2012.01.21
Ouderhulpkaarten Taal en lezen
| Auteur: | Cedin & ExpertisePunt Onderbetrokkenheid |
| Titel: | Ouderhulpkaarten Taal en lezen |
| Uitgeverij: | Eduforce |
| Plaats: | Drachten |
| Jaar: | - |
| Pagina's: | 180 |
| ISBN-13: | 9789081712002 |
| Prijs: | € 99,95 |
Veel ouders krijgen nog te vaak de zin: ‘Je moet elke dag met … 10 minuten lezen’ te horen van de leerkracht, zonder dat deze uitlegt wat dat inhoudt. Daardoor heeft dat ’10 minuten lezen’, niet het gewenste effect. Dat is heel jammer, want hier laat men kansen liggen. Dit gaat in tegen de fundamentele stelling van de ook in Vlaanderen bekende Nederlandse leesexpert Kees Vernooy die stelt dat het een recht is voor elk kind om een competente lezer te worden. Waarom? Om dat wetenschappelijk onderzoek meermaals en duidelijk heeft aangetoond dat de resultaten van leerlingen opmerkelijk verhogen als men de ouders bij het leerproces betrekt. Meer nog: de ouderbetrokkenheid thuis zou de meest effectieve vorm zijn van ouderbetrokkenheid.
Deze ouderhulpkaarten Taal en lezen zijn dan ook een schot in de roos. Dit voor Nederland en Vlaanderen unieke concept wil de ouders op een zinvolle manier betrekken bij het taal- en leesonderwijs van het kind. Het bestaat uit kaarten die de school kan meegeven aan de ouders. Met daarop telkens een volledig uitgewerkte tip in verband met één van de vier thema’s. Deze zijn:
- Lezen met begrip;
- Spelen met taal;
- Technisch lezen;
- Woordenschat.
Deze thema’s zijn duidelijk niet lukraak gekozen. Een belangrijke voorwaarde voor het leren (begrijpend) lezen is de woordenschat. Aan deze woordenschatverwerving moet je als school permanent werken, doorheen alle leerjaren. Iets wat nog veel te weinig gebeurt. Daarnaast lezen we niet om te lezen, maar om te weten en/of te begrijpen. Ook dat vind je in deze thema’s duidelijk terug. En de rubriek ‘Spelen met taal’ komt ruimschoots tegemoet aan de nood aan leesplezier.
Deze ouderkaarten beginnen in de tweede en derde kleuterklas en eindigen in het zesde leerjaar. In de map zijn ze geordend in de volgende vier groepen:
- Groep 1/2 (2e en 3e kleuterklas);
- Groep 3/4 (1e en 2e leerjaar);
- Groep 5/6 (3e en 4e leerjaar);
- Groep 7/8 (5e en 6e leerjaar).
Op de voorzijde van iedere ouderkaart staat nagenoeg altijd hetzelfde:
- Een korte situering met verwijzing naar de leeftijd van het kind;
- Een rubriek ‘Wat je als ouder kunt doen!’ met daarin heel korte en praktische suggesties.
- De boodschap die men met deze kaart wil meegeven aan de ouders (groter en in kleur gedrukt).
Op de achterzijde van deze kaarten geeft men voorbeelden van oefeningen die de ouder met zijn kind kan spelen. Waar dat relevant is, verwijst men de ouder naar de leerkracht met een concrete vraag. Op andere kaarten zegt men dan weer waar de ouder extra op moet letten.
De verschillende ouderhulpkaarten vormen samen een coherent geheel, ook al zijn ze perfect los van elkaar te gebruiken. Dit maakt het geheel tot een sterk instrument.
Het is de bedoeling dat de leerkracht een hulpkaart meegeeft met een ouder. Het kan gebeuren dat men dezelfde kaart aan meerdere ouders tegelijk wil doorgeven. Dat is niet direct een probleem. Elk ouderhulpkaart zit vijf keer in de map. Een handige uitleenkaart houdt het geheel overzichtelijk.
Deze map is een hebbeding voor iedere school die taal, lezen en ouderbetrokkenheid hoog in zijn vaandel draagt. Het unieke concept en de totaalblik op het leesonderwijs (want daar gaat het in deze map tenslotte over) maakt ze tot een instrument dat heel lang kan meegaan. Omdat de inhoud van de map nu eenmaal universeel en nauwelijks tijdsgebonden is.
Vandaag nog bestellen!
17:54 Gepost door Lieven Coppens in Eduforce | Permalink | Email dit
| Tags: begrijpend lezen, begrijpend luisteren, lezen, ouderbetrokkenheid, ouders, taal, technisch lezen, woordenschat |
|
2011.06.19
Voortgezet technisch lezen
| Auteur: | Lidy Ahlers & Ed Koekebacker |
| Titel: | Voortgezet technisch lezen. Omgaan met verschillen ter voorkoming van leesproblemen |
| Uitgeverij: | CPS |
| Plaats: | Amersfoort |
| Jaar: | 2009 |
| Pagina's: | 122 |
| ISBN-13: | 978-90-6508-601-3 |
| Prijs: | € 21,50 |
Dit is het vierde deel uit de reeks Doorgaande leeslijn 3-13 jarigen. Het Nederlandse CPS startte in 2007 met deze reeks omdat het duidelijk was (en is) dat een goede leesvaardigheid niet alleen de basis is voor succes op school maar ook voor het zich goed voelen in onze talige maatschappij. Deze reeks is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten. We kunnen deze reeks dan ook alleen maar warm aanbevelen. Eerder verschenen al deze delen:
- Basisstructuur doorgaande leeslijn;
- Een goede leesstart;
- Aanvankelijk technisch lezen. Preventie van leesproblemen.
In het eerste hoofdstuk zetten de auteurs enkele feiten en meningen over leesonderwijs tegenover elkaar. Dit deden ze ook in het tweede en het derde deel. Ik geef een voorproefje (blz.12):
|
Feit over leesonderwijs |
Mening over leesonderwijs |
|
Bij voortgezet technisch lezen in groep 4 en 5 gaat het erom dat de leerkracht instructie geeft in het vlot en met begrip lezen van meerlettergrepige woorden. |
In groep 4 tot en met acht moeten leerlingen vooral veel 'leeskilometers' maken. |
|
Kinderen moeten voor hun 9e jaar klaar zijn met het technisch leesproces (reading by nine). Dat betekent dat alle leerlingen eind groep 5 niveau AVI-E5 moeten halen (behalve 5% dyslectische kinderen). Van de kinderen die dit niet halen, blijft 95% moeite houden met lezen; 50% van deze kinderen krijgt gedragsproblemen. |
Het maakt niet zoveel uit wanneer kinderen het leesniveau van AVI-E5 halen, als ze dat niveau in groep 8 maar hebben bereikt. |
Na dergelijke uitspraken kun je niet anders meer dan het boekje verder lezen. Doe je het niet, dan loop je het gevaar om veel te missen.
Het tweede hoofdstuk schetst in het kort de inhoud van de drie eerder verschenen boekjes. Handig om de draad weer op te nemen. Het derde hoofdstuk is even kort als het vorige maar schetst heel duidelijk de acute problemen in het leesonderwijs die zich in veel scholen voordoen bij de overgang van het eerste naar het tweede leerjaar (groep 3 naar groep 4). Leerlingen halen een te laag leesniveau waardoor ze de teksten uit de methoden van het tweede leerjaar (groep 4) onvoldoende begrijpen. De oplossing ligt dan niet in het vertragen wel in het intensiveren van het leesproces.
Het vierde hoofdstuk gaat uitgebreid in op het voortgezet technisch lezen in het tweede en derde leerjaar (groepen 4 en 5). Meer bepaald bij enkele essentiële kenmerken. Deze hebben betrekking op de doelen, de methode, het klassenmanagement en de manier van toetsen. Dit alles wordt heel helder uitgewerkt. Zo leren we onder andere wat een goed programma voor het voortgezet technisch lezen inhoudt, maken we kennis met enkele leesvormen, krijgen we inzicht in de leerlijnen voor de mondelinge taalvaardigheid, het voortgezet technisch lezen, begrijpend luisteren, begrijpend en studerend lezen en woordenschat. Deze leerlijnen hebben betrekking op de leergebieden die voorwaarden zijn om te komen tot goed begrijpend lezen. Dit hoofdstuk bevat ook een toetskalender met een beschrijving van de gebruikte instrumenten. Verder staat het stil bij de effectieve aanpak van risicoleerlingen en gaat het heel concreet in op de waarde en noodzaak van convergente differentiatie. De auteurs breken in dit hoofdstuk samen met Kees Vernooy een lans voor het toepassen van het directe instructiemodel bij kinderen met leesproblemen. Tot slot staan ze stil bij het belang van protocollair werken, het klassenmanagement en het gebruik van de factor tijd.
In het vijfde hoofdstuk onderstrepen de auteurs het belang van het onderhouden van het technisch lezen vanaf het vierde leerjaar (groep 6). De zwakkere lezers hebben in die periode nog heel wat instructie op het vlak van het technisch lezen nodig om goede begrijpende lezers te worden.
In het zesde hoofdstuk tonen de auteurs aan hoe een en ander vorm kan krijgen in de praktijk. Het zevende hoofdstuk sluit daar nauw op aan en bespreekt de speciale situatie van de graadklassen (combinatieklassen). In het achtste hoofdstuk gaan ze dieper in op het belang en het verloop van een schoolverbeterplan voor taal en lezen De laatste twee hoofdstukken behandelen de rol van de directie, de leescoach en de ouders bij het voortgezet technisch lezen. Het boekje sluit af met enkele conclusies.
De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.
21:41 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit
| Tags: aanvankelijk lezen, begrijpend lezen, leesbegeleiding, leesbevordering, leesinstructie, leesstart, leesstrategieen, leesvormen, studerend lezen, taal, technisch lezen, voortgezet lezen, woordenschat, zorg |
|
2010.08.15
Kinderen met autisme leren lezen
| Auteur: | Hilde Cornelis & Ilse van Beversluys |
| Titel: | Aap, zee, koe - Kinderen met autisme leren lezen |
| Uitgeverij: | Epo |
| Plaats: | Berchem |
| Jaar: | 2009 (tweede druk) |
| Pagina's: | 80 |
| ISBN-13: | 978-90-6445-384-7 |
| Prijs: | € 25,- |
Aap, zee, koe is een leesmethode die ontstond vanuit de vaststelling dat bestaande leesmethodes niet altijd even geschikt zijn om kinderen met een autismespectrumstoornis te leren lezen. De problemen van deze kinderen situeren zich niet zozeer op het technisch vlak – want dat lukt hen meestal wel – maar meer op het inhoudelijke vlak. Ze lezen letters en woorden, maar doen niets met de boodschap erachter. Ze zien deze gewoon niet. Nog anders gezegd: het communicatieve aspect van het lezen ontgaat hen volkomen. Daarenboven zien ze niet dat ze het lezen ook buiten de klas kunnen gebruiken.
De auteurs maakten vanuit hun praktijkervaring in het revalidatiecentrum Sint-Lievenspoort te Gent een aangepaste leesmethode voor kinderen met een autismespectrumstoornis. Deze kreeg, rekening houdend met de kenmerken van deze kinderen, de volgende eigenschappen mee die veel te weinig of helemaal niet in de traditionele leesmethoden terug te vinden zijn:
- duidelijkheid en eenduidigheid;
- voorspelbaarheid;
- realisme;
- een visuele structuur.
Twee doelstellingen staan in deze methode centraal. Enerzijds wil ze de kinderen de functionaliteit van het lezen leren begrijpen en anderzijds legt ze de nadruk op de transfer van de leesvaardigheid naar andere, niet schoolse situaties.
In het eerste deel van het boek schetsen de auteurs het ontstaan van hun methode en staan ze stil bij haar inhoudelijke aspecten en aanpak. Tegelijk verantwoorden ze hun keuzes. Ze eindigen het eerste deel met een opsomming van de basislijnen van deze leesmethodiek, te weten:
- veel herhaling;
- een rechtlijnige aanpak;
- een sterke koppeling met de realiteit,
- veel aandacht voor de functionaliteit;
- een aansluiting bij de leefwereld van het kind;
- veel oog voor de moeilijkheden op het vlak van de transfer.
Het tweede deel van het boek bestaat uit de handleiding bij deze methodiek. Deze beschrijft zowel de aanpak van het technisch als van het begrijpend lezen. Zoals elke handleiding moet deze integraal en heel grondig doorgenomen worden.
In het derde en laatste deel doen de auteurs de structuur van de methode nog eens schematisch en volledig uit de doeken. Met verwijzingen naar de handleiding en de materialen op de bijgeleverde cd-rom.
Wie het boekje aandachtig doorneemt, merkt zeker op dat de auteurs heel goed nagedacht hebben over deze vernieuwende methodiek. Een methodiek die niet de pretentie heeft om de bestaande methodes te vervangen maar wel wil verrijken met een aanpak die meer geschikt is voor kinderen met een autismespectrumstoornis. Geen overbodige luxe nu er meer en meer kinderen met deze stoornis in het reguliere onderwijs gedetecteerd worden. Gezien de eigenschappen van deze methode en de eenduidigheid en gestructureerdheid van de voorgestelde instructie, kan men deze methodiek zeker ook gebruiken om andere kinderen die moeilijk tot lezen komen, te ondersteunen.
18:04 Gepost door Lieven Coppens in EPO | Permalink | Email dit
| Tags: ass, autisme, autismespectrum, begrijpend lezen, lezen, methodiek, taal, technisch lezen |
|
2008.07.06
Basisstructuur doorgaande leeslijn
Het Nederlandse CPS startte in 2007 met een reeks boekjes over de doorgaande leeslijn voor leerlingen van 3 tot 13 jaar. Omdat het duidelijk is dat een goede leesvaardigheid niet alleen de basis is voor succes op school maar ook voor het zich goed voelen in onze talige maatschappij. Deze reeks is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten. Het logo van de reeks is - zoals dat nu eenmaal gaat met logo's - niet lukraak gekozen. Centraal staat de bloem, die alle hoofdgebieden en aspecten van het leren lezen bij elkaar plaatst en met elkaar in verband brengt. De bloem is tegelijk het symbool voor de groei in het leesproces. De mondelinge taalvaardigheid is de aarde waarin de bloem geworteld is. De stengel staat symbool voor een goede start van het leren lezen. Het hart van de bloem is het aanvankelijk technisch lezen. De bloemblaadjes worden gevormd door het voortgezet technisch lezen, het begrijpend lezen, het studerend lezen, de leesbevordering en de leesvormen.
| Auteur: | Lidy Ahlers |
| Titel: | Basisstructuur Doorgaande leeslijn |
| Uitgeverij: | CPS |
| Plaats: | Amersfoort |
| Jaar: | 2007 |
| Pagina's: | 55 |
| ISBN-13: | 978-90-6508-559-7 |
| Prijs: | € 17,90 |
Het eerste deel, Basisstructuur Doorgaande leeslijn, geeft een aanzet voor de effectieve aanpak van risicoleerlingen. Deze aanzet wordt in de volgende delen van de reeks per leeftijdscategorie uitgediept.
Centraal in dit eerste deel staat het lezen, maar omdat mondelinge taal een voorwaarde is voor het leren lezen, komt deze ook aan bod bij de peuters, kleuters en leerlingen van het eerste leerjaar (groep 3). Omdat woordenschat een belangrijke voorwaarde is voor het begrijpend lezen, komt ze bij alle leeftijdscategorieën aan bod. De structuur van het boekje ziet er dan ook zo uit:
- hoofdstuk 1: peuters
- hoofdstuk 2: kleuters en de overgang van de derde kleuterklas (groep 2) naar het eerste leerjaar (groep 3)
- hoofdstuk 3: het eerste leerjaar (groep 3) en de overgang van het eerste naar het tweede leerjaar (groep 4)
- hoofdstuk 4: het tweede tot en met het vierde leerjaar (groep 6)
- hoofdstuk 5: het vijfde (groep 7) tot en met het zesde leerjaar (groep 8)
Per leeftijdscategorie besteedt men aandacht aan:
-
de leergebieden die aan bod komen (vb. spreken, luisteren, woordenschat, fonemisch bewustzijn, ...)
-
belangrijke methodeoverstijgende aspecten (vb. kwaliteit van het taalmilieu thuis, vaardigheden op het gebied van het fonemisch bewustzijn, ...)
-
doelen vanuit methoden of concepten (vb. mondelinge communicatie, beginnende geletterdheid, ...)
-
tussendoelen vanuit methoden of concepten (vb. gespreksvaardigheid, verhalen vertellen, reflectie op gesproken taal, ...)
-
methoden en materialen
-
toetsinstrumenten (overwegend Cito-toetsen) en toetsmomenten
-
normering voor de risicoleerlingen (vanaf wanneer is een leerling een risicoleerling?)
-
de effectieve aanpak van risicoleerlingen
-
wat er effectief werkt voor risicoleerlingen
Zoals gezegd is dit eerste deel slechts een aanzet die verder wordt uitgewerkt in de volgende delen. Toch is deze geschetste basisstructuur een zeer waardevol instrument voor wie een schoolbeleid rond leren lezen en risicoleerlingen wil opzetten.
De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.
19:30 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Email dit
| Tags: begrijpend lezen, studerend lezen, leesinstructie, leesbegeleiding, technisch lezen, aanvankelijk lezen, voortgezet lezen, leesstart, leesvormen, leesbevordering, woordenschat, zorg, taal |
|










