2016.03.17

Ik leer een woord

Auteur: Marja Borgers
Titel: Ik leer een woord
Woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek voor jonge kinderen
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen|Apeldoorn
Jaar: 2015
Pagina's: 136
ISBN-13: 978-90-441-3327-1
Prijs: € 23,-

ik leer een woord - woordenschatspeel-, leer- en voorleesboek voor jonge kinderenEen goede woordenschat is een heel belangrijke voorwaarde om het op school goed te kunnen doen. Kinderen die om een bepaalde reden met een beperkte woordenschat aan de onderwijsstartlijn komen, krijgen vaak heel snel problemen bij het leren lezen en later eveneens bij het begrijpend lezen.  Marja Borgers heeft dit fenomeen zeer goed beschreven in de inleiding van dit boek:

Veel kinderen hebben te maken met een taalachterstand. Deze achterstand kan verschillende oorzaken hebben, waaronder een (taal)ontwikkelingsstoornis, meertaligheid of een gebrekkig taalaanbod uit de omgeving. Een taalachterstand kan zich manifesteren in diverse domeinen van de taal, zoals in de ontwikkeling van klanken, woorden en zinnen. Vaak is er bij taalachterstand sprake van een woordenschatachterstand oftewel een (te) kleine woordenschat in relatie tot de leeftijd van de kinderen. Een te kleine woordenschat leidt tot een beperkt taalbegrip en brengt het risico met zich mee dat kinderen ook een achterstand ontwikkelen in het lezen, met alle gevolgen van dien. Het is daarom zinvol om de woordenschat bij kinderen te vergroten.

Daarbij komt nog het feit dat het hier niet gaat over om het even welke woordenschat, maar wel over een goede basis- en schooltaalwoordenschat. De introductie van de nieuwe AVI-procedure, en meer bepaald één onderdeel daarvan (de Cito-toets Leestechniek), heeft mij geleerd dat veel kinderen juist over die woordenschat struikelen. Het is volgens mij dan ook belangrijk – en dit zeg ik niet voor het eerst – dat we in de kleuterjaren het occasionele en vaak willekeurige woordenschatonderwijs vervangen door een systematisch ingepland onderwijs gericht op die basis- en schoolwoorden-schat. Ook in het kader van de kansenbevordering is dit essentieel.

Het boek van Marja Borgers komt hier volledig aan tegemoet en kan gebruikt worden door ouders, leerkrachten en professionele begeleiders. Ook al heeft het niet de pretentie om alle woorden aan te brengen die een kind moet beheersen in het eerste leerjaar, geeft het alvast een sterke aanzet om de betekenis van woorden achterna te gaan. Hiervoor zijn ook de werkvormen uit het boek zorgvuldig gekozen: ze zijn allemaal gebaseerd op deskundige inzichten in verband met de manier waarop men het beste de betekenis van woorden aanleert. Bovendien krijgt de gebruiker duidelijk uitgelegd wat de uitgangspunten zijn bij dit boek en hoe hij bijgevolg met de woorden uit dit boek aan de slag moet. De woorden in dit boek zijn georganiseerd rond een zestigtal zinvolle thema’s. Een willekeurige greep uit deze thema’s geeft ons bijvoorbeeld: Het lichaam en de zintuigen, Op reis, Praten en vertellen, Op avontuur in de natuur, Stilzitten is moeilijk, Lezen en schrijven en Klusjes rond het huis.

Ik mag zeker niet vergeten te vermelden dat het boek een zeer kindvriendelijke uitstraling heeft dankzij de kleurrijke afbeeldingen en grafische voorstellingen die allemaal in dienst staan van het ultieme doel: de woordenschat van kinderen vergroten. Het is dan ook heel belangrijk dat de gebruiker de rubriek Inhoud van dit boek op bladzijde 9 zeer grondig leest.

Ik zou wensen dat men dit boek tot verplichte literatuur maakt voor elke kleuterleerkracht en elke leerkracht van het eerste leerjaar (voor Nederland: groepen 1 tot en met 3) en de ouders begeleidt bij het gebruik ervan. Een van de zinvolste boeken die ik de afgelopen tijd in verband met woordenschatonderwijs onder handen kreeg.

afdrukken

16:16 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Tags: taal, taalbegrip, taalontwikkeling, taalvaardigheid, taalverwerving, woordenschat | |

2013.11.17

Woordenschatonderwijs, meer dan woorden leren

Auteur: Tessa de Width, Maartje Visser & Hans Puper
Titel: Woordenschatonderwijs, meer dan woorden leren
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2013
Pagina's: 160
ISBN-13: 978-90-6508-654-9
Prijs: € 28,90

woordenschatonderwijs, meer dan woorden lerenMen is het er meer en meer over eens. Het onderwijs mag het aanleren van woordenschat niet langer stiefmoederlijk behandelen. De afgelopen jaren is men heel goed gaan beseffen dat de woordenschatkennis van een kind een belangrijke voorspellende factor is voor zijn of haar succes bij het leren technisch en begrijpend lezen. Het aanbrengen van nieuwe woorden mag dan ook niet langer occasioneel gebeuren. Een structureel verankerde systematiek is hier geboden. Waarom? Omdat er zo veel van afhangt. Leerlingen met een uitgebreide en gedifferentieerde woordenschat communiceren beter en verwerven gemakkelijker nieuwe kennis. Vandaag worden we trouwens allemaal voortdurend met (nieuwe) woorden geconfronteerd. Om in deze kennismaatschappij te blijven functioneren, moeten we ons deze woorden snel en op een goede manier eigen (kunnen) maken. Dit boek wil bij deze opdracht een gids zijn.

De boodschap van de auteurs is je al meteen na het lezen van het eerste hoofdstuk duidelijk: woordenschatonderwijs is zoveel meer dan het uit het hoofd leren van lijstjes van woorden met hun betekenis. Daarbij maakt het aan de limiet niet uit of het nu over Nederlandse woorden gaat of woorden van een vreemde taal. Goed woordenschatonderwijs steunt volgens hen op drie belangrijke pijlers:

  1. nieuwe woorden leren en gebruiken;

  2. strategieën leren om de betekenis van nieuwe woorden te ontdekken;

  3. opmerkzaam zijn voor nieuwe woorden en gemotiveerd zijn om de eigen woordenschat voortdurend uit te breiden.

Deze drie pijlers worden in het eerste hoofdstuk geïntroduceerd samen met de visie van de auteurs op effectief en opbrengstgericht woordenschatonderwijs. Het begrip opbrengstgericht heeft op zich zijn intrede nog niet gedaan in het Vlaamse onderwijs. Het houdt in dat men systematisch en doelgericht werkt aan het verbeteren van de leerprestaties van de leerlingen. In het tweede hoofdstuk leggen de auteurs uit op welke manier onze hersenen nieuwe woorden leren en onthouden. Ze geven gelijk aan welke gevolgen dit heeft voor de didactiek van het woordenschatonderwijs.

In de hoofdstukken drie tot en met vijf werken de auteurs telkens een van de pijlers van het woordenschatonderwijs uit. Aan de hand van talrijke tips, opdrachten en voorbeelden komt elke pijler op een niet mis te verstane manier tot leven. Wie dit boek met enige terughoudendheid begon te lezen omwille van de ‘theoretische’ titel, zal deze dan ook bij het lezen van deze hoofdstukken heel snel laten varen. Hoe je deze pijlers introduceert, is het onderwerp voor het zesde hoofdstuk.

Het zevende hoofdstuk verdient in deze bespreking een speciale vermelding onder de vorm van een afzonderlijke paragraaf. De auteurs geven immers een ferme aanzet voor de transfer van de drie woordenschatpijlers naar het moderne vreemde talenonderwijs. Hierdoor wordt het boek ook een referentiewerk voor het secundair onderwijs. Dit hoofdstuk zorgt er voor dat het een goed boek werd met een schitterende finale.

Rest me nog het uitgangspunt van dit boek in de verf te zetten: alle leerkrachten in basis- en secundair onderwijs moeten aandacht besteden aan woordenschat en samen zorgen voor een doorgaande lijn in het woordenschatonderwijs. Alleen al door deze uitspraak verdient dit boek het predicaat Naslagwerk met karakter.

naslagwerk met karakter.pngafdrukken

20:14 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Tags: taal, taalbegrip, taalontwikkeling, taalvaardigheid, taalverwerving, vreemde taal, vreemdetalenonderwijs, woordenschat | |

2008.12.29

Gooi het maar in mijn pet

Auteur: Annelies Karelse
Titel: Gooi het maar in mijn pet. Uitdrukkingen en zegswijzen getekend en uitgelegd.
Uitgeverij: SWP
Plaats: Amsterdam
Jaar: 2008
Pagina's: 108
ISBN-13: 978-90-6665-927-8
Prijs: € 24,50

gooi het maar in mijn pet - uitdrukkingen en zegswijzen getekend en uitgelegdDit boek maakt zijn titel helemaal waar. Het verklaart maar liefst honderd Nederlandse uitdrukkingen en zegs-wijzen. De werkwijze is steeds dezelfde:

  • Tekening: De uitdrukking of zegswijze wordt letterlijk uitgebeeld.
  • Wat zeg je? De uitdrukking of zegswijze wordt in de letterlijke bewoordingen geschreven.
  • Voorbeeld. De uitdrukking of zegswijze wordt in een klein verhaaltje op een betekenisvolle manier gebruikt. Door het gebruik in een context laat de eigenlijke betekenis zich vaak al raden.
  • Wat bedoel je? De figuurlijke betekenis van de uitdrukking of zegswijze wordt aangebracht.
  • Waarom betekent het dat? Een hulpmiddel om de figuurlijke betekenis te kunnen verklaren.

Per bladzijde wordt er telkens één uitdrukking of gezegde toegelicht. Op de laatste pagina's geeft de auteur enkele suggesties om met het boek en de bijgeleverde Cd-rom te werken. Op deze Cd-rom staan: 

  • De tekeningen met een ballontekst.
  • De tekeningen zonder een ballontekst.
  • De tekeningen en ballonteksten als memoryspel.

Dit boek leent zich bij uitstek om kinderen en jongeren die problemen hebben met het begrijpen van figuurlijke betekenissen en vergelijkingen te helpen, in de eerste plaats kinderen en jongeren met autismespectrumstoornissen. Maar ook taalarme kinderen, jongeren en volwassenen of anderstalige nieuwkomers die het Nederlands nog onvoldoende machtig zijn zullen heel wat hebben aan de aanpak in dit boek. De tekeningen dragen er zeer veel toe bij om deze toch wel moeilijke materie op een humoristische en ontspannen manier te kunnen brengen.

Een absolute aanrader!

De boeken van uitgeverij SWP worden in België verdeeld door uitgeverij Epo.

afdrukken

18:37 Gepost door Lieven Coppens in SWP | Permalink | Tags: zorg, taal, taalvaardigheid, autisme, autismespectrum, ass | |

2007.10.15

Zorgbeleid in het basisonderwijs

Auteur: Luc Linthout (Red.)
Titel: Zorgbeleid in het basisonderwijs
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2006
Pagina's: 272
ISBN-13: 978-90-209-6537-7
Prijs: € 24,95

zorgbeleid in het basisonderwijsMet het boek Zorgbeleid in het basisonderwijs heb je meteen een nuttig naslagwerk in handen als je als basisschool jouw zorgbeleid op een beleidsmatige manier wil aanpakken. Het is tegelijk ook een praktijkboek geworden.

Het boek bestaat uit vier hoofdstukken. Elk hoofdstuk bestaat uit een oriënterend en/of theoretisch gedeelte dat uitvoerig toegelicht en geïllustreerd wordt aan de hand van talrijke concrete bijlagen:

  • Hoofdstuk 1: Van gelijke onderwijskansen tot totale zorg in de basisschool.
  • Hoofdstuk 2: Werken aan sociaal-emotionele ontwikkeling.
  • Hoofdstuk 3: Omgaan met diversiteit binnen taalvaardigheid in het basisonderwijs.
  • Hoofdstuk 4: Optimaliseren van het multidisciplinair overleg en invoeren van het handelingsplan in de basisschool.

Het eerste hoofdstuk is het meest theoretische. Het geeft omstandig uitleg bij het GOK-decreet en schetst welke consequenties er voor het schoolteam en de individuele leerkrachten aan vast hangen. Dit gaat van het uitschrijven van een schoolvisie over het professionaliseren van de leerkrachten tot het introduceren van nieuwe werkmodellen zoals pro-actief werken en collegiale consultatie.  Verder toont dit hoofdstuk aan dat het toekennen van een zorgbeleider aan elke school de nood aan een visie op zorg in het algemeen en een visie op de taak van de zorgbegeleider in het bijzonder noodzakelijk maakt. Het uittekenen van een zorgcontinuüm waarin iedere betrokkene zijn plaats krijgt, is daarbij een belangrijk onderdeel. Voordat dit hoofdstuk wordt afgesloten met een uitgebreid praktijkvoorbeeld wordt de taak van de zorgbegeleider op het niveau van de school, de leerkracht en het kind gedetailleerd uitgeschreven. Veertien uit de praktijk geplukte bijlagen illustreren het voorgestelde traject.

Het tweede hoofdstuk leert hoe de school prioritair kan werken aan de socio-emotionele ontwikkeling van haar leerlingen. De volgende aandachtspunten zijn hierbij zeer belangrijk:

  • Het ondersteunen van de socio-emotionele ontwikkeling is geen vak op zich maar moet gerealiseerd worden doorheen alle leerstofgebieden.
  • Het ondersteunen van de socio-emotionele ontwikkeling is een schoolgebeuren: er moet dan ook klasdoorbrekend gewerkt worden in heterogene groepen en men moet er zich van bewust zijn dat het niet beperkt kan blijven tot de leerlingen alleen. Alle deelnemers aan het schoolgebeuren hebben hier een taak. In die zin worden er dan ook belangrijke bruggen gelegd.
  • Het ondersteunen van de socio-emotionele ontwikkeling mag niet alleen gebeuren als er problemen zijn. Ook als alles goed gaat, moet er rond gewerkt worden. Dit heeft een zeer grote preventieve waarde.
  • Iedereen werkt het beste rond één en hetzelfde thema in verband met de socio-emotionele ontwikkeling. Enkel door hierover veelvuldig van gedachten te wisselen met alle deelnemers komt men tot een duurzaam project.
  • Werken rond de socio-emotionele ontwikkeling is een teamgebeuren: alle leerkrachten moeten bereid zijn om dit aan te pakken. Ook hier geldt dat veelvuldig overleg en frequente uitwisseling de garantie is voor een duurzaam schoolproject.

Verder legt het hoofdstuk ook de nadruk op het feit dat de stijl van de leerkracht bepaalt of er al dan niet rond de socio-emotionele ontwikkeling kan gewerkt worden. Het benadrukt eveneens dat de socio-emotionele ontwikkeling van een kind kan gebruikt worden om ouders meer bij het schoolgebeuren te betrekken.

Het derde hoofdstuk handelt over het aanpakken van de verschillen in taalvaardigheid bij de leerlingen. Het gaat dieper in op de verschillen tussen schooltaal en thuistaal. Daarnaast wordt benadrukt dat taalproblemen zoveel mogelijk in de klas moeten worden opgelost. Dit houdt in dat de leerkracht over de nodige competenties zal moeten beschikken. Maar ook dat de kinderen in deze klas willen en kunnen leren. Dit heeft alles te maken met een gunstig klasklimaat waarin de leerkracht meer begeleider dan docent is. Een taakgerichte aanpak in de kleuter- en de lagere school waarbij de nadruk ligt op samenwerken, zal daarbij het hoogste leerrendement hebben. Tot slot geeft het hoofdstuk  nog concrete voorbeelden van het testen van de taalvaardigheid van de leerlingen en het aanpakken van taalproblemen.

Het vierde en laatste hoofdstuk toont hoe het mdo binnen dit zorgbeleid zijn belangrijke plaats behoudt. Het opstellen van een groepswerkplan of een individueel handelingsplan wordt hier praktisch uitgelegd.

Zorgbeleid in het basisonderwijs is geen boek dat je in één ruk uitleest. Het is een werk dat je scannend leest zodat je weet wat er in staat, om er daarna naar terug te grijpen als je meer uitleg of concrete voorbeelden nodig hebt.

afdrukken

 

21:24 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: diversiteit, emotionele ontwikkeling, gok, kansarmoede, mdo, onderwijskansen, sociale ontwikkeling, taalvaardigheid, zorg, zorgbeleid | |