);
  • Ik in het kort (Samenvatting in beeld en met weinig woorden over wie het kind is).

In het kort komt het dus hierop neer: je kunt pas echt aan psycho-educatie doen als je het kind daar eerst de juiste taal voor aangeleerd hebt.

Ieder map bestaat dus uit dezelfde delen die de leerling samen met een volwassene (ouder, leerkracht, therapeut, …) doorwerkt. Aan de hand van voor de leeftijd van het kind aangepaste opdrachten en vragen worden er zowel inzichten als woordenschat bijgebracht. Tegelijkertijd wordt er gereflecteerd in functie van de belevingswereld van het kind. Dat doorheen de verschillende leeftijdscategorieën de inhoud van iedere module complexer wordt, zal niemand verwonderen. Belangrijk om weten blijft dat men, doordat men samen praat om tot een taal te komen, tegelijk ook werkt aan het sociaal-emotionele welzijn van het kind.

In de handleiding voor de volwassen begeleider staat heel duidelijk uitgeschreven hoe hij kan (moet) faciliteren en hoe hij zich kan (moet) oriënteren op de specifieke problematiek van het kind dat hij wil begeleiden.

In de marge van deze bespreking wil ik toch kwijt dat dit programma voor mij heeft aangetoond waarom de psycho-educatie bij andere problemen vaak mislukt: namelijk door het gebrek aan een gemeenschappelijke taal en het te eng focussen op de problematiek alleen.

Een pracht van een programma!

afdrukken

2016.02.07

Spraaktaal

Auteur: Jet Isarin
Titel: Spraaktaal
Gids voor jongeren met een taalstoornis
Uitgeverij: Kentalis|Acco
Plaats: Sint-Michielsgestel|Leuven & Den Haag
Jaar: 2013
Pagina's: 176
ISBN-13: 978-90-334-9181-8
Prijs: € 30,25

.spraaktaal - gids voor jongeren met een taalstoornisEen uitzonderlijk goed psycho-educatief naslagwerk voor jongeren met een taalstoornis, hun ouders en de hun omringende beroepsmensen, dat is wel het minste dat ik over het boek Spraaktaal van Jet Isarin kan neerpennen. Ik kan nog wel een paar andere predicaten bedenken, maar dit lijkt mij veruit het beste. Dergelijke laagdrempelige werken die het informatieve en psycho-educatieve daarenboven zo goed – bijna perfect – integreren, zijn een zeldzaamheid. De ondertitel is heel terecht: het boek is een gids geworden. Maar dan wel een gids in de ruimste zin van het woord: die van wegbereider, begeleider, toelichter, soelaasbieder en mediërende. Zonder betutteling wel te verstaan. Kortom, dit boek heeft een diepe indruk op mij gemaakt.

Dat Jet Isarin vertrouwd is met de leefwereld met de jongeren waarvoor ze schrijft, merk je aan alles in dit boek: ze spreekt de jongeren persoonlijk aan in een zeer toegankelijke taal, de lay-out oogt jong en is duidelijk en aantrekkelijk. De opdrachten op de verschillende werkbladen doorheen het boek doen alles bij de jongere zeer concreet binnen-komen. Ook goed om weten is dat de tekst van het boek voor publicatie voorgelegd is aan jongeren met een taalstoornis, ouders en beroepsmensen wiens commentaren in het boek verwerkt zijn. Voor alle duidelijkheid: de auteur bedoelt met taalstoornis ernstige spraak- en taalmoeilijkheden of ontwikkelingsdysfasie.

Voor mij valt dit boek uiteen in twee delen. Het eerste deel, dat bestaat uit de hoofdstukken 1 tot en met 4, gaat dieper in op de aard en het ontstaan van een taalstoornis en bekijkt heel grondig en met heel veel concrete voorbeelden op welke manier deze taalstoornis zich laat zien tijdens de kindertijd en de puberteit. Aan de hand van verschillende werk-bladen reflecteren de jongeren over hun eigen situatie en gaan ze op zoek naar persoonlijke antwoorden op de gestelde vragen. Hierdoor krijgen ze inzicht in de eigen problematiek. In het tweede deel van het boek gaat men op zoek naar de impact van de taalstoornis op het eigen leven. Hierin staan drie thema’s centraal: vrienden, lotgenoten en bondgenoten, het voortgezet onderwijs en het vinden van werk. De problemen worden niet uit de weg gegaan maar wel op een constructieve en persoonlijke manier aangebracht.

Doorheen het boek loopt er een rode draad van verschillende jongeren die hun persoonlijke verhaal brengen. Zij maken op essentiële plaatsen in het boek de voorgestelde inhoud zeer herkenbaar.

Het boek eindigt met een verklarende woordenlijst en een overzicht van handige websites.

Het hoeft waarschijnlijk geen betoog dat dit boek niet alleen voor de jongere met een taalstoornis, maar ook voor ouders, leerkrachten en andere beroepsmensen die met deze problematiek te maken krijgen verplichte literatuur is.

afdrukken

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende