2016.09.11

Knappe Kleuters

Auteur: Fanny Cattenstart, Baukje van Dijk, Marieke Groenewold, Marian Habermehl & Lilian van der Poel (Expertgroep ontwikkelingsvoorsprong)
Titel: Knappe Kleuters
Signaleringsinstrument ontwikkelingsvoorsprong
Uitgeverij: Schoolsupport
Plaats: Utrecht
Jaar: 2014
Pagina's: 144
ISBN-13: -
Prijs: € 149,50

knappe kleuters - signaleringsinstrument ontwikkelingsvoorsprongHoewel in 2014 al uitgegeven, was dit instrument om een ontwikkelingsvoorsprong bij jonge kinderen vroegtijdig op te sporen, toch aan mijn aandacht ontsnapt. Gelukkig was er iemand zo alert om mij hierop te wijzen. Het leek me dan ook meer dan gepast om deze map te bespreken bij het begin van het schooljaar. Vooral een paragraaf uit het theoretische gedeelte zette me hiertoe aan. Ik citeer:

Aan het begin van de basisschool zal een kind zich meestal snel aanpassen aan de groep. Op het eerste gezicht lijkt dit positief. Het kind doet immers netjes mee met de geldende regels en routines. Maar aanpassing waarbij het kind niet meer laat zien wie het zelf is en wat het zelf kan leidt tot een ongezonde situatie. Zo kunnen er problemen ontstaan doordat het kind zich verveelt. Hij bedenkt bijvoorbeeld allerlei spelletjes tijdens kringactiviteiten en verstoort daarmee de les. De negatieve reacties die hij keer op keer krijgt, ontnemen hem alle motivatie om nog mee te doen met de groep.

Dit sluit aan bij mijn persoonlijke overtuiging dat we gelijke onderwijskansen nog te vaak verengen tot de doelgroepen kansarme leerlingen, leerlingen met een mentale beperking, anderstalige nieuwkomers en dergelijke. Nochtans staat bij het gelijke kansenbeleid voorop dat we alle kinderen de kans moeten geven om zich te ontwikkelen volgens hun mogelijkheden. Dus ook de kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong. Het is dan ook heel belangrijk om hen vanuit een preventief en proactief standpunt zo snel mogelijk op te sporen.

En dan begin je deze map te bestuderen en krijg je ineens, zomaar uit nergens, zin om de inhoud ervan in een formule te gieten. En dan kom je na lang wikken en wegen tot het volgende:

formule

De theoretische achtergrond is deze van het model van hoogbegaafdheid van Renzulli en Mönks enerzijds en de visie van Kooijman en Kieboom anderzijds die beiden een model hanteren waarbij de zijnskenmerken van een persoon de belangrijkste factoren zijn die bepalen of iemand hoogbegaafd is. Daarbij is het heel belangrijk om de nuancering die de auteurs maken extra te benadrukken:

Aangezien dit signaleringsinstrument over kleuters gaat, spreken we van het signaleren van een ontwikkelingsvoorsprong. Voor het signaleren is het niet direct van belang of deze kinderen later wel of niet hoogbegaafd blijken te zijn. In de praktijk zien we echter vaak dat dit wel degelijk het geval is.

Het gaat de auteurs dus louter over het opsporen, niet om het voorspellen. Het instrument is bedoeld om de kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong de extra zorg en uitdaging te geven die ze verdienen. De extra aandacht die de auteurs geven aan het onderpresteren, ook bij kleuters, maakt het geheel tot een zeer waardevol instrument.

Net zoals bij andere instrumenten, hebben de auteurs keuzes moeten maken. Sommigen zullen hierover enthousiast zijn, anderen wat minder. Toch staat het boven kijf dat deze keuzes weloverwogen zijn gemaakt om tot een coherent instrument te komen. En dat is hen enorm goed gelukt. Het bestaat uit:

  • Een uitgebreide intakeprocedure waarin er heel veel aandacht is voor de anamneselijst die door de ouders werd ingevuld;
  • Een langere observatieperiode van de gesignaleerde kinderen waarbij ook de ouders betrokken worden;
  • Een voortdurend vergelijken van de gesignaleerde leerling met de andere leerlingen in de eigen groep en het voortdurend terugkoppelen naar het leerlingvolgsysteem en de verschillende leerlijnen zoals die zijn uitgeschreven door de Nederlandse Marcel Schmeier (onderwijsadviseur taal en rekenen met een ruime ervaring als leerkracht en intern begeleider in het speciaal en regulier basisonderwijs), de man achter het boek Expliciete Directe Instructie dat we eerder op deze boekenblog bespraken.

Alle materialen die men hiervoor nodig heeft, worden in de bijlagen meegeleverd.

Tot slot wil ik nog stilstaan bij het uitstekende verdiepingshoofdstuk uit deze map dat uit de volgende rubrieken bestaat:

  • Comfortzone en zone van de naaste ontwikkeling;
  • Mindset;
  • Delphi model van Kooijman;
  • Model van Tessa Kieboom;
  • De Executieve Functies;
  • Profielen van hoogbegaafdheid;
  • Onderpresteren;
  • Taxonomie van Bloom.

Al deze rubrieken hebben een lage leesdrempel: de theorie wordt zeer concreet en herkenbaar aangebracht.

Kortom. Een instrument dat heel veel aandacht verdient.

afdrukken

20:33 Gepost door Lieven Coppens in Schoolsupport | Permalink | Tags: diagnostiek, intelligentie, kleuteronderwijs, ontwikkelingsvoorsprong, preventie, hoogbegaafd, onderpresteren, zorg | |

2012.11.11

Meer zorg voor kleuters via spelbegeleiding

Auteur: Miet Fournier
Titel: Meer zorg voor kleuters
Via spelbegeleiding
Uitgeverij: LannooCampus
Plaats: Leuven
Jaar: 2012
Pagina's: 176
ISBN-13: 9789401400374
Prijs: € 19,99

meer zorg voor kleuters - via spelbegeleidingSpelen. Niets lijkt eenvoudiger. Toch is het niet voor ieder kind evident om uit zichzelf tot spelen te komen. Het wordt nog erger als je daar een weinig tot spel stimulerende prestatiemaatschappij aan toevoegt. Dit terwijl spel de grootste troef is van kinderen om tot leren te komen. De kleuterschool maakt daar gretig gebruik van: het spelend leren is daar één van de grootste krachten. Kinderen die niet uit zichzelf tot spelen komen, missen dus heel veel leerkansen. Ze missen immers het spel als middel tot leren. Voor Miet Fournier is het dan ook duidelijk: voor deze kinderen moet het leren spelen een doel worden. Rond deze gedachte is haar boek volledig opgebouwd.

In het eerste deel van het boek schetst de auteur haar visie op spel. Ze doet dat aan de hand van verschillende hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk schetst ze de theoretische kaders van waaruit ze vertrekt. Naast het al gekende handelingsgerichte werken komt daar ook het tweerichtingsverkeer van Pnina Kleins MISC-model bij. Dit model richt zich immers zowel op het kind als op de opvoeder. MISC kan in die zin zowel staan voor More Intelligent and Sensitive Children (Meer Intelligente en Gevoelige Kinderen) als voor Mediational Intervention for Sensitizing Caregivers (Mediërende Tussenkomst om Opvoeders te Sensibiliseren). Pnina Klein geeft expliciet aan dat dit geen programma of therapeutische interventie is. Het is een manier om met jonge kinderen om te gaan. Om de betekenis van het boek van Miet Fournier te begrijpen, raad ik dan ook iedereen aan om de volgende basistekst over het werk van Pnina Klein eerst door te nemen: http://www.cesmoo.be/docs/basistekst__misc_200905.pdf. In de volgende hoofdstukken van dit eerste deel ontwikkelt de auteur haar visie op spel en schetst ze de spelontwikkeling van het kind. Dit eerste deel sluit ze af met haar ideeën over het ontwikkelen van een spelvriendelijke omgeving.

In het tweede deel staat de spelbegeleiding centraal. Vanuit het handelingsgericht werken gaat men eerst op een systematische wijze op zoek naar de onderwijsbehoeften van het kind en de ondersteuningsbehoeften van de leer-kracht. Er worden doelen geformuleerd en een begeleidingsplan opgesteld. Dit begeleidingsplan wordt uitgevoerd en geëvalueerd. Dit alles legt Miet Fournier concreet uit in het eerste hoofdstuk van het tweede deel. Hoe je die extra spelbegeleiding realiseert en je er de ouders bij betrekt, is het onderwerp van de volgende hoofdstukken. Alles wordt heel duidelijk in het achtste hoofdstuk dat ingenomen wordt door een praktijkvoorbeeld. De laatste hoofdstukken van het boek zijn eerder aanvullend: ze gaan kort in op het spel als middel en andere vormen van spelbegeleiding. Het boek sluit af met een achttal bijlagen.

Meer zorg voor kleuters is een boek dat heel wat kleuterleidsters enorm zal inspireren.

afdrukken

16:38 Gepost door Lieven Coppens in LannooCampus | Permalink | Tags: kleuters, mediatie, ouders, peuters, spelbegeleiding, spelen, spelontwikkeling, zorg, zorgbeleid | |

2012.02.25

Voorbij de vraagtekens?!

Auteur: Elisabeth De Schauwer, Caroline Vandekinderen & Inge Van de Putte
Titel: Voorbij de vraagtekens?!
Perspectief van leraren op inclusief onderwijs
Uitgeverij: Garant
Plaats: Antwerpen/Apeldoorn
Jaar: 2011
Pagina's (handleiding + cd-rom): 130
ISBN-13 (set): 9789044122381
Prijs (set): € 17,10

voorbij de vraagtekens - perspectief van leraren op inclusief onderwijsDe afgelopen maanden is de inclusiegedachte in Vlaanderen sterk op de voorgrond getreden. Het afblazen van het leerzorgkader en de beleidsnota betreffende de dringende maatregelen voor kinderen met specifieke onderwijsnoden – en zeker ook de bedenkingen die daarbij werden geformuleerd – zijn daar niet vreemd aan. Alsof ze dit wisten hebben de auteurs een profetisch boek geschreven. Hiervoor gingen ze op zoek naar voorbeelden van gelukte inclusie in de onderwijspraktijk. Om die grondig te analyseren en daaruit passende besluiten te trekken. Het werd een interessant boek dat de voor- en tegenstanders –want die zijn er ook – van inclusief onderwijs zeker niet onberoerd zal laten. De moeite waard om met een open geest te lezen.

In het eerste deel komen zeventien leerkrachten uit het kleuter-, lager en secundair onderwijs aan het woord die inclusie hebben zien en/of doen werken. Ze werden op een systematische manier geïnterviewd waardoor de auteurs op zoek konden gaan naar gelijkenissen en verschillen in de verhalen. Dit stelde hen in staat om enkele concrete besluiten te formuleren.

In het tweede deel van het boek spinnen de auteurs de rode draad die doorheen de zeventien verhalen loopt. De antwoorden die ze hierbij vinden nestelen zich rond de volgende thema’s:

  • Hoe verloopt de keuze voor een kind met een beperking?
  • Wat doet men met de onzekerheid die deze keuze met zich meebrengt?
  • Wat is het belang en het gevolg van inclusie?
  • Hoe zit het met de sociale relaties binnen de klas?
  • Hoe zit het met de communicatie en de werking van het team?

In het derde en laatste deel sommen de auteurs de leerpunten op die uit de verschillende interviews naar voren kwamen. Bij elk punt staan ze even stil. De conclusies zijn vaak even verrassend als vanzelfsprekend. Hoe dit samengaat, lees je beter zelf.

afdrukken

19:13 Gepost door Lieven Coppens in Garant | Permalink | Tags: inclusie, inclusief onderwijs, kleuteronderwijs, lager onderwijs, onderwijskansen, secundair onderwijs, zorg | |

2011.06.25

Begrijpend lezen

Auteur: Lidy Ahlers & Karin van de Mortel
Titel: Begrijpend lezen. Een doorgaande lijn van groep 1 tot en met 8
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2009
Pagina's: 104
ISBN-13: 978-90-6508-617-4
Prijs: € 21,90

Begrijpend lezen - Een doorgaande lijn van groep 1 tot en met 8.pngBegrijpend lezen. Een doorgaande lijn van groep 1 tot en met 8 is het vijfde deel uit de reeks Doorgaande leeslijn 3-13 jarigen van het Nederlandse CPS. Het is ook nu weer gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten. Dit boekje moest deze reeks vervolledigen. Aangezien het doel van lezen altijd informatieoverdracht is. Of zoals de Nederlandse hoogleraar Frits de Lange het ooit liet optekenen:

Goed kunnen lezen vereist de bereidheid
om eindeloos te willen interpreteren.

In het eerste hoofdstuk zetten de auteurs enkele feiten en meningen over leesonderwijs tegenover elkaar. Dit deden ze ook in het tweede, derde en vierde deel. Ik geef een voorproefje (blz.12&13):

Feit over begrijpend-leesonderwijs

Mening over begrijpend-leesonderwijs

Begrijpend lezen is een complex vakgebied, waarbij het modelgedrag van de leerkracht, het directe instructiemodel, een kwalitatief goede instructie en metacognitie een belangrijke rol spelen.

Bij begrijpend lezen gaat het vooral om een tekst met vragen.

De leerkracht moet regelmatig kort instructie geven over begrijpend-leesstrategieën (Willingham, 2006/2007), met of zonder methode, en laat kinderen de strategieën vaak toepassen op verschillende soorten teksten.

Hoe vaak kinderen met begrijpend lezen bezig zijn, hangt af van de methode.

Net als bij aanvankelijk en voortgezet technisch lezen, is ook bij begrijpend lezen een goede instructie van de leerkracht cruciaal.

Een les begrijpend lezen is goed als de leerkracht de tekst voorleest, de vragen even doorneemt met de kinderen en hen vervolgens zelfstandig de vragen laat maken.

Stof tot nadenken dus.

In het tweede hoofdstuk geven de auteurs in het kort de inhoud van de vorige boekjes uit de reeks weer. Dit is nodig om dit deel over begrijpend lezen goed te begrijpen.

De verschillende leergebieden van het begrijpend lezen zijn aan de orde in het derde hoofdstuk. Het zijn de volgende:

  • begrijpend luisteren;
  • begrijpend lezen;
  • studerend lezen, als onderdeel van begrijpend lezen.

De leerlijn voor begrijpend luisteren begint al in de tweede kleuterklas (groep 1) en loopt door tot in het zesde leerjaar (groep 8). Begrijpend luisteren moet je zien als een voorwaarde voor begrijpend lezen. Of zoals de auteurs het stellen (blz.23):

Begrijpend luisteren is een voorwaarde voor begrijpend lezen. Onderwijs in begrijpend luisteren kunnen we dan ook zien als een vorm van pre-teaching voor begrijpend lezen.

Voorwaarden voor het begrijpend luisteren zijn de woordenschat en de achtergrondkennis van het kind. Hierin ligt een belangrijke taak voor de kleuterschool: zij moet de woordenschat van de aan haar toevertrouwde kleuters uitbreiden en er voor zorgen dat zij met voldoende achtergrondkennis (of zeggen we beter voorkennis?) aan het begrijpend lezen beginnen. Dit begrijpend luisteren is een van de voorwaarden voor het begrijpend lezen. De andere voorwaarden zijn:

  • technisch lezen;
  • woordenschat en kennis van de wereld;
  • kennis van teksten;
  • leesstrategieën;
  • leesplezier en leesmotivatie;
  • mondelinge taal (spreken en luisteren).

De leerlijn voor dit begrijpend lezen start voor de leerlingen in het tweede leerjaar (groep 4) en loopt door tot in het zesde leerjaar (groep 8). Het studerend lezen is een onderdeel van het begrijpend lezen, dat uit drie aparte vaardigheden is opgebouwd:

  • het begrijpen van de tekst;
  • het onthouden van de tekst;
  • het reproduceren van de juiste informatie uit de tekst.

Deze leerlijn is vooral aanwezig in het vijfde en zesde leerjaar (groepen 7 & 8). Belangrijk in dit derde hoofdstuk zijn zeker ook de verwijzingen naar de Nederlandse Tussendoelen beginnende geletterdheid, de stukjes over het belang van een goed aanbod onder de vorm van methodes, leesactiviteiten en leerlijnen en de stukken over de diagnostiek van de drie verschillende vaardigheden van het begrijpend lezen, de differentiatie en de instructie aan kinderen met problemen.

In de hoofdstukken vier en vijf kun je een aantal praktijkvoorbeelden bestuderen. In hoofdstuk vier brengen de auteurs de noodzakelijke leerkrachtvaardigheden onder de aandacht, in hoofdstuk vijf beschrijven ze een pilootproject in verband met begrijpend lezen.

In de hoofdstukken zes tot en met negen bespreken de auteurs de organisatie van het begrijpend-leesonderwijs. Ze staan onder andere stil bij de rol van de ouders.

In het tiende en laatste hoofdstuk zetten ze de conclusies van dit boek nog eens netjes op een rijtje.

Een aanrader voor iedereen die zich verdiept in het onderwijs van het begrijpend lezen.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

20:57 Gepost door Lieven Coppens in CPS | Permalink | Tags: begrijpend lezen, begrijpend luisteren, leesstrategieen, metacognitie, studerend lezen, taal, woordenschat, zorg | |

2011.06.19

Voortgezet technisch lezen

Auteur: Lidy Ahlers & Ed Koekebacker
Titel: Voortgezet technisch lezen. Omgaan met verschillen ter voorkoming van leesproblemen
Uitgeverij: CPS
Plaats: Amersfoort
Jaar: 2009
Pagina's: 122
ISBN-13: 978-90-6508-601-3
Prijs: € 21,50

voortgezet technisch lezen - omgaan met verschillen ter voorkoming van leesproblemenDit is het vierde deel uit de reeks Doorgaande leeslijn 3-13 jarigen. Het Nederlandse CPS startte in 2007 met deze reeks omdat het duidelijk was (en is) dat een goede leesvaardigheid niet alleen de basis is voor succes op school maar ook voor het zich goed voelen in onze talige maatschappij. Deze reeks is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten. We kunnen deze reeks dan ook alleen maar warm aanbevelen. Eerder verschenen al deze delen:

In het eerste hoofdstuk zetten de auteurs enkele feiten en meningen over leesonderwijs tegenover elkaar. Dit deden ze ook in het tweede en het derde deel. Ik geef een voorproefje (blz.12):

Feit over leesonderwijs

Mening over leesonderwijs

Bij voortgezet technisch lezen in groep 4 en 5 gaat het erom dat de leerkracht instructie geeft in het vlot en met begrip lezen van meerlettergrepige woorden.

In groep 4 tot en met acht moeten leerlingen vooral veel 'leeskilometers' maken.

Kinderen moeten voor hun 9e jaar klaar zijn met het technisch leesproces (reading by nine). Dat betekent dat alle leerlingen eind groep 5 niveau AVI-E5 moeten halen (behalve 5% dyslectische kinderen). Van de kinderen die dit niet halen, blijft 95% moeite houden met lezen; 50% van deze kinderen krijgt gedragsproblemen.

Het maakt niet zoveel uit wanneer kinderen het leesniveau van AVI-E5 halen, als ze dat niveau in groep 8 maar hebben bereikt.

Na dergelijke uitspraken kun je niet anders meer dan het boekje verder lezen. Doe je het niet, dan loop je het gevaar om veel te missen.

Het tweede hoofdstuk schetst in het kort de inhoud van de drie eerder verschenen boekjes. Handig om de draad weer op te nemen. Het derde hoofdstuk is even kort als het vorige maar schetst heel duidelijk de acute problemen in het leesonderwijs die zich in veel scholen voordoen bij de overgang van het eerste naar het tweede leerjaar (groep 3 naar groep 4). Leerlingen halen een te laag leesniveau waardoor ze de teksten uit de methoden van het tweede leerjaar (groep 4) onvoldoende begrijpen. De oplossing ligt dan niet in het vertragen wel in het intensiveren van het leesproces.

Het vierde hoofdstuk gaat uitgebreid in op het voortgezet technisch lezen in het tweede en derde leerjaar (groepen 4 en 5). Meer bepaald bij enkele essentiële kenmerken. Deze hebben betrekking op de doelen, de methode, het klassenmanagement en de manier van toetsen. Dit alles wordt heel helder uitgewerkt. Zo leren we onder andere wat een goed programma voor het voortgezet technisch lezen inhoudt, maken we kennis met enkele leesvormen, krijgen we inzicht in de leerlijnen voor de mondelinge taalvaardigheid, het voortgezet technisch lezen, begrijpend luisteren, begrijpend en studerend lezen en woordenschat. Deze leerlijnen hebben betrekking op de leergebieden die voorwaarden zijn om te komen tot goed begrijpend lezen. Dit hoofdstuk bevat ook een toetskalender met een beschrijving van de gebruikte instrumenten. Verder staat het stil bij de effectieve aanpak van risicoleerlingen en gaat het heel concreet in op de waarde en noodzaak van convergente differentiatie. De auteurs breken in dit hoofdstuk samen met Kees Vernooy een lans voor het toepassen van het directe instructiemodel bij kinderen met leesproblemen. Tot slot staan ze stil bij het belang van protocollair werken, het klassenmanagement en het gebruik van de factor tijd.

In het vijfde hoofdstuk onderstrepen de auteurs het belang van het onderhouden van het technisch lezen vanaf het vierde leerjaar (groep 6). De zwakkere lezers hebben in die periode nog heel wat instructie op het vlak van het technisch lezen nodig om goede begrijpende lezers te worden.

In het zesde hoofdstuk tonen de auteurs aan hoe een en ander vorm kan krijgen in de praktijk. Het zevende hoofdstuk sluit daar nauw op aan en bespreekt de speciale situatie van de graadklassen (combinatieklassen). In het achtste hoofdstuk gaan ze dieper in op het belang en het verloop van een schoolverbeterplan voor taal en lezen De laatste twee hoofdstukken behandelen de rol van de directie, de leescoach en de ouders bij het voortgezet technisch lezen. Het boekje sluit af met enkele conclusies.

De boeken van uitgeverij CPS worden in België verdeeld door uitgeverij Abimo.

afdrukken

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende