2009.05.22

Het didactische werkvormenboek

Auteur: Piet Hoogeveen en Jos Windels
Titel: Het didactische werkvormenboek. Variatie en differentiatie in de praktijk.
Uitgeverij: Koninklijke Van Gorcum
Plaats: Assen
Jaar: 2008 (achtste druk)
Pagina's: 224
ISBN-13: 978-90-232-4067-9
Prijs: € 32,50

het didactische werkvormenboekGoed gekozen werkvormen helpen de zorg in de klas organiseren. Zij sluiten immers aan bij de inhoud van de les en doen ook recht aan de verschillen tussen de leerlingen. Dat is het uitgangspunt van dit boek. De auteurs brachten de diversiteit aan werkvormen samen. Ze beperkten zich daarbij niet tot een loutere opsomming maar droegen er tegelijk zorg voor dat het verband met de theorie zichtbaar bleef. Hierdoor vervult het boek een dubbele functie. Enerzijds is het een leerboek voor studenten in de diverse lerarenopleidingen, anderzijds is het een verfrissend naslagwerk voor leerkrachten die (al geruime tijd) in de praktijk staan.

In het eerste deel van het boek worden theorie en achtergrond uit de doeken gedaan. De auteurs bakenen het begrip didactische werkvormen nauwgezet af en leggen het verband met het pedagogische handelen (lees: opvoeding en doorgeven van waarden) en het didactisch handelen (lees: onderwijzen). Ze geven een woord uitleg bij het gebruik van groeperingvormen en de inzet van verschillende media. Verder staan ze iets uitgebreider stil bij de activerende didactiek, die zijn grondslag vindt in het constructivisme. Deze theorie houdt in dat de leerling zelf verantwoordelijk is voor zijn leerproces. Hij moet immers de eigen kennis opbouwen door nieuwe informatie te integreren in de kennis die hij al beheerst. Tot slot van het eerste deel wordt de keuze en het gebruik van didactische werkvormen besproken waarbij de keuze in functie van de beoogde lesdoelen of in functie van de verschillende lesfasen extra aandacht krijgt.

Het tweede deel staat helemaal in het teken van de verschillende werkvormen. Deze werden in de volgende categorieën ondergebracht:

  • instructievormen
  • interactievormen
  • opdrachtvormen
  • samenwerkingsvormen
  • spelvormen

Alle werkvormen worden beschreven aan de hand van acht kenmerken:

  • groepsgrootte
  • tijdsduur
  • docenttijd
  • hulpmiddelen
  • uitvoering
  • leerlingactiviteit
  • sterke kanten
  • zwakke kanten

Het boek sluit af met een zeer handige alfabetische lijst van de beschreven werkvormen. Bij elke werkvorm staat duidelijk aangegeven waarvoor deze geschikt is.

afdrukken

17:00 Gepost door Lieven Coppens in Van Gorcum | Permalink | Tags: didactiek, differentiatie, werkvormen | |

Dyscalculie in discussie

Auteur: Maarten Dolk & Mieke van Groenestijn (red.)
Titel: Dyscalculie in discussie
Uitgeverij: Koninklijke Van Gorcum
Plaats: Assen
Jaar: 2008 (tweede druk)
Pagina's: 84
ISBN-13: 978-90-232-4248-2
Prijs: € 15,-

dyscalculie in discussieDit boekje bevat een verzameling van artikels die geschreven werden door leden van een expertgroep die gevormd werd door de Nederlandse Vereniging tot Ontwikkeling van het Reken/Wiskunde Onderwijs (NVORWO). Alle auteurs belichten vanuit hun perspectief een aspect van dyscalculie. In zijn geheel biedt het boekje een vrij volledig overzicht van de huidige kennis over dyscalculie. Dit boekje is een aanrader voor iedereen die op een vlugge manier zijn kennis over het onderwerp wil actualiseren.

Maarten Dolk schetst in een eerste bijdrage de doelstellingen van de expertgroep. Hierbij wordt het belang van een consensus over dyscalculie benadrukt. Ook staat de auteur stil bij het doel, nut en effect van een dyscalculieverklaring.

Ernest van Lieshout brengt in zijn bijdrage enkele niet-specifieke cognitieve verklaringen van rekenstoornissen en dyscalculie onder de aandacht. Hij bespreekt een drietal recente onderzoeken waaruit volgens hem blijkt dat de moeite die kinderen bij het rekenen ervaren kunnen verklaard worden vanuit het problematisch werken van een aantal cognitieve processen zoals het gebrek aan automaticiteit en een beperkt werkgeheugen.

Erik van Loosbroek heeft het dan weer over de biologische basis van ontwikkelingsdyscalculie. Hij weerhoudt een specifiek numeriek informatieverwerkingsprobleem als verklaring voor rekenproblemen en dyscalculie.

Hans van Luit bespreekt de achtergronden, betekenis en handelingsconsequenties van dyscalculie. Hij staat in het bijzonder stil bij de ontwikkeling van het getalbegrip bij jonge kinderen om het belang van het voorbereidende en het vroege rekenen te onderstrepen. Belangrijk zijn zeker ook zijn stukjes over de diagnostiek en behandeling van rekenproblemen.

Koeno Gravemeijer bespreekt dyscalculie en ernstige rekenproblemen vanuit het perspectief van de vakdidactiek. Bij momenten is hij zeer kritisch over het gebruik van de term dyscalculie. Dit valt beter te begrijpen als je in zijn besluit leest dat hij het betreurt dat de term dyscalculie zo veel en zo gemakkelijk wordt gebruikt terwijl er heel wat mogelijke onderwijsgebonden oorzaken van rekenproblemen zijn.

Jo Nelissen pleit in zijn bijdrage voor een open onderzoek naar rekenproblemen waarbij men niet uitgaat van een theorie over dyscalculie. Hij stelt voor hierbij uit te gaan van een theorie over het leren van rekenen en wiskunde.

Annemie Desoete en Pol Ghesquière geven in hun bijdrage uitgebreid de stand van zaken in verband met de kennis en inzichten in verband met dyscalculie in Vlaanderen weer.

Mieke van Groenestijn gaat in haar bijdrage op zoek naar een antwoord op de vraag of dyscalculie een probleem is van het kind of van het onderwijs.

Het nawoord is van de hand van professor Wied Ruijssenaars. Hierin gaat hij dieper in op het gebruik van een dyscalculieverklaring.

In het laatste hoofdstukje legt Mieke van Groenestijn (onder de titel Hoe verder?) uit hoe het werk van de NVORWO zal verder gezet worden.

afdrukken

17:00 Gepost door Lieven Coppens in Van Gorcum | Permalink | Tags: leerprobleem, rekenen, dyscalculie | |

2008.10.19

Spel en ontwikkeling

Auteur: Frea Janssen-Vos
Titel: Spel en ontwikkeling. Spelen en leren in de onderbouw.
Uitgeverij: Koninklijke Van Gorcum/APS
Plaats: Assen/Utrecht
Jaar: 2004
Pagina's: 198
ISBN-13: 978-90-232-4003-7
Prijs: € 27,-

spel en ontwikkelingSpel en ontwikkeling is een boek dat door iedereen moet gebruikt worden die door middel van spel de ontwikkeling van kinderen uit de kleuterklas wil stimuleren. Zeker voor kinderen uit achterstandssituaties kunnen de doordachte activiteiten uit dit boek een grote meerwaarde hebben. Ook dit boek is een onderdeel van het onderwijsconcept Ontwikkelingsgericht onderwijs zoals het werd uitgewerkt door het Nederlandse onderwijsbureau APS. Wie hierover meer wil weten, mag contact opnemen met Ellen Zonneveld (e.zonneveld@aps.nl). Zij geeft je graag alle nodige informatie.

Het uitgangspunt van dit boek is duidelijk: anders dan vroeger, kunnen kinderen van nu vaak niet meer spelen. Het is de taak van de volwassenen om hen dat spelvermogen terug te geven. Waarom? Omdat er in een goed ontwikkeld spel heel veel gebeurt:

  • Kinderen worden sociaal vaardiger.
  • Kinderen leren de taal gebruiken.
  • Kinderen gebruiken en ontwikkelen hun voorstellingsvermogen. 

Kortom, door het spel ontwikkelen ze zich op sociaal-emotioneel en cognitief gebied.

Het eerste hoofdstuk van het boek bestaat uit praktijkvoorbeelden die meteen geduid worden en rijkelijk geïllustreerd zijn. Meteen worden ook de twee niveaus waarop het boek geschreven werd duidelijk: het eerste niveau is dat van het jonge kind, het tweede dat van de leerkracht. Deze twee niveaus zijn verder in alle hoofdstukken van het boek expliciet aanwezig. Het tweede hoofdstuk sluit hier onmiddellijk op aan en geeft een meer theoretische achtergrond voor het spelen en de spelactiviteiten. De conclusies van dit tweede hoofdstuk spreken voor zichzelf:

  • Volwassenen doen ertoe: spelen heeft een ontwikkelende waarde als leerkrachten spelactiviteiten organiseren en dat spel begeleiden in de richting die zij belangrijk vinden.
  • Begeleide activiteiten bevorderen de ontwikkeling meer dan het vrije spel, omdat begeleide activiteiten zich kunnen richten op de zone van de naaste ontwikkeling. Daardoor garanderen ze een meer intense stimulering van de ontwikkeling.
  • Samen spelen is zeer belangrijk. Kinderen leren meer uit het contact met elkaar dan uit individueel spel. Ze leren ook om te communiceren, taal te gebruiken en hardop na te denken.

De volgende hoofdstukken richten zich telkens op een bepaald ontwikkelingsaspect en zijn relatie met het spel. Volgende thema's komen aan bod:

  • Manipuleren en bewegend spel.
  • Rollenspel.
  • Constructiespel.
  • Thematisch spel.

De structuur is telkens hetzelfde. Eerst wordt de relatie tussen het soort spel en de ontwikkeling scherpgezet. Daarna worden de mogelijke ontwikkelingsgerichte spelactiviteiten heel concreet beschreven. Ook het aandeel van de leerkracht in het beschreven soort spel wordt toegelicht. Er wordt aangegeven wat de mogelijkheden zijn om te observeren tijdens het spel en hoe een en ander kan geregistreerd worden.

In het zevende en laatste hoofdstuk wordt het boek als het ware nog eens geannoteerd samengevat. Hierbij is er speciale aandacht voor de noodzakelijke leerkrachtvaardigheden enerzijds en de opbrengsten van spel als didactische en inhoudelijk middel anderzijds.

Een waardevol boek!

afdrukken

15:14 Gepost door Lieven Coppens in APS, Van Gorcum | Permalink | Tags: aps, basisonderwijs, gok, kleuteronderwijs, kleuters, observeren, onderbouw, ontwikkeling, peuters, spelontwikkeling, stimuleren, taalontwikkeling, zorg | |

2008.07.18

HOREB-PO

Auteur: Frea Janssen-Vos & Bea Pompert
Titel: HOREB-PO. Handelingsgericht Observeren, Registreren en Evalueren van Basisontwikkeling
Uitgeverij: Koninklijke Van Gorcum/APS
Plaats: Assen/Utrecht
Jaar: 2007
Pagina's: 60 + webapplicatie
ISBN-13: 978-90-232-4343-4
Prijs: € 140

horeb-poEerder dit jaar besprak ik op deze blog het boek Startblokken van Basisontwikkeling en Basisontwikkeling in de onderbouw. [Horeb-PO is het observatie- en planningssysteem dat daarbij hoort. Dit systeem bevat naast aanwijzingen ook instrumenten die door de kleuterleerkrachten kunnen gebruikt worden om ontwikkelingsgericht te werken. Dit instrument bestaat uit een papieren handleiding en een webapplicatie waarmee men alle observaties per kleuter (en per klas) kan registreren. Deze webapplicatie is enkel toegankelijk voor wie het systeem zelf eerst aangekocht heeft. Dit systeem bestaat al enkele jaren en werd onlangs vernieuwd. Voor Vlaanderen is dit systeem een inspirerend werk, zeker nu het handelingsgericht werken op de basisschool vanuit verschillende hoeken gepromoot wordt. Het kan ook een aanzet zijn om eens buiten de gebaande wegen van welbevinden en betrokkenheid te onderzoeken welke mogelijkheden er toch zijn. We bespreken dit systeem aan de hand van de handleiding. Wie meer wil weten over dit systeem kan en mag contact opnemen met Ellen Zonneveld. Zij geeft je graag alle nodige informatie.

In het inleidende gedeelte leggen de auteurs uit wat men moet verstaan onder basisontwikkeling. Ze doen dat aan de hand van de belangrijkste kenmerken:

  • de brede persoonlijkheidsontwikkeling, geconcretiseerd in 3 lagen:
    • de psychologische voorwaarden voor ontwikkeling en leren
    • de brede persoonlijkheidsontwikkeling doorheen het hele menselijke handelen
    • de specifieke kennis en vaardigheden die nodig zijn voor een brede ontwikkeling
  • een op spel georiënteerd werkplan met de volgende kernactiviteiten
    • manipulerend spel en rollenspel
    • constructiespel en beeldende activiteiten
    • gespreksactiviteiten
    • lees- en schrijfactiviteiten
    • reken- en wiskundeactiviteiten
  • de leerkracht als bemiddelaar die
    • het onderwijsaanbod ontwikkelt en plant
    • zorgt voor een sterke pedagogische basis
    • deelneemt aan de activiteiten en begeleiding en instructie geeft
    • reflecteert op de activiteiten van de kinderen en de eigen rol daarin
  • het thematische onderwijs en het thematiseren

Verder wordt er een kort overzicht gegeven van de verschillende instrumenten:

  • het activiteitenboek
  • de observatiemodellen
  • de registratiemodellen
  • de evaluatie-instrumenten

In het eerste hoofdstuk hebben de auteurs het over het ontwerpen, voorbereiden en plannen van het aanbod. Ze lijsten de vragen op die een kleuterleerkracht zich samen met zijn collega's moet stellen bij het kiezen en uitwerken van nieuwe thema's en leggen ze uit hoe je het aanbod dan moet plannen én tussentijds bijsturen.

Het tweede hoofdstuk verduidelijkt hoe je de basisontwikkeling van jonge kinderen kunt observeren, welke modellen je daarvoor kunt gebruiken en wat je nu precies kunt observeren. Het derde hoofdstuk legt dan uit hoe je de observatiegegevens kunt registreren, wat je er als leerkracht voor jezelf kunt uithalen en hoe je dit dan vertaalt in een nieuw aanbod.

Het vierde hoofdstuk gaat over het evalueren: wat hebben de inspanningen nu opgebracht? De auteurs staan stil bij de eerste evaluatie na 3 maanden, de halfjaarlijkse evaluatie en het gebruik van toetsen. Er wordt ook nagedacht over de verslaggeving en het doorgeven van de bevindingen.

Het vijfde hoofdstuk staat kort stil bij de invoering van Horeb, het zesde hoofdstuk bij de vernieuwingen die Horeb ondergaan heeft.

Samen met de boeken Startblokken van Basisontwikkeling en Basisontwikkeling in de onderbouw is dit instrument een zeer waardevolle inspiratiebron, een boeiend naslagwerk en een aantrekkelijk doe-boek voor iedereen die de ontwikkeling van de jonge kinderen nog beter wil volgen en vooral stimuleren.

afdrukken

12:00 Gepost door Lieven Coppens in APS, Van Gorcum | Permalink | Tags: aps, gok, kleuters, observeren, ontwikkeling, peuters, spelontwikkeling, stimuleren, taalontwikkeling, zorg, onderbouw, basisonderwijs, kleuteronderwijs | |

2008.07.11

Basisontwikkeling in de onderbouw

Auteur: Frea Janssen-Vos & Bea Pompert
Titel: Basisontwikkeling in de onderbouw
Uitgeverij: Koninklijke Van Gorcum/APS
Plaats: Assen/Utrecht
Jaar: 2003
Pagina's: 240
ISBN-13: 978-90-232-3257-7
Prijs: € 29,90

basisontwikkeling in de onderbouwDit boek gaat verder op de geestdrift van Startblokken van Basisontwikkeling en is een werk dat eveneens door iedereen moet gebruikt worden die de ontwikkeling van jonge kinderen actief wil stimuleren. Zeker in die klassen/scholen waar er kinderen uit achterstandssituaties zitten, kan men dit boek heel goed aanwenden. Het boek zelf is slechts één onderdeel van het onderwijsconcept Ontwikkelingsgericht Onderwijs zoals het werd uitgewerkt door het Nederlandse onderwijsbureau APS. Wie meer wil weten over dit onderwijsconcept kan en mag contact opnemen met Ellen Zonneveld. Zij geeft je graag alle nodige informatie.

Basisontwikkeling in de onderbouw is geschreven voor de kinderen uit de tweede en derde kleuterklas en het eerste en tweede leerjaar. Het uitgangspunt van dit boek wordt ruim geschetst in het eerste hoofdstuk.

In het tweede hoofdstuk geven de auteurs toelichting bij het onderwijspedagogisch concept van het Ontwikkelingsgericht Onderwijs. Ze geven een antwoord op de volgende vragen:

  • Wat zijn de inspiratiebronnen voor het Ontwikkelingsgericht Onderwijs?
  • Wat zijn de ontwikkelingstheoretische uitgangspunten?
  • Wat zijn de onderwijspedagogische uitgangspunten?
  • Hoe kun je ontwikkelingsgericht werken aan basisontwikkeling?

Het derde hoofdstuk geeft zeer concreet en uitgebreid uitleg bij de doelen van het Ontwikkelingsgericht Onderwijs, met als basisdoelen:

  • emotioneel vrij zijn
  • zelfvertrouwen
  • nieuwsgierigheid

Deze basisdoelen zijn noodzakelijke voorwaarden om te komen tot een brede ontwikkeling waardoor kinderen gaandeweg meer zelfstandig worden. Hiervoor moet men aandacht hebben voor een aantal competenties maar ook voor de onder- en naastliggende specifieke kennis en vaardigheden. Het uiteindelijke doel is immers de emancipatie van deze kinderen.

Het vierde hoofdstuk lijst die vijf kernactiviteiten op die het bereiken van de beschreven doelen moet mogelijk maken. Het zijn:

  • de spelactiviteiten
  • de constructieve en beeldende activiteiten
  • de gespreksactiviteiten
  • de lees- en schrijfactiviteiten
  • de reken- en wiskunde activiteiten

Alle kernactiviteiten worden toegelicht met een voorbeeld uit de praktijk, hun specifieke waarde, de ontwikkelingsprocessen die parallel lopen met de ontwikkeling van de spelactiviteit, een greep uit het mogelijke activiteitenaanbod en de bespreking van de rol van de leerkracht bij dit alles.

De rol van de leerkracht wordt trouwens hernomen in het uitgebreide vijfde hoofdstuk. Niet alleen de ontwikkelingsgerichte principes zoals onder andere de zone van de naaste ontwikkeling komen hier aan bod, maar ook de pedagogische basis van het leerkracht zijn en het ontwerpen van een gepast onderwijsaanbod. Het didactische handelingsmodel met zijn vijf mogelijke leerkrachtimpulsen verduidelijkt hier veel.  Dit model doet trouwens een beroep op het pedagogisch-didactisch handelen van de leerkracht, meer bepaald op een aantal specifieke vaardigheden.

Het zesde hoofdstuk is helemaal gewijd aan het observeren, registreren en evalueren van de basisontwikkeling. Het zevende hoofdstuk legt dan weer haarfijn uit hoe je dit alles moet organiseren. Deze hoofdstukken laten zich omwille van hun compact- en concreetheid zeer moeilijk samenvatten.  Lezen dus!

Het achtste en laatste hoofdstuk, Basisontwikkeling Plus, onderstreept de nood aan een verbreding én een verdieping van het concept van de Basisontwikkeling op diverse terreinen.

afdrukken

12:00 Gepost door Lieven Coppens in APS, Van Gorcum | Permalink | Tags: aps, gok, kleuters, observeren, ontwikkeling, spelontwikkeling, stimuleren, taalontwikkeling, zorg, onderbouw, basisonderwijs, kleuteronderwijs | |