2009.07.17
Tussendoelen beginnende geletterdheid
| Auteur: | Ludo Verhoeven & Cor Aarnoutse (red.) |
| Titel: | Tussendoelen beginnende geletterdheid. Een leerlijn voor groep 1 tot en met 3. |
| Uitgeverij: | Expertisecentrum Nederlands |
| Plaats: | Nijmegen |
| Jaar: | 2006 (achtste druk) |
| Pagina's: | 104 |
| ISBN-13: | 978-90-77529-04-1 |
| Prijs: | Boek: € 18,- Cd-rom: € 22,- |
Het Vlaamse kleuteronderwijs heeft welgeteld vier ontwikkelingsdoelen voor het domein Nederlands, 'Lezen'. Het zijn de volgende:
De kleuters ...
- kunnen aan de hand van visueel materiaal een boodschap herscheppen;
- kunnen door symbolen voorgestelde boodschappen in verband met concrete activiteiten begrijpen;
- kunnen op materialen, in boeken, op uitgangsborden lettertekens onderscheiden van andere tekens;
- zijn bereid spontaan en zelfstandig voor hen bestemde boeken en andere informatiebronnen in te kijken;
Deze worden in de leerplannen Nederlands van de onderscheiden Vlaamse onderwijsnetten eerder sum-mier overgenomen en verduidelijkt.
Een meer dan interessante aanvulling daarop zijn de Tussendoelen beginnende geletterdheid uit Nederland. Deze tussendoelen zijn bedoeld voor de groepen 1 tot en met 3 (de Vlaamse 2e en 3e kleuterklas en het eerste leerjaar).
Na een kort voorwoord wordt in het eerste hoofdstuk duidelijk gemaakt wat het doel is van dit boek, wat tussendoelen en een leerlijn zijn, welke gebruiksmogelijkheden deze leerlijn heeft en op welke uitgangspunten ze berust. Met andere woorden: het eerste hoofdstuk bevat het kader waartegen alle andere hoofdstukken van dit boek moeten geplaatst worden. Het geeft ook een eenduidige uitleg aan de gebruikte begrippen.
Het tweede hoofdstuk beschrijft de fase van de ontluikende geletterdheid. Deze situeert zich in Nederland in de voorschoolse periode, in Vlaanderen rond het einde van de eerste kleuterklas. De auteurs benadrukken hier het belang van de ervaringen die kinderen in deze periode opdoen in verband met het latere leren lezen en schrijven. Stimulering door de ouders, de aanwezigheid van boeken en van schrijfmaterialen zijn hierin zeer belangrijk. Maar de auteurs zien het ook ruimer, binnen de gehele taalontwikkeling: ook de mondelinge taalvaardigheid is zeer belangrijk. In dit hoofdstuk breken de schrijvers nadrukkelijk een lans voor het voorlezen.
Het derde en meest uitgebreide hoofdstuk bespreekt de tien Tussendoelen beginnende geletterdheid. Deze worden uitvoerig besproken en geïllustreerd met praktijkvoorbeelden. Hierdoor is alles voor de lezer zeer snel duidelijk. Elk tussendoel krijgt een eigen 'leerlijn' mee. Aan het eind van de bespreking van elk tussendoel wordt deze leerlijn in een kadertje samengevat. De tien tussendoelen zijn:
- boekoriëntatie;
- verhaalbegrip;
- functies van geschreven taal;
- relatie tussen gesproken en geschreven taal;
- taalbewustzijn;
- alfabetisch principe;
- functioneel 'schrijven' en 'lezen';
- technisch lezen en schrijven, start;
- technisch lezen en schrijven, vervolg;
- begrijpend lezen en schrijven.
In het vierde en laatste hoofdstuk wordt er bekeken op welke manier men de ontwikkeling van de beginnende geletterdheid kan stimuleren. De auteurs staan stil bij het scheppen van een geletterde leeromgeving en de mogelijke organisatievormen. Verder leggen ze ook het verband tussen de beginnende geletterdheid en de zorgverbreding en staan ze expliciet stil bij leerlingen met een vertraagde taalontwikkeling en bij de beginnende geletterdheid bij meertalige kinderen.
Bij deze uitgave hoort ook een Cd-rom die een echte meerwaarde biedt. Deze bevat extra informatie over de tussendoelen en illustratieve filmpjes bij elke fase van de 'leerlijnen' van de verschillende tussendoelen. Hierdoor komt de inhoud tot leven. Een afzonderlijke verklarende begrippenlijst zorgt er voor dat er geen verkeerde interpretatie kan zijn van de inhoud van de tussendoelen. Voor scholen die aan de slag willen gaan zijn er een aantal instrumenten op de Cd-rom die hen moeten helpen om het taal-, lees- en schrijfonderwijs een nieuwe vorm te geven.
Een sterk inspirerend werk.
22:04 Gepost door Lieven Coppens in Expertisecentrum Nederlands | Permalink | Email dit
| Tags: lezen, spelling, taal, lager onderwijs, kleuteronderwijs, didactiek, basisonderwijs, geletterdheid, beginnende geletterdheid, tussendoelen |
|
Tussendoelen gevorderde geletterdheid
| Auteur: | Cor Aarnoutse & Ludo Verhoeven (red.) |
| Titel: | Tussendoelen gevorderde geletterdheid. Leerlijnen voor groep 4 tot en met 8. |
| Uitgeverij: | Expertisecentrum Nederlands |
| Plaats: | Nijmegen |
| Jaar: | 2003 (derde gewijzigde druk) |
| Pagina's: | 208 |
| ISBN-13: | 978-90-77529-02-7 |
| Prijs: | Boek: € 37,50 Cd-rom: € 25,- |
Zoals iedereen meteen door heeft, sluit dit boek naadloos aan op de Tussendoelen beginnende geletterdheid. Gevorderde geletterdheid, ook wel functionele geletterdheid genoemd, is de derde fase van wat geletterdheid inhoudt. Ze omvat de volgende deelcomponenten:
- betrokkenheid: lees- en schrijfmotivatie;
- (de)codeervaardigheid: technisch lezen en spellen;
- tekstvaardigheid: technisch lezen en spellen;
- strategische vaardigheid: informatieverwerving en kennisverwerving;
- leeswoordenschat;
- reflectie: functies en structuur van geschreven taal.
Deze deelcomponenten, die trouwens ook op een andere manier terug te vinden zijn in het Vlaamse leerplan, vormen de basis voor de verschillende leerlijnen uit dit boek.
Na een kort voorwoord wordt in het eerste hoofdstuk duidelijk gemaakt wat het doel is van dit boek, wat tussendoelen en leerlijnen zijn, welke gebruiksmogelijkheden deze leerlijnen hebben en op welke uitgangspunten ze berusten. Het enige opvallende verschil met het eerste hoofdstuk uit de Tussendoelen beginnende geletterdheid is de paragraaf over de balans tussen het leerling- en leerkrachtgestuurde leren. Het Expertisecentrum Nederlands neemt een duidelijk standpunt in:
Leerlingen zijn geen passieve ontvangers van informatie, maar bouwen hun eigen kennis op en ontwikkelen zelf strategieën. In een rijke, betekenisvolle leeromgeving gaan ze samen met leeftijdsgenoten op weg om hun wereld te ontdekken en te veroveren.
Onderwijzen is in deze visie op leren niet primair het overdragen van informatie, maar bestaat veel meer uit het creëren van zinvolle leersituaties en uit het begeleiden en sturen van leerlingen op hun ontdekkingstocht. Dit laatste betekent overigens niet dat er geen plaats is voor instructie, uitleg, voordoen en controle van de leerkracht.
De vraag of taalonderwijs leerling- of leerkrachtgestuurd moet zijn, veronderstelt dat of de leerling of de leraar bepalend is bij het leren van taal. In de visie van het Expertisecentrum Nederlands zijn de leerling en de leraar van even groot belang en is er sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid. In een en dezelfde les kan de ene keer de leraar en de andere keer de leerling het initiatief nemen. We moeten voorkomen dat de leraar de enige initiatiefnemer is en voortdurend aan het woord is (blz.21).
Het tweede hoofdstuk zet, op basis van de deelcomponenten, de leerlijnen voor de gevorderde geletterdheid uit. Het zijn de volgende:
- leerlijn 1: lees- en schrijfmotivatie;
- leerlijn 2: technisch lezen;
- leerlijn 3: spellen;
- leerlijn 4: begrijpend lezen;
- leerlijn 5: strategisch schrijven;
- leerlijn 6: informatieverwerving;
- leerlijn 7: leeswoordenschat;
- leerlijn 8: reflectie op geschreven taal.
Tegelijk geeft het een concreet model aan voor de didactiek van de gevorderde geletterdheid.
In het derde hoofdstuk worden de leerlijnen vertaald naar tussendoelen, waarbij de auteurs een onderscheid maken tussen de tussendoelen voor de middenbouw (3e en 4e leerjaar) en deze voor de bovenbouw (5e en 6e leerjaar). De tussendoelen op zich blijven gelijk, de invulling is anders:
- lees- en schrijfmotivatie;
- technisch lezen;
- spelling en interpunctie;
- begrijpend lezen;
- strategisch schrijven;
- informatieverwerving;
- leeswoordenschat;
- reflectie op geschreven taal.
Elk tussendoel wordt zeer uitgebreid besproken. Daarbij is er nadrukkelijk aandacht voor de praktijk met suggesties naar mogelijke technieken, tips om leerlingen te stimuleren, mogelijkheden tot zelfcorrectie en nog veel meer. In alles is de wetenschappelijke onderbouw nadrukkelijk aanwezig.
Tot slot staat het vierde hoofdstuk stil bij omstandigheden die de ontwikkeling van de gevorderde geletterdheid kunnen stimuleren.
Ook bij dit boek hoort een Cd-rom die de inhoud nog meer verduidelijkt en tot leven brengt. Hij bevat 50 filmopnames van een goede praktijk, achtergrondinformatie bij de tussendoelen en een strategie om de Tussendoelen gevorderde geletterdheid op school in te voeren. Een aantal instrumenten voor inventarisatie & actie en controlelijsten voor leerkrachten en leerlingen kunnen daarbij aangewend worden. Een begrippenlijst zorgt er voor dat men over hetzelfde blijft spreken.
Een noodzakelijke aanvulling voor de didactische bibliotheek van elke school.
21:38 Gepost door Lieven Coppens in Expertisecentrum Nederlands | Permalink | Email dit
| Tags: lezen, spelling, taal, lager onderwijs, didactiek, basisonderwijs, geletterdheid, tussendoelen, gevorderde geletterdheid |
|









